+4.2 De beginselen inzake de werkwijzen ten aanzien van het beheer van kredietrisico en de verantwoording van te verwachten kredietverliezen
---+25. Het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling moet verantwoordelijk zijn voor de …
---+26. Om deze verantwoordelijkheden na te komen, moet het leidinggevend orgaan het hoger kader de …
---+27. Een doeltreffend intern controlesysteem voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's …
---+28. De procedure van beoordeling en waardering van kredietrisico's moet het hoger kader de …
---+29. Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten …
---+30. De voorzieningenmethodologieën van een kredietinstelling moeten de definities van de …
---+31. Kredietinstellingen moeten beschikken over adequate procedures en systemen om de omvang van het …
---+32. Kredietinstellingen moeten schriftelijke beleidslijnen en procedures voor de in hun …
---+33. Gedegen methodologieën ter beoordeling van het kredietrisico en waardering van de hoogte van de …
---+34. Het identificatieproces van het kredietrisico van een kredietinstelling moet ervoor zorgen dat …
---+35. Het hoger kader moet rekening houden met desbetreffende feiten en omstandigheden, met inbegrip …
---+36. Met betrekking tot de factoren die verband houden met de aard, het vermogen en het kapitaal van …
---+37. Wanneer deze mogelijk invloed kunnen hebben op het vermogen van de kredietinstelling tot …
---+38. Goede kredietrisicomethodologieën moeten verschillende mogelijke scenario's overwegen en moeten …
---+39. Hoewel een kredietinstelling niet elk mogelijk scenario via scenariosimulaties hoeft te bepalen …
---+40. Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende …
---+41. De grondslagen voor financiële verslaggeving van kredietinstellingen moeten gericht zijn op, en …
---+42. Als onderdeel van het kredietrisicobeoordelingsproces moeten kredietinstellingen beschikken …
---+43. Het kredietratingproces moet een onafhankelijke toetsingsfunctie omvatten. De initiële …
---+44. Kredietinstellingen moeten rekening houden met een aantal criteria bij het toekennen van de …
---+45. Bij wijziging van bestaande toegekende kredietrisicograden, ofwel op een portefeuillebasis …
---+46. Het kredietratingsysteem moet alle kredietposities vastleggen bij de beoordeling van de …
---+47. Kredietinstellingen moeten de elementen van hun kredietratingsysteem beschrijven, waarbij ze …
---+48. Kredietrisicograden moeten worden herzien telkens wanneer relevante nieuwe informatie wordt …
---+49. Kredietinstellingen moeten blootstellingen met gedeelde kredietrisicokenmerken groeperen op een …
---+50. Een door de kredietinstelling gehanteerde methodologie voor het groeperen van posities om het …
---+51. Kredietposities moeten op basis van gedeelde kredietrisicokenmerken worden gegroepeerd, zodat …
---+52. Posities moeten niet op een zodanige wijze worden gegroepeerd dat een toename van het …
---+53. Kredietinstellingen moeten beschikken over een deugdelijk proces om te zorgen voor een goede …
---+54. Kredietinstellingen moeten tijdelijke aanpassingen van een voorziening alleen toepassen als een …
---+55. Dergelijke aanpassingen moeten niet permanent op lange termijn voor een niet-overgankelijke …
---+56. Het gebruik van tijdelijke aanpassingen vereist de toepassing van goede oordeelsvorming en …
---+57. Kredietinstellingen moeten gedegen kredietrisicomethodologieën implementeren met de …
---+58. Bij de beoordeling van de geschiktheid van de voorzieningen moeten de kredietinstellingen …
---+59. Afhankelijk van het vermogen om toekomstgerichte informatie op te nemen in de ramingen van te …
---+60. De gebruikte benadering voor de beoordeling van te verwachten kredietverliezen moet de meest …
---+61. Ongeacht de gebruikte beoordelingsbenadering (individueel of collectief) moet een …
---+62. Wanneer kredietinstellingen gebruikmaken van individuele beoordelingen, moet de raming van te …
---+63. In gevallen waarin bij de individuele beoordelingen van de blootstellingen van een …
---+64. Kredietinstellingen kunnen bij de beoordeling en waardering van te verwachten kredietverliezen …
---+65. Kredietinstellingen moeten beschikken over deugdelijke beleidslijnen en procedures voor het op …
---+66. De modelvalidatie moet worden uitgevoerd bij de initiële ontwikkeling en bij aanzienlijke …
---+67. Een gedegen modelvalidatiekader moet ten minste maar niet uitsluitend de volgende elementen …
---+68. Kredietinstellingen moeten beschikken over de nodige instrumenten om te zorgen voor een …
---+69. Historische informatie biedt een nuttige basis voor de identificatie van ontwikkelingen en …
---+70. Het meewegen van toekomstgerichte informatie moet niet worden vermeden op basis van het feit …
---+71. Kredietinstellingen moeten kunnen aantonen dat de toekomstgerichte informatie die als factor …
---+72. Macro-economische prognoses en andere relevante informatie moeten consequent worden toegepast …
---+73. Kredietinstellingen moeten voorzichtigheid betrachten bij het bepalen van het niveau van …
---+74. Bovendien moeten kredietinstellingen bij de ontwikkeling van hun raming van te verwachten …
---+75. Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gebruikmaken van gemeenschappelijke processen …
---+76. Werkwijzen ten aanzien van kredietrisico moeten periodiek worden herzien om te zorgen dat de …
---+77. De bovengenoemde gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens omvatten …
---+78. Het doel van openbare informatieverschaffing is om voor de besluitvorming nuttige informatie te …
---+79. Informatie over kredietrisicobeheer en financiële informatie moet worden verstrekt …
---+80. De toepasselijke normen en voorschriften voor jaarrekeningen vereisen oordeelsvorming van het …
---+81. Kwantitatieve en kwalitatieve informatieverschaffing moet over het geheel genomen gebruikers …
---+82. Kredietinstellingen moeten kwalitatieve informatie verstrekken over de wijze waarop …
---+83. De verstrekking van informatie betreffende de basis voor het groeperen van kredietposities moet …
---+84. Om de kwaliteit en zinvolheid van de verstrekte informatie voor de ramingen van te verwachten …
---+85. Het leidinggevend orgaan van een kredietinstelling moet op gezette tijden zijn beleid inzake …

4.2 De beginselen inzake de werkwijzen ten aanzien van het beheer van kredietrisico en de verantwoording van te verwachten kredietverliezen

4.2.1 Beginsel 1 — Verantwoordelijkheden van het leidinggevend orgaan en het hoger kader

Het leidinggevend orgaan7 en het hoger kader van een kredietinstelling moeten ervoor zorgen dat de kredietinstelling beschikt over passende werkwijzen ten aanzien van het beheer van kredietrisico, met inbegrip van een doeltreffend intern controlesysteem, om consequent passende voorzieningen te bepalen in overeenstemming met de door de kredietinstelling gestelde beleidslijnen en procedures, het toepasselijke verslaggevingskader en de desbetreffende leidraad voor toezichthouders.


7 Verschillende structuren van leidinggevende organen in de EU-lidstaten. In sommige lidstaten is een monistische structuur gebruikelijk, d.w.z. dat de toezichthoudende en leidinggevende functies van het leidinggevend orgaan door één orgaan worden uitgeoefend. Andere lidstaten hanteren een dualistisch model, waarbij twee onafhankelijke organen worden ingesteld, een voor de leidinggevende functie en de andere voor het toezicht op de leidinggevende functie. 8 De Raad voor financiële stabiliteit heeft in april 2012 de Beginselen voor goede werkwijzen bij hypotheekacceptatie voor residentieel vastgoed gepubliceerd; deze zijn erop gericht om voor rechtsgebieden een kader te creëren teneinde minimaal aanvaardbare acceptatienormen voor vastgoedkredietposities vast te stellen; beschikbaar op www.financialstabilityboard.org/publications/r_120418.pdf. EBA heeft Richtsnoeren inzake kredietwaardigheidsbeoordeling (EBA/GL/2015/11) gepubliceerd die zijn afgestemd op de FSB-beginselen en op een aantal daarvan betrekking hebben.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
25. Het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling moet verantwoordelijk zijn voor de …

Het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling moet verantwoordelijk zijn voor de goedkeuring en regelmatige herziening van de strategie voor kredietrisicobeheer van een kredietinstelling en de voornaamste beleidslijnen en procedures voor het detecteren, waarderen, beoordelen, controleren, rapporteren en verminderen van het kredietrisico, in overeenstemming met de risicobereidheid vastgesteld door het leidinggevend orgaan. Bovendien, om de risico's van kredietposities voor depositohouders en, meer algemeen, voor de financiële stabiliteit te beperken, moet het leidinggevend orgaan van een kredietinstelling eisen dat het hoger kader goede werkwijzen bij kredietacceptatie introduceert en volgt8 .

