+4. Richtsnoeren
---+Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
------+18. Het evenredigheidsbeginsel is erop gericht governanceregelingen op consistente wijze af te …
------+19. Instellingen dienen rekening te houden met hun omvang, hun interne organisatie en de aard …
------+20. Alle leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie dienen in ieder …
------+21. Voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en teneinde een passende uitvoering te …
---+Titel II – Omvang van geschiktheidsbeoordelingen door instellingen
---+1. De beoordeling door instellingen van de individuele geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
------+22. Instellingen dienen de primaire verantwoordelijkheid te hebben om te waarborgen dat de leden …
------+23. De initiële en continue beoordeling van de individuele geschiktheid van de leden van het …
------+24. Instellingen dienen in het bijzonder te beoordelen of de leden: a. als voldoende betrouwbaar …
------+25. Wanneer een beoordeling wordt uitgevoerd voor een specifieke functie, dient bij de beoordeling …
------+26. Instellingen dienen op continue basis de geschiktheid van de leden van het leidinggevend orgaan …
------+27. Instellingen dienen ook opnieuw te beoordelen of een lid van het leidinggevend orgaan voldoende …
------+28. Instellingen dienen hun geschiktheidsbeoordelingen op de in titel III gedefinieerde begrippen …
---+2. De beoordeling door instellingen van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
------+29. Bij de vervulling van de verplichting die is vastgelegd in artikel 91, lid 7, van Richtlijn …
------+30. Instellingen dienen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen of …
------+31. Instellingen dienen met name de collectieve geschiktheid van de leden van het leidinggevend …
------+32. Wanneer herbeoordelingen van de collectieve geschiktheid worden uitgevoerd, dienen instellingen …
------+33. Instellingen dienen hun geschiktheidsbeoordelingen te baseren op de in titel III gedefinieerde …
------+34. De instellingen zijn verantwoordelijk voor de initiële en de continue beoordeling van de …
---+3. De beoordeling door relevante instellingen van de geschiktheid van medewerkers met een sleutelfunctie
------+35. Hoewel alle instellingen ervoor dienen te zorgen dat hun personeel in staat is zijn taken naar …
------+36. Relevante instellingen dienen op continue basis de reputatie, eerlijkheid, integriteit, kennis …
------+37. De beoordeling van de individuele reputatie, eerlijkheid, integriteit, kennis, vaardigheden en …
------+38. De instellingen zijn verantwoordelijk voor de initiële en de continue beoordeling van de …
---+Titel III – In artikel 91, lid 12, van Richtlijn 2013/36/EU genoemde begrippen met betrekking tot geschiktheid
---+4. Besteding van genoeg tijd door een lid van het leidinggevend orgaan
------+39. Instellingen dienen te beoordelen of een lid van het leidinggevend orgaan al dan niet in staat …
------+40. Leden dienen ook in staat te zijn hun taken te vervullen in perioden van sterk verhoogde …
------+41. Bij de beoordeling of een lid voldoende tijd aan zijn taken kan besteden, dienen instellingen …
------+42. Instellingen dienen de rollen, taken en vereiste vaardigheden van de verschillende functies …
------+43. Leden van het leidinggevend orgaan dienen te worden geïnformeerd over de tijd die zij naar …
------+44. Instellingen dienen te controleren of de leden van het leidinggevend orgaan voldoende tijd …
------+45. Instellingen dienen ook rekening te houden met de gevolgen van eventuele langdurige afwezigheid …
------+46. Instellingen dienen bij te houden welke externe beroepsmatige en politieke functies de leden …
---+5. Berekening van het aantal bestuursfuncties
------+47. Naast de eis dat leden voldoende tijd besteden aan de vervulling van hun functies, moeten leden …
------+48. Voor de toepassing van artikel 91, lid 3, van Richtlijn 2013/36/EU dient een bestuursfunctie …
