+1. Onderwerp
---+1. In deze richtsnoeren wordt overeenkomstig artikel 48, lid 6, van Richtlijn 2014/59/EU een nadere …
---+2. In artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat de lidstaten er zorg voor …
---+3. Artikel 48, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU bepaalt dat de afwikkelingsautoriteiten de verliezen …
---+4. Volgens artikel 48, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU verrichten de afwikkelingsautoriteiten …
---+5. In artikel 48, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat indien de …
---+6. De bepalingen in artikel 48, met name in het eerste lid daarvan, creëren een aantal onderlinge …
---+7. Deze richtsnoeren zijn gericht tot afwikkelingsautoriteiten die het instrument van bail-in of de …
|
1. Onderwerp
1. Onderwerp
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
1. In deze richtsnoeren wordt overeenkomstig artikel 48, lid 6, van Richtlijn 2014/59/EU een nadere …
|
In deze richtsnoeren wordt overeenkomstig artikel 48, lid 6, van Richtlijn 2014/59/EU een nadere uitwerking gegeven van het onderlinge verband tussen enerzijds Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2013/36/EU en anderzijds Richtlijn 2014/59/EU als het gaat om de volgorde van afschrijving en omzetting. In de richtsnoeren wordt dit onderlinge verband verduidelijkt met het oog op de toepassing van artikel 48 van Richtlijn 2014/59/EU, dat betrekking heeft op de volgorde van afschrijving en omzetting wanneer het instrument van bail-in wordt toegepast. Zij zijn ook relevant voor artikel 60 van Richtlijn 2014/59/EU wat betreft de volgorde van afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten op het moment van niet-levensvatbaarheid. In deze richtsnoeren wordt onder "kapitaalinstrumenten" verstaan instrumenten die worden gerekend tot tier 1-kernkapitaal- (CET1), aanvullende tier 1- (AT1) of tier 2- (T2)-instrumenten in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
2. In artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat de lidstaten er zorg voor …
|
In artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat de lidstaten er zorg voor dragen dat de afwikkelingsautoriteiten bij de toepassing van het instrument van bail-in, behoudens de uitzonderingen in artikel 44, leden 2 en 3 van Richtlijn 2014/59/EU, de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden in onderstaande volgorde uitoefenen: CET1-bestanddelen; vervolgens AT1-instrumenten; daarna T2-instrumenten; daarna overige achtergestelde schuld die geen AT1- of T2-instrument is volgens de rangorde van vorderingen overeenkomstig het normale faillissementsrecht; tot slot de rest van de in aanmerking komende passiva volgens de rangorde van vorderingen in het normale faillissementsrecht.
|
|
3. Artikel 48, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU bepaalt dat de afwikkelingsautoriteiten de verliezen …
|
Artikel 48, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU bepaalt dat de afwikkelingsautoriteiten de verliezen gelijkelijk over de aandelen en andere eigendomsinstrumenten en de in aanmerking komende passiva van dezelfde rang verdelen, behalve indien discretionaire uitsluitingen van bail-in op grond van artikel 44, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU resulteren in een andere verdeling van de verliezen over passiva van dezelfde rang. In dat geval mag het niveau van afschrijving of omzetting dat op andere in aanmerking komende passiva wordt toegepast op grond van artikel 44, lid 3, worden verhoogd, mits het niveau van afschrijving of omzetting voldoet aan het beginsel dat geen enkele schuldeiser slechter af mag zijn, als bedoeld in artikel 34, lid 1, onder g), van die richtlijn.
|
|
4. Volgens artikel 48, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU verrichten de afwikkelingsautoriteiten …
|
Volgens artikel 48, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU verrichten de afwikkelingsautoriteiten, alvorens de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheid op andere in aanmerking komende passiva of passiva van gelijke rang toe te passen, een omzetting of een verlaging van de hoofdsom van AT1- en T2-instrumenten en van andere achtergestelde passiva wanneer deze passiva nog niet zijn omgezet en daarvoor de volgende voorwaarden gelden: a) de hoofdsom van het instrument wordt verlaagd bij het plaatsvinden van een gebeurtenis die van invloed is op de financiële positie, de solvabiliteit of het niveau van het eigen vermogen van de instelling; of b) bij het plaatsvinden van een dergelijke gebeurtenis worden de instrumenten in aandelen of andere eigendomsinstrumenten omgezet.
|
|
5. In artikel 48, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat indien de …
|
In artikel 48, lid 4, van Richtlijn 2014/59/EU wordt bepaald dat indien de afwikkelingsautoriteiten de hoofdsom van een instrument in overeenstemming met lid 3 van dat artikel verlagen, maar niet tot nul, zij de rangorde van schuldeisers in acht nemen en overeenkomstig de regeling in lid 1, de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden op het resterende bedrag van deze hoofdsom toepassen. Voorts wordt in artikel 48, lid 5, bepaald dat wanneer de afwikkelingsautoriteiten beslissen of passiva moeten worden afgeschreven of in aandelen moeten worden omgezet, zij niet één categorie passiva mogen omzetten terwijl een categorie passiva die aan die categorie passiva achtergesteld is, grotendeels niet in aandelen wordt omgezet of niet wordt afgeschreven, tenzij anders bepaald in artikel 44, leden 2 en 3, van Richtlijn 2014/59/EU.
|
|
6. De bepalingen in artikel 48, met name in het eerste lid daarvan, creëren een aantal onderlinge …
|
De bepalingen in artikel 48, met name in het eerste lid daarvan, creëren een aantal onderlinge verbanden met de regeling als beschreven in Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/59/EU, die een verduidelijking vereisen. Dit onderlinge verband heeft in het bijzonder betrekking op de kapitaalinstrumenten (vooral de categorieën AT1 en T2) als het gaat om de volgorde van afschrijving en omzetting. In de punten 69, 73 en 74 van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU worden die instrumenten gedefinieerd als instrumenten die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 52 en 63 van Verordening (EU) nr. 575/2013, maar er wordt niet vermeld welke behandeling van toepassing is op instrumenten die tot dezelfde categorie of uitgifte behoren, maar die voor de berekening van het eigen vermogen van de instelling onder een andere regeling vallen. 2. Toepassingsgebied en -niveau
|
|
7. Deze richtsnoeren zijn gericht tot afwikkelingsautoriteiten die het instrument van bail-in of de …
|
Deze richtsnoeren zijn gericht tot afwikkelingsautoriteiten die het instrument van bail-in of de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten op het moment van niet-levensvatbaarheid toepassen op een instelling of entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1), onder b), c) of d), van Richtlijn 2014/59/EU.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|