+8.1 Algemene bepalingen voor het kader voor kredietrisicomonitoring
---+240. Instellingen moeten beschikken over een robuust en doeltreffend monitoringkader, ondersteund …
---+241. Het monitoringkader moet instellingen in staat stellen hun kredietrisicoposities te beheren en …
---+242. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico goed wordt …
---+243. De instellingen moeten bij het ontwerp en de uitvoering van hun monitoringkader voor het …
---+244. Het monitoringsproces moet gebaseerd zijn op een beginsel van vervolgactie dat ondersteuning …
---+245. Het kader voor kredietrisicomonitoring dient het volgende te omvatten: a. het betalingsgedrag …
---+246. Het monitoringkader en de gegevensinfrastructuur moeten de instellingen in staat stellen het …
---+247. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico en de …
---+248. In het kader van de monitoring van en de rapportage over kredietrisico moeten instellingen de …
---+249. Bij de monitoring van kredietrisico moeten instellingen over passende methoden en praktijken …
---+250. Instellingen dienen erop toe te zien dat de operationele parameters met betrekking tot de …
|
8.1 Algemene bepalingen voor het kader voor kredietrisicomonitoring
8.1 Algemene bepalingen voor het kader voor kredietrisicomonitoring
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
240. Instellingen moeten beschikken over een robuust en doeltreffend monitoringkader, ondersteund …
|
Instellingen moeten beschikken over een robuust en doeltreffend monitoringkader, ondersteund door een adequate gegevensinfrastructuur, om ervoor te zorgen dat informatie over hun kredietrisicoblootstelling, kredietnemers en zekerheden relevant en actueel is en dat de externe rapportage betrouwbaar, volledig, actueel en tijdig is.
|
|
241. Het monitoringkader moet instellingen in staat stellen hun kredietrisicoposities te beheren en …
|
Het monitoringkader moet instellingen in staat stellen hun kredietrisicoposities te beheren en te bewaken in overeenstemming met hun kredietrisicobereidheid, -strategie, -beleid en - procedures op portefeuilleniveau en, voor zover relevant en toepasselijk, op het niveau van individuele blootstellingen.
|
|
242. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico goed wordt …
|
Instellingen dienen ervoor te zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico goed wordt gedefinieerd en gedocumenteerd, wordt geïntegreerd in het kader van de instellingen voor risicobeheer en controle en het mogelijk maakt alle kredietposities gedurende hun volledige levenscyclus te volgen.
|
|
243. De instellingen moeten bij het ontwerp en de uitvoering van hun monitoringkader voor het …
|
De instellingen moeten bij het ontwerp en de uitvoering van hun monitoringkader voor het kredietrisico in aanmerking nemen dat: - a. het kader en de gegevensinfrastructuur de mogelijkheid bieden om gegevens met betrekking tot het kredietrisico zonder onnodige vertraging en met gering beroep op handmatige processen te verzamelen en automatisch samen te stellen;
- b. het kader en de gegevensinfrastructuur het mogelijk maken om gedetailleerde gegevens over het risico te genereren die passend zijn en gebruikt worden voor de eigen risicobeheerdoeleinden van de instelling, maar die ook kunnen voldoen aan de vereisten van de bevoegde autoriteiten voor regelmatige prudentiële en statistische rapportage, alsook voor stresstests door toezichthouders en crisisbeheersingsdoeleinden;
- c. het kader en de gegevensinfrastructuur zorgen voor een doeltreffende monitoring van alle kredietposities en zekerheden, en het mogelijk maken het kredietbeslissingsproces te volgen;
- d. het kader en de gegevensinfrastructuur ervoor zorgen dat de instellingen een passende tijdreeks bijhouden van rapportage voor actuele blootstellingen, nieuwe soorten leningen en early warning indicators (EWI's) gedurende hun kredietrisicoplanningshorizon.
|
|
244. Het monitoringsproces moet gebaseerd zijn op een beginsel van vervolgactie dat ondersteuning …
|
Het monitoringsproces moet gebaseerd zijn op een beginsel van vervolgactie dat ondersteuning biedt aan en leidt tot een regelmatige en op informatie gebaseerde terugkoppeling ter informering van de vaststelling/beoordeling van kredietrisicobereidheid, - beleid en -limieten.