------+49. Wanneer meerdere bestuursfuncties tellen als één enkele bestuursfunctie, zoals omschreven in …
------+50. Overeenkomstig artikel 91, lid 4, onder a), van Richtlijn 2013/36/EU tellen alle …
------+51. Overeenkomstig artikel 91, lid 4, onder b), ii), van Richtlijn 2013/36/EU tellen alle …
------+52. Wanneer verscheidene instellingen binnen dezelfde groep gekwalificeerde deelnemingen hebben …
------+53. Wanneer een lid van het leidinggevend orgaan bestuursfuncties bekleedt in verschillende groepen …
------+54. Bestuursfuncties in entiteiten die niet hoofdzakelijk commerciële doelen nastreven, moeten niet …
------+55. Entiteiten die niet hoofdzakelijk commerciële doelen nastreven, zijn onder meer: a. …
---+6. Voldoende kennis, vaardigheden en ervaring
------+56. De leden van het leidinggevend orgaan dienen te beschikken over actuele kennis van de …
------+57. Leden van het leidinggevend orgaan dienen een goed inzicht te hebben in de governanceregelingen …
------+58. Onverminderd de nationale omzetting van Richtlijn (EU) 2015/849 dient het lid van het …
------+59. In dit opzicht dient bij de beoordeling of leden over voldoende kennis, vaardigheden en …
------+60. Om de vaardigheden van de leden van het leidinggevend orgaan goed te beoordelen, dienen …
------+61. Er dient rekening te worden gehouden met het niveau en het profiel van het onderwijs dat het …
------+62. De beoordeling dient niet beperkt te blijven tot het onderwijsniveau van het lid of het bewijs …
------+63. Bij het beoordelen van de kennis, vaardigheden en ervaring van een lid van het leidinggevend …
------+64. Leden van het leidinggevend orgaan in zijn bestuursfunctie dienen gedurende een voldoende lange …
------+65. Leden van het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie dienen in staat te zijn besluiten op …
---+7. Collectieve geschiktheidscriteria
------+66. Het leidinggevend orgaan in zijn geheel dient in staat te zijn de activiteiten van de …
------+67. De leden van het leidinggevend orgaan dienen collectief in staat te zijn passende besluiten te …
------+68. Leden van het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie dienen collectief in staat te zijn …
------+69. Het leidinggevend orgaan dient alle kennisgebieden die vereist zijn voor de activiteiten van de …
------+70. De samenstelling van het leidinggevend orgaan dient de kennis, vaardigheden en ervaring te …
------+71. Terwijl het leidinggevend orgaan in zijn bestuursfunctie in zijn geheel dient te beschikken …
---+8. Goede reputatie, eerlijkheid en integriteit
------+72. Een lid van het leidinggevend orgaan behoort te worden geacht als betrouwbaar bekend te staan …
------+73. Onverminderd eventuele grondrechten dient bij de beoordeling van de goede reputatie …
------+74. Onverminderd de aanname van onschuld die geldt in strafzaken, en andere grondrechten, dienen …
------+75. Lopende onderzoeken dienen in aanmerking te worden genomen wanneer zij voortvloeien uit …
------+76. Er dient rekening te worden gehouden met de volgende situaties betreffende de actuele zakelijke …
------+77. Een lid van het leidinggevend orgaan dient hoge integriteits- en eerlijkheidsnormen in acht te …
---+9. Onafhankelijkheid van geest en onafhankelijke leden
---+9.1 Wisselwerking tussen onafhankelijkheid van geest en het beginsel van onafhankelijk zijn
------+78. Wanneer instellingen de onafhankelijkheid van leden beoordelen, dienen zij onderscheid te maken …
------+79. Handelen met ‘onafhankelijkheid van geest’ is een gedragspatroon dat met name tijdens …
------+80. ‘Onafhankelijk zijn’ betekent dat een lid van het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie …
---+9.2 Onafhankelijkheid van geest
------+81. Bij de beoordeling van de onafhankelijkheid van geest als genoemd in punt 79 dienen …
------+82. Bij de beoordeling van de vereiste gedragsvaardigheden van een lid als genoemd in punt 82 …
------+83. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van belangenconflicten als genoemd in punt 82 …
