+5.1 Informatie en documentatie
---+84. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over toereikende, nauwkeurige en actuele …
---+85. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van consumenten moeten instellingen en …
---+86. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van kleine, middelgrote en grote …
---+87. Instellingen en kredietgevers mogen de reeds beschikbare informatie en gegevens voor bestaande …
---+88. Indien de informatie en gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn, moeten instellingen en …
---+89. Indien instellingen en kredietgevers bedenkingen hebben bij de juistheid en betrouwbaarheid van …
---+90. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over een nauwkeurig single customer view …
---+91. Indien het waarschijnlijk is dat de kredietnemer financiële moeilijkheden ondervindt bij de …
---+92. Indien een leningsovereenkomst in garanties van derden voorziet, moeten instellingen en …
---+93. Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen in …
---+94. Instellingen en kredietgevers documenteren de informatie en gegevens die tot de goedkeuring van …

5.1 Informatie en documentatie

5.1 Informatie en documentatie

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
84. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over toereikende, nauwkeurige en actuele …

Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over toereikende, nauwkeurige en actuele informatie en gegevens die nodig zijn om de kredietwaardigheid en het risicoprofiel van de kredietnemer te beoordelen alvorens een leningsovereenkomst te sluiten.

85. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van consumenten moeten instellingen en …

Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van consumenten moeten instellingen en kredietgevers de beschikking hebben over en gebruikmaken van de volgende, door de nodige passende bewijsstukken geschraagde informatie:

  • a. doel van de lening, indien relevant voor het type product;
  • b. dienstverband;
  • c. bron van de terugbetalingscapaciteit;
  • d. de samenstelling van de huishoudens en de personen ten laste;
  • e. financiële verbintenissen en uitgaven voor bijbehorende dienstverlening;
  • f. regelmatige uitgaven;
  • g. zekerheden (voor gedekte leningen);
  • h. andere risicobeperkende factoren, zoals eventueel verstrekte garanties.

Instellingen en kredietgevers kunnen het gebruik van specifieke informatie, gegevensposten en bewijsmateriaal in bijlage 2 overwegen.

86. Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van kleine, middelgrote en grote …

Ten behoeve van de kredietwaardigheidsbeoordeling van kleine, middelgrote en grote ondernemingen moeten de instellingen beschikken over en gebruik maken van door de nodige passende bewijsstukken geschraagde informatie, over ten minste:

  • a. doel van de lening, indien relevant voor het type product;
  • b. inkomen en kasstroom;
  • c. financiële positie en vastleggingen, met inbegrip van de in pand gegeven activa en voorwaardelijke verplichtingen;
  • d. bedrijfsmodel en, indien relevant, bedrijfsstructuur;
  • e. bedrijfsplannen ondersteund door financiële prognoses;
  • f. zekerheden (voor gedekte leningen);
  • g. andere risicobeperkende factoren, zoals garanties, indien beschikbaar;
  • h. producttypespecifieke wettelijke documentatie (bv. vergunningen, contracten). Instellingen kunnen het gebruik van specifieke informatie, gegevensposten en bewijsmateriaal in bijlage 2 overwegen.
87. Instellingen en kredietgevers mogen de reeds beschikbare informatie en gegevens voor bestaande …

Instellingen en kredietgevers mogen de reeds beschikbare informatie en gegevens voor bestaande klanten en kredietnemers gebruiken in overeenstemming met de vereisten van Verordening (EU) 2016/679, mits deze informatie en gegevens relevant en actueel zijn.

88. Indien de informatie en gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn, moeten instellingen en …

Indien de informatie en gegevens niet onmiddellijk beschikbaar zijn, moeten instellingen en kredietgevers de nodige informatie en gegevens waar nodig opvragen bij de kredietnemer en/of bij derden, met inbegrip van relevante databases. Bij het opvragen van informatie en gegevens over de kredietnemer via derden moeten instellingen en kredietgevers ervoor zorgen dat aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/679 wordt voldaan.

89. Indien instellingen en kredietgevers bedenkingen hebben bij de juistheid en betrouwbaarheid van …

Indien instellingen en kredietgevers bedenkingen hebben bij de juistheid en betrouwbaarheid van de informatie en gegevens, moeten zij de nodige controles en redelijk onderzoek verrichten bij de kredietnemer en derden (bv. werkgever, overheid, relevante databases) en redelijke stappen ondernemen om de verzamelde informatie en gegevens te verifiëren. Alvorens persoonsgegevens van de kredietnemer op te vragen bij derden, moeten instellingen en kredietgevers ervoor zorgen dat wordt voldaan aan de vereisten van Verordening (EU) 2016/679, met name wat betreft het informeren van en verzoeken om toestemming van de kredietnemer.

90. Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over een nauwkeurig single customer view …

Instellingen en kredietgevers moeten beschikken over een nauwkeurig single customer view waarmee een beoordeling mogelijk is van het vermogen van de kredietnemer om financiële verplichtingen aan te gaan en terug te betalen. Deze „single customer view” is van toepassing op individuele kredietnemers dan wel huishoudens en op leden van geconsolideerde groepen voor ondernemingen. De single customer view moet worden aangevuld met de door de kredietnemer verstrekte informatie over de activa en passiva die bij andere instellingen of crediteuren worden gehouden.

91. Indien het waarschijnlijk is dat de kredietnemer financiële moeilijkheden ondervindt bij de …

Indien het waarschijnlijk is dat de kredietnemer financiële moeilijkheden ondervindt bij de nakoming van de contractuele leningverplichtingen, moeten de instellingen en de kredietgevers van de kredietnemer betrouwbare stukken verlangen die aannemelijk maken dat de kredietnemer in staat zal zijn om zijn solvabiliteit te handhaven. In dit geval kan gebruik worden gemaakt van zowel informatie van derden, zoals belastingadviseurs, accountants en andere deskundigen, als informatie van kredietnemers.

92. Indien een leningsovereenkomst in garanties van derden voorziet, moeten instellingen en …

Indien een leningsovereenkomst in garanties van derden voorziet, moeten instellingen en kredietgevers over voldoende informatie en gegevens beschikken om de garantie en, waar nodig, de financiële positie van de garant te kunnen beoordelen.

93. Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen in …

Indien de kredietnemer lid is van een groep verbonden cliënten, moeten instellingen in overeenstemming met de EBA-richtsnoeren inzake verbonden cliënten de nodige informatie over relevante verbonden cliënten verzamelen met name wanneer de terugbetaling afhankelijk is van de kasstroom die afkomstig is van andere verbonden partijen van dezelfde groep.

94. Instellingen en kredietgevers documenteren de informatie en gegevens die tot de goedkeuring van …

Instellingen en kredietgevers documenteren de informatie en gegevens die tot de goedkeuring van het krediet leiden, met inbegrip van de door hen uitgevoerde acties en beoordelingen, en bewaren deze documentatie in een toegankelijke vorm (onmiddellijk beschikbaar voor de bevoegde autoriteiten) voor ten minste de duur van de leningsovereenkomst.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/