|
|
245. Het kader voor kredietrisicomonitoring dient het volgende te omvatten: a. het betalingsgedrag …
|
Het kader voor kredietrisicomonitoring dient het volgende te omvatten: - a. het betalingsgedrag van kredietnemers, met inbegrip van eventuele afwijkingen van de vereisten van kredietovereenkomsten, met inbegrip van te late, gemiste of gedeeltelijke betalingen;
- b. kredietrisico dat verbonden is aan zowel de kredietnemer als de transactie met betrekking tot:
- i. individuele kredietposities en verliezen bij wanbetaling, indien van toepassing;
- ii. individuele kredietnemers, met inbegrip van hun blootstellingswaarde, de kans op wanbetaling (PD) en kredietrating, indien van toepassing;
- iii. groep verbonden cliënten;
- iv. portefeuille;
- c. het kredietrisico per geografische locatie en, in voorkomend geval, de economische sector van de uiteindelijke blootstelling;
- d. waardeverminderingen, terugnemingen van bijzondere waardeverminderingen, afschrijvingen en andere beslissingen betreffende waardecorrecties op een kredietpositie.
|
|
246. Het monitoringkader en de gegevensinfrastructuur moeten de instellingen in staat stellen het …
|
Het monitoringkader en de gegevensinfrastructuur moeten de instellingen in staat stellen het kredietbeslissingsproces te volgen, met inbegrip van de monitoring en rapportage van alle kredietbeslissingen, uitzonderingen op het kredietbeleid en doorverwijzingen naar kredietbeslissers op hoger niveau. Daartoe dienen instellingen binnen het monitoringkader te zorgen voor de uitvoering en toepassing van relevante sleutelindicatoren voor het risico die specifiek zijn voor het type activum of portefeuille, om het voortdurend veranderende kredietrisicoprofiel van de portefeuilles en de instelling te bepalen.
|
|
247. Instellingen moeten ervoor zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico en de …
|
Instellingen moeten ervoor zorgen dat het monitoringkader voor het kredietrisico en de gegevensinfrastructuur ook een single customer view mogelijk maken.
|
|
248. In het kader van de monitoring van en de rapportage over kredietrisico moeten instellingen de …
|
In het kader van de monitoring van en de rapportage over kredietrisico moeten instellingen de betreffende belangrijkste factoren van het totale kredietrisico identificeren, evenals het kredietrisico van portefeuilles en subportefeuilles, rekening houdend met macro-economische (waaronder demografische) factoren en met het feit dat kredietrisicobepalende factoren in de loop der tijd kunnen veranderen. De kredietrisicobepalende factoren moeten worden gemeten, geanalyseerd en gemonitord en de kredietrisicobeheerfunctie moet het resultaat van de analyse regelmatig aan het leidinggevend orgaan rapporteren.
|
|
249. Bij de monitoring van kredietrisico moeten instellingen over passende methoden en praktijken …
|
Bij de monitoring van kredietrisico moeten instellingen over passende methoden en praktijken beschikken die het mogelijk maken kredietrisicoposities in bedrijfsonderdelen, portefeuilles, subportefeuilles, producten, bedrijfstakken en geografische segmenten samen te voegen en de identificatie van kredietrisicoconcentraties te ondersteunen. Instellingen dienen erop toe te zien dat kredietrisicogegevens en gegevensinfrastructuur voldoen aan de volgende vereisten: - a. ze zijn voldoende diep en breed dat zij alle significante risicofactoren bestrijken; dit moet het onder meer mogelijk maken blootstellingen te groeperen in termen van gedeelde kredietrisicokenmerken, zoals de institutionele sector waartoe de kredietnemer behoort, het doel van de transactie en de geografische locatie van de kredietnemer/zekerheid, zodat een geaggregeerde analyse mogelijk is die de identificatie van de blootstelling van de entiteit aan deze significante risicofactoren mogelijk maakt;
- b. nauwkeurigheid, integriteit, betrouwbaarheid en tijdigheid van gegevens;
- c. consistentie, gebaseerd op gemeenschappelijke informatiebronnen en uniforme definities van de begrippen die worden gebruikt voor kredietrisicobeheer en, indien mogelijk, boekhouding;
- d. zodanige traceerbaarheid dat de bron van informatie kan worden vastgesteld.
|
|
250. Instellingen dienen erop toe te zien dat de operationele parameters met betrekking tot de …
|
Instellingen dienen erop toe te zien dat de operationele parameters met betrekking tot de governance van kredietrisico geschikt zijn voor hun kredietprofiel en proportioneel worden toegepast. Dit omvat alle wijzigingen in de definities van onderliggende parameters van leningen, materiële wijzigingen in ratingschalen of -systemen of kredietrisicobeleid/-kaders die helpen bij het bepalen/meten van het kredietrisico, en het veranderen/wijzigen van productvoorwaarden om inbreuken op beleid of uitzonderingen te vermijden.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|