------+84. Alle feitelijke en potentiële belangenconflicten op het niveau van het leidinggevend orgaan …
------+85. Instellingen dienen bevoegde autoriteiten ervan op de hoogte te stellen wanneer zij een …
------+86. Het feit dat een lid van het leidinggevend orgaan aandeelhouder, eigenaar of lid is van een …
---+9.3 Onafhankelijke leden van het leidinggevend orgaan van een relevante instelling in zijn toezichtfunctie
------+87. Het wordt beschouwd als een goede praktijk voor alle relevante instellingen om in het …
------+88. Bij het bepalen van het aantal onafhankelijke leden dat nodig is, dient het …
------+89. Onverminderd punt 91 wordt er in de volgende situaties van uitgegaan dat een lid van het …
------+90. Het enkele feit dat wordt voldaan aan een of meer situaties uit punt 89 betekent niet …
------+91. Voor de toepassing van punt 90 dienen relevante instellingen er rekening mee te houden dat het …
---+Titel IV – Personele en financiële middelen voor de opleiding van leden van het leidinggevend orgaan
---+10. Doelen stellen voor introductie en opleiding
------+92. Instellingen dienen zorg te dragen voor de introductie van leden van het leidinggevend orgaan …
------+93. Alle nieuw benoemde leden van het leidinggevend orgaan dienen essentiële informatie uiterlijk …
------+94. Wanneer een benoemd lid van het leidinggevend orgaan in een specifiek onderdeel van de …
---+11. Beleid voor introductie en opleiding
------+95. Instellingen dienen te beschikken over beleid en procedures voor de introductie en opleiding …
------+96. De personele en financiële middelen die worden verstrekt voor introductie en opleiding, dienen …
------+97. Het beleid en de procedures voor introductie en opleiding kunnen onderdeel zijn van een totaal …
------+98. Bij de ontwikkeling van het beleid dient het leidinggevend orgaan of het benoemingscomité, als …
------+99. Instellingen dienen te beschikken over een procedure voor het vaststellen van de gebieden …
------+100. Het beleid en de procedures, evenals de opleidingsplannen, dienen actueel te worden gehouden …
------+101. Instellingen dienen te beschikken over een evaluatieprocedure om de uitvoering en de kwaliteit …
---+Titel V – Diversiteit binnen het leidinggevend orgaan
---+12. Beleidsdoelstellingen inzake diversiteit
------+102. Overeenkomstig artikel 91, lid 10, van Richtlijn 2013/36/EU moeten alle instellingen een …
------+103. Het diversiteitsbeleid dient ten minste betrekking te hebben op de volgende …
------+104. Instellingen dienen bij het stellen van diversiteitsdoelen rekening te houden met resultaten …
------+105. Het diversiteitsbeleid kan werknemersvertegenwoordiging binnen het leidinggevend orgaan …
------+106. Significante RKV-instellingen dienen bovendien, als onderdeel van de jaarlijkse toetsing van …
------+107. Instellingen dienen, om een voldoende diverse groep kandidaten voor functies in het …
------+108. Ter ondersteuning van een diverse samenstelling van het leidinggevend orgaan dienen …
---+Titel VI – Geschiktheidsbeleid en governanceregelingen
---+13. Geschiktheidsbeleid
------+109. Overeenkomstig artikel 88, lid 1, van Richtlijn 2013/36/EU moet het leidinggevend orgaan van …
------+110. Het geschiktheidsbeleid dient het diversiteitsbeleid te omvatten of hiernaar te verwijzen om …
------+111. Wijzigingen van het geschiktheidsbeleid dienen ook door het leidinggevend orgaan te worden …
------+112. Het beleid dient goed te worden gedocumenteerd en helder en transparant te zijn voor al het …
------+113. Interne controlefuncties dienen effectieve input te leveren voor de uitwerking van het …
------+114. Het beleid dient beginselen voor de selectie, het monitoren en de opvolgingsplanning van de …
------+115. Relevante instellingen dienen in hun geschiktheidsbeleid ook de procedures op te nemen voor de …
------+116. Het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie en het benoemingscomité, indien ingesteld …
---+14. Geschiktheidsbeleid in een groepscontext
