+30. De volgende richtsnoeren 9.20 en 9.21 worden ingevoegd: “9.20 Bij het aangaan van een zakelijke …
|
30. De volgende richtsnoeren 9.20 en 9.21 worden ingevoegd: “9.20 Bij het aangaan van een zakelijke …
De volgende richtsnoeren 9.20 en 9.21 worden ingevoegd: “9.20 Bij het aangaan van een zakelijke relatie met een cliënt die een andere aanbieder van cryptoactivadiensten is dan een bij Verordening (EU) 2023/11145 gereguleerde CASP, kunnen banken worden blootgesteld aan een hoger ML/TF-risico. Het risico kan worden beperkt in omstandigheden waarin een dergelijke aanbieder is gereguleerd en onder toezicht staat op grond van een regelgevingskader dat vergelijkbaar is met dat vervat in Verordening (EU) 2023/1114 of Richtlijn (EU) 2015/849. Banken dienen de ML/TF risicobeoordeling voor deze cliënten uit te voeren alvorens een zakelijke relatie met hen aan te gaan. Als onderdeel hiervan dienen banken ook rekening te houden met het ML/TF-risico dat verbonden is aan het specifieke type cryptoactiva dat door deze aanbieders wordt geleverd of beheerd.” “9.21 Om ervoor te zorgen dat het niveau van het ML/TF-risico in verband met cliënten zoals beschreven in richtsnoer 9.20 wordt beperkt, dienen banken, als onderdeel van hun CDD-maatregelen, ten minste: - a) met de cliënt in dialoog te treden om inzicht te krijgen in de aard van de activiteiten en de ML/TF-risico’s waaraan hij is blootgesteld;
- b) naast het verifiëren van de identiteit van de uiteindelijk begunstigden van de cliënt, cliëntenonderzoek uit te voeren naar het hoger leidinggevend personeel, voor zover de leden daarvan niet de uiteindelijk begunstigden zijn, daarbij lettend op eventuele negatieve informatie;
- c) inzicht te hebben in de mate waarin deze cliënten hun eigen CDD-maatregelen op hun cliënten toepassen, hetzij omdat zij daartoe wettelijk verplicht zijn dan wel op vrijwillige basis;
- d) te bepalen of de cliënt geregistreerd is of een vergunning heeft in een EU/EER-lidstaat of een derde land, en, in het geval van een derde land, een standpunt in te nemen over de toereikendheid van het AML/CFT-regelgevings- en toezichtstelsel van dat derde land overeenkomstig richtsnoer 2.11;
- e) te bepalen of de door de cliënt verleende diensten binnen het toepassingsgebied van de registratie of vergunning van de cliënt vallen;
- f) te bepalen of de cliënt andere diensten verleent dan die waarvoor hij als kredietinstelling of financiële instelling geregistreerd is of een vergunning heeft;
- g) indien de activiteiten van de cliënt gepaard gaan met de uitgifte van cryptoactiva om fondsen te werven, zoals initial coin offerings, dienen banken na te gaan of dergelijke activiteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de bestaande wettelijke vereisten en, indien van toepassing, of deze voor AML/CFT-doeleinden gereguleerd zijn volgens internationaal overeengekomen normen, zoals de standaarden die gepubliceerd zijn door de Financial Action Task Force.”
5 Verordening (EU) 2023/1114 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|