26. Om deze verantwoordelijkheden na te komen, moet het leidinggevend orgaan het hoger kader de …

Om deze verantwoordelijkheden na te komen, moet het leidinggevend orgaan het hoger kader de opdracht geven tot:

  • a. het ontwikkelen en handhaven van passende procedures, die systematisch en consequent moeten worden toegepast om passende voorzieningen vast te stellen in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader;
  • b. het opstellen en uitvoeren van een doeltreffend intern controlesysteem voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's; het periodiek verslag uitbrengen over de resultaten van de procedures voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's, met inbegrip van een raming van haar voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen;
  • c. het opzetten, implementeren en, in voorkomend geval, actualiseren van geschikte beleidslijnen en procedures voor de interne communicatie van de procedure voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's naar alle betrokken personeelsleden, met name de bij dat proces betrokken personeelsleden.

Het hoger kader moet verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de strategie voor het door het leidinggevend orgaan goedgekeurde kredietrisicobeheer en de ontwikkeling van de bovengenoemde beleidslijnen en procedures.

27. Een doeltreffend intern controlesysteem voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's …

Een doeltreffend intern controlesysteem voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's moet omvatten:

  • a. maatregelen om te voldoen aan de toepasselijke wetgeving, regelgeving, interne beleidslijnen en procedures;
  • b. maatregelen op het gebied van toezicht op de integriteit van de gebruikte gegevens en voor het redelijkerwijs garanderen dat de voorzieningen die zijn opgenomen in de jaarrekening en financiële verslagen van de kredietinstelling die aan de bevoegde autoriteit worden voorgelegd, zijn opgesteld in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader en de desbetreffende toezichtvereisten;
  • c. duidelijk omschreven procedures voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's die onafhankelijk zijn van (maar wel naar behoren rekening houden met) de functie van kredietverschaffers, die het volgende bevatten:
  • i. een doeltreffend kredietratingsysteem dat consequent wordt toegepast, nauwkeurig gradeert door de kredietrisicokenmerken te onderscheiden, veranderingen in het kredietrisico tijdig detecteert en tot passende maatregelen beweegt;
  • ii. een effectieve procedure die ervoor zorgt dat alle desbetreffende, redelijke en gefundeerde informatie, met inbegrip van toekomstgerichte informatie, op passende wijze in aanmerking wordt genomen in de kredietrisicobeoordeling en bij de waardering van te verwachten kredietverliezen. Dit omvat het onderhouden van passende verslagen, gegevens over uitgevoerde herzieningen en de identificatie en beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken personeelsleden;
  • iii. een beoordelingsbeleid dat ervoor zorgt dat de waardering van te verwachten kredietverliezen plaatsvindt op het niveau van afzonderlijke posities en ook, indien nodig om de te verwachten kredietverliezen op passende wijze te waarderen in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader, op het niveau van de collectieve beleggingsportefeuilles door posities op basis van geïdentificeerde gedeelde kredietrisicokenmerken te groeperen;
  • iv. een effectief modelvalidatieproces dat ervoor zorgt dat de modellen voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's voortdurend nauwkeurige, consequente en onvertekende voorspellende ramingen kunnen voortbrengen. Dit omvat het vaststellen van beleidslijnen en procedures die de verantwoordingsplichts- en verslagleggingsstructuur van het modelvalidatieproces, de interne regels voor het beoordelen en goedkeuren van wijzigingen van de modellen, en de rapportage van de resultaten van de modelvalidatie omschrijven;
  • v. duidelijke formele communicatie naar en coördinatie tussen het personeel van een kredietinstelling dat zich bezighoudt met kredietrisico's, het personeel dat zich bezighoudt met financiële verslaglegging, het hoger kader, het leidinggevend orgaan en anderen die betrokken zijn bij de procedure van kredietrisicobeoordeling en waardering van het te verwachten kredietrisico. Dit moet worden aangetoond door middel van schriftelijke beleidslijnen en procedures, managementrapportage en notulen van de betrokken comités, zoals het leidinggevend orgaan of het hoger kader; en
  • d. een interneauditfunctie9 die:
  • i. de doeltreffendheid van de door de kredietinstelling gehanteerde systemen en procedures voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's onafhankelijk beoordeelt, met inbegrip van het kredietratingsysteem; en
  • ii. aanbevelingen doet met betrekking tot het aanpakken van eventuele tekortkomingen die tijdens deze beoordeling aan het licht komen.

4.2.2 Beginsel 2 — Gedegen methodologieën voor te verwachten kredietverliezen

Kredietinstellingen moeten beleidslijnen vaststellen, documenteren en naleven waarin gedegen methodologieën, procedures en controles zijn opgenomen voor de beoordeling en waardering van kredietrisico's voor alle kredietposities. De waardering van voorzieningen moet uitgaan van deze methodologieën en leiden tot de passende en tijdige opname van te verwachten kredietverliezen in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader.


9 Artikel 74 van Richtlijn 2013/36/EU en de EBA-richtsnoeren over interne governance (GL 44).

28. De procedure van beoordeling en waardering van kredietrisico's moet het hoger kader de …

De procedure van beoordeling en waardering van kredietrisico's moet het hoger kader de desbetreffende informatie bieden om op basis van hun ervaring een oordeel te vormen over het kredietrisico van kredietposities en de daarmee verband houdende raming van te verwachten kredietverliezen.

29. Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten …

Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens toepassen en integreren die binnen een kredietinstelling worden gebruikt om te bepalen of, wanneer en onder welke voorwaarden krediet mag worden verleend; kredietrisico's monitoren; en de voorzieningen waarderen voor zowel de financiële administratie als kapitaaltoereikendheid.

30. De voorzieningenmethodologieën van een kredietinstelling moeten de definities van de …

De voorzieningenmethodologieën van een kredietinstelling moeten de definities van de kernbegrippen met betrekking tot de beoordeling van het kredietrisico en de waardering van te verwachten kredietverliezen duidelijk documenteren (zoals verlies- en migratiecijfers, verliesgebeurtenissen en wanbetaling). Wanneer verschillende voorwaarden, informatie of veronderstellingen in alle functionele gebieden (zoals boekhouding, kapitaaltoereikendheid en kredietrisicobeheer) worden gehanteerd, moeten de onderliggende redenen voor deze verschillen worden vastgelegd en goedgekeurd door het hoger kader. Informatie en veronderstellingen die voor de ramingen van te verwachten kredietverliezen worden gebruikt, moeten worden herzien en geactualiseerd door het toepasselijke verslaggevingskader.

31. Kredietinstellingen moeten beschikken over adequate procedures en systemen om de omvang van het …

Kredietinstellingen moeten beschikken over adequate procedures en systemen om de omvang van het kredietrisico naar behoren te kunnen vaststellen, waarderen, beoordelen, controleren, melden en matigen. Tijdens de overgang naar het accountingmodel van te verwachten kredietverliezen moeten de bestaande procedures en systemen worden beoordeeld en, in voorkomend geval, aangepast voor het verzamelen en analyseren van desbetreffende informatie die van invloed is op de beoordeling van het kredietrisico en de waardering van te verwachten kredietverliezen.

32. Kredietinstellingen moeten schriftelijke beleidslijnen en procedures voor de in hun …

Kredietinstellingen moeten schriftelijke beleidslijnen en procedures voor de in hun kredietrisicomethodologieën gebruikte kredietrisicosystemen en -controles vaststellen en naleven, evenals voor de bijzondere taken en verantwoordelijkheden van het leidinggevend orgaan en het hoger kader van de kredietinstelling.