------+117. Overeenkomstig artikel 109, leden 2 en 3, van Richtlijn 2013/36/EU moet de consoliderende …
------+118. Het beleid dient te zijn afgestemd op de specifieke situatie van de kredietinstellingen die …
------+119. De consoliderende RKV-instelling dient ervoor te zorgen dat de geschiktheidsbeoordeling …
------+120. De consoliderende RKV-instelling dient ervoor te zorgen dat in derde landen gevestigde …
------+121. De geschiktheidsvereisten van Richtlijn 2013/36/EU en deze richtsnoeren gelden voor …
------+122. Het leidinggevend orgaan van dochterondernemingen die onder Richtlijn 2013/36/EU vallen, dient …
---+15. Het benoemingscomité en zijn taken
------+123. Significante RKV-instellingen moeten beschikken over een benoemingscomité dat de …
------+124. Leden van het benoemingscomité dienen gezamenlijk over voldoende kennis, expertise en ervaring …
------+125. Wanneer geen benoemingscomité is ingesteld, dient het leidinggevend orgaan in zijn …
------+126. Het benoemingscomité, wanneer dit is ingesteld, en het leidinggevend orgaan in zijn …
------+127. Overeenkomstig artikel 88, lid 2, laatste alinea, van Richtlijn 2013/36/EU is dit hoofdstuk …
---+16. Samenstelling van het leidinggevend orgaan, benoeming van leden en opvolging
------+128. Onverminderd het nationale vennootschapsrecht behoort het leidinggevend orgaan uit een …
------+129. Alle leden van het leidinggevend orgaan dienen geschikt te zijn. Afgezien van leden die worden …
------+130. Onverminderd de rechten van aandeelhouders om leden te benoemen dienen leden van het …
------+131. Bij het besluit om een kandidaat aan te nemen dient, waar mogelijk, rekening te worden …
------+132. Het lid van het leidinggevend orgaan dient, indien mogelijk, voordat hij in functie treedt op …
------+133. Onverminderd het recht van de aandeelhouders om alle leden van het leidinggevend orgaan …
---+Titel VII – Geschiktheidsbeoordeling door instellingen
---+17. Gemeenschappelijke elementen voor de beoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
------+134. Tenzij anders aangegeven in deze richtsnoeren, dient het leidinggevend orgaan in zijn …
------+135. In afwijking van punt 134 kunnen de individuele en collectieve geschiktheidsbeoordelingen in …
------+136. Bij de geschiktheidsbeoordelingen dient rekening te worden gehouden met alle beschikbare zaken …
------+137. Wanneer leden worden benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders en wanneer de …
------+138. Wanneer leden, in de naar behoren onderbouwde gevallen die worden genoemd in punt 135, worden …
------+139. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat aandeelhouders volledige toegang hebben tot relevante …
------+140. Wanneer sommige leden worden benoemd door het leidinggevend orgaan, dienen deze beoordelingen …
------+141. Instellingen dienen bij de beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend …
------+142. Instellingen dienen de resultaten van hun geschiktheidsbeoordeling te documenteren en in het …
------+143. Instellingen dienen bevoegde autoriteiten op de hoogte te houden van de uitkomst van …
------+144. Instellingen dienen op verzoek van de bevoegde autoriteiten extra informatie te verstrekken …
---+18. Beoordeling van de geschiktheid van individuele leden van het leidinggevend orgaan
------+145. Instellingen dienen van leden van het leidinggevend orgaan te eisen dat zij hun geschiktheid …
------+146. Als onderdeel van de beoordeling van de geschiktheid van een individueel lid van het …
------+147. Wanneer er een kwestie is die aanleiding geeft tot bezorgdheid over de geschiktheid van een …
------+148. Instellingen dienen schriftelijk een beschrijving vast te leggen van de functie waarvoor een …
---+19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
------+149. Wanneer instellingen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan beoordelen …
------+150. Instellingen dienen de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan te beoordelen met …
