+6.2 Model development in LGD estimation
---+121. Instellingen dienen potentiële risicodeterminanten die relevant zijn voor hun specifieke …
---+122. Instellingen dienen de risicodeterminanten niet alleen op het moment van de wanbetaling te …
---+123. Instellingen dienen de risicodeterminanten voor de toepassing van LGD-ramingen op dezelfde …
---+124. Overeenkomstig artikel 170 en artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013 …
---+125. Voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van niet-volgestorte kredietprotectie …
---+126. Instellingen dienen informatie over alle voornaamste typen zekerheden die worden gebruikt …
---+127. Zekerheden die niet voldoen aan de vereisten van artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening …
---+128. Voor het uitvoeren van LGD-ramingen kunnen instellingen typen zekerheden die homogeen zijn wat …
---+129. De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op …
---+130. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 38 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode …
|
6.2 Model development in LGD estimation
6.2.1 Risk drivers
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
121. Instellingen dienen potentiële risicodeterminanten die relevant zijn voor hun specifieke …
|
Instellingen dienen potentiële risicodeterminanten die relevant zijn voor hun specifieke omstandigheden en voor de specifieke kenmerken van het soort blootstellingen dat door het ratingsysteem wordt bestreken, vast te stellen en te analyseren. Potentiële door de instellingen te analyseren risicodeterminanten zijn met name de volgende: - (a) transactiegebonden risicokenmerken, waaronder het type product, het type zekerheid, de geografische locatie van de zekerheid, niet-volgestorte kredietprotectie, rangorde, loan-to-value-ratio (LtV), de omvang van de blootstelling, seasoning, en invorderingsprocedures;
- (b) debiteurgebonden risicokenmerken, waaronder, indien van toepassing, omvang, kapitaalstructuur, geografische regio, industriële sector, en branche.
- (c) instellingsgebonden factoren, waaronder de interne organisatie en de interne governance, relevante gebeurtenissen zoals fusies, en het bestaan van entiteiten binnen de groep die zich specifiek bezighouden met invorderingen;
- (d) externe factoren, waaronder rentevoeten, het wettelijk kader en andere factoren die van invloed zijn op de verwachte duur van het invorderingsproces.
|
|
122. Instellingen dienen de risicodeterminanten niet alleen op het moment van de wanbetaling te …
|
Instellingen dienen de risicodeterminanten niet alleen op het moment van de wanbetaling te analyseren, maar ook ten minste binnen een jaar vóór de wanbetaling. Instellingen dienen gebruik te maken van een referentiedatum voor een risicodeterminant die representatief is voor de realisaties van de risicodeterminant binnen een jaar vóór de wanbetaling. Bij het kiezen van de passende referentiedatum voor een risicodeterminant dienen instellingen rekening te houden met de volatiliteit ervan in de tijd. Instellingen zouden deze werkwijzen ook moeten toepassen op de referentiedatum voor de waardering van zekerheden; de waarde van een zekerheid op de referentiedatum mag de impact van de afname van de kredietkwaliteit van de blootstelling kort voor de wanbetaling niet weerspiegelen.
|
|
123. Instellingen dienen de risicodeterminanten voor de toepassing van LGD-ramingen op dezelfde …
|
Instellingen dienen de risicodeterminanten voor de toepassing van LGD-ramingen op dezelfde wijze te specificeren of berekenen als voor de LGD-raming. 6.2.2 In aanmerking komende zekerheden
|
|
124. Overeenkomstig artikel 170 en artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013 …
|
Overeenkomstig artikel 170 en artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013 kunnen instellingen in hun LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van elk type zekerheid waarvoor ze interne vereisten hebben vastgesteld betreffende zekerhedenbeheer, rechtszekerheid en risicobeheer die globaal gezien consistent zijn met die van afdeling 3 van hoofdstuk 4 van titel II in deel 3 van die verordening. In het geval van de typen zekerheid die niet worden gespecificeerd in hoofdstuk 4 van titel II van deel 3 van Verordening (EU) nr. 575/2013 kunnen instellingen die typen zekerheid gebruiken in hun LGD-ramingen wanneer hun beleidslijnen en procedures inzake interne vereisten voor waardering en rechtszekerheid van deze zekerheden passend zijn voor het respectieve type zekerheid.
