+7.4 Voldoen aan de vereisten bij conjuncturele economische schommelingen
---+299. Voor beleggingsondernemingen die niet voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening …
---+300. Wanneer bevoegde autoriteiten ongunstige conjuncturele schommelingen in aanmerking nemen …
---+301. Om de kapitaaltoereikendheid in geval van ongunstige conjuncturele schommelingen te …
---+302. Op basis van de beoordeling overeenkomstig paragraaf 301 dienen bevoegde autoriteiten te …
---+303. Bevoegde autoriteiten dienen P2G vast te stellen zoals in dit hoofdstuk is bepaald, en wel op …
---+304. P2G is het adequaat geachte bedrag aan kapitaal dat dient te worden vastgesteld om …
---+305. Bevoegde autoriteiten dienen de P2G te bepalen en vast te stellen op basis van de uitkomst van …
---+306. Voor de toepassing van paragraaf 305 dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de …
---+307. Bevoegde autoriteiten dienen P2G in beginsel niet te gebruiken om aspecten van risico’s te …
---+308. Bij het bepalen van de omvang van de P2G dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat …
---+309. Bij het bepalen van de omvang van P2G dienen bevoegde autoriteiten indien relevant rekening te …
---+310. Onverminderd paragraaf 271 dienen bevoegde autoriteiten het niveau van de P2G tijdig te …
---+311. De door bevoegde autoriteiten vastgestelde P2G vormt een aanvulling op de hoogste component …
---+312. Wanneer P2G of P2G-LR wordt ingesteld of bijgewerkt, dienen bevoegde autoriteiten het niveau …
---+313. In het geval van een toetsing overeenkomstig paragraaf 310 dienen bevoegde autoriteiten …
---+314. Bevoegde autoriteiten dienen aan beleggingsondernemingen te communiceren dat P2G naar …
---+315. Bevoegde autoriteiten dienen beleggingsondernemingen ook mee te delen dat het voor …
---+316. Bij het definiëren en communiceren van deadlines voor het opstellen van P2G aan de …
---+317. Wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten zoals vermeld in hoofdstuk 7.4 blijkt dat een …
---+318. Om de geloofwaardigheid van het kapitaalplan te bepalen, overweegt de bevoegde autoriteit …
---+319. Bij het beoordelen van kapitaalplannen dienen bevoegde autoriteit na een doeltreffende dialoog …
---+320. Bevoegde autoriteiten dienen te verwachten dat de beleggingsonderneming het herziene …
---+321. Indien relevant dienen bevoegde autoriteiten de toepassing te overwegen van de aanvullende …
---+322. Vooral wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten van de stresstests of gevoeligheidsanalyses …
|
7.4 Voldoen aan de vereisten bij conjuncturele economische schommelingen
7.4 Voldoen aan de vereisten bij conjuncturele economische schommelingen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
299. Voor beleggingsondernemingen die niet voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening …
|
Voor beleggingsondernemingen die niet voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gestelde voorwaarden om als kleine en niet-verweven 95 beleggingsondernemingen te worden aangemerkt, dienen bevoegde autoriteiten te bepalen of het eigen vermogen van de beleggingsonderneming toereikend is in geval van ongunstige conjuncturele schommelingen en of toezichtmaatregelen, waaronder richtsnoeren inzake aanvullend eigen vermogen (P2G), een herziene kapitaalplanning en andere maatregelen zoals bedoeld in titel 10, nodig zijn om mogelijke tekortkomingen aan te pakken.
|
|
300. Wanneer bevoegde autoriteiten ongunstige conjuncturele schommelingen in aanmerking nemen …
|
Wanneer bevoegde autoriteiten ongunstige conjuncturele schommelingen in aanmerking nemen, dienen zij te beoordelen hoe de risico’s of aspecten van risico’s die de beleggingsondernemingen voor anderen vormen of waaraan zij blootstaan, zich over een periode van meerdere jaren kunnen ontwikkelen, rekening houdend met de bedrijfscyclus van de beleggingsonderneming. De mate van detail van deze beoordeling dient te variëren naar gelang van de complexiteit van het bedrijfsmodel en het risicoprofiel van de beleggingsonderneming.
