|
+17. Beloningsbeleid |
17. Beloningsbeleid308.Rekening houdend met deze richtsnoeren, de EBA-richtsnoeren betreffende het toepasselijke notionele discontopercentage en de EBA-richtsnoeren betreffende het proces van toetsing door de toezichthouder, dienen de bevoegde autoriteiten erop toe te zien dat instellingen voldoen aan de vereisten voor het beloningsbeleid als vastgelegd in Richtlijn 2013/36/EU, Verordening (EU) nr. 575/2013 en de bepalingen van de technische reguleringsnormen met betrekking tot aangewezen personeelsleden, en ervoor te zorgen dat instellingen een passend genderneutraal beloningsbeleid voeren voor hun personeel in het algemeen en voor aangewezen personeelsleden. De bevoegde autoriteiten dienen een op risico gebaseerde aanpak toe te passen bij hun toezicht op het beloningsbeleid van instellingen. 309.Onverminderd andere toezicht- en disciplinaire maatregelen en sancties dienen de bevoegde autoriteiten te eisen dat instellingen afdoende maatregelen nemen om eventuele vastgestelde tekortkomingen te verhelpen. Wanneer instellingen niet aan een dergelijke eis voldoen, dienen passende toezichtmaatregelen te worden genomen. 310.De bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat instellingen hun beloningsbeleid en beloningspraktijken afstemmen op de bedrijfsstrategie en langetermijnbelangen van de instelling, rekening houdend met haar bedrijfs- en risicostrategie, haar bedrijfscultuur en - waarden, en haar risicoprofiel. 311.De bevoegde autoriteiten dienen erop toe te zien dat het beloningsbeleid, de beloningspraktijken en de beloningsprocessen van instellingen passend zijn en dienen, in aanvulling op de toetsingen die vereist zijn op grond van de EBA-richtsnoeren betreffende het proces van toetsing door de toezichthouder, met name zorg te dragen voor toetsing van:
312.Als onderdeel van de bovenstaande toetsingen dienen de bevoegde autoriteiten met name, maar niet uitsluitend:
313.De bevoegde autoriteiten dienen ervoor zorg te dragen dat instellingen waarop het toezicht op geconsolideerde en gesubconsolideerde basis wordt uitgeoefend, een beloningsbeleid op groepsniveau en gesubconsolideerd niveau, met inbegrip van - voor zover vereist uit hoofde van de nationale tenuitvoerlegging van artikel 109, leden 4 tot en met 6, van Richtlijn 2013/36/EU - dochterondernemingen die zelf niet onderworpen zijn aan Richtlijn 2013/36/EU, ten uitvoer leggen dat consistent is binnen de groep, onder meer ten aanzien van de vaststelling van aangewezen personeelsleden.33 314.De bevoegde autoriteiten dienen ervoor te zorgen dat de aanwijzingsprocedure van de instelling:
315.De bevoegde autoriteiten dienen zich te overtuigen van de juistheid van de algehele uitkomst van de aanwijzingsprocedure en beoordelen of alle personeelsleden wier werkzaamheden het risicoprofiel van de instelling wezenlijk (kunnen) beïnvloeden, zijn aangewezen en of uitsluitingen van personeelsleden uit de categorie aangewezen personeelsleden, ingeval personeelsleden alleen zijn aangewezen op grond van de kwantitatieve criteria van artikel 92 van Richtlijn 2013/36/EU en de technische reguleringsnormen, goed onderbouwd zijn, en of gehandeld is in overeenstemming met de vereisten van artikel 92 van Richtlijn 2013/36/EU en de respectieve procedures die zijn beschreven in deze richtsnoeren en de technische reguleringsnormen. 33 Zie ook punt 74 en 75 van deze richtsnoeren. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|