| Aandeelhouder | een persoon die aandelen in een beleggingsonderneming bezit, of, afhankelijk van de rechtsvorm van een beleggingsonderneming, andere eigenaren of leden van de beleggingsonderneming. personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de beleggingsonderneming individueel of van de groep of van de door haar beheerde activa wezenlijk beïnvloeden volgens de criteria die zijn vervat in artikel 30, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/2034 en de gedelegeerde verordening van de Commissie die is vastgesteld krachtens de in de laatste alinea van artikel 30, lid 4, |
| Aangewezen personeelsleden | van deze richtlijn bedoelde bevoegdheid (technische reguleringsnormen met betrekking tot aangewezen personeelsleden) en, indien van toepassing, volgens aanvullende, door de beleggingsonderneming vastgelegde criteria ter waarborging van de aanwijzing van alle personeelsleden wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel wezenlijk beïnvloeden. alle vormen van vaste en variabele beloning, waaronder betalingen en geldelijke of niet-geldelijke voordelen, die door of namens beleggingsondernemingen rechtstreeks aan personeelsleden worden toegekend in ruil voor door hen geleverde professionele diensten, betalingen van “carried |
| Beloning | interest” in de zin van artikel 4, lid 1, punt d), van Richtlijn 2011/61/EU2 en andere betalingen die worden gedaan via methoden en vehikels die, als ze niet als beloning zouden worden beschouwd, zouden leiden tot een omzeiling3 van de beloningsvereisten van Richtlijn (EU) 2019/2034. het maximale bedrag aan variabele beloning dat kan worden toegekend in de toekenningsprocedure die is vastgesteld op het |
| Bonuspool | niveau van de beleggingsonderneming of van een bedrijfseenheid van de beleggingsonderneming. |
| Consoliderende instelling | de instelling of beleggingsonderneming die verplicht is aan de prudentiële vereisten te voldoen op basis van de geconsolideerde situatie overeenkomstig deel 1, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013, en artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033. Elke verwijzing naar de term “consoliderende instelling” omvat ook de EU-moederonderneming. |
| EBA Public | betalingen die onmiddellijk na de opbouwperiode plaatsvinden en |
| Directe betalingen | die niet worden uitgesteld. |
| EU-moederonderneming | een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederbeleggingsholding of een gemengde financiële EU-moederholding die zich overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2019/2033 op basis van de geconsolideerde situatie aan de prudentiële vereisten moet houden. aanvullende beloningscomponenten die voor een breed personeelsbestand of voor personeelsleden in bepaalde functies |
| Gangbaar arbeidsvoorwaardenpakket | op basis van vooraf vastgestelde selectiecriteria verkrijgbaar zijn, zoals bijvoorbeeld gezondheidszorg, kinderopvang of evenredige periodieke pensioenbijdragen bovenop de verplichte regeling en de reiskostenvergoeding. de financiële instrumenten, andere contracten of vehikels die in |
| Instrumenten | een van de categorieën vallen die in artikel 32, lid 1, onder j), van Richtlijn (EU) 2019/2034 worden genoemd. het verschil tussen het gemiddelde bruto-uurloon van mannen en |
| Loonkloof tussen mannen en vrouwen | dat van vrouwen, uitgedrukt als percentage van het gemiddelde bruto-uurloon van mannen. een regeling die het de beleggingsonderneming mogelijk maakt de waarde van de gehele uitgestelde variabele beloning of een deel |
| Malusregeling | daarvan op basis van risicoaanpassingen achteraf te verminderen voordat deze is verworven. |
| Niet-roulerende meerjarige opbouwperiode Ondervertegenwoordigd geslacht | een meerjarige opbouwperiode die niet overlapt met andere meerjarige opbouwperioden. Het minder vertegenwoordigde mannelijke of vrouwelijke geslacht. betalingen door een beleggingsonderneming of haar dochterondernemingen in verband met voortijdige beëindiging van een overeenkomst, d.w.z. in het geval van tijdelijke |
| Ontslagvergoedingen | overeenkomsten beëindiging vóór de einddatum van de overeenkomst, en in het geval van overeenkomsten voor onbepaalde tijd beëindiging vóór het bereiken van de contractueel overeengekomen of wettelijke pensioenleeftijd. instrumenten waarvan de waarde is gebaseerd op de beoordeling |
| Op aandelen gebaseerde instrumenten | van de marktwaarde van het aandeel en waarvoor de aandeelkoers als referentie geldt, bv. “stock appreciation rights” of bepaalde soorten synthetische aandelen. de periode gedurende welke de prestaties worden beoordeeld en |
| Opbouwperiode | gemeten om te bepalen of een variabele beloning wordt toegekend. alle personeelsleden van een beleggingsonderneming en haar dochterondernemingen op geconsolideerde basis en alle leden |
| Personeel | van de respectieve leidinggevende organen in hun bestuursfunctie en toezichthoudende functie. |
| EBA Public | de toepassing van de prudentiële regels die zijn vastgesteld in |
| Prudentiële consolidatie | artikel 25, lid 4, Richtlijn (EU) 2019/2034, en artikel 7, Verordening (EU) 2019/2033. variabele beloning die wordt toegekend op voorwaarde dat |
| Retentiebonus | personeelsleden gedurende een vooraf vastgestelde tijd bij de beleggingsonderneming blijven werken. een periode na de verwerving van instrumenten die als variabele |
| Retentieperiode | beloning zijn toegekend, gedurende welke deze niet kunnen worden verkocht of er niet over kan worden beschikt. een regeling op grond waarvan het personeelslid de eigendom van een bedrag aan variabele beloning dat in het verleden is uitbetaald |
| Terugvorderingsregeling | of dat al is verworven, onder bepaalde voorwaarden aan de beleggingsonderneming moet teruggeven. het verlenen van variabele beloning over een specifieke |
| Toekenning | opbouwperiode, onafhankelijk van het feitelijke tijdstip waarop het toegekende bedrag wordt betaald. de tijd tussen de toekenning van de variabele beloning en de |
| Uitstelperiode | verwerving daarvan, gedurende welke het personeelslid niet de juridische eigenaar van de toegekende beloning is. |
| Variabele beloning | alle beloningen die geen vaste beloning zijn. betalingen of uitkeringen aan personeelsleden die voldoen aan de |
| Vaste beloning | in hoofdstuk 7 vastgestelde voorwaarden voor de toekenning ervan. het effect waardoor het personeelslid de juridische eigenaar wordt van de toegekende variabele beloning, ongeacht het |
| Verwerving | instrument dat wordt gebruikt voor de betaling of de vraag of de betaling onderworpen is aan aanvullende retentieperioden of terugvorderingsregelingen. |