33. Gedegen methodologieën ter beoordeling van het kredietrisico en waardering van de hoogte van de …

Gedegen methodologieën ter beoordeling van het kredietrisico en waardering van de hoogte van de voorzieningen (afhankelijk van het type blootstelling, zoals detailhandel of groothandel) moeten met name:

  • a. een robuuste procedure omvatten die is ontworpen om de kredietinstelling uit te rusten met het vermogen om de hoogte, de aard en de oorzaken van het kredietrisico vast te stellen bij eerste opname van de kredietpositie, om te zorgen dat latere wijzigingen van het kredietrisico kunnen worden geïdentificeerd en gekwantificeerd;
  • b. criteria omvatten om de invloed van toekomstgerichte informatie naar behoren in aanmerking te nemen, met inbegrip van macro-economische factoren. Op de vraag of de kredietrisicobeoordeling op een collectieve of individuele basis wordt uitgevoerd, moet een kredietinstelling kunnen aantonen dat deze afweging heeft plaatsgevonden, zodat de opname van te verwachten kredietverliezen niet wordt vertraagd. Deze criteria moeten leiden tot de identificatie van factoren die gevolgen hebben voor de terugbetaling, al dan niet in verband met de stimulansen, de bereidheid of het vermogen van de kredietnemer om de contractuele verbintenissen na te komen, of de voorwaarden van de kredietpositie. De in aanmerking te nemen economische factoren (zoals werkloosheid of de bezettingsgraad) moeten relevant zijn voor de beoordeling en kunnen, naargelang de omstandigheden, op internationaal, nationaal, regionaal of lokaal niveau zijn;
  • c. voor collectief beoordeelde posities, een beschrijving omvatten van de grondslag voor het creëren van groepen portefeuilles van posities met gedeelde kredietrisicokenmerken;
  • d. de beoordelings- en waarderingsmethoden voor te verwachten kredietverliezen (zoals een verliespercentagemethode, kans op wanbetaling (probability of default (PD))/verlies bij wanbetaling-(loss-given-default (LGD))-methode, of een andere methode) identificeren en documenteren die moeten worden toegepast op elke blootstelling of portefeuille;
  • e. de redenen documenteren waarom de gekozen methode van toepassing is, met name wanneer verschillende waarderingsmethoden voor te verwachten kredietverliezen worden gebruikt voor verschillende portefeuilles en typen van afzonderlijke posities. Kredietinstellingen moeten een verklaring kunnen geven aan de bevoegde autoriteiten van de beweegredenen voor alle wijzigingen in de waarderingsbenadering (zoals een overdracht van een verliesrisicomethode naar een PD/LGD-methode) en de kwantitatieve gevolgen van dergelijke wijzigingen;
  • f. documenteren van:
  • i. de inputs, gegevens en veronderstellingen die worden gebruikt in de procedure voor de raming van voorzieningen, zoals historische verliescijfers, PD/LGD-ramingen en economische prognoses;
  • ii. de wijze waarop de looptijd van een positie of portefeuille wordt vastgesteld (met inbegrip van de wijze waarop de verwachte wanbetalingen en vervroegde aflossingen zijn afgewogen);
  • iii. de termijn gedurende welke de historische verliesgegevens zijn beoordeeld;
  • iv. eventuele aanpassingen die nodig zijn voor de raming van te verwachten kredietverliezen in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader. Bijvoorbeeld, indien de huidige en voorspelde economische omstandigheden afwijken van de omstandigheden die in de gebruikte periode van historische schatting bestonden, moeten wijzigingen worden gemaakt die directioneel met deze verschillen overeenkomen. Bovendien heeft een kredietinstelling in de beoordeelde historische periode mogelijk weinig tot geen feitelijke verliezen ondervonden; huidige of toekomstgerichte omstandigheden kunnen echter afwijken van de omstandigheden in de historische periode, en de gevolgen van deze veranderingen voor te verwachten kredietverliezen moeten worden beoordeeld en gewaardeerd;
  • g. een procedure omvatten voor het beoordelen van de geschiktheid van belangrijke inputs en veronderstellingen in de gekozen methode van waardering van te verwachten kredietverliezen. De grondslag voor de inputs en veronderstellingen die in het kader van de raming van voorzieningen wordt gebruikt, moet in het algemeen voor elke periode consequent zijn. Wanneer de inputs en veronderstellingen of de grondslag hiervoor veranderen, moet de motivering worden gedocumenteerd;
  • h. de situaties identificeren die in het algemeen zouden leiden tot veranderingen in de methoden voor de waardering van te verwachten kredietverliezen, inputs of veronderstellingen in elke periode (zo kan een kredietinstelling verklaren dat een lening die al eerder op collectieve basis werd beoordeeld met behulp van een PD/LGD-methode, kan worden verwijderd en afzonderlijk worden beoordeeld met behulp van de discounted cash flow-methode bij ontvangst van nieuwe, specifieke informatie over de kredietnemer, zoals het verlies van een baan);
  • i. de desbetreffende interne en externe factoren die van invloed kunnen zijn op de ramingen van te verwachten kredietverliezen meewegen, zoals de acceptatienormen toegepast op een kredietpositie bij totstandkoming en wijzigingen in de industriële, geografische, economische en politieke factoren;
  • j. aan de orde stellen hoe de ramingen van te verwachten kredietverliezen worden bepaald (zoals historische verliescijfers of migratie-analyse als uitgangspunt, gecorrigeerd voor informatie over de huidige en verwachte omstandigheden). Een kredietinstelling moet een onvertekend beeld kunnen hebben van de onzekerheden en risico's in haar kredietactiviteiten bij de raming van te verwachten kredietverliezen;
  • k. bepalen welke factoren worden meegewogen bij het vaststellen van passende historische perioden gedurende welke de historische verliesgegevens worden beoordeeld. Een kredietinstelling moet over voldoende historische verliesgegevens beschikken om een zinvolle analyse van haar kredietverliezen te verschaffen voor gebruik als uitgangspunt bij de raming van de hoogte van de voorzieningen op collectieve of individuele basis;
  • l. bepalen in welke mate de waarde van zekerheden en andere kredietrisicolimiterende maatregelen de te verwachten kredietverliezen beïnvloedt;
  • m. een overzicht geven van de beleidslijnen en procedures van de kredietinstelling inzake afschrijvingen en terugvorderingen;
  • n. eisen dat de analysen, ramingen, herzieningen en andere taken/procedures die de inputs voor of outputs van de procedure van het beoordelen en waarderen van kredietrisico's vormen, worden uitgevoerd door gekwalificeerd en goed opgeleid personeel en gevalideerd door personeelsleden die onafhankelijk zijn van de kredietactviteiten van de kredietinstelling. Deze inputs voor en outputs van deze functies moeten goed worden gedocumenteerd en de documentatie moet duidelijke verklaringen bevatten ter ondersteuning van de analysen, ramingen en herzieningen;
  • o. de methoden documenteren die worden gebruikt voor de validatie van modellen voor de waardering van te verwachten kredietverliezen (zoals backtests);
  • p. ervoor zorgen dat de ramingen van te verwachten kredietverliezen voldoende toekomstgerichte informatie bevatten, met inbegrip van macro-economische factoren, die nog niet in op basis van afzonderlijke posities gewaardeerde voorzieningen is verwerkt. Dit kan vereisen dat het management gebruikmaakt van zijn op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet om de brede ontwikkelingen in de gehele beleggingsportefeuille, wijzigingen in het bedrijfsmodel van de kredietinstelling, macro-economische factoren, e.d., in overweging te nemen; en
  • q. een procedure vereisen ter beoordeling van de algemene geschiktheid van de voorzieningen in overeenstemming met het desbetreffende verslaggevingskader, met inbegrip van een regelmatige herziening van de modellen van te verwachten kredietverliezen.
34. Het identificatieproces van het kredietrisico van een kredietinstelling moet ervoor zorgen dat …

Het identificatieproces van het kredietrisico van een kredietinstelling moet ervoor zorgen dat de factoren die van invloed zijn op veranderingen in het kredietrisico en de ramingen van te verwachten kredietverliezen regelmatig naar behoren worden vastgesteld. Bovendien moet het afwegen van het kredietrisico verbonden aan nieuwe producten en activiteiten een belangrijk onderdeel vormen van het identificatieproces van het kredietrisico, de beoordeling van het kredietrisico en de waardering van te verwachten kredietverliezen.

35. Het hoger kader moet rekening houden met desbetreffende feiten en omstandigheden, met inbegrip …

Het hoger kader moet rekening houden met desbetreffende feiten en omstandigheden, met inbegrip van toekomstgerichte informatie, die er wellicht voor kunnen zorgen dat de te verwachten kredietverliezen verschillen van historische ervaringen en invloed kunnen hebben op het kredietrisico en de volledige inbaarheid van de kasstromen.

36. Met betrekking tot de factoren die verband houden met de aard, het vermogen en het kapitaal van …

Met betrekking tot de factoren die verband houden met de aard, het vermogen en het kapitaal van kredietnemers, de voorwaarden voor kredietposities en de waarde van de activa die werden verpand als zekerheid in combinatie met andere kredietrisicolimiterende maatregelen die van invloed kunnen zijn op de volledige inbaarheid van de kasstromen, dient een kredietinstelling (afhankelijk van het type blootstelling) het volgende in aanmerking te nemen:

  • a. haar beleidslijnen en procedures ten aanzien van kredietverlening, met inbegrip van de acceptatienormen en leenvoorwaarden die van kracht waren bij eerste opname van de kredietpositie van de kredietnemer, en of de kredietpositie werd geïnitieerd als een uitzondering op dit beleid. Het kredietverleningsbeleid van een kredietinstelling moet gegevens bevatten over haar acceptatienormen en de richtsnoeren en procedures die de procedures van kredietgoedkeuring van de kredietinstelling aandrijven;
  • b. de beschikbare bronnen van recurrente inkomsten waarmee een kredietnemer de termijnbetalingen kan verrichten;
  • c. het vermogen van een kredietnemer om voldoende kasstromen te genereren tijdens de looptijd van het financieel instrument;
  • d. de totale mate van hefboomwerking en verwachtingen van wijzigingen van de hefboomwerking van de kredietnemer;
  • e. de motivatie of bereidheid van kredietnemers om aan hun verplichtingen te voldoen;
  • f. niet-bezwaarde activa10 die de kredietnemer als zekerheid op de markt of bilateraal kan verpanden om fondsen te werven en de verwachtingen van veranderingen in de waarde van deze activa;
  • g. redelijkerwijs mogelijk eenmalige gebeurtenissen en recurrent gedrag die gevolgen kunnen hebben voor het vermogen van de kredietnemer om zijn contractuele verplichtingen na te komen; en
  • h. tijdige beoordelingen van de waarde van zekerheden en overweging van de factoren die van invloed kunnen zijn op de toekomstige waarde van zekerheden (met dien verstande dat de waarde van de zekerheden rechtstreeks van invloed zijn op ramingen van verlies bij wanbetaling).

