+Titel II — Scoringsmethodiek voor de beoordeling van de ASI's
---+4. De betrokken autoriteit beoordeelt jaarlijks EU-moederinstellingen, EU-financiële …
---+5. De beoordeling word jaarlijks uitgevoerd en bestaat uit twee stappen. In de eerste stap …
---+6. Tot de kerncriteria voor het bepalen van de score van de systeemrelevantie behoren: (a) omvang …
---+7. De vier criteria bestaan uit een of meer verplichte indicatoren overeenkomstig tabel 1 van …
---+8. De betrokken autoriteiten berekenen de score door (a) de indicatorwaarde van elke afzonderlijke …
---+9. De betrokken autoriteiten wijzen relevante entiteiten met een totaalscore gelijk aan of hoger …
---+10. Wanneer het banksysteem van de lidstaat een groot aantal kleine instellingen bevat, kunnen de …
---+11. Voor het scoringsproces nemen de betrokken autoriteiten de indicatorwaarden van bijkantoren van …
---+12. De betrokken autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen vrijstellen van het toepassen van …
|
Titel II — Scoringsmethodiek voor de beoordeling van de ASI's
Titel II — Scoringsmethodiek voor de beoordeling van de ASI's
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
4. De betrokken autoriteit beoordeelt jaarlijks EU-moederinstellingen, EU-financiële …
|
De betrokken autoriteit beoordeelt jaarlijks EU-moederinstellingen, EU-financiële moederholdings, gemengde EU-financiële moederholdings of instellingen waaraan in hun rechtsgebied vergunning is verleend (elk een "relevante entiteit").
|
|
5. De beoordeling word jaarlijks uitgevoerd en bestaat uit twee stappen. In de eerste stap …
|
De beoordeling word jaarlijks uitgevoerd en bestaat uit twee stappen. In de eerste stap berekenen de betrokken autoriteiten voor elke relevante entiteit een score op ten minste het hoogste consolidatieniveau van het deel van de groep dat onder het rechtsgebied van de autoriteit valt (namelijk op het niveau dat niet de dochteronderneming is van een andere entiteit waaraan vergunning is verleend of die gevestigd is in dezelfde lidstaat), met inbegrip van dochters in andere lidstaten en derde landen, en onderworpen aan de facultatieve uitsluiting overeenkomstig lid 10, indien van toepassing. Onverminderd de voorgaande zin mogen de betrokken autoriteiten de in deze richtsnoeren genoemde methodiek ook op andere passende niveaus toepassen voor het meedelen van hun besluit hoe de ASI-buffer wordt gekalibreerd en op welk consolidatieniveau de methodiek van toepassing is. De scores geven de systeemrelevantie van de relevante entiteit weer en worden berekend zoals hierna bepaald. De tweede stap behelst de in titel III beschreven beoordeling door toezichthouders.
|
|
6. Tot de kerncriteria voor het bepalen van de score van de systeemrelevantie behoren: (a) omvang …
|
Tot de kerncriteria voor het bepalen van de score van de systeemrelevantie behoren: - (a) omvang;
- (b) relevantie voor de economie van de lidstaat in kwestie of van de Unie, waaronder de substitueerbaarheid/infrastructuur van de financiële instelling;
- (c) complexiteit, met inbegrip van de bijkomende complexiteit van grensoverschrijdende werkzaamheden;
- (d) de verwevenheid van de instelling of (sub)groep met het financiële stelsel.
|
|
7. De vier criteria bestaan uit een of meer verplichte indicatoren overeenkomstig tabel 1 van …
|
De vier criteria bestaan uit een of meer verplichte indicatoren overeenkomstig tabel 1 van bijlage 1. Alle criteria hebben een gelijke wegingsfactor van 25 %. De indicatoren binnen elk criterium worden gelijkelijk gewogen ten opzichte van de andere indicatoren binnen het desbetreffende criterium. De betrokken autoriteiten streven ernaar in alle lidstaten geharmoniseerde definities van deze verplichte indicatoren te hanteren. Dit vindt plaats aan de hand van de technische uitvoeringsnorm inzake een EU-breed gemeenschappelijk rapportagekader van financiële verslaglegging aan de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig de specificaties in tabel 2 van bijlage 1. Als de indicatorwaarden volgens tabel 2 van bijlage 1 niet beschikbaar zijn vanwege het feit dat de relevante entiteiten, die vallen binnen het toepassingsgebied van artikel 131, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU, maar die niet rapporteren in IFRS en waarop FINREP-vereisten niet van toepassing zijn, een aandeel van totale activa hebben dat gelijk is aan of hoger is dan 20,0 %, moeten de betrokken autoriteiten gebruikmaken van passende graadmeters. In dit geval zorgen de betrokken autoriteiten ervoor dat deze graadmeters naar behoren worden toegelicht en zoveel mogelijk overeenkomen met de definities in tabel 2 van bijlage 1.
