+4.3 Kredietrisicobeleid en -procedures
---+34. Instellingen moeten in hun kredietrisicobeleid en -procedures de criteria voor het vaststellen …
---+35. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten erop zijn gericht een proactieve …
---+36. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten alle …
---+37. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten specifieke beleidslijnen en …
---+38. In het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moet het volgende worden …
---+39. Binnen hun kredietrisicobeleid en -procedures en voortbouwend op de kredietrisicostrategie …
---+40. Met betrekking tot kredietproducten die aan consumenten worden aangeboden, moeten instellingen …
---+41. In hun kredietrisicobeleid en -procedures in verband met de in punt 38, onder a), bedoelde …
---+42. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures zo …
---+43. Instellingen dienen het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures regelmatig te …
---+44. Instellingen moeten in hun beleid ook specificeren hoe zij de risico's op witwassen en …
---+45. Instellingen dienen over interne procedures te beschikken om ervoor te zorgen dat de ten …
---+46. Instellingen moeten beleidsmaatregelen en procedures vaststellen om ervoor te zorgen dat …
---+47. In het kader van hun beleid en procedures moeten instellingen beschikken over een …
---+48. Het toepassingsgebied en de uitvoering van de definitie van een transactie met hefboomwerking …
---+49. Instellingen definiëren hun bereidheid en strategie voor transacties met hefboomwerking op een …
---+50. Instellingen moeten hun risicobereidheid vastleggen met betrekking tot de syndicering van …
---+51. Instellingen moeten een solide governancestructuur vaststellen voor transacties met …
---+52. Instellingen moeten ervoor zorgen dat alle transacties met hefboomwerking naar behoren worden …
---+53. Wanneer instellingen op technologie gebaseerde innovatieve toepassingen voor kredietverlening …
---+54. Bij het gebruik van geautomatiseerde modellen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en …
---+55. Instellingen dienen te beschikken over toereikende modeldocumentatie die betrekking heeft op …
---+56. De instellingen moeten in hun beleid ten aanzien van kredietrisicobereidheid en …
---+57. Instellingen dienen in hun risicobereidheid, beleidsregels en procedures op het gebied van …
---+58. Instellingen die ecologisch duurzame kredietfaciliteiten initiëren of voornemens zijn te …
---+59. Instellingen dienen hun beleid en procedures inzake ecologisch duurzame leningen te plaatsen in …
---+60. Instellingen dienen over een geschikte gegevensinfrastructuur en over relevante beleidslijnen …
---+61. De gegevensinfrastructuur moet tot op detailniveau gegevens met voldoende granulariteit …
---+62. Ten behoeve van het ontwerp en onderhoud van deze gegevensinfrastructuur dienen instellingen te …
|
4.3 Kredietrisicobeleid en -procedures
4.3 Kredietrisicobeleid en -procedures
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
34. Instellingen moeten in hun kredietrisicobeleid en -procedures de criteria voor het vaststellen …
|
Instellingen moeten in hun kredietrisicobeleid en -procedures de criteria voor het vaststellen, beoordelen, goedkeuren, monitoren, rapporteren en beperken van het kredietrisico en de criteria voor de berekening van voorzieningen voor zowel boekhoudkundige als kapitaaltoereikendheidsvereisten vermelden. Instellingen leggen het kader daarvoor schriftelijk vast en werken het regelmatig bij.
|
|
35. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten erop zijn gericht een proactieve …
|
Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten erop zijn gericht een proactieve benadering te bevorderen ten aanzien van het monitoren van de kredietkwaliteit, het vroegtijdig in kaart brengen van de eventuele verslechtering van kredieten en het beheer van de algemene kredietkwaliteit en het daarmee samenhangende risicoprofiel van de portefeuille, onder meer door middel van nieuwe kredietverleningsactiviteiten.
|
|
36. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten alle …
|
Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten alle kredietverleningsactiviteiten, activatypen, klantsegmenten, producten en specifieke kredietfaciliteiten, praktijken inzake kredietrisicobeheer en bijbehorende taken en controles omvatten.