|
|
125. Voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van niet-volgestorte kredietprotectie …
|
Voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van niet-volgestorte kredietprotectie, dienen instellingen te specificeren welke criteria en methode ze gebruiken voor het in hun LGD-ramingen in aanmerking nemen en opnemen van de protectie in de vorm van garanties en kredietderivaten die voldoen aan de in artikel 60 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode gespecificeerde criteria.
|
|
126. Instellingen dienen informatie over alle voornaamste typen zekerheden die worden gebruikt …
|
Instellingen dienen informatie over alle voornaamste typen zekerheden die worden gebruikt binnen het toepassingsgebied van het LGD-model, in aanmerking te nemen als risicodeterminant of segmenteringscriterium. Instellingen dienen de voornaamste en andere typen zekerheden die worden gebruikt voor het soort blootstellingen dat wordt bestreken door het ratingsysteem, duidelijk te definiëren in hun interne beleidsdocumenten, en dienen ervoor te zorgen, voor zover LGD-ramingen rekening houden met het bestaan van zekerheden, dat de beleidslijnen betreffende het beheer van deze typen zekerheden voldoen aan de vereisten van artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013. Instellingen zouden de voornaamste typen zekerheden op een zodanige wijze moeten specificeren dat de kasstromen uit de resterende typen zekerheden de raming van zonder het gebruik van zekerheden gerealiseerde invorderingen niet significant vertekenen.
|
|
127. Zekerheden die niet voldoen aan de vereisten van artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening …
|
Zekerheden die niet voldoen aan de vereisten van artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013, kunnen niet als een risicodeterminant worden opgenomen in de LGD-raming, en de kasstromen die uit deze zekerheden worden ontvangen dienen te worden behandeld alsof ze waren ontvangen zonder het gebruik van zekerheden. Ongeacht deze behandeling in de LGD-raming dienen instellingen de informatie over de bron van de met die zekerheden verband houdende kasstromen te verzamelen en deze toe te rekenen als verband houdend met zekerheden. Instellingen zouden de niveaus van dergelijke kasstromen regelmatig moeten monitoren, evenals de mate waarin de betrokken typen zekerheden worden gebruikt. Indien nodig dienen instellingen adequate aanpassingen toe te passen om vertekeningen in de LGD-ramingen te voorkomen. 6.2.3 Opneming van zekerheden in de LGD-ramingen
|
|
128. Voor het uitvoeren van LGD-ramingen kunnen instellingen typen zekerheden die homogeen zijn wat …
|
Voor het uitvoeren van LGD-ramingen kunnen instellingen typen zekerheden die homogeen zijn wat hun invorderingspatronen betreft groeperen, rekening houdend met zowel de gemiddelde duur van het incassoproces als de invorderingspercentages voor deze typen zekerheden.
