+13. In verband met de eis op grond van artikel 17, lid 5, onder g), van Richtlijn 2014/59/EU om de …

13. In verband met de eis op grond van artikel 17, lid 5, onder g), van Richtlijn 2014/59/EU om de …

In verband met de eis op grond van artikel 17, lid 5, onder g), van Richtlijn 2014/59/EU om de juridische of operationele structuren van de instelling of eventuele groepsentiteiten waarover zij direct of indirect zeggenschap heeft, te wijzigen om de complexiteit ervan te verminderen teneinde ervoor te zorgen dat kritieke functies juridisch en operationeel van de andere functies kunnen worden afgesplitst door toepassing van de afwikkelingsinstrumenten, zijn de volgende specificaties van toepassing:

  • (a) De toepassing van deze maatregel moet overwogen worden als de afwikkelingsautoriteit de juridische en organisatorische structuur van de instelling of groep als te complex of te onderling verbonden beoordeelt om de continuïteit van kritieke functies bij een afwikkeling te kunnen waarborgen, of om afgesplitst te worden in het kader van een afwikkelingsstrategie waar de afsplitsing van de groep of een liquidatie of overdracht van bepaalde activa en passiva deel van uitmaakt.
  • (b) Indien noodzakelijk voor de daadwerkelijke uitvoering van een MPE-strategie, en om ervoor te zorgen dat bepaalde subgroepen of entiteiten scheidbaar zijn, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van groepen te eisen om rechtspersonen te organiseren volgens regionale blokken of kernbedrijfsonderdelen, met name indien kritieke functies toe te schrijven zijn aan bepaalde bedrijfsonderdelen, terwijl andere bedrijfsonderdelen geen kritieke functies bevatten. Dit moet met name gelden voor gecentraliseerd hedging- en risicobeheer, handel- en liquiditeitsbeheer en onderpandbeheer, liquiditeitsbeheer of andere essentiële schatkist- en financiële functies, tenzij deze functies kunnen worden vervangen door markttransacties met derden. Volgens de afwikkelingsstrategie moeten afwikkelingsautoriteiten uitgebreide boekings- en afdekkingspraktijken tussen entiteiten voorkomen en ervoor zorgen dat entiteiten die afzonderlijk moeten worden afgewikkeld, een voldoende zelfstandig boekings- en risicobeheer hebben. Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van instellingen te eisen dat zij voor elke subgroep of entiteit doeltreffende onafhankelijke bestuurs-, controle- en beheersregelingen te treffen.
  • (c) Indien op grond van de wettelijke vereisten of toezichtbesluiten een structurele scheiding van bepaalde activiteiten vereist is, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om een scheiding te eisen van de aanvullende activiteiten, indien noodzakelijk voor de geloofwaardigheid en de haalbaarheid van het gebruik van afwikkelingsinstrumenten in elk deel van de groep na de scheiding.
  • (d) Afwikkelingsautoriteiten moeten ervoor zorgen dat dochterondernemingen die van wezenlijk belang zijn voor de continuïteit van kritieke functies, zijn gevestigd in de EU of rechtsgebieden van derde landen die geen belemmering vormen voor de afwikkeling.
  • (e) Indien de afwikkelingsstrategie een opsplitsing van de instelling of groep of een verandering van eigenaar door verkoop of overdracht voorziet, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van de instelling te eisen om kritieke functies en de toegang tot de infrastructuur of gedeelde diensten die nodig zijn voor de handhaving van kritieke functies, te organiseren op een manier die bevorderlijk is voor de continuïteit. Indien noodzakelijk voor de geloofwaardigheid en haalbaarheid van een afwikkelingsstrategie, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van instellingen te vereisen dat zij hun operationele structuur zodanig te wijzigen dat de afhankelijkheid van belangrijke entiteiten of kernbedrijfsonderdelen in elke subgroep van belangrijke infrastructuur van IT, personeel of andere essentiële gedeelde diensten van de verschillende subgroepen te voorkomen. Hier moeten ook bestuursinformatiesystemen zijn opgenomen. Er moet voor worden gezorgd dat er adequate governance en controleregelingen en de nodige financiële middelen beschikbaar zijn, zodat de interne en externe dienstverleners hun diensten kunnen blijven leveren.
  • (f) Indien nodig om de levering van kritieke gedeelde diensten na de afwikkeling veilig te stellen, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van instellingen te eisen om deze diensten naar afzonderlijke operationele dochterondernemingen over te zetten. Indien deze maatregel wordt toegepast, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van deze operationele dochterondernemingen te eisen om:
  • - hun activiteiten te beperken tot het verlenen van deze diensten en om passende beperkingen met betrekking tot risico's en activiteiten toe te passen;
  • - op passende wijze te worden gekapitaliseerd om voor een passende termijn te voldoen aan de bedrijfskosten;
  • - te voldoen aan de voorschriften die van toepassing zijn op uitbesteding van de betrokken functies; en
  • - om hun diensten te leveren op basis van intragroepdienstniveauovereenkomsten, die robuust zijn tijdens de afwikkeling.

De bepalingen van deze overeenkomsten, de bestuursregelingen van deze dochterondernemingen en hun eigendomsstructuur dienen zodanig te zijn opgezet dat ze zorgen voor voortzetting van de diensten na de afwikkeling.

