+19. Voor de toepassing van artikel 55 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode en ter …

19. Voor de toepassing van artikel 55 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode en ter …

Voor de toepassing van artikel 55 van de TRN inzake de IRB-beoordelingsmethode en ter verzekering van de naleving van de algemene beginselen inzake rechtszekerheid en de waardering van zekerheden in de paragrafen 17 en 18 moeten de interne vereisten voor rechtszekerheid en de waardering van zekerheden die door instellingen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 181, lid 1, onder f), van Verordening (EU) nr. 575/2013, volledig overeenkomen met de vereisten in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, afdeling 3, van die verordening:

  • (a) Voor financiële zekerheden moeten die vereisten in overeenstemming zijn met artikel 207, leden 3 en 4, onder d), van die verordening.
  • (b) Voor zekerheden in de vorm van onroerend goed en voor vorderingen uit hoofde van lease-overeenkomsten die worden behandeld als door zekerheden gedekte vorderingen en waarbij het geleasete actief een onroerend goed is, moeten de vereisten in overeenstemming zijn met artikel 208, leden 2 en 3, van die verordening.

Bij de waardering van zekerheden in de vorm van onroerend goed en de controle van de waardering ervan overeenkomstig de in artikel 208, lid 3, onder b), van die verordening vermelde voorwaarden, moeten de instellingen toezien op het volgende:

  • (i) Zekerheden in de vorm van onroerend goed worden door een onafhankelijke schatter gewaardeerd tegen of onder de marktwaarde.In lidstaten die in hun wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strenge criteria voor de berekening van de hypotheekwaarde hebben vastgesteld, kan het goed echter door een onafhankelijke schatter tegen of onder de hypotheekwaarde worden gewaardeerd. De instellingen verlangen dat de onafhankelijke schatter geen speculatieve factoren in de hypotheekwaarde verrekent.
  • (ii) De onafhankelijke schatter documenteert de marktwaarde of de hypotheekwaarde op doorzichtige en heldere wijze.
  • (iii) De waarde van de zekerheid is de marktwaarde of de hypotheekwaarde, in voorkomend geval verlaagd om de resultaten van de controle te weerspiegelen en om rekening te houden met alle eerdere aanspraken op het goed..
  • (iv) De onafhankelijke schatter moet over de nodige kwalificaties, bekwaamheid en ervaring beschikken om een taxatie uit te voeren en mag geen enkele rol vervullen in het kredietacceptatieproces. Zolang een werknemer van de instelling aan alle bovengenoemde voorwaarden voldoet, kan deze werknemer als een onafhankelijke taxateur worden beschouwd.
  • (c) Voor kortlopende vorderingen moeten de vereisten overeenkomen met die van artikel 209, lid 2, van die verordening. De waarde van kortlopende vorderingen moet het te ontvangen bedrag zijn.
  • (d) Voor andere fysieke zekerheden en voor vorderingen uit hoofde van lease-overeenkomsten behandeld als door zekerheden gedekte vorderingen waarbij het geleasete actief geen onroerend goed is, moeten de vereisten overeenkomen met die van artikel 210, onder a) en g), van die verordening. Met het oog op de waardering en herwaardering van de zekerheid overeenkomstig artikel 210, onder g), van die verordening moeten instellingen de fysieke zekerheid waarderen tegen marktwaarde, dat wil zeggen het geraamde bedrag waartegen de zekerheid op de dag van de taxatie door een willige verkoper op marktconforme wijze zou kunnen worden verkocht aan een willige en onafhankelijke koper.
  • (e) Voor andere volgestorte kredietprotectie moeten de vereisten overeenkomen met die van artikel 212, lid 1, onder a), en artikel 212, lid 2, onder f), van die verordening.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/