+19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
---+149. Wanneer instellingen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan beoordelen …
---+150. Instellingen dienen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen met …
---+151. Bij het beoordelen van de geschiktheid van een individueel lid van het leidinggevend orgaan …
---+152. Bij het beoordelen van de collectieve geschiktheid overeenkomstig titel III, punt 7, dienen …

19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan

19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
149. Wanneer instellingen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan beoordelen …

Wanneer instellingen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan beoordelen, dienen zij de samenstelling van het leidinggevend orgaan in zijn bestuursfunctie en het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie afzonderlijk van elkaar te beoordelen. De beoordeling van de collectieve geschiktheid dient een vergelijking op te leveren tussen enerzijds de werkelijke samenstelling en de werkelijke collectieve kennis, vaardigheden en ervaring van het leidinggevend orgaan en anderzijds de vereiste collectieve geschiktheid uit hoofde van artikel 91, lid 7, van Richtlijn 2013/36/EU.

150. Instellingen dienen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen met …

Instellingen dienen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen met behulp van:

  • a. het model voor een geschiktheidsmatrix in bijlage I. Instellingen kunnen dit model aanpassen om rekening te houden met de in titel I omschreven criteria; of
  • b. een eigen passende methode die in overeenstemming is met de criteria in deze richtsnoeren.
151. Bij het beoordelen van de geschiktheid van een individueel lid van het leidinggevend orgaan …

Bij het beoordelen van de geschiktheid van een individueel lid van het leidinggevend orgaan dienen instellingen binnen dezelfde periode ook de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen overeenkomstig hoofdstuk 7, en dienen zij na te gaan of de algehele samenstelling van de gespecialiseerde comités van het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie passend is23 . In het bijzonder dient te worden beoordeeld welke kennis, vaardigheden en ervaring de persoon toevoegt aan de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan en of de algehele samenstelling van het leidinggevend orgaan een voldoende breed scala aan kennis, vaardigheden en ervaring beslaat voor inzicht in de activiteiten en de belangrijkste risico’s van de instelling.


23 Zie voor de samenstelling van comités ook de relevante EBA-richtsnoeren inzake interne governance.

152. Bij het beoordelen van de collectieve geschiktheid overeenkomstig titel III, punt 7, dienen …

Bij het beoordelen van de collectieve geschiktheid overeenkomstig titel III, punt 7, dienen instellingen ook te beoordelen of het leidinggevend orgaan middels zijn besluiten heeft aangetoond voldoende inzicht te hebben in ML/TF-risico’s en in de invloed daarvan op de activiteiten van de instelling, en of het heeft aangetoond deze risico’s op gepaste wijze te beheren, met inbegrip van corrigerende maatregelen, indien nodig.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/