+4.3 Criteria voor de vaststelling van een passende termijn voor de terugkeer naar naleving van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten
---+27. Nadat de bevoegde autoriteit de door de instelling in overeenstemming met hoofdstuk 4.2 van …
---+28. Een bevoegde autoriteit dient de instelling een termijn van ten hoogste drie maanden toe te …
---+29. Indien een bevoegde autoriteit besluit een termijn van meer dan drie maanden toe te staan voor …
---+30. De termijn voor de terugkeer naar naleving dient in de regel niet langer dan een jaar te zijn. …
---+31. De bevoegde autoriteit dient bij haar beoordeling ter bepaling van de passende termijn voor de …
---+32. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met eventuele eerdere schendingen door de …
---+33. Indien een instelling de kennisgeving van een schending onnodig vertraagt, kan de bevoegde …
---+34. De bevoegde autoriteit beoordeelt de redenen voor de schending evenals de actuele en …
---+35. Wanneer de oorzaken van de schending complex zijn, kan de bevoegde autoriteit aanvullende …
---+36. De bevoegde autoriteit dient te onderzoeken of de naleving van de wettelijke kapitaalvereisten …
---+37. De bevoegde autoriteit dient de toereikendheid van het risicobeheer van de instelling en haar …
---+38. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met het soort tegenpartij en zijn …
---+39. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met de maatregelen die de instelling reeds …

4.3 Criteria voor de vaststelling van een passende termijn voor de terugkeer naar naleving van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten

4.3 Criteria voor de vaststelling van een passende termijn voor de terugkeer naar naleving van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
27. Nadat de bevoegde autoriteit de door de instelling in overeenstemming met hoofdstuk 4.2 van …

Nadat de bevoegde autoriteit de door de instelling in overeenstemming met hoofdstuk 4.2 van deze richtsnoeren gerapporteerde schending heeft beoordeeld, dient zij een passende termijn te bepalen voor de terugkeer naar naleving van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten.

28. Een bevoegde autoriteit dient de instelling een termijn van ten hoogste drie maanden toe te …

Een bevoegde autoriteit dient de instelling een termijn van ten hoogste drie maanden toe te staan voor de beëindiging van een schending, indien zij tot de conclusie komt dat het om een herhaalde schending gaat of indien de omvang van de schending mogelijk grote gevolgen heeft voor de financiële situatie van de instelling.

29. Indien een bevoegde autoriteit besluit een termijn van meer dan drie maanden toe te staan voor …

Indien een bevoegde autoriteit besluit een termijn van meer dan drie maanden toe te staan voor de beëindiging van een schending en de terugkeer naar naleving van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten, dient de door de bevoegde autoriteit bepaalde passende termijn geschikt te zijn voor een snel herstel van de limieten.

30. De termijn voor de terugkeer naar naleving dient in de regel niet langer dan een jaar te zijn. …

De termijn voor de terugkeer naar naleving dient in de regel niet langer dan een jaar te zijn. Indien dit gerechtvaardigd is op grond van de specifieke omstandigheden van de schending en de maatregelen van in hoofdstuk 4.4 bedoelde nalevingsplan, kan de bevoegde autoriteit bij uitzondering een termijn van meer dan een jaar toekennen voor de beëindiging van de schending. Dergelijke gevallen mogen echter niet de norm zijn.

31. De bevoegde autoriteit dient bij haar beoordeling ter bepaling van de passende termijn voor de …

De bevoegde autoriteit dient bij haar beoordeling ter bepaling van de passende termijn voor de terugkeer naar naleving ten minste rekening houden met de volgende elementen:

  • a. eerdere schendingen door de instelling;
  • b. de tijdigheid waarmee de instelling kennisgeving doet van de schending;
  • c. de reden(en) voor de schending;
  • d. het systemische karakter, de complexiteit en de omvang van de schending;
  • e. de mogelijke gevolgen voor de algehele financiële situatie van de instelling;
  • f. de algemene verdeling van de risico’s in de bankportefeuille van de instelling over de verschillende tegenpartijen;
  • g. het soort cliënt of groep van verbonden cliënten en zijn kredietwaardigheid;
  • h. de maatregelen die al zijn uitgevoerd om de schending te beëindigen.

Eerdere schendingen door de instelling

32. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met eventuele eerdere schendingen door de …

De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met eventuele eerdere schendingen door de instelling en de reikwijdte van de maatregelen die in de betrokken gevallen zijn getroffen voor de terugkeer naar naleving. De bevoegde autoriteit beoordeelt in het geval van herhaalde schendingen in het bijzonder of de nieuwe schending dezelfde oorzaak heeft als in eerdere gevallen. De tijdigheid waarmee de instelling kennisgeving doet van de schending of de herstelmaatregelen voor de terugkeer naar naleving

33. Indien een instelling de kennisgeving van een schending onnodig vertraagt, kan de bevoegde …

Indien een instelling de kennisgeving van een schending onnodig vertraagt, kan de bevoegde autoriteit overwegen de instelling een kortere termijn toe te staan voor de terugkeer naar naleving.

De reden(en) voor of het herhaalde karakter, de complexiteit en de omvang van de schending

34. De bevoegde autoriteit beoordeelt de redenen voor de schending evenals de actuele en …

De bevoegde autoriteit beoordeelt de redenen voor de schending evenals de actuele en toekomstige materialiteit van de mogelijke gevolgen voor de instelling.

35. Wanneer de oorzaken van de schending complex zijn, kan de bevoegde autoriteit aanvullende …

Wanneer de oorzaken van de schending complex zijn, kan de bevoegde autoriteit aanvullende informatie nodig hebben en hierom verzoeken.

De algehele financiële situatie van de instelling

36. De bevoegde autoriteit dient te onderzoeken of de naleving van de wettelijke kapitaalvereisten …

De bevoegde autoriteit dient te onderzoeken of de naleving van de wettelijke kapitaalvereisten (tier 1-kernkapitaalratio, tier 1-kapitaalratio, totale kapitaalratio) van de instelling ruim boven het minimumniveau is.

De algemene verdeling van de risico’s in de bankportefeuille van de instelling over de verschillende tegenpartijen

37. De bevoegde autoriteit dient de toereikendheid van het risicobeheer van de instelling en haar …

De bevoegde autoriteit dient de toereikendheid van het risicobeheer van de instelling en haar diversificatie-aanpak te beoordelen.

Het soort cliënt en zijn kredietwaardigheid

38. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met het soort tegenpartij en zijn …

De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met het soort tegenpartij en zijn kredietwaardigheid. Zij dient te beoordelen of de wettelijke kapitaalratio’s door mogelijke wanbetaling door de desbetreffende cliënt of groep van verbonden cliënten, mits beschikbaar, en het daaruit volgende verlies mogelijkerwijs tot onder het minimum komen.

De maatregelen die al zijn uitgevoerd om de schending te beëindigen

39. De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met de maatregelen die de instelling reeds …

De bevoegde autoriteit dient rekening te houden met de maatregelen die de instelling reeds heeft genomen, met name gelet op het feit dat sommige van die maatregelen de snelle terugkeer naar naleving uiteindelijk kunnen vergemakkelijken.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/