+9 Review of estimates
---+215. Instellingen dienen interne beleidslijnen te specificeren voor veranderingen in modellen en …
---+216. Wanneer er wezenlijke tekortkomingen als gevolg van de in paragraaf 215 bedoelde procedures …
---+217. Voor de regelmatige evaluatie van ramingen dienen instellingen te beschikken over en raamwerk …
---+218. Bij de evaluaties van ramingen die ten minste jaarlijks moeten worden verricht overeenkomstig …
---+219. Instellingen dienen de voorwaarden te specificeren waaronder de in paragraaf 218 bedoelde …
---+220. Om de in artikel 190, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde taken uit te voeren …
---+221. Voor de in de paragrafen 217 tot en met 220 gespecificeerde evaluatie dienen instellingen …

9 Review of estimates

9 Review of estimates

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
215. Instellingen dienen interne beleidslijnen te specificeren voor veranderingen in modellen en …

Instellingen dienen interne beleidslijnen te specificeren voor veranderingen in modellen en ramingen van risicoparameters die worden gebruikt in een ratingsysteem. In deze beleidslijnen zou bepaald moeten zijn dat er veranderingen in modellen dienen te worden aangebracht als gevolg van ten minste het volgende:

  • (a) regelmatige evaluatie van ramingen;
  • (b) onafhankelijke validatie;
  • (c) veranderingen in de wettelijke omgeving;
  • (d) interne accountantscontrole;
  • (e) controle door de bevoegde autoriteit.
216. Wanneer er wezenlijke tekortkomingen als gevolg van de in paragraaf 215 bedoelde procedures …

Wanneer er wezenlijke tekortkomingen als gevolg van de in paragraaf 215 bedoelde procedures zijn vastgesteld, dienen instellingen passende actie te ondernemen, afhankelijk van de ernst van de tekortkoming, en een voorzichtigheidsmarge toe te passen overeenkomstig deel 4.4.3.

217. Voor de regelmatige evaluatie van ramingen dienen instellingen te beschikken over en raamwerk …

Voor de regelmatige evaluatie van ramingen dienen instellingen te beschikken over en raamwerk dat ten minste de volgende elementen omvat:

  • (a) een minimumbereik en -frequentie van de te verrichten analyses, waaronder door de instelling gekozen, vooraf vastgestelde maatstaven om de representativiteit van gegevens, de werking van het model en de voorspellende kracht en stabiliteit van het model te testen;
  • (b) vooraf vastgestelde normen, waaronder vooraf vastgestelde drempels en significantieniveaus voor de gebruikte maatstaven;
  • (c) vooraf vastgestelde acties die moeten worden ondernomen in geval van een negatieve uitkomst van de evaluatie, afhankelijk van de ernst van de tekortkoming.

In hun regelmatige evaluaties van ramingen kunnen instellingen steunen op de resultaten van onafhankelijke validatie wanneer die resultaten up-to-date zijn.

218. Bij de evaluaties van ramingen die ten minste jaarlijks moeten worden verricht overeenkomstig …

Bij de evaluaties van ramingen die ten minste jaarlijks moeten worden verricht overeenkomstig artikel 179, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013, dient rekening te worden gehouden met de door de instellingen overeenkomstig paragraaf 217 vastgestelde maatstaven, normen en drempels. Het toepassingsgebied van deze evaluaties dient ten minste de volgende elementen te omvatten:

  • (a) een analyse van de representativiteit van gegevens, waaronder alle volgende analyses:
  • (i) een analyse van potentiële verschillen tussen de referentiegegevensverzameling die is gebruikt om de risicoparameter te kwantificeren en de toepassingsportefeuille, waaronder de analyse van eventuele veranderingen in de portefeuille of structurele breuken, op de in deel 4.2.4 beschreven manieren voor de analyse van de representativiteit;
  • (ii) een analyse van potentiële verschillen tussen de referentiegegevensverzameling die is gebruikt om het model te ontwikkelen en de toepassingsportefeuille; daartoe dienen instellingen:
  •  de analyse als beschreven in de paragrafen 24, 25, en 26 uit te voeren;
  •  te beoordelen of de voor modelontwikkeling gebruikte gegevens
voldoende representatief zijn in de zin van de punten (a) en (b) van paragraaf 21 indien de werking van het model in de zin van paragraaf 218(b) gedegen is;
  •  de in de paragrafen 22 en 23 beschreven analyse uit te voeren wanneer de
werking van het model in de zin van paragraaf 218(b) achteruitgaat;
  • (b) een analyse van de werking van het model en de stabiliteit ervan in de tijd, die beide volgende kenmerken zou moeten hebben:
  • (i) in de analyse dient elke potentiële verslechtering van de werking van het model, waaronder de discriminerende kracht ervan, te worden vastgesteld door de werking ten tijde van de ontwikkeling te vergelijken met de werking tijdens elke daaropvolgende waarnemingsperiode van de uitgebreide gegevensverzameling en met de vooraf vastgestelde drempels; deze analyse dient te worden uitgevoerd op relevante deelverzamelingen, bijvoorbeeld met en zonder delinquentiestatus in het geval van PD-ramingen of voor verschillende invorderingsscenario's in geval van LGD-ramingen;
  • (ii) de analyse dient te worden uitgevoerd op de hele toepassingsportefeuille, zonder in de modelontwikkeling toegepaste aanpassingen of uitsluitingen van gegevens; om een vergelijking te kunnen maken, zou de werking ten tijde van de ontwikkeling ook moeten worden verkregen voor de hele toepassingsportefeuille, vóór eventuele aanpassingen of uitsluitingen van gegevens;
  • (c) een analyse van de voorspellende kracht van het model, waaronder ten minste:
  • (i) een analyse of de opneming van de meest recente gegevens in de voor het ramen van risicoparameters gebruikte gegevensverzameling leidt tot wezenlijk verschillende risicoramingen, en in het bijzonder:
  •  voor PD, of de opneming van de meest recente gegevens leidt tot een
significante verandering in de gemiddelde wanbetalingsgraad over een lange periode; in deze analyse dient rekening worden gehouden met de passende herdefiniëring van de periode van het waarschijnlijke bereik van de variabiliteit van wanbetalingsgraden en de mix van goede en slechte jaren, indien nodig;
  •  voor LGD, of de opneming van de meest recente gegevens leidt tot een
significante verandering in het gemiddelde LGD over een lange periode of een LGD dat past bij een economische neergang;
  • (ii) een backtestinganalyse, die een vergelijking van de voor de berekening van eigenvermogensvereisten gebruikte ramingen met waargenomen uitkomsten voor elke klasse of graad dient te omvatten; daartoe kunnen instellingen rekening houden met de resultaten van de backtesting die is uitgevoerd als onderdeel van de interne validatie overeenkomstig artikel 185, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 of kunnen ze aanvullende tests uitvoeren, bijvoorbeeld voor een ander tijdvak van de gegevensverzameling.
219. Instellingen dienen de voorwaarden te specificeren waaronder de in paragraaf 218 bedoelde …

Instellingen dienen de voorwaarden te specificeren waaronder de in paragraaf 218 bedoelde analyses vaker dan jaarlijks zouden moeten worden uitgevoerd, zoals belangrijke veranderingen in het risicoprofiel, het kredietbeleid of relevante IT-systemen van de instelling. Instellingen dienen het PD- of het LGD-model te evalueren telkens wanneer ze significante veranderingen in de economische omstandigheden waarnemen ten opzichte van de economische omstandigheden die ten grondslag liggen aan de gegevensverzameling die wordt gebruikt voor modelontwikkeling.

220. Om de in artikel 190, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde taken uit te voeren …

Om de in artikel 190, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde taken uit te voeren, dienen instellingen een regelmatige cyclus voor de volledige evaluatie van de ratingsystemen uit te voeren, rekening houdend met hun materialiteit, waarbij alle aspecten van modelontwikkeling, kwantificering van risicoparameters en, indien van toepassing, de raming van modelcomponenten worden bestreken. Deze evaluatie dient al het volgende te omvatten:

  • (a) een evaluatie van de bestaande en potentiële risicodeterminanten en een beoordeling van hun significantie op basis van de vooraf vastgestelde evaluatienormen als bedoeld in paragraaf217;
  • (b) een beoordeling van de modelleringsbenadering, de conceptuele deugdelijkheid daarvan, de vervulling van de modelleringsaannamen en alternatieve benaderingen.

Wanneer de bevindingen van deze evaluatie leiden tot aanbevelingen voor veranderingen in het modelontwerp, dienen passende acties te worden ondernomen op grond van de resultaten van deze analyse.

221. Voor de in de paragrafen 217 tot en met 220 gespecificeerde evaluatie dienen instellingen …

Voor de in de paragrafen 217 tot en met 220 gespecificeerde evaluatie dienen instellingen consequent beleid voor aanpassingen en uitsluitingen van gegevens toe te passen en ervoor te zorgen dat eventuele verschillen in het op de betrokken gegevensverzamelingen toegepaste beleid gerechtvaardigd zijn en de resultaten van de evaluatie niet verstoren.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/