+5.1 Algemene overwegingen
---+97. Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of de regelingen voor interne governance van een …
---+98. Voor het SREP dienen de beoordeling van de interne governance en risicobeheersing van de …
---+99. De beoordeling van interne governance dient in aanmerking te worden genomen bij de specifieke …
---+100. In overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake interne governance dient bij de beoordeling …
---+101. Om een consistente bescherming van de belegger in alle financiële diensten te waarborgen …
---+102. Bevoegde autoriteiten dienen rekening te houden met het evenredigheidsbeginsel teneinde te …
---+103. Voor de toepassing van de bovenstaande paragraaf en gelet op de verscheidenheid aan …
---+104. Bij de beoordeling van de interne governance dienen voor de toepassing van het …
---+105. Voor een passende toepassing van het SREP in het geval van beleggingsondernemingen die …
---+106. Voor beleggingsondernemingen die voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) …

5.1 Algemene overwegingen

5.1 Algemene overwegingen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
97. Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of de regelingen voor interne governance van een …

Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of de regelingen voor interne governance van een beleggingsonderneming al dan niet toereikend en geschikt zijn voor het risicoprofiel, het bedrijfsmodel, de aard, de omvang en de complexiteit van de beleggingsonderneming. Zij dienen vast te stellen in hoeverre de beleggingsonderneming de toepasselijke nationale en EU-vereisten voor degelijke regelingen voor een deugdelijke interne governance naleeft en stellen eventuele tekortkomingen daarin vast. Bevoegde autoriteiten dienen vooral te beoordelen of de regelingen voor interne governance een deugdelijk risicobeheer garanderen en gepaste interne risicobeheersing en toezicht omvatten. Bevoegde autoriteiten dienen vast te stellen of slechte regelingen voor interne governance en de potentiële impact daarvan op de duurzaamheid van het risicoprofiel van de beleggingsonderneming wezenlijke risico’s inhouden.

98. Voor het SREP dienen de beoordeling van de interne governance en risicobeheersing van de …

Voor het SREP dienen de beoordeling van de interne governance en risicobeheersing van de beleggingsonderneming, met inachtneming van de toepassing van het evenredigheidsbeginsel, een beoordeling te omvatten van de volgende gebieden:

  • a. het algehele kader voor interne governance, dat een duidelijke organisatorische structuur dient te omvatten en een gepaste bedrijfsrisicocultuur;
  • b. de samenstelling, organisatie en het functioneren van het leidinggevend orgaan en zijn eventuele comités;
  • c. beloningsbeleid en beloningspraktijken;
  • d. het kader voor interne risicobeheersing, dat een onafhankelijke naleving dient te bevatten en, indien van toepassing, een interne risicobeheers- en interne auditfunctie dient te omvatten;
  • e. risicobeheersingskader, met inbegrip van het ICARAP;
  • f. Informatie- en communicatietechnologie; en
  • g. bedrijfscontinuïteitsplanning.
99. De beoordeling van interne governance dient in aanmerking te worden genomen bij de specifieke …

De beoordeling van interne governance dient in aanmerking te worden genomen bij de specifieke beoordeling van het risicobeheer en de risicobeheersing in de titels 6 en 8, de in titel 7 omschreven SREP-kapitaalbeoordeling en de in titel 9 omschreven SREP-liquiditeitsbeoordeling. Op dezelfde wijze dienen de analyse van de interne kapitaaltoereikendheid per afzonderlijk risico en de toetsing van het proces van interne risicobeoordeling overeenkomstig titel 7, met inbegrip van daarbij eventueel geconstateerde

34 tekortkomingen, in aanmerking te worden genomen bij de beoordeling van het algehele risicobeheer in deze titel.

100. In overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake interne governance dient bij de beoordeling …

In overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake interne governance13 dient bij de beoordeling van het kader voor interne governance na te worden gegaan of er governanceregelingen en -mechanismen aanwezig zijn om te waarborgen dat de beleggingsonderneming voldoet aan toepasselijke AML/CFT-vereisten, en rekening te worden gehouden met eventuele aanvullende informatie van de AML/CFT-toezichthouder inzake de beoordeling van deze regelingen en mechanismen.

101. Om een consistente bescherming van de belegger in alle financiële diensten te waarborgen …

Om een consistente bescherming van de belegger in alle financiële diensten te waarborgen, dienen bevoegde autoriteiten samen te werken met de marktautoriteiten en rekening houden met de relevante informatie die zij van deze autoriteiten ontvangen voor de beoordeling van de governanceregelingen en ondernemingsbrede controles.