|
|
129. De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op …
|
De door instellingen ontwikkelde benadering om het effect van zekerheden in de LGD-raming op te nemen, dient te voldoen aan alle volgende voorwaarden: - (a) Instellingen dienen mogelijke vertekeningen die voortvloeien uit het opnemen van met de uitwinning van zekerheid verband houdende kasstromen in de raming van zonder het gebruik van zekerheden gerealiseerde invorderingen, en omgekeerd, te voorkomen;
- (b) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze mogelijke vertekeningen die voortvloeien uit het opnemen in de ramingssteekproef van de waarnemingen waarbij de blootstelling is zekergesteld door slechts een deel van de waarde van de zekerheid, te voorkomen. Daartoe dienen instellingen redelijke stappen te zetten om de gegevens inzake de totale waarde van de zekerheid en de totale verkoopprijs van de zekerheid te verkrijgen en dienen ze deze informatie, indien beschikbaar, op te nemen in de raming;
- (c) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze ook de directe kosten die verband houden met de uitwinning van elk van deze specifieke typen zekerheden afzonderlijk in deze raming op te nemen;
- (d) wanneer instellingen afzonderlijke invorderingspercentages voor specifieke typen zekerheden ramen, dienen ze alle uit een specifiek type zekerheid gerealiseerde invorderingen, waaronder ook invorderingen die zijn gerealiseerd voor blootstellingen waarbij de uitwinning van de zekerheid is voltooid, maar het algemene invorderingsproces nog niet is afgesloten, in deze raming op te nemen;
- (e) wanneer dezelfde zekerheid meerdere blootstellingen dekt, dienen instellingen een adequate toerekeningsmethode te specificeren om dubbeltelling van zekerheden te voorkomen; de toerekeningsmethode dient consistent zijn tussen de LGD-raming en de toepassing van LGD-ramingen en met de methode die wordt gebruik voor boekhouddoeleinden;
- (f) de ramingen mogen niet uitsluitend zijn gebaseerd op de geraamde marktwaarde van de zekerheid, maar dienen ook te zijn gebaseerd op de gerealiseerde invorderingen uit liquidaties in het verleden en het potentiële onvermogen van een instelling om zeggenschap te krijgen over de zekerheid en deze te liquideren. Daartoe dienen instellingen in de raming rekening te houden met die historische waarnemingen waarbij de zekerheid niet kon worden uitgewonnen of het invorderingsproces langer duurde dan verwacht als gevolg van het onvermogen van de instelling, of de moeilijkheid voor de instelling, om zeggenschap over de zekerheid te krijgen en deze te liquideren. Wanneer instellingen met specifieke typen zekerheid verband houdende invorderingspercentages ramen, dienen ze rekening te houden met de tijd tussen het moment van wanbetaling en tijdstippen waarop de met de uitwinning van deze specifieke typen zekerheden kasstromen zijn ontvangen, en dienen ze waarnemingen waarbij de zekerheid als gevolg van het onvermogen om de zeggenschap te verkrijgen niet is uitgewonnen, op te nemen in de raming;
- (g) in de ramingen zou rekening moeten worden gehouden met potentiële dalingen van de waarde van zekerheden vanaf het punt van de LGD-raming tot de eventuele invordering, met name die welke resulteren uit veranderingen in marktomstandigheden, de staat en de leeftijd van de zekerheid en, indien relevant, valutaschommelingen. Wanneer instellingen dalingen van de waarde van zekerheden hebben ervaren en deze reeds tot uiting komen in de waargenomen invorderingen, dienen er geen verdere aanpassingen van de LGD-ramingen op basis van deze waarnemingen te worden gemaakt. Wanneer potentiële dalingen van de waarde van zekerheden niet tot uiting komen in historische waarnemingen of wanneer instellingen verdere, potentieel ernstigere toekomstige dalingen voorspellen, dienen deze te worden opgenomen in de kwantificering van LGD-ramingen door middel van een adequate aanpassing op basis van toekomstgerichte verwachtingen. De LGD-ramingen mogen echter niet worden aangepast om rekening te houden met potentiële stijgingen van de waarde van een zekerheid;
- (h) in de ramingen dient op een conservatieve manier rekening te worden gehouden met de mate van afhankelijkheid tussen het risico van de debiteur en het risico van een dalende waarde van de zekerheid en de kosten van liquidatie van de zekerheid.
6.2.4 Homogeniteit van faciliteitsklassen of -groepen
|
|
130. Om te voldoen aan de vereisten van artikel 38 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode …
|
Om te voldoen aan de vereisten van artikel 38 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode, dienen instellingen de homogeniteit van in dezelfde klassen of groepen ondergebrachte debiteuren of blootstellingen te beoordelen op basis van de gegevens in de referentiegegevensverzameling, en dienen ze er met name voor te zorgen dat klassen zodanig zijn gedefinieerd dat individuele klassen voldoende homogeen zijn wat verlieskenmerken betreft.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|