|
|
8. De betrokken autoriteiten berekenen de score door (a) de indicatorwaarde van elke afzonderlijke …
|
De betrokken autoriteiten berekenen de score door - (a) de indicatorwaarde van elke afzonderlijke relevante entiteit te delen door het totale bedrag van de respectieve indicatorwaarden opgeteld in alle instellingen in de lidstaat (de "noemers");
- (b) de daaruit voortvloeiende percentages te vermenigvuldigen met 10 000 om de indicatorscores uit te drukken in basispunten;
- (c) de categoriescore voor elke relevante entiteit te berekenen door een eenvoudig gemiddelde te nemen van de indicatorscores in deze categorie;
- (d) de totaalscore voor elke relevante entiteit te berekenen door een eenvoudig gemiddelde te nemen van de scores van de vier categorieën.
|
|
9. De betrokken autoriteiten wijzen relevante entiteiten met een totaalscore gelijk aan of hoger …
|
De betrokken autoriteiten wijzen relevante entiteiten met een totaalscore gelijk aan of hoger dan 350 basispunten aan als ASI. De betrokken autoriteiten kunnen deze drempelwaarde verhogen tot maximaal 425 basispunten of verlagen tot minimaal 275 basispunten om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de banksector van de lidstaat en de daaruit voortvloeiende statistische verdeling van de scores. Dit waarborgt de homogeniteit van de op deze wijze aangewezen groep ASI's op basis van de systeemrelevantie van de ASI.
|
|
10. Wanneer het banksysteem van de lidstaat een groot aantal kleine instellingen bevat, kunnen de …
|
Wanneer het banksysteem van de lidstaat een groot aantal kleine instellingen bevat, kunnen de betrokken autoriteiten ervoor kiezen een relevante entiteit uit te sluiten van het identificatieproces indien de relatieve omvang van deze relevante entiteit gemeten aan de hand van de totale activa niet meer dan 0,02 % bedraagt. Bij het nemen van dit besluit, houden de autoriteiten rekening met de rapportagelast in verband met deze relevante entiteiten, indien zij van oordeel zijn dat de entiteiten waarschijnlijk geen systeemrisico vormen voor de binnenlandse economie. Als deze entiteiten worden uitgesloten van het identificatieproces, moeten de betrokken autoriteiten verstoring van de scores voorkomen door de indicatorwaarden voor deze relevante entiteiten te schatten en bij de berekening van de scores van de overige relevante entiteiten in de steekproef een virtuele entiteit op te nemen met de som van de indicatorwaarden van deze relevante entiteiten. Bij het uitvoeren van het identificatieproces wordt de lijst van relevante entiteiten telkens herzien.
|
|
11. Voor het scoringsproces nemen de betrokken autoriteiten de indicatorwaarden van bijkantoren van …
|
Voor het scoringsproces nemen de betrokken autoriteiten de indicatorwaarden van bijkantoren van instellingen die vergunning zijn verleend in lidstaten of derde landen op in de noemer en waarborgen zij dat de scores een goed beeld geven van de banksector van de lidstaat. Bij wijze van alternatief kunnen de betrokken autoriteiten bij de berekening van de scores overwegen een virtuele entiteit in de steekproef op te nemen met de geraamde som van de indicatorwaarden voor deze buitenlandse bijkantoren. Bovendien zouden de betrokken autoriteiten moeten overwegen de scores voor bijkantoren in derde landen te bepalen volgens de methodiek die in deze richtsnoeren wordt beschreven, rekening houdend met (i) het algemene belang van deze bijkantoren in derde landen in het binnenlandse banksysteem en (ii) de beschikbaarheid, vergelijkbaarheid en geschiktheid van gegevens met betrekking tot de activiteit van bijkantoren in derde landen, en deze bijkantoren aanwijzen als ASI, indien relevant voor de toepassing van de prudentiële vereisten.
|
|
12. De betrokken autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen vrijstellen van het toepassen van …
|
De betrokken autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen vrijstellen van het toepassen van bovengenoemde methodiek of gebruikmaken van een andere steekproef van instellingen dan wel een gewijzigde reeks indicatoren, voor zover zij de indicatoren in bijlage 1 of de berekening van noemers op basis van alle instellingen ongeschikt achten voor beleggingsondernemingen. Indien de betrokken autoriteiten beleggingsondernemingen opnemen in de beoordeling, kunnen zij deze beleggingsondernemingen aanmerken als ASI indien de score zoals beschreven in de voorgaande leden meer dan 4,5 basispunten bedraagt.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|