+10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's
---+235. Bevoegde autoriteiten monitoren, in het kader van hun continue betrokkenheid bij …
---+236. Als de bevoegde autoriteit concludeert dat de NPE-strategie van een kredietinstelling …
---+237. Als de uitkomst van de beoordeling door de bevoegde autoriteit is dat de NPE-strategie in …
---+238. Bevoegde autoriteiten passen de evaluatie door de toezichthouder op evenredige wijze toe …
---+239. Evenredigheid met betrekking tot de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie …
---+240. Bevoegde autoriteiten stellen vragen over de volgende elementen van kredietinstellingen: a) …
---+241. Gezien het belang van vroegtijdige signalering van verslechterende kredietkwaliteit beoordelen …
---+242. Bevoegde autoriteiten beoordelen of kredietinstellingen: a) beschikken over een respijtbeleid …
---+243. Bevoegde autoriteiten waarborgen dat kredietinstellingen beschikken over passend schriftelijk …
---+244. Als kredietinstellingen significante afwijkingen van het operationele plan rapporteren …
---+245. De hierboven vermelde vereisten betreffende de evaluatie door de toezichthouder van het beheer …
|
10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's
10. Evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
235. Bevoegde autoriteiten monitoren, in het kader van hun continue betrokkenheid bij …
|
Bevoegde autoriteiten monitoren, in het kader van hun continue betrokkenheid bij kredietinstellingen in het kader van de SREP, de toepassing van deze richtsnoeren door kredietinstellingen, met name de uitwerking en tenuitvoerlegging van NPE-strategieën en daarmee samenhangende bestuurlijke en operationele kaders als omschreven in de hoofdstukken 4 en 5. Daarbij beoordelen bevoegde autoriteiten ook, zonder daartoe te zijn beperkt, of de NPE-strategie van de kredietinstelling: - a) is ingebed in de algehele strategie van de kredietinstelling en is onderworpen aan passende NPE-governance, waaronder een kader voor risicobeheer en -beheersing;
- b) is gebaseerd op een geloofwaardige zelfbeoordeling van de interne capaciteiten van de kredietinstelling;
- c) voldoende rekening houdt met de werkomgeving, externe omstandigheden en kapitaalpositie van de kredietinstelling;
- d) niet alleen betrekking heeft op de korte termijn, maar ook op de middellange en/of lange termijn;
- e) waar passend aan termijnen gebonden, realistische maar ambitieuze kwantitatieve doelen met betrekking tot NPE's en geëxecuteerde activa omvat en wordt ondersteund door een operationeel plan.
|
|
236. Als de bevoegde autoriteit concludeert dat de NPE-strategie van een kredietinstelling …
|
Als de bevoegde autoriteit concludeert dat de NPE-strategie van een kredietinstelling duidelijk niet voldoet aan een of meer van de onder a) tot en met e) van punt 235 genoemde elementen, wordt dit beschouwd als een ernstige tekortkoming van de NPE-strategie. In dit geval eisen bevoegde autoriteiten onmiddellijke herziening van de NPE-strategie.
|
|
237. Als de uitkomst van de beoordeling door de bevoegde autoriteit is dat de NPE-strategie in …
|
Als de uitkomst van de beoordeling door de bevoegde autoriteit is dat de NPE-strategie in grote lijnen voldoet aan de vereisten onder a) tot en met e) van punt 236, maar er enkele tekortkomingen worden vastgesteld, zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat kredietinstellingen een actieplan indienen over de manier waarop zij de tekortkomingen willen aanpakken en tijdig een doeltreffend NPE-beheerkader willen opstellen.
|
|
238. Bevoegde autoriteiten passen de evaluatie door de toezichthouder op evenredige wijze toe …
|
Bevoegde autoriteiten passen de evaluatie door de toezichthouder op evenredige wijze toe, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de instellingen (bijv. in termen van omvang, aard en complexiteit). Bevoegde autoriteiten houden bij hun SREP-beoordelingen van NPE-strategieën en de ondersteunende governance- en operationele regelingen ook rekening met de bedrijfsmodellen van de instellingen, met name wanneer de instelling zich uitsluitend bezighoudt met de aan- en verkoop van NPE's.
|
|
239. Evenredigheid met betrekking tot de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie …
|
Evenredigheid met betrekking tot de beoordeling door de toezichthouder van de NPE-strategie van een kleine en niet erg complexe instelling (bijv. van SREP-categorie 3 of 434 ) kan worden bereikt door de beoordeling in lijn te brengen met het SREP-model van toezichtinspanning. Hiermee wordt een op risico gebaseerde aanpak van het toezicht gewaarborgd en wordt rekening gehouden met de systeemrelevantie van mondiale en binnenlandse instellingen.