|
|
37. Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten specifieke beleidslijnen en …
|
Het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moeten specifieke beleidslijnen en procedures voor het verstrekken van kredieten omvatten die voldoende gedetailleerd zijn om rekening te kunnen houden met de specifieke bedrijfsonderdelen van de instelling, voor verschillende sectoren, in overeenstemming met hun respectieve complexiteit en grootte, en de risico’s van verschillende marktsegmenten die met de kredietfaciliteit verband houden.
|
|
38. In het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moet het volgende worden …
|
In het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures moet het volgende worden gespecificeerd: - a. beleidslijnen en procedures en regels voor de goedkeuring van en de besluitvorming over kredietverlening, met inbegrip van passende machtigingsniveaus die in overeenstemming met de kredietrisicobereidheid en -limieten zijn vastgesteld;
- b. criteria voor de kredietverlening, rekening houdend met de in bijlage 1 omschreven elementen;
- c. voorschriften inzake de behandeling van informatie en gegevens die nodig zijn voor de kredietwaardigheidsbeoordeling, zoals beschreven in afdeling 5.1;
- d. vereisten inzake de kredietwaardigheidsbeoordeling, met inbegrip van een gevoeligheidsanalyse, zoals beschreven in afdeling 5.2;
- e. voorschriften inzake de limieten van de totale blootstelling en het kredietrisico en het beheer van kredietrisicoconcentraties;
- f. vereisten en procedures betreffende de aanvaarding en het gebruik van zekerheden en kredietrisicolimiteringstechnieken, teneinde te bepalen of zij geschikt zijn om het inherente risico van een kredietfaciliteit tot een minimum te beperken. Dergelijke vereisten en procedures moeten specifiek zijn voor het activatype en het producttype en moeten naar behoren rekening houden met het type, de omvang en de complexiteit van de verleende kredietfaciliteiten;
- g. voorwaarden voor de toepassing van geautomatiseerde besluitvorming in het kredietverleningsproces, met inbegrip van de vermelding van producten en segmenten waarvoor en limieten waarbinnen geautomatiseerde besluitvorming is toegestaan;
- h. een op risico's gebaseerde benadering waarbij mogelijke afwijkingen van de standaardbeleidslijnen en -procedures en van de kredietverleningscriteria aan bod komen, met inbegrip van:
- i. voorwaarden voor het goedkeuringsproces bij afwijkingen en uitzonderingen en de specifieke documentatievereisten, met inbegrip van het auditspoor;
- ii. criteria voor afwijzingen en criteria voor de doorverwijzing van afwijkingen/uitzonderingen naar hogere niveaus binnen de hiërarchie van kredietbeslissers (met inbegrip van bijsturingen, annuleringen, blootstellingen die mogelijk zijn goedgekeurd als uitzondering op de algemene kredietverleningsnormen en andere niet-standaardactiviteiten in het kader van een speciaal proces met verschillende goedkeuringsinstanties);
- iii. vereisten voor de bewaking van de omstandigheden en de voorwaarden voor een uitzonderlijk kredietverleningsbesluit, met inbegrip van de vereisten voor de beoordeling ervan door de relevante functies tijdens de regelmatige beoordeling van de aanvraag en de naleving van het beleid en de limieten;
- i. vereisten met betrekking tot wat moet worden gedocumenteerd en geregistreerd als onderdeel van het kredietverleningsproces, met inbegrip van bemonsterings- en auditdoeleinden. Hierbij gaat het ten minste om de vereisten voor de afsluiting van kredietaanvragen en de kwalitatieve en kwantitatieve motivering/analyse alsmede alle ondersteunende documentatie die als basis heeft gediend voor de goedkeuring of de afwijzing van de kredietfaciliteit;
- j. vereisten voor de bewaking van de kredietverleningsactiviteiten; het interne-controlekader moet alle fasen na verlening van het krediet bestrijken;
- k. indien van toepassing, de criteria bedoeld in de afdelingen 4.3.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.3.5 en 4.3.6;
- l. de criteria bedoeld in afdeling 4.3.1 en 4.3.7.
