|
+103. Richtsnoer EBA/GL/2018/09 wordt als volgt gewijzigd: a. Punt 8 van de richtsnoeren wordt … |
103. Richtsnoer EBA/GL/2018/09 wordt als volgt gewijzigd: a. Punt 8 van de richtsnoeren wordt …Richtsnoer EBA/GL/2018/09 wordt als volgt gewijzigd:
“Deze richtsnoeren zijn gericht tot bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 die zijn aangewezen als bevoegde autoriteiten krachtens artikel 29, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402, alsook tot financiële instellingen als bedoeld in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 die onderworpen zijn aan regulering en toezicht ingevolge Verordening (EU) 2017/2402, met inbegrip van externe partijen die de inachtneming van de STS-criteria verifiëren, tevens overeenkomstig artikel 2, lid 5, laatste alinea, van Verordening (EU) nr. 1093/2010. Krachtens artikel 29, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 aangewezen bevoegde autoriteiten die geen bevoegde autoriteiten vormen uit hoofde van artikel 4, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010, worden aangemoedigd om deze richtsnoeren toe te passen.”
“Voor de toepassing van artikel 20, lid 10, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen blootstellingen als vergelijkbaar te worden beschouwd als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
“Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer het gaat om een van de volgende soorten wijzigingen van de afsluitstandaarden:
“Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de punten a) tot en met c) van dat lid genoemde situaties te worden beschouwd als definities van aangetaste kredietwaardigheid. Andere mogelijke situaties van aangetaste kredietwaardigheid die niet in de punten a) tot en met c) zijn vervat, dienen te worden geacht niet onder deze vereiste te vallen.”
“Voor de toepassing van artikel 20, lid 11, punt c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de debiteurs of garantiegevers van blootstellingen met aangetaste kredietwaardigheid niet worden geacht “een kredietbeoordeling of een kredietscore [te hebben] waaruit blijkt dat het risico dat contractueel overeengekomen betalingen niet worden gedaan significant hoger is dan voor vergelijkbare, niet-gesecuritiseerde blootstellingen [van andere debiteurs of garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid] in het bezit van de initiator”, wanneer beide volgende voorwaarden van toepassing zijn:
“Aan de in het vorige punt genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de volgende situaties van toepassing is:
“Voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere voorschotten en opnemingen in het kader van één blootstelling, dan wel de herstructurering van dezelfde blootstelling aan een bepaalde kredietnemer, niet worden geacht aanleiding te geven tot een nieuwe “ten minste één betaling”-vereiste met betrekking tot een dergelijke blootstelling.”
“Voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de voorgenomen overdracht van een andere, afzonderlijke blootstelling aan dezelfde kredietnemer in de SSPE aanleiding geven tot een nieuwe “ten minste één betaling”-vereiste met betrekking tot een dergelijke blootstelling.”
“De betaling waarvan sprake in de vereiste dat “ten minste één betaling” moet zijn gedaan op het moment van de overdracht, moet voor de toepassing van artikel 20, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 een huur, hoofdsom of rentebetaling zijn of enige andere normale vorm van betaling waarin is voorzien in de contractuele overeenkomst inzake de blootstelling.”
Voor de toepassing van artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de overeenkomstig artikel 29, lid 5, van die verordening aangewezen bevoegde autoriteiten en de in artikel 29, leden 2 tot en met 4, van die verordening bedoelde bevoegde autoriteiten – voor zover het om verschillende autoriteiten gaat – nauw met elkaar samen te werken overeenkomstig artikel 36 van de verordening.”
“Voor de toepassing van artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 moeten de rentevoeten die worden beschouwd als een adequate referentiegrondslag voor referentierentebetalingen, al het volgende omvatten:
“Voor de toepassing van artikel 21, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 mag er, eenmaal de rangorde van de aflossing is teruggevallen in sequentiële betalingen, niet verder worden teruggegrepen op niet-sequentiële aflossing overeenkomstig de transactiedocumentatie.”
“Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402 moeten onder “blootstellingen die substantieel vergelijkbaar zijn” blootstellingen worden verstaan waarbij aan de twee volgende voorwaarden is voldaan:
“Voor securitisaties die meerdere reeksen effecten uitgeven, waaronder master trusts , dient voorafgaand aan de uitgifte een nieuwe verificatie te worden verricht indien er sinds de vorige verificatie een jaar is verstreken.”
“Voor de toepassing van artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt een partij als passend en onafhankelijk beschouwd indien zij aan de twee volgende voorwaarden voldoet:
“De verificatie uit hoofde van artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 dient te worden verricht aan de hand van een passende statistische methode en op basis van een willekeurige steekproef van de onderliggende blootstellingen van de securitisatie. De omvang van de steekproef moet kunnen waarborgen dat de waarschijnlijkheid (het betrouwbaarheidsniveau) van een gegronde verwerping van de hypothese dat de volledige pool van onderliggende blootstellingen van de securitisatie geen uitzonderingen op de vereiste vertoont, ten minste 95 % bedraagt (d.w.z. de kans op een zogenaamde type II-fout waarbij ten onrechte een volledige pool zonder uitzonderingen wordt aanvaard, is gelijk aan 5 %). 80 bis. De steekproef dient in ieder geval minstens vijftig onderliggende blootstellingen te omvatten. In het geval van securitisaties waarbij de pool van onderliggende blootstellingen uit minder dan vijftig onderliggende blootstellingen bestaat, dient de steekproef alle onderliggende blootstellingen te omvatten. 80 ter. De verificatie moet worden uitgevoerd in de vorm van een verslag over overeengekomen procedures.”
“Indien het model van de kasstroom van de passiva door externe dienstverleners is uitgewerkt, dient voor de toepassing van artikel 22, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 de initiator verantwoordelijk te blijven voor het ter beschikking stellen van de informatie aan potentiële beleggers.”
“Deze vereiste mag alleen van toepassing zijn indien de in de eerste alinea bedoelde informatie over de energieprestatiecertificaten beschikbaar is, of indien de in de tweede alinea bedoelde informatie over de belangrijkste ongunstige effecten op de duurzaamheidsfactoren van de activa die met de onderliggende blootstellingen worden gefinancierd beschikbaar is voor de initiator en de initiator besluit die tweede alinea toe te passen, en voor zover de desbetreffende informatie in diens interne database of IT-systemen is opgenomen. Wanneer dergelijke informatie uitsluitend beschikbaar is voor een deel van de onderliggende blootstellingen, mag de vereiste alleen van toepassing zijn voor het deel van de onderliggende blootstellingen waarover informatie beschikbaar is.”
“Naleving van de openbaarmakingsvereisten uit hoofde van artikel 7 Voor de toepassing van artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de overeenkomstig artikel 29, lid 5, van die verordening aangewezen bevoegde autoriteiten en de in artikel 29, leden 2 tot en met 4, van die verordening bedoelde bevoegde autoriteiten – voor zover het om verschillende autoriteiten gaat – nauw met elkaar samen te werken overeenkomstig artikel 36 van de verordening.” 3 Dit strekt tot follow-up van de toelichting in de feedbackverklaring op blz. 77 van de richtsnoeren betreffende niet-ABCP-securitisatie, waarin staat te lezen dat een dergelijke verduidelijking in de wettekst van de richtsnoeren had moeten worden opgenomen maar in de definitieve tekst van de richtsnoeren is weggelaten. 1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|