+2.4 Evenredigheid en toezichtinspanning
---+47. Bevoegde autoriteiten dienen het evenredigheidsbeginsel toe te passen ten aanzien van de …
---+48. Voor de evenredigheid op het punt van frequentie van de toezichtsinspanning dienen bevoegde …
---+49. Wanneer bevoegde autoriteiten bepalen dat beleggingsondernemingen vergelijkbare risicoprofielen …
---+50. Voor beleggingsondernemingen met een algemene SREP-score 4 en, indien nodig, voor …
---+51. Ongeacht de tijd die is verstreken sinds de laatste SREP, dienen bevoegde autoriteiten een …
---+52. Bij het plannen van SREP-activiteiten dienen bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht aan het …
---+53. Met het oog op de evenredigheid dienen bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van het SREP aan …
---+54. Aan het einde van elke beoordeling van alle SREP-onderdelen kunnen bevoegde autoriteiten de …
---+55. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
---+56. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
---+57. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
---+58. Voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die voldoen aan de criteria van artikel …
|
2.4 Evenredigheid en toezichtinspanning
2.4 Evenredigheid en toezichtinspanning
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
47. Bevoegde autoriteiten dienen het evenredigheidsbeginsel toe te passen ten aanzien van de …
|
Bevoegde autoriteiten dienen het evenredigheidsbeginsel toe te passen ten aanzien van de omvang, de frequentie en de intensiteit van de toezichtinspanning en de dialoog met een beleggingsonderneming, en de verwachtingen van de toezichthouder met betrekking tot de normen waaraan de beleggingsonderneming dient te voldoen, overeenkomstig de categorie waarin de beleggingsonderneming valt, zoals uiteengezet in onderstaande Tabel 2.
|
|
48. Voor de evenredigheid op het punt van frequentie van de toezichtsinspanning dienen bevoegde …
|
Voor de evenredigheid op het punt van frequentie van de toezichtsinspanning dienen bevoegde autoriteiten bij het plannen van SREP-activiteiten een model van minimale toezichtsinspanning in acht te nemen zoals hierna omschreven in de volgende paragrafen en in tabel 2.
|
|
49. Wanneer bevoegde autoriteiten bepalen dat beleggingsondernemingen vergelijkbare risicoprofielen …
|
Wanneer bevoegde autoriteiten bepalen dat beleggingsondernemingen vergelijkbare risicoprofielen hebben, kunnen ze thematische SREP-beoordelingen van verscheidene beleggingsondernemingen uitvoeren als één beoordeling (een BMA kan met name worden uitgevoerd voor kleine beleggingsondernemingen die orders ontvangen en doorgeven over enkele categorieën activa, aangezien hieruit waarschijnlijk voor al deze beleggingsondernemingen dezelfde levensvatbaarheidskwesties zullen worden vastgesteld). Bevoegde autoriteiten kunnen voor de toepassing van het SREP voor beleggingsondernemingen met een vergelijkbaar risicoprofiel ook gebruikmaken van gesneden methoden op maat. 10 Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1). 11 Richtlijn 2014/57/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende strafrechtelijke sancties voor marktmisbruik (richtlijn marktmisbruik) (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 179) 12 Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38). 15
|
|
50. Voor beleggingsondernemingen met een algemene SREP-score 4 en, indien nodig, voor …
|
Voor beleggingsondernemingen met een algemene SREP-score 4 en, indien nodig, voor beleggingsondernemingen met een algemene SREP-score 3 dienen bevoegde autoriteiten, op basis van de bevindingen van eerdere beoordelingen van SREP-onderdelen, een extra niveau van betrokkenheid vast te stellen, waarbij uitgebreidere toezichtmiddelen en een hogere beoordelingsfrequentie vereist zijn (ten minste op tijdelijke basis), ongeacht de categorie van de beleggingsonderneming. Gelet op de minimale frequentie van de beoordeling van alle in de volgende paragrafen en in tabel 2 genoemde SREP-onderdelen, kunnen de frequentere beoordelingen betrekking hebben op specifieke SREP-onderdelen waaraan wegens een hoger risico bijzondere aandacht moet worden besteed, of op de volledige SREP-beoordeling.
