+5.5 Toepassing van toezichtmaatregelen en sancties
---+58. De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst past …
---+59. Onverminderd artikel 41 van Richtlijn 2013/36/EU coördineren de consoliderende toezichthouder …
---+60. De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de …
---+61. De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst bekijkt …
---+62. Wanneer de consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst …
|
5.5 Toepassing van toezichtmaatregelen en sancties
5.5 Toepassing van toezichtmaatregelen en sancties
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
58. De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst past …
|
De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst past toezichtmaatregelen als voorzien in de artikelen 104 en 105 van Richtlijn 2013/36/EU toe op de instelling op basis van de SREP-uitkomsten en de specifieke uitkomsten van de risicobeoordeling voor het bijkantoor, wanneer maatregelen worden toegepast met betrekking tot de risico's die de instelling neemt via een significant-plus-bijkantoor of met betrekking tot tekortkomingen die bij een dergelijk bijkantoor worden vastgesteld.
|
|
59. Onverminderd artikel 41 van Richtlijn 2013/36/EU coördineren de consoliderende toezichthouder …
|
Onverminderd artikel 41 van Richtlijn 2013/36/EU coördineren de consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst de toepassing van toezichtmaatregelen en voorzorgsmaatregelen die worden genomen met betrekking tot het significant-plus-bijkantoor, binnen het kader van colleges van toezichthouders, waarbij met name aandacht wordt besteed aan het volgende: - a. het type maatregelen dat dient te worden genomen;
- b. de tijdplanning van de maatregelen en de duur hiervan;
- c. de reikwijdte van de maatregelen in termen van de desbetreffende blootstellingen of governance of eventuele andere relevante kwesties, of in termen van personen, indien ze zijn gericht tot personen; en
- d. koppelingen naar de toezichtbevindingen die speciaal worden benadrukt in de risicobeoordeling voor het bijkantoor.
|
|
60. De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de …
|
De consoliderende toezichthouder en de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst informeren elkaar regelmatig over eventuele macroprudentiële maatregelen of andere maatregelen die worden toegepast op instellingen of bijkantoren teneinde de financiële stabiliteit te waarborgen, die relevant kunnen zijn voor de instelling of voor het significant-plus-bijkantoor.
|
|
61. De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst bekijkt …
|
De consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst bekijkt de overeenkomstig het vorige punt ontvangen informatie over macroprudentiële maatregelen om te besluiten of zij de maatregelen uitbreiden naar de gehele instelling volgens de bepalingen betreffende vrijwillige wederkerigheid voor macroprudentiële maatregelen die zijn uiteengezet door het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB)8 .
8 Zie de aanbeveling van het ESRB over de beoordeling van grensoverschrijdende effecten van en de vrijwillige toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële maatregelen (ESRB/2015/2).
|
|
62. Wanneer de consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst …
|
Wanneer de consoliderende toezichthouder of de bevoegde autoriteit in de lidstaat van herkomst een besluit neemt over de toepassing van wederkerigheid ten aanzien van macroprudentiële maatregelen die in een lidstaat van ontvangst zijn toegepast op een instelling die via een bijkantoor werkt, houdt deze ook rekening met het volgende: - a. het type, de reikwijdte en de aard van de macroprudentiële maatregelen, en of het maatregelen 'pijler 1-type' zijn (bijv. aanpassingen aan risicogewichten overeenkomstig artikel 124 van Verordening (EU) nr. 575/2013) of maatregelen van 'pijler 2-type' (bijv. toepassing van ondergrens voor een risicogewicht overeenkomstig artikel 103 van Richtlijn 2013/36/EU) zijn;
- b. de reikwijdte en de aard van de activiteiten van het bijkantoor, met name of de activiteiten of blootstellingen ervan invloed zouden hebben ondervonden van de macroprudentiële maatregel als activiteiten of blootstellingen door een instelling in de lidstaat van ontvangst niet via een bijkantoor, maar via een dochteronderneming tot stand zouden zijn gekomen;
- c. het macroprudentiële kader en eventuele bestaande macroprudentiële maatregelen in de lidstaat van herkomst die gelden voor de instelling (en daardoor ook voor haar bijkantoren), en of deze gericht zijn op hetzelfde risico als de maatregelen die worden toegepast door de bevoegde autoriteit in de lidstaat van ontvangst;
- d. de aanbevelingen van het ESRB betreffende minimumnormen voor wederkerigheid in macroprudentiële zaken9 .
9 Ibid.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|