|
|
39. Binnen hun kredietrisicobeleid en -procedures en voortbouwend op de kredietrisicostrategie …
|
Binnen hun kredietrisicobeleid en -procedures en voortbouwend op de kredietrisicostrategie moeten instellingen ook rekening houden met de beginselen van verantwoord lenen. In het bijzonder dienen zij: - a. rekening te houden met de specifieke situatie van een kredietnemer, zoals de eerlijke behandeling van kredietnemers die in economische moeilijkheden verkeren;
- b. kredietproducten te ontwerpen die op verantwoorde wijze aan de consumenten worden aangeboden.
|
|
40. Met betrekking tot kredietproducten die aan consumenten worden aangeboden, moeten instellingen …
|
Met betrekking tot kredietproducten die aan consumenten worden aangeboden, moeten instellingen ervoor zorgen dat de kredietverleningscriteria niet leiden tot onbillijke gevolgen of een overmatige schuldenlast voor de kredietnemers en hun huishoudens.
|
|
41. In hun kredietrisicobeleid en -procedures in verband met de in punt 38, onder a), bedoelde …
|
In hun kredietrisicobeleid en -procedures in verband met de in punt 38, onder a), bedoelde kredietbeslissing en de in punt 38, onder d), bedoelde kredietwaardigheidsbeoordelingen moeten instellingen ook het eventuele gebruik van geautomatiseerde modellen bij de kredietwaardigheidsbeoordeling en de kredietbeslissingsprocedures vastleggen op een wijze die past bij de omvang, aard en complexiteit van de kredietfaciliteit en de soorten kredietnemers. De instellingen moeten met name passende governanceregelingen vaststellen voor het ontwerp en het gebruik van dergelijke modellen en voor het beheer van het bijbehorende modelrisico, rekening houdend met de criteria van afdeling 4.3.4, alsook voor modelrisico-gerelateerde aspecten van de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder14 .
14 EBA/GL/2014/13.
|
|
42. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures zo …
|
Instellingen moeten ervoor zorgen dat het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures zo worden opgezet dat het risico van interne of externe fraude in het kredietverleningsproces tot een minimum wordt beperkt. Instellingen moeten over toereikende procedures beschikken om op verdacht of frauduleus gedrag te monitoren.
|
|
43. Instellingen dienen het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures regelmatig te …
|
Instellingen dienen het kredietrisicobeleid en de kredietrisicoprocedures regelmatig te evalueren. Hiervoor moeten zij duidelijk de functies en personeelsleden aanwijzen inclusief hun taken en verantwoordelijkheden om specifieke beleidslijnen en procedures actueel te houden. 4.3.1 Beleid en procedures ter bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme
|
|
44. Instellingen moeten in hun beleid ook specificeren hoe zij de risico's op witwassen en …
|
Instellingen moeten in hun beleid ook specificeren hoe zij de risico's op witwassen en terrorismefinanciering (WWTF) waaraan zij als gevolg van hun kredietverleningsactiviteiten zijn blootgesteld, in kaart brengen, beoordelen en beheren15 . In het bijzonder moeten instellingen: - a. op het niveau van hun bedrijf het WWTF-risico in kaart brengen, beoordelen en beheren dat verbonden is aan het type klant voor wie zij diensten verrichten, de verstrekte producten, de geografische omgeving waaraan zij zijn blootgesteld en de distributiekanalen die zij gebruiken;
- b. op het niveau van de individuele relatie het aan deze relatie verbonden WWTF-risico in kaart brengen, beoordelen en beheren. Als onderdeel hiervan moeten instellingen:
- i. rekening houden met het doel van het krediet;
- ii. nagaan in hoeverre de betrokkenheid bij de kredietfaciliteit van andere natuurlijke personen of rechtspersonen dan de kredietnemer en de instelling een WWTF-risico doet ontstaan;
- iii. in situaties waarin een aan de individuele relatie verbonden WWTF-risico is geconstateerd, risicogevoelige maatregelen nemen om te achterhalen of de geldmiddelen die worden gebruikt voor de terugbetaling van het krediet, met inbegrip van contant geld of kasequivalenten die als zekerheid zijn verstrekt, afkomstig zijn van legitieme bronnen. Bij de beoordeling van de legitimiteit van de financieringsbron moeten instellingen rekening houden met de activiteiten waarmee de middelen zijn gegenereerd en met de vraag of de desbetreffende informatie geloofwaardig is en in overeenstemming is met de gegevens over de klant en diens professionele activiteiten die de instelling bekend zijn.
