+40. Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende …
|
40. Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende …
Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende wijze in aanmerking neemt bij het waarderen van kredietposities. Kredietinstellingen moeten met name de volgende feitelijke situaties in acht nemen, die mogelijk wijzen op ontoereikende ramingen van te verwachten kredietverliezen: - a. het verlenen van krediet aan kredietnemers op basis van fragiele inkomstenstromen (die bij een neergang niet-recurrent zouden kunnen worden) of zonder documentatie of beperkte controle van de inkomstenbronnen van de kredietnemer;
- b. hoge schuldendienstverplichtingen vergeleken met de verminderde netto beschikbare kasstromen van de kredietnemer;
- c. flexibele terugbetalingsregelingen, met inbegrip van betaalpauzes, aflossingsvrije betalingen en negatieve afschrijvingen;
- d. voor vastgoed- en andere objectfinanciering, het uitlenen van bedragen die gelijk aan of groter dan de waarde van het gefinancierde goed zijn of die op een andere wijze een onvoldoende marge van zekerheidsbescherming bieden;
- e. buitensporige toename van de wijzigingen van kredietposities als gevolg van de financiële problemen van de kredietnemer11 of heronderhandelingen/wijzigingen van kredietposities om andere redenen (zoals de concurrentiedruk waar kredietinstellingen mee te maken krijgen);
- f. ontduiking van de classificatie- en ratingvereisten, met inbegrip van de sanering, herfinanciering of herindeling van de kredietposities;
- g. buitensporige toename van het kredietvolume, met name met betrekking tot de toename van het kredietvolume door andere geldschieters in dezelfde markt; en
- h. de toenemende omvang en ernst van achterstallig krediet, lage kredietkwaliteit en verminderde kredietwaardigheid.
11 Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/227 van de Commissie van 9 januari 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 41 van 20.2.2015, blz. 1), waarin specifieke definities van respijt en niet-renderende blootstellingen worden vastgesteld.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|