10 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/79 van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot activabezwaring, een gemeenschappelijk gegevenspuntenmodel en validatievoorschriften.

37. Wanneer deze mogelijk invloed kunnen hebben op het vermogen van de kredietinstelling tot …

Wanneer deze mogelijk invloed kunnen hebben op het vermogen van de kredietinstelling tot terugvordering van verschuldigde bedragen, moeten kredietinstellingen rekening houden met factoren in verband met het bedrijfsmodel en de huidige en voorspelde macro-economische omstandigheden van de kredietinstelling, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

  • a. concurrentie en juridische en regelgevende voorschriften;
  • b. ontwikkelingen van het totale kredietvolume van de instelling;
  • c. het totale kredietrisicoprofiel van de kredietposities van de kredietinstelling en de verwachte wijzigingen daarvan;
  • d. kredietconcentraties naar kredietnemers of naar producttype, segment of geografische markt;
  • e. verwachtingen van innings-, afschrijvings- en terugvorderingspraktijken;
  • f. de kwaliteit van het door de kredietinstelling gehanteerde systeem voor kredietrisicobeoordeling en de mate van toezicht door het hoger kader en het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling; en
  • g. andere factoren die van invloed kunnen zijn op de te verwachten kredietverliezen, maar niet beperkt tot de verwachtingen van veranderingen in de werkloosheidcijfers, het bruto binnenlands product, referentierentetarieven, inflatie, liquiditeitsvoorwaarden of technologie.
38. Goede kredietrisicomethodologieën moeten verschillende mogelijke scenario's overwegen en moeten …

Goede kredietrisicomethodologieën moeten verschillende mogelijke scenario's overwegen en moeten niet louter steunen op subjectieve, vertekende of al te optimistische overwegingen. Kredietinstellingen moeten hun procedures ontwikkelen en documenteren om desbetreffende scenario's te genereren die worden gebruikt bij de raming van te verwachten kredietverliezen. In het bijzonder:

  • a. moeten kredietinstellingen aantonen en documenteren hoe de ramingen van te verwachten kredietverliezen zouden veranderen met veranderingen in de scenario's, met inbegrip van veranderingen van de desbetreffende externe factoren die van invloed kunnen zijn op de ramingen van te verwachten kredietverliezen of componenten van de berekening van te verwachten kredietverliezen (zoals PD- en LGD-parameters);
  • b. moeten kredietinstellingen beschikken over een schriftelijk vastgelegde procedure voor de bepaling van de tijdshorizon van de scenario's en, in voorkomend geval, de wijze waarop te verwachten kredietverliezen worden geraamd voor posities waarvan de looptijd de periode van de gebruikte economische prognose(s) overschrijdt;
  • c. kunnen scenario's intern zijn ontwikkeld of uitbesteed. Voor intern ontwikkelde scenario's moeten de kredietinstellingen beschikken over een scala van deskundigen, zoals risicodeskundigen, economen, bedrijfsmanagers en het hoger kader, die bijstand verlenen in de selectie van scenario's die relevant zijn voor het kredietrisicoprofiel van de kredietinstelling. In het geval van uitbestede scenario's moeten de kredietinstellingen ervoor zorgen dat de externe dienstverlener de scenario's aanpast om rekening te houden met de activiteiten en het kredietrisicoprofiel van de kredietinstelling, omdat de kredietinstellingen verantwoordelijk blijven voor deze scenario's;
  • d. moet backtesting worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de relevantste economische factoren die gevolgen hebben voor de inbaarheid en het kredietrisico's worden overwogen en opgenomen in de ramingen van te verwachten kredietverliezen; en
  • e. moet het hoger kader, waar marktindicatoren (zoals spreads van credit default swaps (‘CDS’)) beschikbaar zijn, kunnen oordelen dat deze een geldige benchmark zijn om de consequentheid van zijn eigen beslissingen te controleren.
39. Hoewel een kredietinstelling niet elk mogelijk scenario via scenariosimulaties hoeft te bepalen …

Hoewel een kredietinstelling niet elk mogelijk scenario via scenariosimulaties hoeft te bepalen of te modelleren, moet zij rekening houden met alle redelijke en gefundeerde informatie die relevant is voor het product, de kredietnemer, het bedrijfsmodel of het economische en regelgevingskader bij het opstellen van de ramingen van te verwachten kredietverliezen. Bij het ontwikkelen van dergelijke ramingen voor financiële verslaggeving moeten de kredietinstellingen rekening houden met de ervaringen en lessen uit vergelijkbare oefeningen die zij hebben uitgevoerd voor regelgevende doeleinden (hoewel stressscenario's niet direct worden gebruikt voor boekhoudkundige doeleinden). Toekomstgerichte informatie, met inbegrip van economische prognoses en de daarmee verbonden kredietrisicofactoren die voor de ramingen van te verwachten kredietverliezen worden gebruikt, moet in overeenstemming zijn met inputs voor andere desbetreffende ramingen in de jaarrekeningen, begrotingen, strategische en kapitaalplannen, en andere informatie die wordt gebruikt bij het beheer van en rapportage binnen de kredietinstelling.

40. Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende …

Het hoger kader moet kunnen aantonen dat hij de inherente risico's begrijpt en op passende wijze in aanmerking neemt bij het waarderen van kredietposities. Kredietinstellingen moeten met name de volgende feitelijke situaties in acht nemen, die mogelijk wijzen op ontoereikende ramingen van te verwachten kredietverliezen:

  • a. het verlenen van krediet aan kredietnemers op basis van fragiele inkomstenstromen (die bij een neergang niet-recurrent zouden kunnen worden) of zonder documentatie of beperkte controle van de inkomstenbronnen van de kredietnemer;
  • b. hoge schuldendienstverplichtingen vergeleken met de verminderde netto beschikbare kasstromen van de kredietnemer;
  • c. flexibele terugbetalingsregelingen, met inbegrip van betaalpauzes, aflossingsvrije betalingen en negatieve afschrijvingen;
  • d. voor vastgoed- en andere objectfinanciering, het uitlenen van bedragen die gelijk aan of groter dan de waarde van het gefinancierde goed zijn of die op een andere wijze een onvoldoende marge van zekerheidsbescherming bieden;
  • e. buitensporige toename van de wijzigingen van kredietposities als gevolg van de financiële problemen van de kredietnemer11 of heronderhandelingen/wijzigingen van kredietposities om andere redenen (zoals de concurrentiedruk waar kredietinstellingen mee te maken krijgen);
  • f. ontduiking van de classificatie- en ratingvereisten, met inbegrip van de sanering, herfinanciering of herindeling van de kredietposities;
  • g. buitensporige toename van het kredietvolume, met name met betrekking tot de toename van het kredietvolume door andere geldschieters in dezelfde markt; en
  • h. de toenemende omvang en ernst van achterstallig krediet, lage kredietkwaliteit en verminderde kredietwaardigheid.

11 Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/227 van de Commissie van 9 januari 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 41 van 20.2.2015, blz. 1), waarin specifieke definities van respijt en niet-renderende blootstellingen worden vastgesteld.