|
|
301. Om de kapitaaltoereikendheid in geval van ongunstige conjuncturele schommelingen te …
|
Om de kapitaaltoereikendheid in geval van ongunstige conjuncturele schommelingen te beoordelen, dienen bevoegde autoriteiten rekening te houden met de kwalitatieve en kwantitatieve uitkomsten van: - a. indien beschikbaar, stresstests door toezichthouders of gevoeligheidsanalyses;
- b. indien beschikbaar en voldoende betrouwbaar op basis van de beoordeling in titel 5, stresstests of gevoeligheidsanalyses van beleggingsondernemingen; of
- c. een andere beoordeling van conjuncturele economische schommelingen door bevoegde autoriteiten, of door de beleggingsonderneming op basis van de in titel 5 bedoelde beoordeling, indien deze voldoende betrouwbaar wordt geacht; of
|
|
302. Op basis van de beoordeling overeenkomstig paragraaf 301 dienen bevoegde autoriteiten te …
|
Op basis van de beoordeling overeenkomstig paragraaf 301 dienen bevoegde autoriteiten te bepalen of het eigen vermogen van de beleggingsonderneming toereikend is om de toepasselijke eigenvermogensvereisten, met inbegrip van het aanvullend-eigenvermogensvereiste, bij ongunstige conjuncturele schommelingen te dekken. 7.4.1 P2G bepalen en instellen
|
|
303. Bevoegde autoriteiten dienen P2G vast te stellen zoals in dit hoofdstuk is bepaald, en wel op …
|
Bevoegde autoriteiten dienen P2G vast te stellen zoals in dit hoofdstuk is bepaald, en wel op een in paragraaf 271 gespecificeerd tijdstip. Wanneer de vaststelling leidt tot een positieve waarde, dienen zij P2G vast te stellen om tegemoet te komen aan de bezorgdheid van de toezichthouders over de gevoeligheid van de beleggingsonderneming voor ongunstige conjuncturele economische schommelingen.
|
|
304. P2G is het adequaat geachte bedrag aan kapitaal dat dient te worden vastgesteld om …
|
P2G is het adequaat geachte bedrag aan kapitaal dat dient te worden vastgesteld om conjuncturele economische schommelingen op te vangen en tegelijkertijd bescherming te bieden tegen een mogelijke niet-nakoming van de relevante eigenvermogensvereisten overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2019/2033 of van het overeenkomstig artikel 39, lid 2, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/2034 berekende aanvullend-eigenvermogenvereiste alsook tegen een eventuele bedreiging voor het vermogen van de beleggingsonderneming om activiteiten op ordelijke wijze af te wikkelen. Indien bevoegde 96 autoriteiten concluderen dat de beleggingsonderneming in ongunstige economische omstandigheden niet door dergelijke belemmeringen wordt getroffen, kunnen bevoegde autoriteiten besluiten geen P2G vast te stellen.
|
|
305. Bevoegde autoriteiten dienen de P2G te bepalen en vast te stellen op basis van de uitkomst van …
|
Bevoegde autoriteiten dienen de P2G te bepalen en vast te stellen op basis van de uitkomst van de beoordeling van de conjuncturele economische schommelingen overeenkomstig paragraaf 301. Dergelijke analyses dienen rekening te houden met de strategie en het bedrijfsmodel van de beleggingsonderneming, alsook met de omgeving waarin zij actief is, om de kwetsbaarheden en schaderisico’s op het niveau van de beleggingsonderneming in kaart te brengen, en dienen ze rekening te houden met relevante economische schommelingen die systeembreed kunnen zijn als een wijdverbreide verstoring van de verstrekking van financiële diensten als gevolg van een verzwakking van een groot deel van het financiële stelsel of een wijdverbreide volatiliteit van de activaprijzen, dan wel specifiek zijn voor het bedrijfsmodel van de beleggingsonderneming als een schok die specifiek is voor de aard en de duur van de financiële instrumenten die de beleggingsonderneming verhandelt) over een toekomstgerichte horizon.