15 Volgens Richtlijn (EU) 2015/849 zijn instellingen verplicht doeltreffende beleidslijnen en procedures in te voeren en te handhaven om WWTF te voorkomen en deze op te sporen en te ontmoedigen indien dit zich toch voordoet. Instellingen moeten ook de gemeenschappelijke richtsnoeren van de Europese toezichthoudende autoriteiten ESA's betreffende risicofactoren (JC 2017 37) raadplegen voor nadere informatie over deze punten.
|
|
45. Instellingen dienen over interne procedures te beschikken om ervoor te zorgen dat de ten …
|
Instellingen dienen over interne procedures te beschikken om ervoor te zorgen dat de ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling verkregen informatie, zoals de in afdeling 5.1 en bijlage 2 van deze richtsnoeren gespecificeerde informatie, ook dient ter ondersteuning van hun procedures ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.
|
|
46. Instellingen moeten beleidsmaatregelen en procedures vaststellen om ervoor te zorgen dat …
|
Instellingen moeten beleidsmaatregelen en procedures vaststellen om ervoor te zorgen dat leningen worden verstrekt in overeenstemming met de kredietbeslissing en de leningsovereenkomst. Tevens moeten zij er voor zorgen dat er passende controles worden uitgevoerd om WWTF-risico's vast te stellen, te beoordelen en te beheren, en dat daartoe relevante gegevens worden bijgehouden, in overeenstemming met de bredere verplichtingen van de instellingen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering uit hoofde van Richtlijn (EU) 2015/849. 4.3.2 Transacties met hefboomwerking
|
|
47. In het kader van hun beleid en procedures moeten instellingen beschikken over een …
|
In het kader van hun beleid en procedures moeten instellingen beschikken over een allesomvattende definitie van transacties met hefboomwerking waarin rekening wordt gehouden met de mate van het hefboomeffect van de kredietnemer en het doel van de transactie. Deze definitie moet in alle bedrijfsonderdelen en eenheden met kredietrisico worden toegepast.
|
|
48. Het toepassingsgebied en de uitvoering van de definitie van een transactie met hefboomwerking …
|
Het toepassingsgebied en de uitvoering van de definitie van een transactie met hefboomwerking door een instelling moeten regelmatig worden herzien om ervoor te zorgen dat er geen sprake is van ongerechtvaardigde uitsluiting.
|
|
49. Instellingen definiëren hun bereidheid en strategie voor transacties met hefboomwerking op een …
|
Instellingen definiëren hun bereidheid en strategie voor transacties met hefboomwerking op een wijze die alle betrokken bedrijfseenheden omvat die bij dergelijke activiteiten betrokken zijn. Instellingen moeten bepalen welke soorten transacties met hefboomwerking zij bereid zijn aan te gaan, en daarnaast toelaatbare waarden voor parameters vaststellen, zoals ratingcijfers, de kans op wanbetaling, het niveau van zekerheidsstelling en hefboomniveaus, ook op sectoraal niveau, indien relevant.