41. De grondslagen voor financiële verslaggeving van kredietinstellingen moeten gericht zijn op, en …

De grondslagen voor financiële verslaggeving van kredietinstellingen moeten gericht zijn op, en de voorzieningenmethodologie moet criteria omvatten voor (a) heronderhandelingen/wijzigingen van kredietposities als gevolg van financiële moeilijkheden of om andere redenen, mede gelet op de specifieke definities van respijt vastgesteld in deel 2 van bijlage V van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie en (b) de behandeling van gekochte of geïnitieerde kredietposities met verminderde kredietwaardigheid als bepaald onder het toepasselijke verslaggevingskader:

  • a. Kredietinstellingen moeten rekening houden met de volgende criteria met betrekking tot heronderhandelingen/wijzigingen van de kredietposities:
  • i. De voorzieningenmethodologie moet kredietinstellingen in staat stellen een deugdelijke beoordeling van het kredietrisico en een waardering van te verwachten kredietverliezen uit te voeren zodat het voorzieningenniveau de inbaarheid van de inhoud van de heronderhandelde/gewijzigde blootstelling weerspiegelt, ongeacht de vraag of het oorspronkelijke actief al dan niet wordt opgenomen onder het toepasselijke verslaggevingskader.
  • ii. Heronderhandelingen/wijzigingen mogen niet automatisch leiden tot de conclusie dat er sprake is van een onmiddellijke daling van het kredietrisico van de blootstelling. Een daling van het gerapporteerde voorzieningenniveau vanwege een verbeterd kredietrisico moet worden geschraagd door sterk bewijs. Klanten moeten consequent bevredigend betalingsgedrag kunnen aantonen gedurende een redelijke periode voordat het kredietrisico kan worden geacht te zijn gedaald, mede gelet op de desbetreffende vereisten voor blootstellingen in de proeftijd, zoals bepaald in deel 2, bijlage V, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie.
  • iii. Kredietinstellingen moeten zorgvuldig overwegen of de inning van de hoofdsom van een lening redelijkerwijs wordt gegarandeerd wanneer het terugbetalingsgedrag alleen de vorm van rentebetaling aanneemt na een heronderhandeling of wijziging. Daarnaast kunnen verdere verwachte vertragingen van de betaling van deze kasstromen bewijs zijn dat het kredietrisico niet is verbeterd, waardoor de mate van te verwachten kredietverliezen zorgvuldig moet worden herbeoordeeld.
  • iv. De methodologieën moeten ook een beroep doen op de kredietmedewerkers om de boekhoudafdeling van de instelling onverwijld op de hoogte te stellen wanneer blootstellingen worden heronderhandeld of gewijzigd om te zorgen voor een goede verantwoording van de wijziging. Voor complexere heronderhandelingen en wijzigingen moet regelmatig contact tussen de kredietmedewerkers en de boekhoudafdeling plaatsvinden.
  • b. Kredietinstellingen moeten rekening houden met de volgende criteria met betrekking tot gekochte of geïnitieerde kredietposities met verminderde kredietwaardigheid:
  • i. De methode moet passende identificatie mogelijk maken van en zorgen voor verantwoording voor gekochte of geïnitieerde leningen met verminderde kredietwaardigheid.
  • ii. De kasstroomramingen voor deze kredietposities moeten elke verslagperiode worden herzien en zo nodig bijgewerkt. Dergelijke bijwerkingen moeten naar behoren worden onderbouwd en gedocumenteerd en goedgekeurd door het hoger kader.

4.2.3 Beginsel 3 — Kredietratingproces en -groepering

Een kredietinstelling moet beschikken over een kredietratingproces om kredietposities op passende wijze te groeperen op basis van gedeelde kredietrisicokenmerken.

Kredietratingproces

42. Als onderdeel van het kredietrisicobeoordelingsproces moeten kredietinstellingen beschikken …

Als onderdeel van het kredietrisicobeoordelingsproces moeten kredietinstellingen beschikken over uitgebreide procedures en informatiesystemen om de kwaliteit van hun kredietposities te controleren. Deze omvatten onder meer een effectief kredietratingproces dat de variërende mate, aard en oorzaken van het kredietrisico dat na verloop van tijd kan optreden, vastlegt, teneinde redelijkerwijs te garanderen dat alle kredietposities naar behoren worden gecontroleerd en dat de voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen op passende wijze worden gewaardeerd.

43. Het kredietratingproces moet een onafhankelijke toetsingsfunctie omvatten. De initiële …

Het kredietratingproces moet een onafhankelijke toetsingsfunctie omvatten. De initiële toewijzing van kredietrisicograden aan blootstellingen en de voortdurende bijwerking ervan door eerstelijns-kredietmedewerkers moet worden onderworpen aan herziening door de onafhankelijke toetsingsfunctie.

44. Kredietinstellingen moeten rekening houden met een aantal criteria bij het toekennen van de …

Kredietinstellingen moeten rekening houden met een aantal criteria bij het toekennen van de kredietrisicograad bij eerste opname van een kredietpositie, met inbegrip van, voor zover relevant, het producttype, de voorwaarden, het bedrag en type van het onderpand, de kenmerken van de kredietnemer en de geografische locatie of een combinatie daarvan.

45. Bij wijziging van bestaande toegekende kredietrisicograden, ofwel op een portefeuillebasis …

Bij wijziging van bestaande toegekende kredietrisicograden, ofwel op een portefeuillebasis, ofwel op individuele basis, moeten kredietinstellingen rekening houden met andere relevante factoren zoals, maar niet beperkt tot, veranderingen in de vooruitzichten van de bedrijfstak, de groeipercentages, het consumentenvertrouwen en veranderingen in de economische prognoses (zoals rentetarieven, werkloosheidscijfers en grondstoffenprijzen) en na eerste opname geïdentificeerde zwakke punten in acceptatie.

46. Het kredietratingsysteem moet alle kredietposities vastleggen bij de beoordeling van de …

Het kredietratingsysteem moet alle kredietposities vastleggen bij de beoordeling van de gevolgen van veranderingen in het kredietrisico, en niet alleen de kredietverleningen die te kampen hebben gehad met aanzienlijke toenamen van het kredietrisico, verliezen hebben geleden of waarvan de kredietwaardigheid anderszins is verminderd. Dit moet een passende differentiatie van het kredietrisico en het groeperen van kredietposities binnen het kredietratingsysteem mogelijk maken, en het risico van afzonderlijke posities weerspiegelen, alsmede, wanneer geaggregeerd voor alle posities, het niveau van het kredietrisico in de portefeuille als geheel. In deze context moet een doeltreffend kredietratingsysteem kredietinstellingen in staat stellen zowel de migratie van als aanzienlijke veranderingen in het kredietrisico te identificeren.

47. Kredietinstellingen moeten de elementen van hun kredietratingsysteem beschrijven, waarbij ze …

Kredietinstellingen moeten de elementen van hun kredietratingsysteem beschrijven, waarbij ze elke kredietrisicograad duidelijk definiëren en de medewerkers aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het ontwerp, de uitvoering, het functioneren en de prestaties van het systeem, alsmede degenen die verantwoordelijk zijn voor de periodieke keuring en validatie (d.w.z. de onafhankelijke toetsingsfunctie).

48. Kredietrisicograden moeten worden herzien telkens wanneer relevante nieuwe informatie wordt …

Kredietrisicograden moeten worden herzien telkens wanneer relevante nieuwe informatie wordt ontvangen of de verwachting van een kredietinstelling van het kredietrisico is gewijzigd. Kredietrisicograden moeten periodiek formeel worden herzien (bijvoorbeeld ten minste jaarlijks of vaker indien vereist in een rechtsgebied) om redelijkerwijs te garanderen dat deze graden correct en actueel zijn. Kredietrisicograden voor afzonderlijk beoordeelde kredietposities met een hoger risico of verminderde kredietwaardigheid moeten vaker dan jaarlijks worden herzien. De ramingen van te verwachten kredietverliezen moeten tijdig worden bijgewerkt om veranderingen in de kredietrisicograden voor groepen posities of afzonderlijke posities te weerspiegelen.

Groepering op basis van gedeelde kredietrisicokenmerken

49. Kredietinstellingen moeten blootstellingen met gedeelde kredietrisicokenmerken groeperen op een …

Kredietinstellingen moeten blootstellingen met gedeelde kredietrisicokenmerken groeperen op een wijze die voldoende fijnmazig is om wijzigingen van het kredietrisico en daarmee de gevolgen voor de ramingen van te verwachten kredietverliezen voor deze groepen redelijkerwijs te beoordelen.

50. Een door de kredietinstelling gehanteerde methodologie voor het groeperen van posities om het …

Een door de kredietinstelling gehanteerde methodologie voor het groeperen van posities om het kredietrisico te beoordelen (zoals naar type instrument, productvoorwaarden, bedrijfstak/marktsegment, geografische locatie of ouderdom), moet worden gedocumenteerd en onderworpen aan passende herzieningen en interne goedkeuring door het hoger kader.

51. Kredietposities moeten op basis van gedeelde kredietrisicokenmerken worden gegroepeerd, zodat …

Kredietposities moeten op basis van gedeelde kredietrisicokenmerken worden gegroepeerd, zodat veranderingen in de hoogte van het kredietrisico inspelen op de gevolgen van veranderende omstandigheden op een gemeenschappelijke reeks van kredietrisicobepalende factoren. Dit omvat het in aanmerking nemen van het effect op het kredietrisico's van de groep als gevolg van veranderingen in de toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren. De grondslag van de groepering moet worden herzien door het hoger kader om ervoor te zorgen dat blootstellingen binnen de groep homogeen blijven voor wat betreft hun reactie op kredietrisicobepalende factoren en dat de relevante kredietrisicokenmerken en het effect daarvan op de hoogte van het kredietrisico voor de groep in de loop van de tijd geen veranderingen hebben ondergaan.