|
|
306. Voor de toepassing van paragraaf 305 dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de …
|
Voor de toepassing van paragraaf 305 dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat de analyses die voor het opzetten van P2G worden verricht, voldoende dekking bieden voor: - a. alle wezenlijke risico’s die bijdragen tot het overeenkomstig artikel 39, lid 2, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/2034 opgelegde aanvullend-eigenvermogensvereiste; en
- b. situaties waarin de beleggingsonderneming aanzienlijke verliezen lijdt die de bedrijfsvoering belemmeren of waarin zij haar activiteiten ordelijk kan moeten staken.
|
|
307. Bevoegde autoriteiten dienen P2G in beginsel niet te gebruiken om aspecten van risico’s te …
|
Bevoegde autoriteiten dienen P2G in beginsel niet te gebruiken om aspecten van risico’s te dekken die eigenlijk moeten worden gedekt door het aanvullend-eigenvermogensvereiste overeenkomstig hoofdstuk 7.2 van deze richtsnoeren.
|
|
308. Bij het bepalen van de omvang van de P2G dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat …
|
Bij het bepalen van de omvang van de P2G dienen bevoegde autoriteiten ervoor te zorgen dat deze wordt vastgesteld op een niveau dat geschikt is om de maximale verwachte variaties van de CET1 van de beleggingsonderneming te dekken en de dekking van de toepasselijke eigenvermogensvereisten te waarborgen.
|
|
309. Bij het bepalen van de omvang van P2G dienen bevoegde autoriteiten indien relevant rekening te …
|
Bij het bepalen van de omvang van P2G dienen bevoegde autoriteiten indien relevant rekening te houden met de volgende factoren: - a. indien P2G wordt vastgesteld op basis van stresstests, het jaar waarin de maximale stressimpact zich voordoet ten opzichte van het beginpunt en de tijdhorizon van de scenario’s gebruikt in de stresstests;
- b. de uitkomst van een betrouwbare stresstest van de beleggingsonderneming of de gevoeligheidsanalyse van de beleggingsonderneming, rekening houdende met de specifieke definities en aannames voor het scenario, in het bijzonder waar deze
97 meer relevant worden geacht voor het bedrijfsmodel en het risicoprofiel van de beleggingsonderneming of waar de interne scenario’s strenger zijn dan de scenario’s van de toezichthouder; waar dergelijke scenario’s van de toezichthouder beschikbaar zijn; - c. relevante limiteringsmaatregelen van de beleggingsonderneming indien voldoende geloofwaardig en indien deze zeer zeker worden geacht op basis van de beoordeling door de toezichthouder;
- d. informatie over en opvattingen van de toezichthouder over de relevantie van eigen stresstests of gevoeligheidsanalyses van de beleggingsonderneming voor de strategie, de financiële plannen en het bedrijfsmodel van de beleggingsonderneming;
- e. een afgenomen mate van zekerheid over de feitelijke gevoeligheid van de beleggingsonderneming voor ongunstige scenario’s;
- f. eventuele overlappingen met het toepasselijke aanvullend-eigenvermogensvereiste;
- g. of de beleggingsonderneming al dan niet een herstructurering ondergaat of ontbonden wordt.
|
|
310. Onverminderd paragraaf 271 dienen bevoegde autoriteiten het niveau van de P2G tijdig te …
|
Onverminderd paragraaf 271 dienen bevoegde autoriteiten het niveau van de P2G tijdig te toetsen indien dat niveau onjuist wordt geacht op basis van alle relevante informatie waarover bevoegde autoriteiten beschikken. Zij dienen ten minste te beoordelen of het bestaande P2G-niveau passend blijft en het zo nodig te herzien, telkens wanneer de in paragraaf 305 kwantitatieve en kwalitatieve uitkomsten significante veranderingen vertonen in vergelijking met de eerder voor de vaststelling van de P2G gebruikte analyse.
