|
4.2.1 Beginsel 1 — Verantwoordelijkheden van het leidinggevend orgaan en het hoger kader Het leidinggevend orgaan7 en het hoger kader van een kredietinstelling moeten ervoor zorgen dat de kredietinstelling beschikt over passende werkwijzen ten aanzien van het beheer van kredietrisico, met inbegrip van een doeltreffend intern controlesysteem, om consequent passende voorzieningen te bepalen in overeenstemming met de door de kredietinstelling gestelde beleidslijnen en procedures, het toepasselijke verslaggevingskader en de desbetreffende leidraad voor toezichthouders.
7 Verschillende structuren van leidinggevende organen in de EU-lidstaten. In sommige lidstaten is een monistische structuur gebruikelijk, d.w.z. dat de toezichthoudende en leidinggevende functies van het leidinggevend orgaan door één orgaan worden uitgeoefend. Andere lidstaten hanteren een dualistisch model, waarbij twee onafhankelijke organen worden ingesteld, een voor de leidinggevende functie en de andere voor het toezicht op de leidinggevende functie. 8 De Raad voor financiële stabiliteit heeft in april 2012 de Beginselen voor goede werkwijzen bij hypotheekacceptatie voor residentieel vastgoed gepubliceerd; deze zijn erop gericht om voor rechtsgebieden een kader te creëren teneinde minimaal aanvaardbare acceptatienormen voor vastgoedkredietposities vast te stellen; beschikbaar op www.financialstabilityboard.org/publications/r_120418.pdf. EBA heeft Richtsnoeren inzake kredietwaardigheidsbeoordeling (EBA/GL/2015/11) gepubliceerd die zijn afgestemd op de FSB-beginselen en op een aantal daarvan betrekking hebben.
|