+Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
---+18. Het evenredigheidsbeginsel is erop gericht governanceregelingen op consistente wijze af te …
---+19. Instellingen dienen rekening te houden met hun omvang, hun interne organisatie en de aard …
---+20. Alle leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie dienen in ieder …
---+21. Voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en teneinde een passende uitvoering te …
|
Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
Titel I – Toepassing van het evenredigheidsbeginsel
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
18. Het evenredigheidsbeginsel is erop gericht governanceregelingen op consistente wijze af te …
|
Het evenredigheidsbeginsel is erop gericht governanceregelingen op consistente wijze af te stemmen op het individuele risicoprofiel en bedrijfsmodel van de instelling en houdt rekening met de individuele functie waarvoor de beoordeling wordt uitgevoerd, zodat de doelstellingen van de regelgevingsvereisten op doeltreffende wijze worden bereikt.
|
|
19. Instellingen dienen rekening te houden met hun omvang, hun interne organisatie en de aard …
|
Instellingen dienen rekening te houden met hun omvang, hun interne organisatie en de aard, schaal en complexiteit van hun activiteiten, wanneer zij beleid en procedures als omschreven in deze richtsnoeren ontwikkelen en uitvoeren. Significante instellingen dienen geavanceerder(e) beleid en procedures te hebben, terwijl kleine en minder complexe instellingen eenvoudiger(e) beleid en procedures kunnen uitvoeren. Instellingen dienen zich ervan bewust te zijn dat enkel de omvang of systeemrelevantie van een instelling mogelijk geen indicatie is van de mate waarin de instelling aan risico’s is blootgesteld. Dit beleid en deze procedures dienen echter de naleving te waarborgen van de criteria die in deze richtsnoeren zijn vastgelegd voor de beoordeling van de geschiktheid van leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie, alsmede van de elementen voor het in acht nemen van diversiteit bij het aanwerven van leden voor het leidinggevend orgaan en voor het beschikbaar stellen van voldoende middelen voor hun introductie en opleiding.
|
|
20. Alle leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie dienen in ieder …
|
Alle leden van het leidinggevend orgaan en medewerkers met een sleutelfunctie dienen in ieder geval als betrouwbaar genoeg bekend te staan en eerlijk en integer te zijn; verder dienen alle leden van het leidinggevend orgaan onafhankelijk van geest te zijn, ongeacht de omvang en de interne organisatie van de instelling en de aard, omvang en complexiteit van haar activiteiten en de taken en verantwoordelijkheden van de specifieke functie, met inbegrip van lidmaatschappen in comités van het leidinggevend orgaan.
|
|
21. Voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en teneinde een passende uitvoering te …
|
Voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel en teneinde een passende uitvoering te waarborgen van de governancevereisten van Richtlijn 2013/36/EU en Richtlijn 2014/65/EU, die in deze richtsnoeren nader worden gespecificeerd, dienen instellingen en bevoegde autoriteiten rekening te houden met de volgende criteria: - a. de omvang van de instelling in termen van het balanstotaal, de aangehouden of beheerde activa van cliënten en/of de omvang van de onder de prudentiële consolidatie vallende transacties die de instelling of haar dochterondernemingen verwerken;
- b. de rechtsvorm van de instelling, zoals de vraag of de instelling al dan niet deel uitmaakt van een groep, en zo ja, de voor de groep uitgevoerde evenredigheidsbeoordeling;
- c. of de instelling beursgenoteerd is of niet;
- d. het type toegestane activiteiten en diensten dat de instelling verricht (zie ook bijlage 1 bij Richtlijn 2013/36/EU en bijlage 1 bij Richtlijn 2014/65/EU);
- e. de geografische aanwezigheid van de instelling en de omvang van de werkzaamheden in elk rechtsgebied;
- f. het onderliggende bedrijfsmodel en de onderliggende bedrijfsstrategie, de aard en complexiteit van de bedrijfsactiviteiten, en de organisatiestructuur van de instelling;
- g. de risicostrategie, de risicobereidheid en het werkelijke risicoprofiel van de instelling, waarbij ook rekening wordt gehouden met het resultaat van de jaarlijkse beoordeling van de kapitaaltoereikendheid;
- h. de vergunning voor instellingen om interne modellen te gebruiken voor het meten van kapitaalvereisten, indien relevant;
- i. het type cliënten7 ; en
- j. de aard en complexiteit van de producten, contracten of instrumenten die de instelling aanbiedt.
7 In Richtlijn 2014/65/EU wordt een cliënt gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 9, een professionele cliënt in artikel 4, lid 1, punt 10, en een niet-professionele cliënt in artikel 4, lid 1, punt 11. Overweging 103 van Richtlijn 2014/65/EU specificeert bovendien dat een in aanmerking komende tegenpartij moet worden beschouwd als optredend als een cliënt, zoals omschreven in artikel 30 van die richtlijn.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|