|
|
50. Instellingen moeten hun risicobereidheid vastleggen met betrekking tot de syndicering van …
|
Instellingen moeten hun risicobereidheid vastleggen met betrekking tot de syndicering van transacties met hefboomwerking en een omvattend kader voor limieten vaststellen, met inbegrip van specifieke underwritinglimieten en een gedetailleerde reeks sublimieten, met vermelding van zowel maximumlimieten als de aard van de transacties waarin de instelling bereid is deel te nemen.
|
|
51. Instellingen moeten een solide governancestructuur vaststellen voor transacties met …
|
Instellingen moeten een solide governancestructuur vaststellen voor transacties met hefboomwerking, zodat een alomvattend en samenhangend toezicht mogelijk is op alle transacties met hefboomwerking die door hen zijn geïnitieerd, gesyndiceerd of aangekocht, waaronder, voor zover relevant, "best efforts"-deals en "clubdeals", alsook standaard bilaterale leningen aan micro-, kleine, middelgrote en grote ondernemingen.
|
|
52. Instellingen moeten ervoor zorgen dat alle transacties met hefboomwerking naar behoren worden …
|
Instellingen moeten ervoor zorgen dat alle transacties met hefboomwerking naar behoren worden beoordeeld, in overeenstemming met de risicobereidheid, strategieën en beleidsmaatregelen van de instellingen, en worden goedgekeurd door de betrokken kredietbeslissers. Voor transacties met syndicaat- en underwritingrisico's, moeten specifieke goedkeuringsvereisten en -processen zijn vastgesteld. 4.3.3 Technologische innovatie bij kredietverlening
|
|
53. Wanneer instellingen op technologie gebaseerde innovatieve toepassingen voor kredietverlening …
|
Wanneer instellingen op technologie gebaseerde innovatieve toepassingen voor kredietverlening gebruiken, moetenzij : - a. in hun risicobeheers- en controlekaders voldoende rekening houden met de inherente risico’s die verbonden zijn aan de gebruikte innovatieve toepassingen. Dit moet in verhouding staan tot het bedrijfsmodel, de kredietrisicoblootstelling, de complexiteit van de methoden en de mate van het gebruik van op technologie gebaseerde innovatieve toepassingen;
- b. ervoor zorgen dat het leidinggevend orgaan voldoende inzicht heeft in het gebruik van de innovatieve toepassingen, de beperkingen ervan en de gevolgen ervan voor de kredietverleningsprocedures;
- c. inzicht hebben in de gebruikte onderliggende modellen, met inbegrip van hun mogelijkheden, aannames en beperkingen, en tevens de traceerbaarheid, controleerbaarheid en robuustheid en veerkracht ervan waarborgen;
- d. ervoor zorgen dat de modellen geschikt zijn voor het beoogde doel, rekening houdend met de geïdentificeerde taak en andere criteria, zoals de prestaties en het gebruik ervan. Indien tijdens de toepassing van een model nadere uitleg erover moet kunnen worden gegeven, moet worden overwogen om een interpreteerbaar model te ontwikkelen;
- e. inzicht hebben in de kwaliteit van de gegevens en invoer in het model en vooringenomenheid in het kredietbeslissingsproces opsporen en voorkomen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat er passende waarborgen zijn om de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van informatie en systemen te garanderen;
- f. ervoor zorgen dat de prestaties van het model, met inbegrip van de geldigheid en de kwaliteit van de output ervan, voortdurend worden gemonitord en dat er tijdig passende herstelmaatregelen worden getroffen in het geval van geconstateerde problemen (zoals verslechtering of afwijking van het verwachte gedrag). 4.3.4 Modellen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en kredietbeslissing
|
|
54. Bij het gebruik van geautomatiseerde modellen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en …
|
Bij het gebruik van geautomatiseerde modellen voor kredietwaardigheidsbeoordeling en kredietbeslissing moeten instellingen inzicht hebben in de gebruikte modellen en hun methodologie, inputgegevens, aannames, beperkingen en output, en moeten zij voorzien in: - a. interne beleidslijnen en procedures voor het opsporen en voorkomen van vooringenomenheid en het waarborgen van de kwaliteit van de inputgegevens;
- b. maatregelen om de traceerbaarheid, controleerbaarheid en robuustheid en veerkracht van de input en output te waarborgen;
- c. interne beleidslijnen en procedures om erop toe te zien dat de kwaliteit van de modeloutput regelmatig wordt beoordeeld aan de hand van maatregelen die zijn afgestemd op het gebruik van het model, met inbegrip van backtesting van de modeluitkomsten;
- d. controlemechanismen, annulerings- en escalatieprocedures voor het model binnen het reguliere kredietbeslissingskader, met inbegrip van kwalitatieve benaderingen, kwalitatieve risicobeoordelingsinstrumenten (met inbegrip van deskundige beoordeling en kritische analyse) en kwantitatieve limieten.
