+4.4 Toezichthoudende beoordeling van werkwijzen ten aanzien van kredietrisico, met verantwoording van te verwachten kredietverliezen en kapitaaltoereikendheid
---+139. De bevoegde autoriteiten moeten zich ervan vergewissen dat kredietinstellingen de in deze …
---+140. Bij deze beoordelingen kunnen de bevoegde autoriteiten eisen dat kredietinstellingen …
---+141. Bij de beoordeling van de methoden die een kredietinstelling gebruikt voor de raming van …
---+142. De bevoegde autoriteiten moeten het gebruik van praktische hulpmiddelen zoals bedoeld in …
---+143. De bevoegde autoriteiten kunnen gebruikmaken van het werk verricht door interne en externe …
---+144. Bij de beoordeling van de geschiktheid van het niveau van de voorzieningen voor …
---+145. Bij hun beoordelingen moeten de bevoegde autoriteiten nagaan of een kredietinstelling: a. …
---+146. Bij de beoordeling van kapitaaltoereikendheid moeten de bevoegde autoriteiten onderzoeken hoe …
---+147. Wanneer de bevoegde autoriteiten tekortkomingen vaststellen bij de beoordeling van de …
---+148. Voor zover de tekortkomingen van de kredietrisicobeoordeling of de waardering van te …
|
4.4 Toezichthoudende beoordeling van werkwijzen ten aanzien van kredietrisico, met verantwoording van te verwachten kredietverliezen en kapitaaltoereikendheid
4.4.1 Beginsel 1 — Beoordeling van het kredietrisicobeheer De bevoegde autoriteiten moeten op gezette tijden de doeltreffendheid van de werkwijzen ten aanzien van het kredietrisico van een kredietinstelling beoordelen.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
139. De bevoegde autoriteiten moeten zich ervan vergewissen dat kredietinstellingen de in deze …
|
De bevoegde autoriteiten moeten zich ervan vergewissen dat kredietinstellingen de in deze richtsnoeren beschreven gedegen werkwijzen ten aanzien van het kredietrisico hebben ingevoerd en in acht hebben genomen. Bij de beoordeling door de bevoegde autoriteiten moet onder meer, maar niet alleen, worden bekeken of: - a. de door de kredietinstelling gevolgde toetsingsfunctie ten aanzien van het interne kredietrisico deugdelijk is en alle kredietposities omvat;
- b. de kwaliteit van de door de kredietinstelling gehanteerde processen en systemen voor het tijdig identificeren, classificeren, controleren en aanpakken van veranderingen van het kredietrisico voor alle kredietposities voldoende is, en of het op ervaring gebaseerde oordeel inzake krediet van het management de huidige omstandigheden en toekomstgerichte informatie, met inbegrip van macro-economische factoren, in aanmerking is genomen en goed is gedocumenteerd;
- c. de processen van de kredietinstelling de risicobereidheid van de kredietinstelling weerspiegelen op een wijze die garandeert dat de kredietposities waarop het kredietrisico sinds de totstandkoming of aankoop de risicobereidheid van de kredietinstelling heeft overschreden onmiddellijk geïdentificeerd en correct gecontroleerd worden, en of de ramingen van de voorziening voor te verwachten kredietverliezen een juiste afspiegeling zijn van de toenamen van het kredietrisico van deze blootstellingen wanneer toenamen worden geïdentificeerd. Wanneer een kredietinstelling een kredietpositie initieert of aankoopt waarop het kredietrisico bij verwerving hoger is dan de risicobereidheid van de instelling en bijgevolg een uitzondering vormt op het kredietverleningsbeleid en de normen van de instelling, moeten de bevoegde autoriteiten beoordelen of de instelling passende controles en processen heeft vastgesteld en daarnaar handelt voor: de initiële identificatie, herziening, goedkeuring en documentatie van dergelijke blootstellingen; de rapportage van dergelijke uitzonderingen op het beleid aan het hoge kader en, voor aanzienlijke blootstellingen, aan het leidinggevend orgaan; en de goede controle van dergelijke blootstellingen na eerste opname. De bevoegde autoriteiten moeten ook nagaan of de procedures en controles van de kredietinstelling de geraamde voorzieningen voor verwachte kredietverliezen met betrekking tot blootstellingen apart identificeren in overeenstemming met de risicobereidheid van de kredietinstelling en die in verband met hogere risico kredietposities;
- d. passende informatie over het kredietrisico van kredietposities, veranderingen van het kredietrisico, de daarmee verband houdende voorziening voor te verwachten kredietverliezen en veranderingen in ramingen van voorzieningen op gezette tijden wordt verstrekt aan het leidinggevend orgaan en het hoger kader van de kredietinstelling (bijvoorbeeld, per kwartaal of vaker, indien nodig);
- e. de prognoses die zijn opgenomen in de beoordelingen en waarderingen van het kredietrisico niet alleen redelijk en gefundeerd zijn, maar ook overeenstemmen met de prognoses die de kredietinstelling voor andere doeleinden gebruikt, die allemaal beschikbaar worden gesteld aan de bevoegde autoriteiten; en
- f. de beleidslijnen en procedures van een kredietinstelling voor het valideren van de nauwkeurigheid en consequentheid van haar interne modellen voor de beoordeling van het kredietrisico robuust zijn.
