+4.4 Kredietbesluitvorming
---+63. Instellingen dienen een duidelijk en goed gedocumenteerd kredietbeslissingskader vast te …
---+64. De structuur van de kredietbeslissers moet in overeenstemming zijn met en geïntegreerd zijn in …
---+65. In het kredietbeslissingskader moeten de beslissingsbevoegdheden en limieten van elke beslisser …
---+66. Bij het delegeren van kredietbeslissingsbevoegdheden, met inbegrip van limieten, aan …
---+67. Het kredietbeslissingskader moet het risicoperspectief in de besluitvorming in aanmerking …
---+68. In het kader moeten ook de werkwijze van de kredietcomités en de rol van hun leden worden …
---+69. Indien de instellingen aan het hoofd van de risicobeheerfunctie specifieke vetorechten …
---+70. Instellingen zorgen ervoor dat de door de kredietbeslissers genomen besluiten onpartijdig en …
---+71. Niettegenstaande de in de instellingen toegepaste governancestructuren om het …

4.4 Kredietbesluitvorming

4.4 Kredietbesluitvorming

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
63. Instellingen dienen een duidelijk en goed gedocumenteerd kredietbeslissingskader vast te …

Instellingen dienen een duidelijk en goed gedocumenteerd kredietbeslissingskader vast te stellen dat een duidelijke en deugdelijke structuur voor de kredietbeslissingsbevoegdheden binnen een instelling omvat, met inbegrip van een beschrijving van de hiërarchie van de kredietbeslissers en hun toewijzing in het kader van de organisatorische en bedrijfsstructuur en de rapportagelijnen van de instelling.

64. De structuur van de kredietbeslissers moet in overeenstemming zijn met en geïntegreerd zijn in …

De structuur van de kredietbeslissers moet in overeenstemming zijn met en geïntegreerd zijn in de kredietrisicobereidheid, het kredietrisicobeleid en kredietrisicolimieten en het bedrijfsmodel van de instellingen weerspiegelen. De toewijzing van kredietbeslissers aan de organisatorische en bedrijfsstructuur moet een afspiegeling zijn van de verbijzondering van de kredietrisicobereidheid en kredietrisicolimieten binnen een organisatie en moet gebaseerd zijn op objectieve criteria, waaronder risico-indicatoren.

65. In het kredietbeslissingskader moeten de beslissingsbevoegdheden en limieten van elke beslisser …

In het kredietbeslissingskader moeten de beslissingsbevoegdheden en limieten van elke beslisser en van eventuele geautomatiseerde modellen voor het nemen van kredietbeslissingen duidelijk worden afgebakend, in overeenstemming met de criteria voor dergelijke modellen in afdeling 4.3.4. Bij de vaststelling van deze bevoegdheden en limieten moet rekening worden gehouden met de kenmerken van de kredietportefeuille, met inbegrip van de concentratie- en diversificatiedoelstellingen ervan, met betrekking tot bedrijfsonderdelen, geografische gebieden, economische sectoren en producten, alsook de kredietlimieten en de maximale blootstellingen. In voorkomend geval stellen instellingen termijnen voor de gedelegeerde bevoegdheden of limieten voor de omvang van de gedelegeerde goedkeuringen vast.

66. Bij het delegeren van kredietbeslissingsbevoegdheden, met inbegrip van limieten, aan …

Bij het delegeren van kredietbeslissingsbevoegdheden, met inbegrip van limieten, aan personeelsleden dienen instellingen rekening te houden met de specifieke kenmerken van de aan deze individuele beslissingsprocedures onderworpen kredietfaciliteiten, met inbegrip van hun omvang en complexiteit, en met de soorten kredietnemers en hun risicoprofielen. Instellingen moeten er ook voor zorgen dat die personeelsleden naar behoren zijn opgeleid en beschikken over de nodige deskundigheid en anciënniteit voor de specifieke bevoegdheid die aan hen is gedelegeerd.

67. Het kredietbeslissingskader moet het risicoperspectief in de besluitvorming in aanmerking …

Het kredietbeslissingskader moet het risicoperspectief in de besluitvorming in aanmerking nemen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van kredietproducten en kredietnemers, met inbegrip van het soort product, de omvang van de kredietfaciliteit of -limiet en het risicoprofiel van de kredietnemer.

68. In het kader moeten ook de werkwijze van de kredietcomités en de rol van hun leden worden …

In het kader moeten ook de werkwijze van de kredietcomités en de rol van hun leden worden gespecificeerd, met inbegrip van, indien van toepassing, aspecten zoals stemprocedures (eenparigheid of gewone meerderheid van de stemmen).

69. Indien de instellingen aan het hoofd van de risicobeheerfunctie specifieke vetorechten …

Indien de instellingen aan het hoofd van de risicobeheerfunctie specifieke vetorechten toekennen ten aanzien van positieve kredietbeslissingen, moeten instellingen overwegen om dergelijke vetorechten toe te kennen aan extra personeelsleden in het kader van de risicobeheerfunctie voor specifieke kredietbeslissingen, om ervoor te zorgen dat een dergelijk veto, indien passend, kan worden uitgeoefend op alle niveaus van het kredietbeslissingskader onder het leidinggevend orgaan. Instellingen specificeren het toepassingsgebied van deze vetorechten, de doorverwijzings- of beroepsprocedures en de wijze waarop het leidinggevend orgaan hierbij zal worden betrokken.

4.4.1 Objectiviteit en onpartijdigheid bij kredietbeslissingen

70. Instellingen zorgen ervoor dat de door de kredietbeslissers genomen besluiten onpartijdig en …

Instellingen zorgen ervoor dat de door de kredietbeslissers genomen besluiten onpartijdig en objectief zijn en niet nadelig worden beïnvloed door eventuele belangenverstrengeling, overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake interne governance. Met het oog op de toepassing van deze richtsnoeren dienen instellingen er in het bijzonder voor te zorgen dat personen die bij kredietbeslissingen betrokken zijn, zoals personeelsleden en leden van het leidinggevend orgaan, niet bij de kredietbeslissing betrokken zijn wanneer zij:

  • a. een persoonlijke of professionele relatie hebben met de kredietnemer (buiten de professionele relatie wanneer hij de instelling vertegenwoordigt);
  • b. een economisch of ander belang hebben, zij het direct of indirect, daadwerkelijk of potentieel, financieel of niet-financieel, dat verband houdt met de kredietnemer;
  • c. een ongepaste politieke invloed op of een politieke relatie met de kredietnemer hebben.
71. Niettegenstaande de in de instellingen toegepaste governancestructuren om het …

Niettegenstaande de in de instellingen toegepaste governancestructuren om het kredietbeslissingskader te operationaliseren, moeten de instellingen beschikken over beleid, procedures en organisatorische controles om de objectiviteit en onpartijdigheid in het kredietbeslissingsproces te garanderen en waarborgen. Deze beleidsmaatregelen, procedures en organisatorische controles, met inbegrip van eventuele risicobeperkende maatregelen, moeten duidelijk worden gedefinieerd en naar behoren onder de aandacht worden gebracht, en moeten alle mogelijke vormen van belangenverstrengeling omvatten. De instellingen dienen te zorgen voor een effectief toezicht op de door de kredietbeslissers genomen beslissingen, met inbegrip van beslissingen tot het verlenen van krediet, teneinde hun objectiviteit en onpartijdigheid te waarborgen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/