52. Posities moeten niet op een zodanige wijze worden gegroepeerd dat een toename van het …

Posities moeten niet op een zodanige wijze worden gegroepeerd dat een toename van het kredietrisico van een bepaalde positie wordt gemaskeerd door de prestaties van de groep als geheel.

53. Kredietinstellingen moeten beschikken over een deugdelijk proces om te zorgen voor een goede …

Kredietinstellingen moeten beschikken over een deugdelijk proces om te zorgen voor een goede initiële groepering van hun kredietposities. Vervolgens moet het groeperen van posities opnieuw worden beoordeeld en moeten posities worden gehersegmenteerd wanneer relevante nieuwe informatie wordt ontvangen of als uit de gewijzigde verwachtingen van het kredietrisico van de kredietinstelling blijkt dat een permanente aanpassing noodzakelijk is. Als een kredietinstelling haar posities niet tijdig kan hersegmenteren, moet een tijdelijke aanpassing worden gebruikt.

Gebruik van tijdelijke aanpassingen

54. Kredietinstellingen moeten tijdelijke aanpassingen van een voorziening alleen toepassen als een …

Kredietinstellingen moeten tijdelijke aanpassingen van een voorziening alleen toepassen als een tussenoplossing, met name in veranderende omstandigheden of als er onvoldoende tijd is om relevante nieuwe informatie op passende wijze in het bestaande proces van kredietrating en -modellering op te nemen, of om bestaande groepen kredietposities te hersegmenteren, of wanneer de kredietposities binnen een groep kredietposities anders reageren op factoren of gebeurtenissen dan aanvankelijk werd verwacht.

55. Dergelijke aanpassingen moeten niet permanent op lange termijn voor een niet-overgankelijke …

Dergelijke aanpassingen moeten niet permanent op lange termijn voor een niet-overgankelijke risicofactor worden gebruikt. Wanneer niet wordt verwacht dat de reden voor de aanpassing van tijdelijke aard is, zoals de opkomst van een nieuwe risicobepalende factor die niet eerder is opgenomen in de voorzieningenmethodologie van de instelling, moet de methode op korte termijn worden bijgewerkt om de factor op te nemen die naar verwachting een voortdurende invloed heeft op de waardering van te verwachten kredietverliezen.

56. Het gebruik van tijdelijke aanpassingen vereist de toepassing van goede oordeelsvorming en …

Het gebruik van tijdelijke aanpassingen vereist de toepassing van goede oordeelsvorming en schept een kans op vertekening. Om de kans op vertekening te voorkomen, moeten tijdelijke aanpassingen directioneel overeenstemmen met toekomstgerichte prognoses, worden gestaafd met bewijsstukken en onderworpen aan passende governanceprocessen.

4.2.4 Beginsel 4 — Toereikendheid van de voorziening

Het totale aantal voorzieningen van een kredietinstelling, ongeacht of er voorzieningen worden vastgesteld op een collectieve of individuele basis, moet voldoende en in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het toepasselijke verslaggevingskader.

57. Kredietinstellingen moeten gedegen kredietrisicomethodologieën implementeren met de …

Kredietinstellingen moeten gedegen kredietrisicomethodologieën implementeren met de doelstelling dat de algemene balans van de voorziening voor te verwachten kredietverliezen wordt ontwikkeld in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader en op adequate wijze de te verwachten kredietverliezen binnen dat kader weerspiegelt.

58. Bij de beoordeling van de geschiktheid van de voorzieningen moeten de kredietinstellingen …

Bij de beoordeling van de geschiktheid van de voorzieningen moeten de kredietinstellingen rekening houden met relevante factoren en verwachtingen op de verslagdatum die gevolgen kunnen hebben voor de inbaarheid van resterende kasstromen gedurende de looptijd van een groep kredietposities of een enkele kredietpositie. Kredietinstellingen moeten informatie in aanmerking nemen die verder gaat dan de historische en actuele gegevens, en rekening houden met redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, die relevant is voor de te beoordelen positie(s) (bijvoorbeeld detailhandel of groothandel) in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader.

59. Afhankelijk van het vermogen om toekomstgerichte informatie op te nemen in de ramingen van te …

Afhankelijk van het vermogen om toekomstgerichte informatie op te nemen in de ramingen van te verwachten kredietverliezen, kunnen kredietinstellingen gebruikmaken van individuele of collectieve beoordelingsbenaderingen; de gebruikte beoordelingsbenadering moet overeenstemmen met de desbetreffende boekhoudkundige voorschriften en niet leiden tot materieel verschillende voorzieningenwaarderingen. Individuele of collectieve beoordelingen vormen samen de basis voor de voorziening voor te verwachten kredietverliezen.

60. De gebruikte benadering voor de beoordeling van te verwachten kredietverliezen moet de meest …

De gebruikte benadering voor de beoordeling van te verwachten kredietverliezen moet de meest passende zijn voor de bijzondere omstandigheden en moet worden afgestemd op de wijze waarop de kredietinstelling de kredietpositie beheert. Zo wordt de collectieve beoordeling vaak gebruikt voor grote groepen homogene kredietposities met gedeelde kredietrisicokenmerken, zoals detailhandelportefeuilles. Individuele beoordelingen worden vaak uitgevoerd voor aanzienlijke blootstellingen of indien zorgen over het kredietrisico zijn geconstateerd op het niveau van de individuele lening, zoals leningen op een ‘watchlist’ en achterstallige leningen.

61. Ongeacht de gebruikte beoordelingsbenadering (individueel of collectief) moet een …

Ongeacht de gebruikte beoordelingsbenadering (individueel of collectief) moet een kredietinstelling ervoor zorgen dat deze niet leidt tot een uitgestelde opname van te verwachten kredietverliezen.

62. Wanneer kredietinstellingen gebruikmaken van individuele beoordelingen, moet de raming van te …

Wanneer kredietinstellingen gebruikmaken van individuele beoordelingen, moet de raming van te verwachten kredietverliezen altijd de te verwachten effecten van alle redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie omvatten, met inbegrip van macro-economische factoren, die gevolgen hebben voor oninbaarheid en kredietrisico. Bij de toepassing van een individuele beoordelingsbenadering, op dezelfde wijze als bij een collectieve beoordeling, moet de documentatie van de kredietinstelling duidelijk aantonen hoe de toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, is weergegeven in de individuele beoordeling.

63. In gevallen waarin bij de individuele beoordelingen van de blootstellingen van een …

In gevallen waarin bij de individuele beoordelingen van de blootstellingen van een kredietinstelling onvoldoende rekening wordt gehouden met de toekomstgerichte informatie, en om identificatie mogelijk te maken van de relaties tussen de toekomstgerichte informatie en de ramingen van te verwachten kredietverliezen die op individueel niveau wellicht niet zichtbaar zijn, moet een instelling kredietposities groeperen met gedeelde kredietrisicokenmerken voor de raming van de impact van toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren. Omgekeerd, wanneer kredietinstellingen bepalen dat alle redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie is opgenomen in de individuele beoordeling van te verwachten kredietverliezen, moet een aanvullende toekomstgerichte beoordeling niet worden uitgevoerd op een collectieve basis als dit tot dubbeltelling zou kunnen leiden.

4.2.5 Beginsel 5 — Modelvalidatie van te verwachten kredietverliezen

Een kredietinstelling moet beschikken over beleidslijnen en procedures om de voor de waardering van te verwachten kredietverliezen gebruikte modellen op passende wijze te valideren.

64. Kredietinstellingen kunnen bij de beoordeling en waardering van te verwachten kredietverliezen …

Kredietinstellingen kunnen bij de beoordeling en waardering van te verwachten kredietverliezen gebruikmaken van procesmodellen en op veronderstellingen gebaseerde ramingen voor risico-identificatie en -waardering, zowel op het niveau van individuele kredietposities als de totale portefeuille, met inbegrip van kredietgradering, identificatie van het kredietrisico, waardering van voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen voor boekhoudkundige doeleinden, stresstests en kapitaaltoewijzing. Bij modellen die in het proces van de beoordeling en waardering van te verwachten kredietverliezen worden gebruikt, moet rekening worden gehouden met de gevolgen van wijzigingen van de kredietnemer en aan het kredietrisico verbonden variabelen, zoals veranderingen in de PD's, LGD's, positiebedragen, onderpandwaarden, migratie van kans op wanbetaling en interne kredietrisicograden van kredietnemers op basis van historische, huidige en redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren.