|
|
140. Bij deze beoordelingen kunnen de bevoegde autoriteiten eisen dat kredietinstellingen …
|
Bij deze beoordelingen kunnen de bevoegde autoriteiten eisen dat kredietinstellingen aanvullende informatie verstrekken, die niet openbaar wordt gemaakt, door middel van regelmatige rapportage aan de toezichthouder, ad-hocrapportage of inspecties ter plaatse. De bevoegde autoriteiten kunnen ook gebruikmaken van deze benaderingen voor het verkrijgen van aanvullende informatie bij de uitvoering van de in de onderstaande beginselen vermelde beoordelingen. 4.4.2 Beginsel 2 — Beoordeling van de waardering van te verwachten kredietverliezen De bevoegde autoriteiten moeten zich ervan vergewissen dat de methoden die een kredietinstelling gebruikt voor het bepalen van de boekhoudkundige voorzieningen leiden tot een geschikte waardering van te verwachten kredietverliezen in overeenstemming met het toepasselijke verslaggevingskader.
|
|
141. Bij de beoordeling van de methoden die een kredietinstelling gebruikt voor de raming van …
|
Bij de beoordeling van de methoden die een kredietinstelling gebruikt voor de raming van voorzieningen, moeten de bevoegde autoriteiten zich ervan vergewissen dat de kredietinstelling beleidsmaatregelen en werkwijzen volgt die in overeenstemming zijn met de beginselen voor de waardering van te verwachten kredietverliezen zoals uiteengezet in deze richtsnoeren, met inbegrip van, maar niet beperkt tot: - a. de procedures die een kredietinstelling gebruikt voor het waarderen van te verwachten kredietverliezen moeten robuust en tijdig zijn en houden rekening met criteria zoals geactualiseerde waarderingen van kredietrisicolimiterende maatregelen (en, in het bijzonder, zekerheidstelling, het resterende risico nadat de limiterende maatregelen in aanmerking zijn genomen, het verband tussen dat risico en de kredietwaardigheid van kredietnemers en de mogelijke gevolgen in termen van doeltreffendheid van de bescherming), kasstroomramingen gebaseerd op beoordelingen van specifieke factoren van de kredietnemer en de huidige en toekomstige macro-economische omstandigheden, samen met andere desbetreffende toekomstgerichte informatie die van invloed is op de verwachte inbaarheid van de kredietpositie van de kredietinstelling;
- b. het kader en de methodologie voor het vaststellen van voorzieningen, gezamenlijk of afzonderlijk, moeten krachtig zijn;
- c. het totaal van de voorzieningen ten aanzien van kredietposities moet overeenstemmen met de desbetreffende boekhoudkundige voorschriften en met betrekking tot het kredietrisico in de portefeuille van de kredietinstelling;
- d. oninbaarheid moet worden opgenomen in de juiste periode door middel van voorzieningen of afschrijvingen; en
- e. ongeacht de gebruikte methode voor het bepalen van te verwachten kredietverliezen moeten de interne processen van de kredietinstelling voor het waarderen van te verwachten kredietverliezen rekening houden met het kredietrisico dat de kredietinstelling heeft aanvaard, en veranderingen in het kredietrisico van de kredietposities van de kredietinstelling.