Evenredigheidsbeginsel

102. Bevoegde autoriteiten dienen rekening te houden met het evenredigheidsbeginsel teneinde te …

Bevoegde autoriteiten dienen rekening te houden met het evenredigheidsbeginsel teneinde te waarborgen dat de interne governanceregelingen die zijn ingesteld door beleggingsondernemingen, ook binnen de context van groepen beleggingsondernemingen, passen bij het specifieke risicoprofiel van de onderneming en de groep, evenredig zijn met hun omvang en interne organisatie, relevant voor hun bedrijfsmodel, geschikt voor de aard, omvang en complexiteit van hun activiteiten en voldoende om doeltreffend de doelen van de relevante regelgevingsvereisten te bereiken.

103. Voor de toepassing van de bovenstaande paragraaf en gelet op de verscheidenheid aan …

Voor de toepassing van de bovenstaande paragraaf en gelet op de verscheidenheid aan bedrijfsmodellen waaronder beleggingsondernemingen en groepen beleggingsondernemingen opereren, dient te worden beoordeeld of beleggingsondernemingen met een complexere organisatie of met een grotere schaal geavanceerdere governanceregelingen dienen te hebben, terwijl beleggingsondernemingen met een eenvoudiger organisatie of met een kleinere schaal of minder complexe activiteiten eenvoudiger governanceregelingen kunnen toepassen.

104. Bij de beoordeling van de interne governance dienen voor de toepassing van het …

Bij de beoordeling van de interne governance dienen voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel de volgende criteria in aanmerking te worden genomen, overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake interne governance:

  • a. de omvang in termen van de balans van de beleggingsonderneming en haar dochterondernemingen die onder de prudentiële consolidatie vallen;
  • b. de beheerde activa;
  • c. of de beleggingsonderneming over een vergunning beschikt om geld of activa van cliënten te houden;

13 EBA-richtsnoeren inzake interne governance overeenkomstig Richtlijn (EU) 2019/2034 (EBA/GL/2021/14). 35

  • d. de bewaarde en beheerde activa;
  • e. het volume aan afgehandelde orders;
  • f. de omvang van de dagelijkse transactiestroom;
  • g. de geografische aanwezigheid van de beleggingsonderneming en de omvang van de werkzaamheden in elk rechtsgebied, met inbegrip van derde landen;
  • h. de rechtsvorm van de beleggingsonderneming, evenals de vraag of de beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, en zo ja, de voor de groep uitgevoerde evenredigheidsbeoordeling;
  • i. of de beleggingsonderneming interne modellen mag gebruiken voor de meting van de kapitaalvereisten, zoals bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033;
  • j. het soort activiteiten waarvoor de beleggingsonderneming een vergunning heeft, de diensten die zij verricht (zoals bepaald in delen A en B van Bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU) en andere diensten die de beleggingsonderneming verricht;
  • k. het onderliggende bedrijfsmodel en de onderliggende bedrijfsstrategie; de aard en complexiteit van de bedrijfsactiviteiten, en de organisatiestructuur van de beleggingsonderneming;
  • l. de risicostrategie, de risicobereidheid en het werkelijke risicoprofiel van de beleggingsonderneming, waarbij ook rekening wordt gehouden met het resultaat van de SREP-kapitaal- en SREP-liquiditeitsbeoordelingen;
  • m. de eigendoms- en financieringsstructuur van de beleggingsonderneming;
  • n. het type cliënt;
  • o. de complexiteit van de financiële instrumenten of contracten;
  • p. de uitbestede functies en distributiekanalen;
  • q. de bestaande IT- en communicatiesystemen, met inbegrip van continuïteitssystemen en uitbestedingsfuncties op dit gebied;
105. Voor een passende toepassing van het SREP in het geval van beleggingsondernemingen die …

Voor een passende toepassing van het SREP in het geval van beleggingsondernemingen die overeenkomstig titel 2 in categorie 3 zijn ingedeeld, zijn in de respectieve afdelingen van deze titel aangepaste minimumvoorschriften opgenomen.

106. Voor beleggingsondernemingen die voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) …

Voor beleggingsondernemingen die voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 vastgestelde voorwaarden om als kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen te worden aangemerkt (klasse 3-ondernemingen), dienen bevoegde autoriteiten hun organisatorische regelingen te herzien zoals zij passend achten, rekening houdend met de toepasselijke regelgevingsvereisten.

36

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/