|
|
55. Instellingen dienen te beschikken over toereikende modeldocumentatie die betrekking heeft op …
|
Instellingen dienen te beschikken over toereikende modeldocumentatie die betrekking heeft op: - a. methoden, aannames en inputgegevens, en een aanpak om vooringenomenheid op te sporen en te voorkomen en de kwaliteit van de inputgegevens te waarborgen;
- b. het gebruik van de modeloutput in het besluitvormingsproces en het toezicht op deze geautomatiseerde beslissingen voor de algemene kwaliteit van de portefeuille of de producten waarin deze modellen worden gebruikt.
4.3.5 Milieu-, sociale en governancerisico's
|
|
56. De instellingen moeten in hun beleid ten aanzien van kredietrisicobereidheid en …
|
De instellingen moeten in hun beleid ten aanzien van kredietrisicobereidheid en kredietrisicobeheer en hun kredietrisicobeleidsregels en -procedures rekening houden met MSG-factoren en daaraan verbonden risico's opnemen en daarbij een holistische benadering hanteren.
|
|
57. Instellingen dienen in hun risicobereidheid, beleidsregels en procedures op het gebied van …
|
Instellingen dienen in hun risicobereidheid, beleidsregels en procedures op het gebied van kredietrisico rekening te houden met de aan MSG-factoren verbonden risico's voor de financiële situatie van kredietnemers, en met name met de potentiële impact van milieufactoren en klimaatverandering. De risico's van klimaatverandering voor de financiële prestaties van kredietnemers kunnen in de eerste plaats de vorm aannemen van fysieke risico's, zoals risico's voor de kredietnemer die voortvloeien uit de fysieke gevolgen van klimaatverandering, met inbegrip van aansprakelijkheidsrisico's voor hun bijdrage aan klimaatverandering, of transitierisico's, zoals risico's voor de kredietnemer die voortvloeien uit de transitie naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie. Daarnaast kunnen zich andere risico's voordoen, zoals veranderingen in markt- en consumentenvoorkeuren en juridische risico's die van invloed kunnen zijn op de prestaties van de onderliggende activa. 4.3.6 Ecologisch duurzame leningen
|
|
58. Instellingen die ecologisch duurzame kredietfaciliteiten initiëren of voornemens zijn te …
|
Instellingen die ecologisch duurzame kredietfaciliteiten initiëren of voornemens zijn te initiëren, moeten als onderdeel van hun kredietrisicobeleidsregels en -procedures specifieke details van hun beleid en procedures op het gebied van ecologisch duurzame kredietverlening uitwerken met betrekking tot de verstrekking en de monitoring van dergelijke kredietfaciliteiten. Deze beleidsregels en procedures moeten met name: - a. voorzien in een lijst van de projecten en activiteiten, alsmede de criteria, die de instelling geschikt acht voor ecologisch duurzame leningen, of een verwijzing naar relevante bestaande normen inzake ecologisch duurzame leningen die bepalen welk soorten leningen als ecologisch duurzaam worden beschouwd;
- b. de procedure specificeren aan de hand waarvan de instellingen beoordelen of de opbrengsten van de ecologisch duurzame kredietfaciliteiten die zij hebben geïnitieerd, worden gebruikt voor ecologisch duurzame activiteiten. In het geval van leningen aan ondernemingen moet die procedure het volgende omvatten:
- i. verzamelen van informatie over de klimaatgerelateerde en ecologische of anderszins duurzame zakelijke doelstellingen van de kredietnemers;
- ii. beoordelen van de conformiteit van de financieringsprojecten van de kredietnemers met de in aanmerking komende ecologisch duurzame projecten of activiteiten en verwante criteria;
- iii. erop toezien dat de kredietnemers bereid zijn en over de nodige capaciteiten beschikken om de toewijzing van de opbrengsten aan ecologisch duurzame projecten of activiteiten op passende wijze te monitoren en daarover verslag uit te brengen;
- iv. regelmatig controleren of de opbrengsten naar behoren worden toegewezen (waarbij kan worden verlangd dat kredietnemers geactualiseerde informatie verstrekken over het gebruik van de opbrengsten tot de desbetreffende kredietfaciliteit is terugbetaald).
