+129. De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op …
|
129. De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op …
De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op te nemen, dient te voldoen aan alle volgende voorwaarden: - (a) Instellingen dienen mogelijke vertekeningen die voortvloeien uit het opnemen van met de uitwinning van zekerheid verband houdende kasstromen in de raming van zonder het gebruik van zekerheden gerealiseerde invorderingen, en omgekeerd, te voorkomen;
- (b) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze mogelijke vertekeningen die voortvloeien uit het opnemen in de ramingssteekproef van de waarnemingen waarbij de blootstelling is zekergesteld door slechts een deel van de waarde van de zekerheid, te voorkomen. Daartoe dienen instellingen redelijke stappen te zetten om de gegevens inzake de totale waarde van de zekerheid en de totale verkoopprijs van de zekerheid te verkrijgen en dienen ze deze informatie, indien beschikbaar, op te nemen in de raming;
- (c) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze ook de directe kosten die verband houden met de uitwinning van elk van deze specifieke typen zekerheden afzonderlijk in deze raming op te nemen;
- (d) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze alle uit een specifiek type zekerheid gerealiseerde invorderingen, waaronder ook invorderingen die zijn gerealiseerd voor blootstellingen waarbij de uitwinning van de zekerheid is voltooid, maar het algemene invorderingsproces nog niet is afgesloten, in deze raming op te nemen;
- (e) wanneer dezelfde zekerheid meerdere blootstellingen dekt, dienen instellingen een adequate toerekeningsmethode te specificeren om dubbeltelling van zekerheden te voorkomen; de toerekeningsmethode dient consistent zijn tussen de LGD-raming en de toepassing van LGD-ramingen en met de methode die wordt gebruik voor boekhouddoeleinden;
- (f) de ramingen mogen niet uitsluitend zijn gebaseerd op de geraamde marktwaarde van de zekerheid, maar dienen ook te zijn gebaseerd op de gerealiseerde invorderingen uit liquidaties in het verleden en het potentiële onvermogen van een instelling om zeggenschap te krijgen over de zekerheid en deze te liquideren. Daartoe dienen instellingen in de raming rekening te houden met die historische waarnemingen waarbij de zekerheid niet kon worden uitgewonnen of het invorderingsproces langer duurde dan verwacht als gevolg van het onvermogen van de instelling, of de moeilijkheid voor de instelling, om zeggenschap over de zekerheid te krijgen en deze te liquideren. Wanneer instellingen met specifieke typen zekerheid verband houdende invorderingspercentages ramen, dienen ze rekening te houden met de tijd tussen het moment van wanbetaling en tijdstippen waarop de met de uitwinning van deze specifieke typen zekerheden kasstromen zijn ontvangen, en dienen ze waarnemingen waarbij de zekerheid als gevolg van het onvermogen om de zeggenschap te verkrijgen niet is uitgewonnen, op te nemen in de raming;
- (g) in de ramingen zou rekening moeten worden gehouden met potentiële dalingen van de waarde van zekerheden vanaf het punt van de LGD-raming tot de eventuele invordering, met name die welke resulteren uit veranderingen in marktomstandigheden, de staat en de leeftijd van de zekerheid en, indien relevant, valutaschommelingen. Wanneer instellingen dalingen van de waarde van zekerheden hebben ervaren en deze reeds tot uiting komen in de waargenomen invorderingen, dienen er geen verdere aanpassingen van de LGD-ramingen op basis van deze waarnemingen te worden gemaakt. Wanneer potentiële dalingen van de waarde van zekerheden niet tot uiting komen in historische waarnemingen of wanneer instellingen verdere, potentieel ernstigere toekomstige dalingen voorspellen, dienen deze te worden opgenomen in de kwantificering van LGD-ramingen door middel van een adequate aanpassing op basis van toekomstgerichte verwachtingen. De LGD-ramingen mogen echter niet worden aangepast om rekening te houden met potentiële stijgingen van de waarde van een zekerheid;
- (h) in de ramingen dient op een conservatieve manier rekening te worden gehouden met de mate van afhankelijkheid tussen het risico van de debiteur en het risico van een dalende waarde van de zekerheid en de kosten van liquidatie van de zekerheid.
6.2.4 Homogeniteit van faciliteitsklassen of -groepen
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|