65. Kredietinstellingen moeten beschikken over deugdelijke beleidslijnen en procedures voor het op …

Kredietinstellingen moeten beschikken over deugdelijke beleidslijnen en procedures voor het op passende wijze valideren van de nauwkeurigheid en consequentheid van de modellen voor de beoordeling van het kredietrisico en de waardering van te verwachten kredietverliezen, met inbegrip van hun op modellen gebaseerde kredietrisicoratingsystemen en -procedures en de raming van alle relevante risico-elementen, bij aanvang van het gebruik van het model en op permanente basis. Dergelijke beleidslijnen en procedures moeten naar behoren de rol van deskundig oordeel omvatten.

66. De modelvalidatie moet worden uitgevoerd bij de initiële ontwikkeling en bij aanzienlijke …

De modelvalidatie moet worden uitgevoerd bij de initiële ontwikkeling en bij aanzienlijke wijzigingen van de modellen voor te verwachten kredietverliezen, en moet ervoor zorgen dat de modellen geschikt zijn voor het voorgestelde gebruik ervan op een permanente basis.

67. Een gedegen modelvalidatiekader moet ten minste maar niet uitsluitend de volgende elementen …

Een gedegen modelvalidatiekader moet ten minste maar niet uitsluitend de volgende elementen bevatten:

  • a. Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden voor modelvalidatie met voldoende onafhankelijkheid en deskundigheid. Modelvalidatie moet onafhankelijk van het ontwikkelingsproces van het model en door personeel met de nodige ervaring en deskundigheid worden uitgevoerd. De bevindingen en resultaten van modelvalidatie moeten onverwijld worden gerapporteerd op het bevoegde niveau. Wanneer een kredietinstelling haar validatiefunctie heeft uitbesteed aan een externe partij, blijft de kredietinstelling verantwoordelijk voor de doelmatigheid van alle modelvalidatiewerkzaamheden en moet ze ervoor zorgen dat de werkzaamheden door de externe partij voldoen aan de elementen van een gedegen modelvalidatiekader op permanente basis.
  • b. Een passende reikwijdte en methodologie van de modelvalidatie moet bestaan uit een systematische procedure voor de beoordeling van de robuustheid, consequentheid en nauwkeurigheid van het model, evenals de blijvende relevantie ervan voor de onderliggende individuele kredietpositie of portefeuille. Een effectief modelvalidatieproces moet potentiële beperkingen van een model tevens snel kunnen identificeren en aanpakken. De mogelijkheden voor validatie moeten ook een herziening van de inputs, het ontwerp en de outputs/prestaties van het model bevatten.
  • • Modelinputs: kredietinstellingen moeten beschikken over intern vastgestelde normen inzake kwaliteit en betrouwbaarheid van gegevens (historische, huidige en toekomstgerichte informatie) die als modelinputs worden gebruikt. Gegevens die worden gebruikt voor de raming van de voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen moeten relevant zijn voor de portefeuilles van kredietinstellingen en, voor zover mogelijk, nauwkeurig, betrouwbaar en volledig zijn (d.w.z. zonder uitsluitingen die de ramingen van te verwachten kredietverliezen zouden kunnen vertekenen). Validatie moet ervoor zorgen dat de gegevens aan deze normen voldoen.
  • • Modelontwerp: voor modelontwerp moet de validatie beoordelen of de onderliggende theorie van het model qua concept solide, erkend en algemeen aanvaard is voor het beoogde doel. Vanuit een toekomstgericht perspectief moet de validatie ook beoordelen in welke mate het model, op het niveau van het algemene model en individuele risicofactoren, rekening kan houden met veranderingen in de economische of kredietomgeving, alsmede wijzigingen in het zakelijk profiel of de strategie van de portefeuille, zonder de robuustheid van het model aanzienlijk te verminderen.
  • • Output/prestaties van het model: kredietinstellingen moeten beschikken over intern vastgestelde normen voor de aanvaardbare prestaties van het model. Wanneer de prestatiedrempels aanzienlijk worden overschreden, moeten corrigerende maatregelen tot en met de herijking of herontwikkeling van het model worden genomen.
  • c. Uitgebreide documentatie over het modelvalidatiekader en -proces. Deze omvat onder meer het documenteren van de uitgevoerde valideringsprocedures, eventuele wijzigingen in de validatiemethodologie en -instrumenten, het bereik van de gebruikte gegevens, de valideringsresultaten en, waar nodig, alle genomen corrigerende maatregelen. Kredietinstellingen moeten ervoor zorgen dat de documentatie op gezette tijden wordt herzien en geactualiseerd.
  • d. Een herziening van het modelvalidatieproces door onafhankelijke partijen (bv. interne of externe partijen) om de algemene doeltreffendheid van het modelvalidatieproces en de onafhankelijkheid van het modelvalidatieproces van het ontwikkelingsproces te beoordelen. De bevindingen van de herziening moeten onverwijld worden gerapporteerd op het bevoegde niveau (bv. het hoger kader, het auditcomité).

4.2.6 Beginsel 6 — Op ervaring gebaseerd oordeel inzake krediet

Het is essentieel dat een kredietinstelling gebruikmaakt van haar op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet, met name bij het meewegen van alle redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, voor het beoordelen en waarderen van te verwachten kredietverliezen.

68. Kredietinstellingen moeten beschikken over de nodige instrumenten om te zorgen voor een …

Kredietinstellingen moeten beschikken over de nodige instrumenten om te zorgen voor een robuuste raming en tijdige opname van te verwachten kredietverliezen. Gezien het feit dat gegevens over historische verliesgegevens of de gevolgen van de huidige omstandigheden het kredietrisico in de kredietposities mogelijk niet volledig weerspiegelen, moeten de kredietinstellingen gebruikmaken van hun op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet om de verwachte gevolgen van alle redelijke en gefundeerde toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, op te nemen in hun raming van te verwachten kredietverliezen. Het gebruik door een kredietinstelling van haar op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet moet schriftelijk worden vastgelegd in de kredietrisicomethodologie van de kredietinstelling en worden onderworpen aan passend toezicht.

69. Historische informatie biedt een nuttige basis voor de identificatie van ontwikkelingen en …

Historische informatie biedt een nuttige basis voor de identificatie van ontwikkelingen en correlaties die nodig zijn voor de identificatie van kredietrisicobepalende factoren voor kredietposities. Ramingen van te verwachten kredietverliezen mogen echter niet voorbijgaan aan het effect van (toekomstgerichte) gebeurtenissen en omstandigheden op die factoren. De raming moet de verwachte toekomstige kasstroomtekorten als gevolg van deze effecten weerspiegelen.

70. Het meewegen van toekomstgerichte informatie moet niet worden vermeden op basis van het feit …

Het meewegen van toekomstgerichte informatie moet niet worden vermeden op basis van het feit dat een kredietinstelling de kosten van dergelijke toekomstgerichte informatie als zeer hoog of onnodig beschouwt of omdat er sprake is van onzekerheid bij de formulering van toekomstgerichte scenario's, tenzij de extra kosten en operationele lasten die moeten worden ingevoerd niet bijdragen tot een kwalitatief hoogwaardige tenuitvoerlegging van een verslaggevingskader betreffende te verwachten kredietverliezen.

71. Kredietinstellingen moeten kunnen aantonen dat de toekomstgerichte informatie die als factor …

Kredietinstellingen moeten kunnen aantonen dat de toekomstgerichte informatie die als factor wordt meegewogen in de raming van te verwachten kredietverliezen een verband heeft met de kredietrisicobepalende factoren voor bepaalde posities of portefeuilles. Gezien het feit dat het wellicht niet mogelijk is om in formele statistische termen een sterk verband aan te tonen tussen bepaalde categorieën informatie, of zelfs de informatieset als geheel, en de kredietrisicobepalende factoren, moeten de kredietinstellingen gebruikmaken van hun op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet bij het vaststellen van een passend niveau voor de individuele of collectieve voorziening. Wanneer een als relevant aangemerkte toekomstgerichte factor niet wordt opgenomen in de individuele of collectieve beoordeling, kunnen tijdelijke aanpassingen nodig zijn.

72. Macro-economische prognoses en andere relevante informatie moeten consequent worden toegepast …

Macro-economische prognoses en andere relevante informatie moeten consequent worden toegepast in alle portfolio's wanneer de kredietrisicobepalende factoren van de portefeuilles op dezelfde wijze door deze prognoses/veronderstellingen worden beïnvloed. Voorts moeten kredietinstellingen bij het opstellen van de ramingen van te verwachten kredietverliezen hun op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet toepassen om hun positie in de kredietcyclus in aanmerking te nemen, hetgeen kan variëren in de rechtsgebieden waar zij kredietposities hebben.

