+2.5 Toetsing van het beloningsbeleid

2.5 Toetsing van het beloningsbeleid

63.De toezichthoudende functie of, indien deze is ingesteld, de beloningscommissie, dient ervoor te zorgen dat het beloningsbeleid en de beloningspraktijken van de instelling ten minste jaarlijks worden onderworpen aan een onafhankelijke centrale interne toetsing. Deze toetsing moet mede bestaan uit een analyse om te bepalen of het beloningsbeleid genderneutraal is.

64.Instellingen dienen in ieder land de ontwikkeling van loonverschillen tussen mannen en vrouwen te monitoren. Dit dient afzonderlijk te geschieden voor:

  • a. aangewezen personeelsleden, exclusief leden van het leidinggevend orgaan;
  • b. leden van het leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie;
  • c. leden van het leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie; en
  • d. andere personeelsleden.

65.Wanneer er verschillen bestaan tussen de gemiddelde beloning van mannelijke en vrouwelijke personeelsleden of mannelijke en vrouwelijke leden van het leidinggevend orgaan, dienen instellingen documentatie bij te houden van de belangrijkste redenen daarvoor en zo nodig passende maatregelen treffen, of dienen zij in staat te zijn aan te tonen dat de verschillen niet het gevolg zijn van een beloningsbeleid dat niet genderneutraal is.

66.Een centrale toetsing van de naleving van de regelgeving en van het beleid, de procedures en de interne regels van de groep dient te worden uitgevoerd door de interne auditfunctie van de consoliderende instelling.

67.Instellingen dienen de centrale en onafhankelijke toetsing op individuele basis te verrichten. In een groep kunnen niet-significante instellingen die dochterondernemingen zijn, volstaan met de toetsing die door de consoliderende instelling is verricht, wanneer de instelling was opgenomen in de toetsing op consolidatie- of subconsolidatieniveau en wanneer de uitkomsten beschikbaar zijn gesteld aan de toezichthoudende functie van die instelling.

68.Onverminderd de verantwoordelijkheid van het leidinggevend orgaan mogen de taken van de periodieke onafhankelijke toetsing van het beloningsbeleid geheel of ten dele worden uitbesteed door instellingen die geen significante instelling zijn18 . Gekwalificeerde, onafhankelijke externe adviseurs19 kunnen de instelling aanvullen en ondersteunen bij de uitvoering van deze taken. De toezichthoudende functie is verantwoordelijk voor de toetsing.

69.Als onderdeel van de centrale en onafhankelijke toetsing dienen instellingen te beoordelen of het beloningsbeleid, de beloningspraktijken en de beloningsprocessen:

  • a. functioneren zoals beoogd (in het bijzonder of goedgekeurd beleid en goedgekeurde procedures en interne regels worden nageleefd, of de betaalde beloningen passend en in lijn met de bedrijfsstrategie zijn, en of naar behoren rekening is gehouden met het risicoprofiel, de langetermijndoelstellingen en andere doelstellingen van de instelling);
  • b. in overeenstemming zijn met nationale en internationale voorschriften, beginselen en normen; en
  • c. op consistente wijze ten uitvoer worden gelegd in de gehele groep, in overeenstemming zijn met de artikel 141 en 141 ter van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 16 bis van Richtlijn 2014/59/EU en of deze de instelling niet beperken in haar vermogen een solide kapitaalbasis in lijn met hoofdstuk 6 van deze richtsnoeren te handhaven of te herstellen.

70.De andere relevante interne bedrijfsfuncties (bijvoorbeeld personeelszaken, juridische zaken, strategische planning, enz.), evenals andere belangrijke commissies van de toezichthoudende functie (d.w.z. audit-, risico- en benoemingscommissies), worden nauw betrokken bij de toetsing van het beloningsbeleid van de instelling om te waarborgen dat dit in overeenstemming is met de risicobeheerstrategie en het risicobeheerkader van de instelling.

71.Wanneer uit periodieke toetsingen blijkt dat het beloningsbeleid niet functioneert zoals bedoeld of voorgeschreven of wanneer er aanbevelingen worden gedaan, dient de beloningscommissie, indien deze is ingesteld, of de toezichthoudende functie ervoor te zorgen dat er een actieplan voor verbetering wordt voorgesteld en aangenomen en tijdig ten uitvoer wordt gelegd.

72.De uitkomsten van de verrichte interne toetsing en de acties die worden ondernomen om verbetering in geconstateerde tekortkomingen te brengen, dienen te worden gedocumenteerd in de vorm van schriftelijke verslagen of de notulen van de vergadering van de relevante commissies of de toezichthoudende functie, en ter beschikking te worden gesteld aan het leidinggevend orgaan, de relevante commissies en de bedrijfsfuncties.


18 Zie de EBA-richtsnoeren inzake uitbestedingsregelingen.

19 Zie voor meer bijzonderheden over uitbesteding de EBA-richtsnoeren inzake interne governance.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/