+7.3.2.3 Relation of EL BE to specific credit risk adjustments
---+186. Wanneer het model dat wordt gebruikt om kredietrisicoaanpassingen te verrichten voldoet aan …
---+187. Wanneer specifieke kredietrisicoaanpassingen individueel worden beoordeeld voor één enkele …
---+188. Voor het rechtvaardigen van situaties waarin de specifieke kredietrisicoaanpassingen hoger …
---+189. Om mogelijke ongunstige veranderingen in de economische omstandigheden tijdens de verwachte …
---+190. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dient …
---+191. Om ervoor te zorgen dat het LGD in geval van wanbetaling hoger is dan de EL BE , of, in …
---+192. Voor zover de redenen voor het bijsturen van de outputs van de EL BE -raming ook relevant zijn …
---+193. Ongeacht welke van de twee benaderingen als bedoeld onder a) en b) van artikel 54, lid 1, van …
|
7.3.2.3 Relation of EL BE to specific credit risk adjustments
7.3.2.3 Relation of EL BE to specific credit risk adjustments
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
186. Wanneer het model dat wordt gebruikt om kredietrisicoaanpassingen te verrichten voldoet aan …
|
Wanneer het model dat wordt gebruikt om kredietrisicoaanpassingen te verrichten voldoet aan, of kan worden aangepast om te voldoen aan, de vereisten voor eigen LGD-ramingen als beschreven in deel 3, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6 van Verordening (EU) nr. 575/2013, kunnen instellingen specifieke kredietrisicoaanpassingen gebruiken als EL BE -ramingen.
|
|
187. Wanneer specifieke kredietrisicoaanpassingen individueel worden beoordeeld voor één enkele …
|
Wanneer specifieke kredietrisicoaanpassingen individueel worden beoordeeld voor één enkele blootstelling of één enkele debiteur, kunnen instellingen de EL BE -ramingen bijsturen op basis van specifieke kredietrisicoaanpassingen wanneer ze kunnen aantonen dat dit de nauwkeurigheid van de EL BE -ramingen verbetert en dat de specifieke kredietrisicoaanpassingen de in deel 6.3.1 beschreven vereisten weerspiegelen of daaraan worden aangepast.
|
|
188. Voor het rechtvaardigen van situaties waarin de specifieke kredietrisicoaanpassingen hoger …
|
Voor het rechtvaardigen van situaties waarin de specifieke kredietrisicoaanpassingen hoger zijn dan de EL BE -ramingen overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder f), van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen te zorgen voor consistentie van de EL BE -ramingen met de componenten van het economisch verlies als beschreven in deel 6.3.1 en met de definitie van wanbetaling van artikel 178 van Verordening (EU) nr. 575/2013, en dienen ze eventuele verschillen met de definities en methoden die worden gebruikt voor het bepalen van specifieke kredietrisicoaanpassingen te analyseren. In het bijzonder dienen instellingen rekening te houden met mogelijke verschillen in de disconteringsvoet, de aanwezigheid van zekerheid die niet in aanmerking komt overeenkomstig artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013, verschillende behandelingen van kosten, en de toepassing van verschillende definities van wanbetaling. 7.3.3 Specifieke vereisten voor de raming van LGD in geval van wanbetaling
|
|
189. Om mogelijke ongunstige veranderingen in de economische omstandigheden tijdens de verwachte …
|
Om mogelijke ongunstige veranderingen in de economische omstandigheden tijdens de verwachte duur van het invorderingsproces als bedoeld in artikel 54, lid 2, onder a), van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode in aanmerking te nemen, dient het LGD in geval van wanbetaling ten minste de omstandigheden van een economische neergang te weerspiegelen, waarbij de ramingen van LGD's bij wanbetaling die passen bij een economische neergang conservatiever zijn dan het gemiddelde LGD over een lange periode voor blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan, als bedoeld in paragraaf 180.
|
|
190. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dient …
|
Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dient het LGD in geval van wanbetaling te worden verhoogd tot boven het niveau als bedoeld in paragraaf 189 wanneer dit noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat het verschil tussen het LGD in geval van wanbetaling en de EL BE een stijging van het verliespercentage als gevolg van mogelijke bijkomende onverwachte verliezen tijdens de invorderingsperiode dekt.
|
|
191. Om ervoor te zorgen dat het LGD in geval van wanbetaling hoger is dan de EL BE , of, in …
|
Om ervoor te zorgen dat het LGD in geval van wanbetaling hoger is dan de EL BE , of, in uitzonderlijke gevallen, gelijk is aan de EL BE voor individuele blootstellingen, overeenkomstig artikel 54, lid 2, onder d), van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen het LGD in geval van wanbetaling te analyseren en te corrigeren in situaties waarin de EL BE is verkregen met behulp van specifieke kredietrisicoaanpassingen, overeenkomstig paragraaf 186, en hoger is dan het LGD in geval van wanbetaling dat is verkregen door middel van directe raming overeenkomstig artikel 54, lid 1, onder a), van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode.
|
|
192. Voor zover de redenen voor het bijsturen van de outputs van de EL BE -raming ook relevant zijn …
|
Voor zover de redenen voor het bijsturen van de outputs van de EL BE -raming ook relevant zijn voor het LGD in geval van wanbetaling, dient ook een consequente bijsturing te worden toegepast op de toekenning van LGD in geval van wanbetaling, op een zodanige manier dat de op de EL BE toegepaste opslagfactor eventuele stijgingen van het verliespercentage als gevolg van mogelijke bijkomende onverwachte verliezen tijdens de invorderingsperiode overeenkomstig artikel 181, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dekt.
|
|
193. Ongeacht welke van de twee benaderingen als bedoeld onder a) en b) van artikel 54, lid 1, van …
|
Ongeacht welke van de twee benaderingen als bedoeld onder a) en b) van artikel 54, lid 1, van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode wordt gebruikt om LGD's in geval van wanbetaling te ramen, dienen instellingen al het volgende onafhankelijk van elkaar te documenteren: - (a) de opsplitsing van het LGD in geval van wanbetaling in zijn componenten: de EL BE en de opslagfactor;
- (b) de opsplitsing van de opslagfactor in alle volgende componenten:
- (i) de component van de economische neergang, gekalibreerd aan de aanpassing voor een economische neergang van het gemiddelde LGD over een lange periode als gespecificeerd in paragraaf 189;
- (ii) de voorzichtigheidsmargecomponent als bedoeld in deel 4.4;
- (iii) elke component die mogelijke bijkomende onverwachte verliezen tijdens de invorderingsperiode overeenkomstig artikel 181, lid 1, onder h), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dekt; deze component dient alleen te worden opgenomen in uitzonderlijke omstandigheden wanneer de mogelijke bijkomende onverwachte verliezen onvoldoende tot uiting komen in de onder (i) en (ii) bedoelde componenten.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|