34 Beschreven in paragraaf 2.1.1, ‘Indeling van instellingen in categorieën’ in de EBA-richtsnoeren inzake SREP (EBA/GL/2014/13).
|
|
240. Bevoegde autoriteiten stellen vragen over de volgende elementen van kredietinstellingen: a) …
|
Bevoegde autoriteiten stellen vragen over de volgende elementen van kredietinstellingen: - a) het operationele plan en de organisatorische regelingen, als wordt voldaan aan een of meer van de volgende criteria:
- i. Het kader voor het vaststellen, meten, beheren, monitoren en beperken van NPE's en FBE's, ook met betrekking tot de vroegtijdige erkenning van NPE's en passende herschikkingsactiviteiten, wordt door de bevoegde autoriteiten ontoereikend geacht gezien de omvang en de complexiteit van het NPE-probleem bij de kredietinstelling.
- ii. De noodzakelijke personele en technische middelen worden niet toegewezen of de toewijzing hiervan wordt niet voorzien voor de toekomst, en er is geen passende dekking door de interne controlefuncties geregeld.
- iii. De operationalisering van het proces van monitoren van NPE's wordt niet op toereikende wijze beschreven;
- b) de NPE-strategie, als de combinatie van strategische opties voor de verschillende portefeuilles en segmenten, met inbegrip van geëxecuteerde activa, waar toepasselijk, naar het oordeel van de autoriteit niet leidt tot de meest effectieve en efficiënte strategie voor de reductie van NPE's;
- c) het kapitaalplan, als hierin niet naar behoren de geplande reductie van NPE's op de balans overeenkomstig de NPE-strategie uiteen wordt gezet en er geen geschikte acties in zijn opgenomen om te waarborgen dat een voldoende hoeveelheid kapitaal en kapitaalbuffers beschikbaar zijn, en er evenmin tijdige en adequate bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen in worden voorzien;
- d) het systeem voor de beoordeling van prestaties, als de stimulansen voor het leidinggevend orgaan en de relevante managers en medewerkers geen specifieke kwantitatieve elementen bevatten die gekoppeld zijn aan de NPE-reductiedoelen die zijn vastgelegd in de NPE-strategie van de kredietinstelling.
|
|
241. Gezien het belang van vroegtijdige signalering van verslechterende kredietkwaliteit beoordelen …
|
Gezien het belang van vroegtijdige signalering van verslechterende kredietkwaliteit beoordelen bevoegde autoriteiten of de mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing ten uitvoer zijn gelegd in de interne procedures van de kredietinstellingen.
|
|
242. Bevoegde autoriteiten beoordelen of kredietinstellingen: a) beschikken over een respijtbeleid …
|
Bevoegde autoriteiten beoordelen of kredietinstellingen: - a) beschikken over een respijtbeleid en daarmee verband houdende processen om de haalbaarheid van respijtmaatregelen te beoordelen en de efficiëntie en effectiviteit van respijtmaatregelen te monitoren;
- b) NPE's en FBE's op consequente wijze binnen de groep erkennen en classificeren, met inbegrip van toevoegings- en verwijderingscriteria, op basis van de definities in bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie;
- c) beschikken over beleid en methoden om bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen te meten met het oog op tijdige verantwoording van bijzondere waardeverminderingen en afschrijvingen.
|
|
243. Bevoegde autoriteiten waarborgen dat kredietinstellingen beschikken over passend schriftelijk …
|
Bevoegde autoriteiten waarborgen dat kredietinstellingen beschikken over passend schriftelijk beleid en passende schriftelijke procedures voor de waardering van goederen, zoals omschreven in hoofdstuk 9. Bevoegde autoriteiten verifiëren met name dat dit beleid betrekking heeft op alle soorten roerende en onroerende goederen die worden gebruikt ter dekking van kredietblootstellingen, de criteria voor de toepassing van afzonderlijke versus geïndexeerde waardering en de eisen voor in aanmerking komende taxateurs.
|
|
244. Als kredietinstellingen significante afwijkingen van het operationele plan rapporteren …
|
Als kredietinstellingen significante afwijkingen van het operationele plan rapporteren overeenkomstig paragraaf 4.4, beoordelen bevoegde autoriteiten of de voorgestelde herstelacties voldoende zijn om de afwijking van het plan uit de weg te ruimen. Als de bevoegde autoriteit bezorgd is over de effectiviteit van de voorgestelde acties, eist zij verdere acties van de kredietinstelling.
|
|
245. De hierboven vermelde vereisten betreffende de evaluatie door de toezichthouder van het beheer …
|
De hierboven vermelde vereisten betreffende de evaluatie door de toezichthouder van het beheer van NPE's en FBE's vormen een aanvulling op en een nadere specificering van de beoordeling van NPE's en FBE's als onderdeel van het kredietrisicobeheer dat is beschreven in de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor de SREP. De uitkomsten van deze evaluatie door de toezichthouder dienen als input voor de beoordeling van kredietrisico uit hoofde van paragraaf 6.2 van de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor de SREP, en voor kredietrisicoscores.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|