------+151. Bij het beoordelen van de geschiktheid van een individueel lid van het leidinggevend orgaan …
------+152. Bij het beoordelen van de collectieve geschiktheid overeenkomstig titel III, punt 7, dienen …
---+20. Continue monitoring en herbeoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van de leden van het leidinggevend orgaan
------+153. De continue monitoring van de individuele en collectieve geschiktheid van de leden van het …
------+154. Bij de herbeoordeling van de individuele of collectieve prestaties van de leden van het …
------+155. Wanneer er aanleiding is voor een herbeoordeling, dient naar behoren rekening te worden …
------+156. Significante RKV-instellingen dienen ten minste jaarlijks een periodieke herbeoordeling van de …
------+157. De uitkomst van de herbeoordeling, de reden voor de herbeoordeling en eventuele aanbevelingen …
------+158. Het leidinggevend orgaan in zijn toezichtfunctie of, indien dit is ingesteld, het …
------+159. Het leidinggevend orgaan in zijn bestuursfunctie dient kennis te nemen van het verslag en een …
------+160. Instellingen dienen de bevoegde autoriteit ervan op de hoogte te stellen wanneer …
------+161. Instellingen dienen de herbeoordelingen, met inbegrip van de uitkomsten hiervan en eventuele …
------+162. Indien het leidinggevend orgaan concludeert dat een lid van het leidinggevend orgaan …
---+21. Geschiktheidsbeoordeling van medewerkers met een sleutelfunctie door relevante instellingen
------+163. De verantwoordelijke functie binnen een relevante instelling dient de geschiktheidsbeoordeling …
------+164. Als een relevante instelling in haar beoordeling concludeert dat een medewerker met een …
------+165. Wanneer ook een beoordeling door een bevoegde autoriteit vereist is, dienen relevante …
---+22. Corrigerende maatregelen door instellingen
------+166. Als bij de beoordeling of herbeoordeling door een instelling wordt geconcludeerd dat een …
------+167. Als een instelling bij haar beoordeling of herbeoordeling concludeert dat het leidinggevend …
------+168. Wanneer een instelling corrigerende maatregelen neemt, dient zij naar de specifieke situatie …
------+169. Passende corrigerende maatregelen kunnen zijn, zonder daartoe beperkt te zijn: aanpassing van …
------+170. In ieder geval dienen bevoegde autoriteiten onmiddellijk op de hoogte te worden gesteld van …
---+Titel VIII – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten
---+23. Beoordelingsprocedures van bevoegde autoriteiten
------+171. Bevoegde autoriteiten dienen in het geval van significante RKV-instellingen de …
------+172. Wat betreft significante RKV-instellingen dient de geschiktheidsbeoordeling van hoofden van …
------+173. De toezichtprocedures dienen te waarborgen dat nieuw benoemde leden van het leidinggevend …
------+174. Bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat hun toezichtprocedures hen in staat stellen …
------+175. Als onderdeel van de bovenstaande toezichtprocedures dienen instellingen te worden verplicht …
------+176. In de naar behoren onderbouwde gevallen die worden genoemd in punt 136, dient van instellingen …
------+177. Significante RKV-instellingen waarvoor overeenkomstig de punten 172 en 173 een beoordeling van …
------+178. Bevoegde autoriteiten kunnen de toezichtprocedures vastleggen die gelden voor de beoordeling …
------+179. Bevoegde autoriteiten dienen een maximumtermijn vast te stellen voor hun …
------+180. Overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2013/36/EU mag de maximumtermijn niet meer bedragen …
------+181. Bevoegde autoriteiten dienen hun beoordeling uit te voeren op basis van de documentatie en …
------+182. De beoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van de leden van het …
------+183. Voor significante RKV-instellingen dienen bevoegde autoriteiten waar nodig gebruik te maken …
------+184. De gespreksprocedure kan waar nodig ook worden gebruikt voor het opnieuw beoordelen van de …
