+Toepassingsgebied
---+6. Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op instellingen, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid …
---+7. Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de interne governanceregeling van instellingen en - …
---+8. De afdelingen 4 en 8 zijn van toepassing op alle kredietrisico's die door instellingen, worden …
---+9. De afdelingen 5 en 6 zijn van toepassing op leningen aan consumenten, micro- en kleine …
---+10. De bevoegde autoriteiten kunnen overwegen de afdelingen 6 en 7 toe te passen op kredietgevers …
---+11. In verband met vastgoedkredietverlening moet onroerend goed dat een gemengd gebruik kent, zoals …
---+12. De bevoegde autoriteiten moeten er overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU op …

Toepassingsgebied

Toepassingsgebied

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
6. Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op instellingen, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid …

Deze richtsnoeren zijn ook van toepassing op instellingen, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013. Wanneer de lening valt onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/17/EU (de richtlijn hypothecair krediet), is afdeling 5 van toepassing op kredietgevers, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 2, van deze richtlijn, met uitzondering van punt 93. Wanneer de lening valt onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/48/EG (de richtlijn consumentenkrediet), is afdeling 5 van toepassing op kredietgevers, zoals gedefinieerd in artikel 3, onder b), van die richtlijn, met uitzondering van punt 93.

7. Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de interne governanceregeling van instellingen en - …

Deze richtsnoeren zijn van toepassing op de interne governanceregeling van instellingen en - procedures met betrekking tot kredietverleningsprocessen gedurende de gehele levenscyclus van kredietfaciliteiten. Voorts zijn deze richtsnoeren van toepassing op de risicobeheerpraktijken, beleidsregels, processen en procedures voor de initiëring van leningen en de monitoring van renderende blootstellingen, evenals op de integratie daarvan in het algemene kader voor beheer en risicobeheer.

8. De afdelingen 4 en 8 zijn van toepassing op alle kredietrisico's die door instellingen, worden …

De afdelingen 4 en 8 zijn van toepassing op alle kredietrisico's die door instellingen, worden aangegaan, uitgezonderd schuldbewijzen, derivaten en effectenfinancieringstransacties.

9. De afdelingen 5 en 6 zijn van toepassing op leningen aan consumenten, micro- en kleine …

De afdelingen 5 en 6 zijn van toepassing op leningen aan consumenten, micro- en kleine ondernemingen en middelgrote en grote ondernemingen. De afdelingen 5 en 6 zijn niet van toepassing op leningen en voorschotten aan kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, financiële instellingen, verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en centrale banken, en evenmin op leningen en voorschotten aan soevereine emittenten, met inbegrip van centrale overheden, regionale en lokale autoriteiten en entiteiten uit de publieke sector. De afdelingen 5 en 6 zijn niet van toepassing op respijtleningen en niet-renderende leningen.

10. De bevoegde autoriteiten kunnen overwegen de afdelingen 6 en 7 toe te passen op kredietgevers …

De bevoegde autoriteiten kunnen overwegen de afdelingen 6 en 7 toe te passen op kredietgevers die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2014/17/EU en Richtlijn 2008/48/EU vallen en geen kredietinstellingen zijn.

11. In verband met vastgoedkredietverlening moet onroerend goed dat een gemengd gebruik kent, zoals …

In verband met vastgoedkredietverlening moet onroerend goed dat een gemengd gebruik kent, zoals niet-zakelijk én zakelijk onroerend goed (Commercial Real Estate, CRE), worden geclassificeerd in overeenstemming met het overwegend gebruik ervan of als afzonderlijke onroerende goederen worden beschouwd, op basis van de aan elk gebruik toe te rekenen oppervlakte. Indien een dergelijke beoordeling niet objectief kan worden uitgevoerd (bijvoorbeeld omdat bepaalde delen van het onroerend goed voor gemeenschappelijk gebruik beschikbaar zijn), kan het onroerend goed worden geclassificeerd overeenkomstig het overwegend gebruik ervan.

12. De bevoegde autoriteiten moeten er overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU op …

De bevoegde autoriteiten moeten er overeenkomstig artikel 109 van Richtlijn 2013/36/EU op toezien dat instellingen deze richtsnoeren op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis toepassen, tenzij de bevoegde autoriteiten gebruikmaken van de in de artikelen 21 en 109 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde afwijkingen. De bevoegde autoriteiten moeten er tevens op toezien dat de instellingen deze richtsnoeren op gesubconsolideerd en individueel niveau in overeenstemming met de beleidsregels en praktijken van de groep op geconsolideerd niveau toepassen, rekening houdend met de kenmerken van deze instellingen en hun kredietportefeuilles.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/