|
|
311. De door bevoegde autoriteiten vastgestelde P2G vormt een aanvulling op de hoogste component …
|
De door bevoegde autoriteiten vastgestelde P2G vormt een aanvulling op de hoogste component van de eigenvermogensvereisten overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033 en op het aanvullend-eigenvermogensvereiste die is vastgesteld overeenkomstig artikel 39, lid 2, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/2034. 7.4.2 Communicatie en samenstelling van P2G
|
|
312. Wanneer P2G of P2G-LR wordt ingesteld of bijgewerkt, dienen bevoegde autoriteiten het niveau …
|
Wanneer P2G of P2G-LR wordt ingesteld of bijgewerkt, dienen bevoegde autoriteiten het niveau en de relevante tijdslimieten te communiceren voor de opstelling ervan in overeenstemming met paragraaf 316 aan de beleggingsonderneming. Bevoegde autoriteiten geven ook uitleg over de potentiële reactie van de toezichthouder op situaties waarbij P2G niet wordt gerealiseerd.
|
|
313. In het geval van een toetsing overeenkomstig paragraaf 310 dienen bevoegde autoriteiten …
|
In het geval van een toetsing overeenkomstig paragraaf 310 dienen bevoegde autoriteiten, wanneer geen toetsing door toezichthouders overeenkomstig artikel 36 van Richtlijn (EU) 2019/2034 plaatsvindt, het nieuwe niveau van P2G me te edelen. 98
|
|
314. Bevoegde autoriteiten dienen aan beleggingsondernemingen te communiceren dat P2G naar …
|
Bevoegde autoriteiten dienen aan beleggingsondernemingen te communiceren dat P2G naar verwachting moet worden gerealiseerd met eigen vermogen dat in aanmerking komt voor CET1 en dat verwacht wordt dat P2G wordt opgenomen in hun kaders voor kapitaalplanning en risicobeheer, inclusief het risicobereidheidskader en, indien van toepassing, de herstelplanning.
|
|
315. Bevoegde autoriteiten dienen beleggingsondernemingen ook mee te delen dat het voor …
|
Bevoegde autoriteiten dienen beleggingsondernemingen ook mee te delen dat het voor P2G-doeleinden aangehouden eigen vermogen niet kan worden gebruikt om aan andere eigenvermogensvereisten te voldoen.
|
|
316. Bij het definiëren en communiceren van deadlines voor het opstellen van P2G aan de …
|
Bij het definiëren en communiceren van deadlines voor het opstellen van P2G aan de beleggingsondernemingen, dienen bevoegde autoriteiten ten minste rekening te houden met volgende elementen: - a. of de beleggingsonderneming al dan niet een herstructurering ondergaat of ontbonden wordt; en
- b. de potentiële implicaties die als CET1 gecatalogiseerd P2G mogelijk hebben voor andere delen van de kapitaalvereisten en voor het vermogen van beleggingsondernemingen om bijkomende tier 1 (AT1) of tier 2 (T2) instrumenten uit te geven.
7.4.3 Kapitaalplanning en andere toezichtmaatregelen om de toereikendheid van het kapitaal in stressomstandigheden aan te pakken Kapitaalplanning
|
|
317. Wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten zoals vermeld in hoofdstuk 7.4 blijkt dat een …
|
Wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten zoals vermeld in hoofdstuk 7.4 blijkt dat een beleggingsonderneming, in de gegeven ongunstige scenario’s, niet in staat zal zijn om te voldoen aan de toepasselijke kapitaalvereisten, dienen bevoegde autoriteiten te eisen dat de beleggingsonderneming een geloofwaardig kapitaalplan voorlegt dat het risico op niet-naleving van de geldende kapitaalvereisten aanpakt.