------+185. Bevoegde autoriteiten kunnen bijeenkomsten met de instelling bijwonen of organiseren, evenals …
------+186. Een schending van een prudentiële of andere wettelijke eis door een instelling kan, onder …
---+24. Besluit van de bevoegde autoriteit
------+187. Bevoegde autoriteiten dienen een besluit te nemen op basis van de beoordeling van de …
------+188. In de in punt 181 bedoelde gevallen moet een besluit om een vergunning te verlenen of te …
------+189. Wanneer een instelling verzuimt voldoende informatie over de geschiktheid van een beoordeelde …
------+190. Wanneer uit de geschiktheidsbeoordeling door de bevoegde autoriteit blijkt dat niet voldoende …
------+191. Bevoegde autoriteiten dienen instellingen in ieder geval van een negatief besluit zo snel …
------+192. De bevoegde autoriteit dient, rekening houdend met de maatregelen die de instelling al heeft …
------+193. De onder a) en c) genoemde maatregelen dienen in het geval van significante RKV-instellingen …
------+194. Indien leden van het leidinggevend orgaan niet voldoen aan de in artikel 91, lid 1, van …
---+25. Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
------+195. Bevoegde autoriteiten dienen elkaar, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving inzake …
------+196. Bevoegde autoriteiten kunnen de uitkomsten van de door andere bevoegde autoriteiten verrichte …
------+197. Bevoegde autoriteiten die dergelijke verzoeken ontvangen, dienen indien mogelijk zo snel …
------+198. Bevoegde autoriteiten dienen in hun geschiktheidsbeoordeling rekening te houden met de in de …
------+199. Waar relevant kunnen bevoegde autoriteiten ook informatie van andere bevoegde autoriteiten …
------+200. Wanneer een bevoegde autoriteit tot een besluit over de geschiktheid van een persoon komt dat …
------+201. Indien een bevoegde autoriteit besluit dat een lid van het leidinggevend orgaan of een hoofd …
------+202. Wanneer een bevoegde autoriteit om informatie verzoekt, dient zij de naam van de beoordeelde …
---+Titel IX – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten in de context van afwikkeling
------+203. Bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten dienen de toepasselijke procedures voor de …
------+204. Als onderdeel van de bovenstaande procedures dient ervoor te worden gezorgd dat de …
------+205. De procedures dienen ervoor te zorgen dat de afwikkelingsautoriteiten bevoegde autoriteiten …
------+206. Wanneer nieuwe leden van het leidinggevend orgaan worden benoemd uit hoofde van artikel 27 …
------+207. De bijzonder bestuurder die door de afwikkelingsautoriteit in afwikkeling is benoemd en aan …
|
4. Richtsnoeren
4. Richtsnoeren
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
|
Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
|
|
Titel II – Omvang van geschiktheidsbeoordelingen door instellingen
|
Titel II – Omvang van geschiktheidsbeoordelingen door instellingen
|
|
1. De beoordeling door instellingen van de individuele geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
|
1. De beoordeling door instellingen van de individuele geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
|
|
2. De beoordeling door instellingen van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
|
2. De beoordeling door instellingen van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
|
|
3. De beoordeling door relevante instellingen van de geschiktheid van medewerkers met een sleutelfunctie
|
3. De beoordeling door relevante instellingen van de geschiktheid van medewerkers met een sleutelfunctie
|
|
Titel III – In artikel 91, lid 12, van Richtlijn 2013/36/EU genoemde begrippen met betrekking tot geschiktheid
|
Titel III – In artikel 91, lid 12, van Richtlijn 2013/36/EU genoemde begrippen met betrekking tot geschiktheid
|
|
4. Besteding van genoeg tijd door een lid van het leidinggevend orgaan
|
4. Besteding van genoeg tijd door een lid van het leidinggevend orgaan
|
|
5. Berekening van het aantal bestuursfuncties
|