|
|
59. Instellingen dienen hun beleid en procedures inzake ecologisch duurzame leningen te plaatsen in …
|
Instellingen dienen hun beleid en procedures inzake ecologisch duurzame leningen te plaatsen in de context van hun overkoepelende doelstellingen, strategie en beleidsregels inzake duurzame financiering. Instellingen moeten met name kwalitatieve en, indien relevant, kwantitatieve doelstellingen vaststellen ter ondersteuning van de ontwikkeling en de integriteit van hun ecologisch duurzame kredietverleningsactiviteiten, en beoordelen in hoeverre deze ontwikkeling in overeenstemming is met of bijdraagt aan hun algemene klimaat- en ecologisch duurzame doelstellingen. 4.3.7 Gegevensinfrastructuur
|
|
60. Instellingen dienen over een geschikte gegevensinfrastructuur en over relevante beleidslijnen …
|
Instellingen dienen over een geschikte gegevensinfrastructuur en over relevante beleidslijnen en procedures te beschikken ter ondersteuning van het kredietverleningsproces en ten behoeve van het beheer van en de controle op het kredietrisico gedurende de gehele levenscyclus van de kredietfaciliteiten (bijvoorbeeld initiëring van de lening en kredietwaardigheidsbeoordeling, risicobeoordeling, kredietevaluatie en monitoring). De gegevensinfrastructuur moet de continuïteit, integriteit en beveiliging waarborgen van informatie over de blootstelling, de kredietnemer en de zekerheid, vanaf het tijdstip van initiëring en gedurende de gehele levenscyclus van de kredietfaciliteit.
|
|
61. De gegevensinfrastructuur moet tot op detailniveau gegevens met voldoende granulariteit …
|
De gegevensinfrastructuur moet tot op detailniveau gegevens met voldoende granulariteit verstrekken om specifieke informatie per lening te kunnen verzamelen, met name de feitelijke kredietverleningscriteria die ten tijde van de initiëring werden gehanteerd, met de mogelijkheid gegevens over de kredietnemer te koppelen aan de gegevens over zekerheden, om zowel de doeltreffende monitoring van het kredietrisico (zie afdeling 8) te kunnen ondersteunen als ook een effectieve auditspoor mogelijk te maken en de meting van operationele en kredietprestatie en efficiëntiemeting en tevens afwijkingen van het beleid, uitzonderingen en handmatige aanpassingen te kunnen volgen (met inbegrip van de handmatige aanpassingen van krediet-/transactieratings of van scores).
|
|
62. Ten behoeve van het ontwerp en onderhoud van deze gegevensinfrastructuur dienen instellingen te …
|
Ten behoeve van het ontwerp en onderhoud van deze gegevensinfrastructuur dienen instellingen te overwegen gebruik te maken van de relevante gegevensvelden van de EBA-templates voor transacties betreffende niet-renderende leningen16 .
16 https://eba.europa.eu/risk-analysis-and-data/eba-work-on-npls.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|