  • (g) Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van instellingen te eisen om voorzorgsmaatregelen te treffen om in een afwikkelingssituatie te voldoen aan de specifieke vereisten van de financiële marktinfrastructuur (FMI) waaraan zij deelnemen, met inbegrip van toegang tot de clearing-, betalings- en vereffeningsdiensten voor alle subgroepen en materiële entiteiten van de subgroep tijdens de afwikkeling en, in voorkomend geval, voor een ontvanger aan wie de kritieke functies zijn overgedragen. Indien nodig, moeten de afwikkelingsautoriteiten overwegen om van instellingen te eisen om redelijke inspanningen te doen om opnieuw te onderhandelen over contracten met FMI‘s, mits er waarborgen zijn ter bescherming van de degelijke risicobeheersing en de veilige en ordelijke transacties van de FMI.
  • (h) Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van instellingen te eisen dat deze voorkomen dat de instelling, groep of subgroep te afhankelijk is van het verlenen van diensten op basis van contracten die niet onder de rechtsbevoegdheid van de EU-lidstaten vallen, die ontbinding als gevolg van afwikkeling toestaan. Een afhankelijkheid wordt kritiek geacht wanneer deze van invloed is op de kritieke functies van de instelling.
  • (i) Indien een SPE-strategie de liquidatie van een bedrijfslijn met niet-kritieke functies omvat, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van instellingen te eisen dat deze zorgen voor de scheidbaarheid van deze bedrijfsonderdelen, binnen of buiten de bestaande structuur, met inbegrip van de verkoopbaarheid van bepaalde activiteiten indien de verkoop ervan in het kader van de afwikkelingsstrategie noodzakelijk is. Indien noodzakelijk voor de scheidbaarheid, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om van instellingen te eisen dat deze hun structuur in derde landen wijzigen van filiaal naar dochteronderneming, of om bepaalde functies en bedrijfsonderdelen in deze vestigingen intern te scheiden teneinde een afsplitsing van deze functies voor te bereiden en de overdracht naar een afzonderlijke entiteit te vergemakkelijken.
  • (j) Indien noodzakelijk voor de doelmatige uitvoering van de SPE-strategie, moet de financiering van de dochterondernemingen door de uiteindelijke moedermaatschappij van de groep op passende wijze worden achtergesteld, niet onderworpen zijn aan verrekening en/of voorzien in passende regelingen voor de overdracht van verliezen aan de rechtspersoon waarop afwikkelingsinstrumenten zouden worden toegepast van de andere groepsondernemingen, dit alles op zodanige wijze dat het voor de relevante operationele groepsentiteiten mogelijk blijft om voort te bestaan. De financiering moet worden gestructureerd zodat de groep of het deel van de groepen dat kritieke functies uitvoert, niet opgesplitst wordt als gevolg van een afschrijving en de omzetting van een aanzienlijk deel van de instrumenten die onderworpen zijn aan de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden. Indien de afwikkelingsstrategie afhankelijk is van een herbestemming van kapitaal en liquiditeit binnen de groep, moeten kapitaal en liquiditeit gehouden worden in rechtsgebieden waar deze herbestemming is toegestaan op grond van de plaatselijk voorgeschreven grenswaarden.
  • (k) Indien noodzakelijk om kritieke functies te kunnen scheiden van andere functies, moeten afwikkelingsautoriteiten overwegen om de oprichting van een holdingbedrijf te eisen dat geen kritische functies uitvoert in de omstandigheden zoals uiteengezet in onderstaand punt 14 b). De overwegingen onder punt 14 c) zijn dienovereenkomstig van toepassing.
  • (l) Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van instellingen te eisen dat zij redelijke voorzorgsmaatregelen nemen om de beschikbaarheid, het behoud of de vervanging van belangrijk personeel te waarborgen wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de voorkeursafwikkelingsstrategie, ook met het oog op de vervanging van het bestuur en het senior management van de instelling in afwikkeling, zoals vereist op grond van artikel 34, lid 1, onder c) van Richtlijn 2014/59/EU.
  • (m) Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om instellingen te verplichten te zorgen voor de continuïteit van de managementinformatiesystemen. Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van instellingen te eisen dat zij altijd zorgen voor de beschikbaarheid van informatiesystemen en -gegevens, zodat de autoriteiten kunnen beschikken over de gegevens die noodzakelijk zijn om de afwikkelingsstrategie toe te passen en de waarderingen voor en na de afwikkeling uit te voeren. De afwikkelingsautoriteiten moeten in het bijzonder overwegen om van de instellingen te eisen dat ze zorgen voor de operabiliteit van het gebruik van de afschrijvings- en omzettingsbevoegdheden op het moment van afwikkeling. Dit kunnen ze doen door het identificeren van de passiva, het opschorten van betalingen en de technische uitvoering van afschrijvingen en conversies mogelijk te maken.
  • (n) Afwikkelingsautoriteiten moeten overwegen om van de instellingen te eisen dat zij de complexiteit en omvang van hun handelsportefeuille verminderen indien dit noodzakelijk is om de afwikkelingsinstrumenten, in het bijzonder het instrument van bail-in met betrekking tot grote portefeuilles van derivaten en andere financiële contracten, toe te passen bij gebrek aan een transparante en toegankelijke structuur of bij grote complexiteit of volatiliteit van de meting en waardering van de producten en portefeuilles in de handelsportefeuille en hun interne verwevenheid.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/