5. Berekening van het aantal bestuursfuncties
|
|
6. Voldoende kennis, vaardigheden en ervaring
|
6. Voldoende kennis, vaardigheden en ervaring
|
|
7. Collectieve geschiktheidscriteria
|
7. Collectieve geschiktheidscriteria
|
|
8. Goede reputatie, eerlijkheid en integriteit
|
8. Goede reputatie, eerlijkheid en integriteit
|
|
9. Onafhankelijkheid van geest en onafhankelijke leden
|
9. Onafhankelijkheid van geest en onafhankelijke leden
|
|
9.1 Wisselwerking tussen onafhankelijkheid van geest en het beginsel van onafhankelijk zijn
|
9.1 Wisselwerking tussen onafhankelijkheid van geest en het beginsel van onafhankelijk zijn
|
|
9.2 Onafhankelijkheid van geest
|
9.2 Onafhankelijkheid van geest
|
|
9.3 Onafhankelijke leden van het leidinggevend orgaan van een relevante instelling in zijn toezichtfunctie
|
9.3 Onafhankelijke leden van het leidinggevend orgaan van een relevante instelling in zijn toezichtfunctie
|
|
Titel IV – Personele en financiële middelen voor de opleiding van leden van het leidinggevend orgaan
|
Titel IV – Personele en financiële middelen voor de opleiding van leden van het leidinggevend orgaan
|
|
10. Doelen stellen voor introductie en opleiding
|
10. Doelen stellen voor introductie en opleiding
|
|
11. Beleid voor introductie en opleiding
|
11. Beleid voor introductie en opleiding
|
|
Titel V – Diversiteit binnen het leidinggevend orgaan
|
Titel V – Diversiteit binnen het leidinggevend orgaan
|
|
12. Beleidsdoelstellingen inzake diversiteit
|
12. Beleidsdoelstellingen inzake diversiteit
|
|
Titel VI – Geschiktheidsbeleid en governanceregelingen
|
Titel VI – Geschiktheidsbeleid en governanceregelingen
|
|
13. Geschiktheidsbeleid
|
13. Geschiktheidsbeleid
|
|
14. Geschiktheidsbeleid in een groepscontext
|
14. Geschiktheidsbeleid in een groepscontext
|
|
15. Het benoemingscomité en zijn taken
|
15. Het benoemingscomité en zijn taken
|
|
16. Samenstelling van het leidinggevend orgaan, benoeming van leden en opvolging
|
16. Samenstelling van het leidinggevend orgaan, benoeming van leden en opvolging
|
|
Titel VII – Geschiktheidsbeoordeling door instellingen
|
Titel VII – Geschiktheidsbeoordeling door instellingen
|
|
17. Gemeenschappelijke elementen voor de beoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
|
17. Gemeenschappelijke elementen voor de beoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan
|
|
18. Beoordeling van de geschiktheid van individuele leden van het leidinggevend orgaan
|
18. Beoordeling van de geschiktheid van individuele leden van het leidinggevend orgaan
|
|
19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
|
19. Beoordeling van de collectieve geschiktheid van het leidinggevend orgaan
|
|
20. Continue monitoring en herbeoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van de leden van het leidinggevend orgaan
|
20. Continue monitoring en herbeoordeling van de individuele en collectieve geschiktheid van de leden van het leidinggevend orgaan
|
|
21. Geschiktheidsbeoordeling van medewerkers met een sleutelfunctie door relevante instellingen
|
21. Geschiktheidsbeoordeling van medewerkers met een sleutelfunctie door relevante instellingen
|
|
22. Corrigerende maatregelen door instellingen
|
22. Corrigerende maatregelen door instellingen
|
|
Titel VIII – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten
|
Titel VIII – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten
|
|
23. Beoordelingsprocedures van bevoegde autoriteiten
|
23. Beoordelingsprocedures van bevoegde autoriteiten
|
|
24. Besluit van de bevoegde autoriteit
|
24. Besluit van de bevoegde autoriteit
|
|
25. Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
|
25. Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten
|
|
Titel IX – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten in de context van afwikkeling
|
Titel IX – Geschiktheidsbeoordeling door bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten in de context van afwikkeling
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|