|
|
51. Ongeacht de tijd die is verstreken sinds de laatste SREP, dienen bevoegde autoriteiten een …
|
Ongeacht de tijd die is verstreken sinds de laatste SREP, dienen bevoegde autoriteiten een nieuwe beoordeling uit te voeren indien zich ten minste één van de volgende situaties voordoet: - a. bij het toezicht op de sleutelindicatoren wordt een significante verandering geconstateerd ten opzichte van de referentiedatum van de laatste beoordeling van alle SREP-onderdelen;
- b. er is negatieve openbare informatie over de beleggingsonderneming die wijst op een potentieel significant risico (in de context van reputatierisico, gedragsrisico, IT-beveiliging);
- c. bevoegde autoriteiten hebben andere redenen om aan te nemen dat het bedrijfsmodel of het risicoprofiel van de beleggingsonderneming in aanzienlijke mate is gewijzigd sinds de referentiedatum van de laatste beoordeling van alle SREP-onderdelen.
|
|
52. Bij het plannen van SREP-activiteiten dienen bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht aan het …
|
Bij het plannen van SREP-activiteiten dienen bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht aan het coördineren van activiteiten te besteden met andere partijen die direct of indirect bij de beoordeling betrokken zijn, in het bijzonder wanneer input vereist is van de beleggingsonderneming en/of andere bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij het toezicht op grensoverschrijdende groepen als gespecificeerd in titel 11.
|
|
53. Met het oog op de evenredigheid dienen bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van het SREP aan …
|
Met het oog op de evenredigheid dienen bevoegde autoriteiten bij het uitvoeren van het SREP aan de hand van deze richtsnoeren te erkennen dat de verschillende onderdelen, methodologische aspecten en beoordelingscomponenten waarin de titels 4, 5, 6 en 8 voorzien, niet voor alle beleggingsondernemingen even relevant zijn. Bevoegde autoriteiten dienen in voorkomend geval een verschillende granulariteit in de beoordeling aan te brengen, afhankelijk van de categorie waarin de beleggingsonderneming is ingedeeld en in de mate die past bij de omvang en het bedrijfsmodel van de beleggingsonderneming en de aard, schaal en complexiteit van haar activiteiten.
|
|
54. Aan het einde van elke beoordeling van alle SREP-onderdelen kunnen bevoegde autoriteiten de …
|
Aan het einde van elke beoordeling van alle SREP-onderdelen kunnen bevoegde autoriteiten de beleggingsonderneming in kennis stellen van de uitkomst van de algemene SREP-beoordeling en dienen zij het volgende te verstrekken: - a. een verklaring over de hoeveelheid en de samenstelling van het eigen vermogen dat de beleggingsonderneming overeenkomstig artikel 39, lid 2, punt a), van
16 Richtlijn (EU) 2019/2034 moet aanhouden boven de vereisten van de delen twee, drie en vier van Verordening (EU) 2019/2033; - b. een verklaring over de hoeveelheid en de samenstelling van het eigen vermogen dat de beleggingsonderneming overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn (EU) 2019/2034 moet aanhouden;
- c. een verklaring over de aangehouden liquiditeit en eventuele specifieke liquiditeitsvereisten die door bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 42 van Richtlijn (EU) 2019/2034 zijn vastgesteld;
- d. een verklaring omtrent andere toezichtmaatregelen die de bevoegde autoriteit van plan is te nemen.
2.4.1 Beleggingsondernemingen van categorie 1
|
|
55. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
|
Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen van categorie 1 voldoende vaak plaatsvinden, dienen bevoegde autoriteiten: - a. sleutelindicatoren op kwartaalbasis te monitoren;
- b. de beoordelingen van alle afzonderlijke SREP-onderdelen minstens eenmaal per twee jaar bij te werken;
- c. een voortdurende betrokkenheid bij en dialoog met het leidinggevend orgaan en de directie van de beleggingsonderneming te hebben.
