+6.3.1.1 Definition of economic loss and realised LGD
---+131. Voor de LGD-raming als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. …
---+132. Voor de toepassing van paragraaf 131 zouden instellingen het op een instrument (d.w.z. de …
---+133. Voor de berekening van het gerealiseerde economisch verlies op een positie overeenkomstig …
---+134. Wanneer, in verband met een gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstaat, een deel van de …
---+135. In geval van blootstellingen die terugkeren naar de status van blootstelling die niet langer …
---+136. Wanneer instellingen in het kader van een herstructurering of om technische redenen nieuwe …

6.3.1.1 Definition of economic loss and realised LGD

6.3.1.1 Definition of economic loss and realised LGD

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
131. Voor de LGD-raming als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. …

Voor de LGD-raming als bedoeld in artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen instellingen voor elke positie gerealiseerde LGD's als bedoeld in punt (55) van artikel 4, lid 1, van die verordening te berekenen als de verhouding tussen het economisch verlies en het uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van de wanbetaling, waaronder elk bedrag aan hoofdsom, rente of provisies.

132. Voor de toepassing van paragraaf 131 zouden instellingen het op een instrument (d.w.z. de …

Voor de toepassing van paragraaf 131 zouden instellingen het op een instrument (d.w.z. de faciliteit ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan) gerealiseerde economisch verlies als bedoeld in punt (2) van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten berekenen als het verschil tussen:

  • (a) het uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van de wanbetaling, onverminderd paragraaf 140, waaronder elk bedrag aan hoofdsom, rente of provisies, verhoogd met materiële directe en indirecte kosten die verband houden met de incasso op dat instrument, gedisconteerd tot het moment van de wanbetaling; en
  • (b) na het moment van de wanbetaling gerealiseerde invorderingen, gedisconteerd tot het moment van de wanbetaling.
133. Voor de berekening van het gerealiseerde economisch verlies op een positie overeenkomstig …

Voor de berekening van het gerealiseerde economisch verlies op een positie overeenkomstig paragraaf 132 dienen instellingen rekening te houden met alle gerealiseerde invorderingen, waaronder invorderingen uit onbekende bronnen en invorderingen in verband met zekerheden die niet voldoen aan de vereisten van artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013.

134. Wanneer, in verband met een gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstaat, een deel van de …

Wanneer, in verband met een gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstaat, een deel van de blootstelling vóór of op de datum van de wanbetaling is kwijtgescholden of afgeschreven en het kwijtgescholden of afgeschreven bedrag niet is opgenomen in het uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van de wanbetaling, dient het bedrag van de blootstelling dat is kwijtgescholden of afgeschreven te worden opgeteld bij het uitstaande bedrag van de kredietverplichting op het moment van de wanbetaling voor zowel de berekening van het economisch verlies, als gespecificeerd in paragraaf 132, in de teller, als voor de berekening van het uitstaande bedrag van de kredietverplichting in de noemer van het gerealiseerde LGD.

135. In geval van blootstellingen die terugkeren naar de status van blootstelling die niet langer …

In geval van blootstellingen die terugkeren naar de status van blootstelling die niet langer in wanbetaling is, dienen instellingen het economisch verlies te berekenen op dezelfde wijze als voor alle andere blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan, met als enige verschil dat een additionele invorderingskasstroom zou moeten worden toegevoegd, alsof de betaling door de debiteur was verricht, aan het bedrag dat uitstond op de datum van de terugkeer naar de status van blootstelling die niet langer in wanbetaling is, waaronder bedragen aan hoofdsom, rente en provisies (“artificiële kasstroom”). Deze artificiële kasstroom dient te worden gedisconteerd tot het moment van de wanbetaling, op dezelfde wijze als voor alle waargenomen kasstromen. Wanneer alle blootstellingen voldoen aan de criteria van paragraaf 101, dient het gerealiseerde LGD te worden berekend op basis van de datum van de eerste gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstond, rekening houdend met alle kasstromen die zijn waargenomen vanaf de datum van de eerste gebeurtenis waardoor wanbetaling ontstond, waaronder die welke zijn waargenomen tijdens de periode tussen de eerste en de tweede status van blootstelling waarbij sprake is van wanbetaling, zonder artificiële kasstromen toe te voegen.

136. Wanneer instellingen in het kader van een herstructurering of om technische redenen nieuwe …

Wanneer instellingen in het kader van een herstructurering of om technische redenen nieuwe faciliteiten openen ter vervanging van eerdere faciliteiten ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan, dienen ze de gerealiseerde LGD's te berekenen op basis van de oorspronkelijke faciliteiten waarbij sprake was van wanbetaling. Daartoe zouden instellingen moeten beschikken over een deugdelijk mechanisme om waargenomen kosten, invorderingen en nieuwe opnemingen toe te rekenen aan de oorspronkelijke faciliteiten.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/