|
|
142. De bevoegde autoriteiten moeten het gebruik van praktische hulpmiddelen zoals bedoeld in …
|
De bevoegde autoriteiten moeten het gebruik van praktische hulpmiddelen zoals bedoeld in paragraaf 4.3 onderzoeken om de geschiktheid van de waardering van te verwachten kredietverliezen te bepalen.
|
|
143. De bevoegde autoriteiten kunnen gebruikmaken van het werk verricht door interne en externe …
|
De bevoegde autoriteiten kunnen gebruikmaken van het werk verricht door interne en externe accountants bij de herziening van de kredietrisicobeoordeling en waarderingsfuncties voor te verwachten kredietverliezen van een kredietinstelling19 . 4.4.3 Beginsel 3 — Beoordeling van kapitaaltoereikendheid De bevoegde autoriteiten moeten ook de werkwijzen van een kredietinstelling ten aanzien van het kredietrisico in aanmerking nemen bij de beoordeling van de totale kapitaaltoereikendheid van een kredietinstelling.
19 De EBA-richtsnoeren inzake Interne Governance (GL44) en de EBA-richtsnoeren voor de communicatie tussen bevoegde autoriteiten en wettelijke auditors (EBA/GL/2016/05)
|
|
144. Bij de beoordeling van de geschiktheid van het niveau van de voorzieningen voor …
|
Bij de beoordeling van de geschiktheid van het niveau van de voorzieningen voor kredietposities als onderdeel van de totale kapitaaltoereikendheid van een kredietinstelling, moeten de bevoegde autoriteiten kijken naar hun werkwijzen ten aanzien van het kredietrisico en in aanmerking nemen dat de verbonden processen voor te verwachten kredietverliezen, methodologie en onderliggende veronderstellingen van de kredietinstelling de uitoefening van een hoge mate van op ervaring gebaseerd oordeel inzake krediet vereisen.
|
|
145. Bij hun beoordelingen moeten de bevoegde autoriteiten nagaan of een kredietinstelling: a. …
|
Bij hun beoordelingen moeten de bevoegde autoriteiten nagaan of een kredietinstelling: - a. onderhouden doeltreffende systemen en controles heeft voor het tijdig identificeren, waarderen, controleren en beheersen van de hoogte van het kredietrisico, aanzienlijke toenamen van het kredietrisico en problemen met de kwaliteit van de activa;
- b. alle belangrijke relevante factoren heeft geanalyseerd die van invloed zijn op het kredietrisico en de inbaarheid van de portefeuille; en
- c. een aanvaardbaar ramingsproces heeft vastgesteld voor voorzieningen dat ten minste voldoet aan de in deze richtsnoeren uiteengezette beginselen, met inbegrip van de desbetreffende boekhoudkundige voorschriften.
|
|
146. Bij de beoordeling van kapitaaltoereikendheid moeten de bevoegde autoriteiten onderzoeken hoe …
|
Bij de beoordeling van kapitaaltoereikendheid moeten de bevoegde autoriteiten onderzoeken hoe de beleidsmaatregelen en werkwijzen betreffende financiële administratie en kredietrisicobeoordeling van een kredietinstelling invloed hebben op de waardering van de activa en inkomsten van de kredietinstelling en dus haar kapitaalpositie.
|
|
147. Wanneer de bevoegde autoriteiten tekortkomingen vaststellen bij de beoordeling van de …
|
Wanneer de bevoegde autoriteiten tekortkomingen vaststellen bij de beoordeling van de werkwijzen van een kredietinstelling ten aanzien van het kredietrisico, moeten zij onderzoeken hoe deze tekortkomingen invloed hebben op het niveau van de opgegeven voorzieningen, en als het totale bedrag aan voorzieningen niet passend is in het kader van het toepasselijke verslaggevingskader, moet de bevoegde autoriteit dit bespreken met het hoger kader en het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling en in voorkomend geval passende maatregelen nemen.
|
|
148. Voor zover de tekortkomingen van de kredietrisicobeoordeling of de waardering van te …
|
Voor zover de tekortkomingen van de kredietrisicobeoordeling of de waardering van te verwachten kredietverliezen aanzienlijk zijn of niet tijdig worden verholpen, moeten de bevoegde autoriteiten met name overwegen aanvullende eigenvermogensvereisten op te leggen ingevolge artikel 104, paragraaf III, hoofdstuk 2, titel VII van Richtlijn 2013/36/EU.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|