73. Kredietinstellingen moeten voorzichtigheid betrachten bij het bepalen van het niveau van …

Kredietinstellingen moeten voorzichtigheid betrachten bij het bepalen van het niveau van voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen die voor boekhoudkundige doeleinden worden opgenomen om ervoor te zorgen dat de daaruit voortvloeiende ramingen op passende wijze zijn gebruikt (d.w.z. overeenstemmend met neutraliteit en noch onderschat, noch overschat).

74. Bovendien moeten kredietinstellingen bij de ontwikkeling van hun raming van te verwachten …

Bovendien moeten kredietinstellingen bij de ontwikkeling van hun raming van te verwachten kredietverliezen gebruikmaken van een breed scala van informatie verkregen in het proces voor kredietrisicobeheer, met inbegrip van toekomstgerichte informatie voor risicobeheer en kapitaaltoereikendheid.

4.2.7 Beginsel 7 — Gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens

Kredietinstellingen moeten beschikken over een gedegen proces voor het beoordelen en waarderen van kredietrisico's die hen voorziet van een belangrijke basis voor gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens om het kredietrisico te beoordelen en te verwachten kredietverliezen te verantwoorden.

75. Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gebruikmaken van gemeenschappelijke processen …

Kredietinstellingen moeten zoveel mogelijk gebruikmaken van gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens om het kredietrisico te beoordelen, de te verwachten kredietverliezen voor boekhoudkundige doeleinden te waarderen en de te verwachten verliezen te bepalen voor kapitaaltoereikendheid om de betrouwbaarheid en consequentheid van de resulterende ramingen van te verwachten kredietverliezen te versterken, transparantie te verhogen en, via marktdiscipline, stimulansen te bieden om gedegen werkwijzen ten aanzien van kredietrisico te volgen.

76. Werkwijzen ten aanzien van kredietrisico moeten periodiek worden herzien om te zorgen dat de …

Werkwijzen ten aanzien van kredietrisico moeten periodiek worden herzien om te zorgen dat de desbetreffende gegevens die in de hele organisatie van de kredietinstelling beschikbaar zijn, worden vastgelegd en dat de systemen worden bijgewerkt wanneer de werkwijzen bij kredietacceptatie of bedrijfspraktijken van een kredietinstelling veranderen of na verloop van tijd evolueren. Een feedbackmechanisme moet worden ingesteld om te zorgen dat informatie over de ramingen van te verwachten kredietverliezen, veranderingen in het kredietrisico en feitelijke verliezen op kredietposities wordt uitgewisseld tussen deskundigen op het gebied van kredietrisico, boekhoudkundige en rapportagemedewerkers, en met name met kredietacceptatiemedewerkers.

77. De bovengenoemde gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens omvatten …

De bovengenoemde gemeenschappelijke processen, systemen, instrumenten en gegevens omvatten onder andere kredietratingsystemen, geraamde PD's (mits de nodige aanpassingen), achterstalligheidsstatus, loan-to-value-ratio's, historische verliescijfers, producttype, afschrijvingsschema, aanbetalingseisen, marktsegment, geografische locatie, ouderdom (d.w.z. datum van totstandkoming) en type onderpand.

4.2.8 Beginsel 8 — Informatieverschaffing

De openbare informatieverschaffing van een kredietinstelling moet transparantie en vergelijkbaarheid bevorderen door tijdige, relevante en nuttige informatie te verschaffen.

78. Het doel van openbare informatieverschaffing is om voor de besluitvorming nuttige informatie te …

Het doel van openbare informatieverschaffing is om voor de besluitvorming nuttige informatie te verschaffen over de financiële positie en prestaties van een kredietinstelling, en de wijzigingen daarin, voor een breed scala aan gebruikers op een duidelijke en begrijpelijke wijze. Kredietinstellingen moeten ernaar streven informatie te verstrekken die relevant en vergelijkbaar is, zodat gebruikers tijdige, weloverwogen beslissingen kunnen nemen en in staat zijn het beheer van het leidinggevend orgaan en het hoger kader te beoordelen.

79. Informatie over kredietrisicobeheer en financiële informatie moet worden verstrekt …

Informatie over kredietrisicobeheer en financiële informatie moet worden verstrekt overeenkomstig de toepasselijke kaders voor financiële verslaglegging en toezicht12 . Kredietinstellingen moeten de nodige informatie verschaffen om de blootstelling aan kredietrisico van een kredietinstelling eerlijk weer te geven, met inbegrip van de ramingen van te verwachten kredietverliezen, en relevante informatie verstrekken over de werkwijzen bij kredietacceptatie.


12 In overeenstemming met deel 8 van Verordening (EU) nr. 575/2013, EBA GL/2016/11 betreffende de vereiste informatie in het kader van deel 8 van Verordening (EU) nr. 573/2013) en EBA GL/2014/14 betreffende het wezenlijke, gepatenteerde en vertrouwelijke karakter van informatie en betreffende de frequentie van openbaarmaking onder artikel 432, lid 1, artikel 432, lid 2, en artikel 433 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

80. De toepasselijke normen en voorschriften voor jaarrekeningen vereisen oordeelsvorming van het …

De toepasselijke normen en voorschriften voor jaarrekeningen vereisen oordeelsvorming van het hoger kader van kredietinstellingen om het passende niveau van aggregatie en splitsing van de openbaargemaakte gegevens toe te passen, zodat de informatieverschaffing aan de boekhoudkundige voorschriften blijft voldoen en inzicht geeft in de blootstelling aan kredietrisico en te verwachten kredietverliezen van een kredietinstelling, zodat gebruikers een analyse van afzonderlijke instellingen en vergelijkingen van referentiegroepen kunnen maken.

81. Kwantitatieve en kwalitatieve informatieverschaffing moet over het geheel genomen gebruikers …

Kwantitatieve en kwalitatieve informatieverschaffing moet over het geheel genomen gebruikers voorzien van de belangrijkste veronderstellingen/inputs die worden gebruikt om ramingen van te verwachten kredietverliezen te ontwikkelen. In de informatieverschaffing moet de nadruk worden gelegd op beleidslijnen en definities die zijn geïntegreerd in de raming van te verwachten kredietverliezen (zoals de door een kredietinstelling gehanteerde basis voor het groeperen van kredietposities in portefeuilles met vergelijkbare kredietrisicokenmerken en haar definitie van wanbetaling13 ), de factoren die leiden tot veranderingen in de ramingen van te verwachten kredietverliezen en de wijze waarop het op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet van het hoger kader is opgenomen. Uit de verstrekking van informatie over belangrijke beleidslijnen moet blijken hoe deze beleidslijnen zijn uitgevoerd in de specifieke context van de kredietinstelling.


13 Zie de punten 89 en 90 in de volgende paragraaf voor verdere richtsnoeren voor de definitie van wanbetaling.

82. Kredietinstellingen moeten kwalitatieve informatie verstrekken over de wijze waarop …

Kredietinstellingen moeten kwalitatieve informatie verstrekken over de wijze waarop toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, is opgenomen in het proces voor de raming van te verwachten kredietverliezen, in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader, met name wanneer de beoordeling wordt uitgevoerd op een individuele basis.

83. De verstrekking van informatie betreffende de basis voor het groeperen van kredietposities moet …

De verstrekking van informatie betreffende de basis voor het groeperen van kredietposities moet informatie bevatten over de wijze waarop het hoger kader de zekerheid verkrijgt dat kredietposities op gepaste wijze zijn gegroepeerd, zodat deze groepen de kredietrisicokenmerken blijven delen.

84. Om de kwaliteit en zinvolheid van de verstrekte informatie voor de ramingen van te verwachten …

Om de kwaliteit en zinvolheid van de verstrekte informatie voor de ramingen van te verwachten kredietverliezen te verbeteren, moeten de kredietinstellingen een toelichting verstrekken van aanzienlijke wijzigingen in de raming van te verwachten kredietverliezen in elke periode. Deze informatie moet bestaan uit zowel relevante kwalitatieve als kwantitatieve informatieverschaffing op een manier die beter inzicht geeft in hoe ramingen van te verwachten kredietverliezen zijn gewijzigd.

85. Het leidinggevend orgaan van een kredietinstelling moet op gezette tijden zijn beleid inzake …

Het leidinggevend orgaan van een kredietinstelling moet op gezette tijden zijn beleid inzake informatieverschaffing herzien om te zorgen dat de verstrekte informatie nog steeds relevant is voor het risicoprofiel van de kredietinstelling, de productconcentraties, de sectornormen en de huidige marktomstandigheden. Daarbij moeten de kredietinstellingen informatie verstrekken die een vergelijking met gelijksoortige instellingen mogelijk maakt, zodat gebruikers de wijzigingen in de ramingen van te verwachten kredietverliezen van de kredietinstelling in elke periode kunnen controleren en zinvolle analysen kunnen verrichten met betrekking tot alle nationale en internationale referentiegroepen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/