|
|
318. Om de geloofwaardigheid van het kapitaalplan te bepalen, overweegt de bevoegde autoriteit …
|
Om de geloofwaardigheid van het kapitaalplan te bepalen, overweegt de bevoegde autoriteit, waar passend: - a. of het kapitaalplan de volledige geraamde ongunstige tijdhorizon dekt;
- b. of het kapitaalplan een reeks geloofwaardige limiterings- en beheersmaatregelen formuleert;
- c. of de beleggingsonderneming bereid is en in staat is om dergelijke maatregelen te nemen om de inbreuken op de geldende kapitaalvereisten in ongunstige omstandigheden aan te pakken;
- d. of die verzachtende en beheersmaatregelen onderworpen zijn aan juridische of reputatiebeperkingen;
99 - e. de waarschijnlijkheid dat limiterings- en beheersmaatregelen de beleggingsonderneming in staat stellen om haar geldende kapitaalvereisten na te komen binnen een gepaste deadline;
- f. of de voorgestelde maatregelen in grote lijnen overeenstemmen met macro-economische overwegingen en met gekende toekomstige veranderingen aan de regelgeving die een invloed hebben op een beleggingsonderneming binnen de reikwijdte en het tijdskader van de geraamde ongunstige scenario’s; en
- g. indien van toepassing, het scala aan herstelopties en hun analyse zoals gedefinieerd in het herstelplan van de beleggingsonderneming.
|
|
319. Bij het beoordelen van kapitaalplannen dienen bevoegde autoriteit na een doeltreffende dialoog …
|
Bij het beoordelen van kapitaalplannen dienen bevoegde autoriteit na een doeltreffende dialoog met de beleggingsonderneming, indien gepast, te eisen dat de beleggingsonderneming gepaste wijzigingen aanbrengt aan deze plannen, inclusief aan de voorgestelde beheersmaatregelen, of dat de beleggingsondernemingen bijkomende limiteringsmaatregelen nemen die relevant worden op basis van de scenario’s en huidige macro-economische omstandigheden.
|
|
320. Bevoegde autoriteiten dienen te verwachten dat de beleggingsonderneming het herziene …
|
Bevoegde autoriteiten dienen te verwachten dat de beleggingsonderneming het herziene kapitaalplan ten uitvoer brengen, inclusief bijkomende veranderingen op basis van de resultaten van de beoordeling door de toezichthouder en de dialoog met de toezichthouder. Aanvullende toezichtmaatregelen
|
|
321. Indien relevant dienen bevoegde autoriteiten de toepassing te overwegen van de aanvullende …
|
Indien relevant dienen bevoegde autoriteiten de toepassing te overwegen van de aanvullende toezichtmaatregelen beschreven in titel 10, om te garanderen dat de beleggingsonderneming over voldoende kapitaal beschikt in ongunstige omstandigheden.
|
|
322. Vooral wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten van de stresstests of gevoeligheidsanalyses …
|
Vooral wanneer uit de kwantitatieve uitkomsten van de stresstests of gevoeligheidsanalyses blijkt dat de beleggingsonderneming haar geldende kapitaalvereisten binnen de volgende 12 maanden waarschijnlijk niet zal nakomen in het ongunstige scenario, dienen bevoegde autoriteiten dergelijke informatie te behandelen, waar passend, als één van de mogelijke omstandigheden in de betekenis van artikel 38, punt b), van Richtlijn (EU) 2019/2034. In dergelijke gevallen dienen bevoegde autoriteiten gepaste maatregelen te nemen in overeenstemming met artikel 39, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/2034 om te garanderen dat het eigen vermogen voldoende hoog is. Meer bepaald wanneer dergelijke maatregelen betrekking hebben op kapitaal dienen bevoegde autoriteiten in het bijzonder te overwegen de volgende maatregelen, zoals bepaald in artikel 39, lid 2, punten a) en f), of een van die maatregelen, te treffen: - a. eisen dat de beleggingsonderneming een gepast bedrag (nominaal bedrag) aan aanvullend eigen vermogen aanhoudt, rekening houdend met de uitkomst van de SREP-beoordeling;
- b. een beperking eisen van het risico dat verbonden is aan de activiteiten, producten en systemen van de beleggingsonderneming.
100
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|