+8.4 Retentiebonussen

8.4 Retentiebonussen

143.Instellingen dienen in staat te zijn hun legitieme belang bij de toekenning van retentiebonussen voor het behoud van een aangewezen personeelslid te onderbouwen. Retentiebonussen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt in het kader van herstructureringen, bij liquidaties, na een verandering van zeggenschap of om de voltooiing van grote projecten te waarborgen. Instellingen dienen documentatie bij te houden van de gebeurtenis die het noodzakelijk maakte een retentiebonus toe te kennen en van de motivering voor die toekenning, alsook van de periode, met inbegrip van de begin- en einddatum, waarvoor de reden wordt verondersteld te bestaan. Instellingen moeten de retentievoorwaarden en toepasselijke prestatievoorwaarden vaststellen (zie ook punt 147). Instellingen moeten een retentieperiode vaststellen en bepalen na welke datum of gebeurtenis zij bepaalt of aan de retentie- en prestatievoorwaarden is voldaan.

144.Uitgangspunt is dat instellingen niet meerdere retentiebonussen aan een personeelslid mogen toekennen. In uitzonderlijke gevallen en mits naar behoren gemotiveerd, kan aan een personeelslid meer dan één retentiebonus worden toegekend, maar op verschillende momenten en onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden voor elke retentiebonus. De retentiebonussen mogen pas worden toegekend nadat aan de retentievoorwaarden en de toepasselijke prestatievoorwaarden is voldaan. Bovendien mag de retentiebonus alleen worden toegekend als er geen redenen zijn die leiden tot een situatie waarin de retentiebonus niet mag worden toegekend, bijvoorbeeld ernstige schendingen van nalevingsverplichtingen, wangedrag of andere tekortkomingen van het personeelslid in kwestie.

145.Een retentiebonus moet voldoen aan de vereisten van de artikelen 93, 141 en 141 ter en de respectieve toezichthoudende bevoegdheden uit hoofde van artikel 104, lid 1, onder g), van Richtlijn 2013/36/EU, die zouden kunnen leiden tot een situatie waarin de retentiebonus eventueel zelfs tot nul moet worden verlaagd, zulks afhankelijk van het maximaal uitkeerbare bedrag of andere door de bevoegde autoriteiten opgelegde beperkingen. 146.Bij het beoordelen en overwegen of de toekenning van een retentiebonus aan aangewezen personeelsleden passend is, kunnen instellingen en bevoegde autoriteiten ten minste het volgende in aanmerking nemen:

  • a. omstandigheden die bijdragen aan het risico dat bepaalde personeelsleden ervoor zouden kunnen kiezen de instelling te verlaten;
  • b. de redenen waarom het behoud van het personeelslid in kwestie van cruciaal belang is voor de instelling;
  • c. de gevolgen voor de instelling van het vertrek van het personeelslid in kwestie; en
  • d. de afweging of het bedrag van de toegekende retentiebonus noodzakelijk en proportioneel is voor het behoud van het personeelslid in kwestie.

147.Een retentiebonus is gebaseerd op specifieke voorwaarden die verschillen van de prestatievoorwaarden die van toepassing zijn op andere onderdelen van de variabele beloning en die onder meer bestaan uit een retentievoorwaarde en specifieke prestatievoorwaarden. De specifieke voorwaarden voor een retentiebonus moeten resulteren in de retentiedoelstelling (d.w.z. het behoud van personeelsleden in de instelling gedurende een vooraf bepaalde periode of tot een bepaalde gebeurtenis). De specifieke prestatievoorwaarden moeten voorwaarden omvatten die verband houden met het rechtmatige belang waarvoor het personeelslid moet worden behouden en met het gedrag van het personeelslid, en moeten verenigbaar zijn met de bepalingen die zijn vastgelegd in punt 145. Retentiebonussen mogen niet leiden tot een situatie waarin de totale variabele beloning, bestaande uit de prestatiegerelateerde variabele beloning en de retentiebonus, van het personeelslid niet langer gekoppeld is aan diens prestaties, het bedrijfsonderdeel in kwestie en de algemene resultaten van de instelling zoals vereist uit hoofde van artikel 92, lid 2, onder g), ii) en artikel 94, lid 1, onder a).

148.Retentiebonussen mogen niet louter als compensatie voor prestatiegerelateerde beloning worden toegewezen die niet is uitbetaald vanwege ontoereikende prestaties of de financiële situatie van de instelling.

149.Retentiebonussen zijn variabele beloning en moeten daarom bij toekenning aan aangewezen personeelsleden voldoen aan de vereisten betreffende variabele beloning uit hoofde van artikel 94 van Richtlijn 2013/36/EU, met inbegrip van het maximumverhoudingspercentage tussen de vaste en variabele beloning, risicoafstemming achteraf, betalingen in instrumenten, uitstel, retentie en malus- en terugvorderingsregelingen.

150.Een retentiebonus moet bij de berekening van de verhouding tussen de variabele en de vaste beloningscomponenten in aanmerking worden genomen als variabele beloning. Los van het feit dat de retentiebonus pas na afloop van de retentieperiode wordt toegekend, dient de retentiebonus in aanmerking te worden genomen bij de berekening van de verhouding tussen de variabele en de vaste beloningscomponenten volgens een van de onderstaande methoden:

  • a. de retentiebonus wordt uitgesplitst in jaarlijkse bedragen voor elk jaar van de retentieperiode, berekend op lineaire pro rata basis. Wanneer de exacte duur van de retentieperiode niet vooraf bekend is, dient de instelling een periode vast te stellen met inachtneming van de situatie en de getroffen maatregelen die de betaling van een retentiebonus rechtvaardigen, en dient zij deze periode naar behoren te documenteren. De berekening van het verhoudingspercentage dient te worden gebaseerd zijn op de vastgestelde periode; of
  • b. het volledige bedrag van de retentiebonus wordt in aanmerking genomen in het jaar waarin aan de retentievoorwaarde is voldaan.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/