+Governance ten aanzien van modellen
---+70. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de validering van IRRBB-meetmethoden – die …
---+71. Het valideringskader dient de volgende vijf kernonderdelen te omvatten: (a) beoordeling van …
---+72. Het beleid dient ten aanzien van de verwachte initiële en continue valideringsactiviteiten een …
---+73. Bij het beheer van het modelrisico voor de meting van IRRBB dient een holistische benadering te …
---+74. De uitkomsten van toetsingen en valideringen, evenals eventuele aanbevelingen voor het gebruik …
---+75. In het proces voor continue toetsing dient een set gebeurtenissen te worden vastgelegd die tot …
---+76. Een goedgekeurd model kan worden gewijzigd of ingetrokken op basis van waarnemingen en nieuwe …
---+77. Instellingen kunnen gebruik maken van IRRBB-modellen van derden voor het beheer en de controle …
---+78. Modelinputs of -aannamen, ongeacht of deze afkomstig zijn van interne modelprocessen of van …
|
Governance ten aanzien van modellen
Governance ten aanzien van modellen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
70. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de validering van IRRBB-meetmethoden – die …
|
Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de validering van IRRBB-meetmethoden – die onafhankelijk van hun uitwerking dienen te worden getoetst en gevalideerd – en de beoordeling van het overeenkomstige modelrisico worden opgenomen in een formeel beleidsproces dat dient te worden getoetst en goedgekeurd door het leidinggevend orgaan of zijn gedelegeerden. Het beleid dient geïntegreerd te zijn in de governanceprocessen voor modelrisicobeheer en dient het volgende te specificeren: - (a) de beheerrollen en wie verantwoordelijk is voor de ontwikkeling, de validering, de documentatie, de tenuitvoerlegging en het gebruik van modellen; en
- (b) de verantwoordelijkheden voor het toezicht op het model en het beleid, met inbegrip van de ontwikkeling van initiële en lopende valideringsprocedures, beoordeling van resultaten, goedkeuring, versiecontrole, uitzonderingen, escalatie, wijziging en buitenbedrijfstelling.
|
|
71. Het valideringskader dient de volgende vijf kernonderdelen te omvatten: (a) beoordeling van …
|
Het valideringskader dient de volgende vijf kernonderdelen te omvatten: - (a) beoordeling van conceptuele en methodologische deugdelijkheid, waaronder bewijzen betreffende de ontwikkeling;
- (b) continue bewaking van modellen, met inbegrip van verificatie en benchmarking van het proces;
- (c) analyse van uitkomsten, met inbegrip van het back-testen van essentiële interne parameters (bijv. stabiliteit van deposito’s, tarieven van vervroegde terugbetaling van leningen, vervroegde aflossingen van deposito’s, prijsbepaling van instrumenten);
- (d) grondige beoordeling van adviezen en oordelen van experts die in interne modellen worden gebruikt; en
- (e) validering van aannamen over diversificatie.
|
|
72. Het beleid dient ten aanzien van de verwachte initiële en continue valideringsactiviteiten een …
|
Het beleid dient ten aanzien van de verwachte initiële en continue valideringsactiviteiten een hiërarchisch proces vast te stellen voor de bepaling van de deugdelijkheid van het modelrisico op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve dimensies, zoals omvang, impact, prestaties in het verleden en deskundigheid van het personeel op het gebied van de gehanteerde modelleringstechniek.
|
|
73. Bij het beheer van het modelrisico voor de meting van IRRBB dient een holistische benadering te …
|
Bij het beheer van het modelrisico voor de meting van IRRBB dient een holistische benadering te worden gehanteerd die begint met motivering, ontwikkeling en tenuitvoerlegging door eigenaren en gebruikers van modellen. Het proces voor het bepalen van de inputs, aannamen, modelleringstechnieken en outputs van modellen dient onafhankelijk van de ontwikkeling van IRRBB-modellen te worden getoetst en gevalideerd voordat interne goedkeuring wordt gegeven voor het gebruik ervan.
|
|
74. De uitkomsten van toetsingen en valideringen, evenals eventuele aanbevelingen voor het gebruik …
|
De uitkomsten van toetsingen en valideringen, evenals eventuele aanbevelingen voor het gebruik van modellen, dienen te worden voorgelegd aan en goedgekeurd door het leidinggevend orgaan of zijn gedelegeerden. Na goedkeuring dient het model continu te worden onderworpen aan toetsing, procesverificatie en validering, met een frequentie die in overeenstemming is met het niveau van modelrisico dat door de instelling is vastgesteld en goedgekeurd.
|
|
75. In het proces voor continue toetsing dient een set gebeurtenissen te worden vastgelegd die tot …
|
In het proces voor continue toetsing dient een set gebeurtenissen te worden vastgelegd die tot een uitzondering leiden en waarbij degenen die het model toetsen verplicht zijn het leidinggevend orgaan of zijn gedelegeerden tijdig op de hoogte te stellen, zodat het corrigerende maatregelen en beperkingen van het gebruik van het model kan bepalen. Waar passend dienen duidelijke machtigingen voor versiecontrole te worden toegewezen aan eigenaren van modellen.
|
|
76. Een goedgekeurd model kan worden gewijzigd of ingetrokken op basis van waarnemingen en nieuwe …
|
Een goedgekeurd model kan worden gewijzigd of ingetrokken op basis van waarnemingen en nieuwe informatie die in de loop van de tijd beschikbaar komen. Instellingen dienen beleid te formuleren voor modeltransitie, met inbegrip van machtigingen voor veranderings- en versiecontrole en documentatie.
|
|
77. Instellingen kunnen gebruik maken van IRRBB-modellen van derden voor het beheer en de controle …
|
Instellingen kunnen gebruik maken van IRRBB-modellen van derden voor het beheer en de controle van IRRBB, mits deze modellen voldoende op de instelling zijn afgestemd en de specifieke kenmerken daarvan correct weerspiegelen. Van instellingen wordt verwacht dat zij een volledig inzicht hebben in de onderliggende analyses, aannamen en methoden van de modellen van derden en dat zij zich ervan vergewissen dat deze op toereikende wijze zijn geïntegreerd in hun algehele risicobeheersystemen en -processen. Wanneer derden input leveren voor marktgegevens, gedragsaannamen of modelinstellingen, dient de instelling te beschikken over een proces om te bepalen of die inputs redelijk zijn voor haar activiteiten en de risicokenmerken daarvan. Instellingen dienen te waarborgen dat er voldoende documentatie is van hun gebruik van modellen van derden, met inbegrip van eventuele specifieke aanpassingen daarvan.
|
|
78. Modelinputs of -aannamen, ongeacht of deze afkomstig zijn van interne modelprocessen of van …
|
Modelinputs of -aannamen, ongeacht of deze afkomstig zijn van interne modelprocessen of van derden, dienen te worden opgenomen in het valideringsproces. De instelling dient keuzes betreffende de modelspecificaties als onderdeel van het valideringsproces te documenteren en te verklaren.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|