2.4.2 Beleggingsondernemingen van categorie 2
|
|
56. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
|
Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen van categorie 2 voldoende vaak plaatsvinden, dienen bevoegde autoriteiten: - a. sleutelindicatoren op kwartaalbasis te monitoren;
- b. de beoordelingen van alle afzonderlijke SREP-onderdelen minstens eenmaal per drie jaar bij te werken;
- c. ten minste met dezelfde frequentie als de beoordeling van alle SREP-onderdelen contact hebben met het leidinggevend orgaan en de directie van de beleggingsonderneming.
2.4.3 Beleggingsondernemingen van categorie 3
|
|
57. Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen …
|
Om te waarborgen dat toezichtactiviteiten met betrekking tot SREP voor beleggingsondernemingen van categorie 3 voldoende vaak plaatsvinden, dienen bevoegde autoriteiten: - a. sleutelindicatoren op kwartaalbasis te monitoren;
17 - b. de beoordelingen van alle afzonderlijke SREP-onderdelen uit te voeren als er wezenlijke nieuwe informatie is over het risico, met de reikwijdte en diepte van de toetsing afgestemd op het specifieke risicoprofiel van de beleggingsonderneming;
- c. ten minste met dezelfde frequentie als de beoordeling van alle SREP-onderdelen contact hebben met het leidinggevend orgaan en de directie van de beleggingsonderneming.
Indien dit passend wordt geacht, kunnen bevoegde autoriteiten voor alle beleggingsondernemingen van categorie 3 of een subgroep daarvan regelmatige minimumfrequenties voor de beoordeling van alle SREP-onderdelen vaststellen. 2.4.4 Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen
|
|
58. Voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen die voldoen aan de criteria van artikel …
|
| Voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen | | die voldoen aan de criteria van | |
artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033, dienen bevoegde autoriteiten: - a. sleutelindicatoren minstens op jaarbasis te monitoren;
- b. de beoordelingen van alle afzonderlijke SREP-onderdelen uit te voeren als er wezenlijke nieuwe informatie is over het risico, met de reikwijdte en diepte van de toetsing afgestemd op het specifieke risicoprofiel van de beleggingsonderneming;
- c. een dialoog aan te gaan met het leidinggevend orgaan en de directie van de beleggingsonderneming wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, en met name in het kader van de beoordelingen van SREP-onderdelen wanneer deze worden uitgevoerd.
Tabel 2. Toepassing van SREP op beleggingsondernemingen van verschillende categorieën Monitoren van de Beoordeling van alle Categorie Minimum contact/dialoog sleutelindic SREP-onderdelen atoren | Driemaand 1 elijks | 2 jaar | Permanente dialoog met leidinggevend orgaan en het hoger management. Op gebeurtenissen gebaseerde betrokkenheid bij het leidinggevend | het | | Driemaand 2 elijks | 3 jaar Op gebeurtenissen gebaseerd (waarbij de reikwijdte en diepte van | orgaan en de directie, ten minste met de frequentie van de SREP-beoordeling. Op gebeurtenissen gebaseerde betrokkenheid bij het leidinggevend | | | Driemaand 3 elijks | de toetsing van een dergelijke beoordeling worden afgestemd op het specifieke risicoprofiel van de beleggingsonderneming ) Op gebeurtenissen | orgaan en de directie, ten minste met de frequentie van de SREP-beoordeling. | 18 | | Kleine en niet-verweven beleggingsonderne mingen zoals Jaarlijks bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033. | gebaseerd (waarbij de reikwijdte en diepte van de toetsing van een dergelijke beoordeling worden afgestemd op het specifieke risicoprofiel van de beleggingsonderneming ) | Op gebeurtenissen gebaseerde betrokkenheid bij het leidinggevend orgaan en de directie, ten minste met de frequentie van de SREP-beoordeling. | 19 |
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|