+7.4 Toezicht en beoordelingen ter plaatse en op afstand
---+76. In het kader van toezicht ter plaatse en op afstand kan de informatie die prudentiële …
---+77. Prudentiële toezichthouders dienen bij AML/CFT-toezichthouders informatie op te vragen die …
---+78. Prudentiële toezichthouders dienen informatie te verstrekken die relevant is voor de …
---+79. Prudentiële toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de …
---+80. Bovendien dienen prudentiële toezichthouders, in situaties waarin de instelling wordt …
---+81. AML/CFT-toezichthouders dienen bij prudentiële toezichthouders relevante informatie op te …
---+82. AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die relevant is voor de prudentiële risicobeoordeling …
---+83. AML/CFT-toezichthouders dienen, waar passend, bij de financiële-inlichtingeneenheid informatie …
---+84. AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de taken …
---+85. Wanneer de prudentiële toezichthouder goede redenen heeft om te vermoeden dat er in verband met …
---+86. Wanneer de AML/CFT-toezichthouder na de kennisgeving van de prudentiële toezichthouder als …
---+87. Voor de uitvoering van de gemeenschappelijke beoordeling als vereist overeenkomstig artikel 97 …
---+88. De gemeenschappelijke beoordeling dient schriftelijk te worden vastgelegd en de vastgestelde …
|
7.4 Toezicht en beoordelingen ter plaatse en op afstand
Prudentiële toezichthouders en AML/CFT-toezichthouders
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
76. In het kader van toezicht ter plaatse en op afstand kan de informatie die prudentiële …
|
In het kader van toezicht ter plaatse en op afstand kan de informatie die prudentiële toezichthouders en AML/CFT-toezichthouders met elkaar dienen te delen, het volgende omvatten, zonder daartoe beperkt te zijn: - a. relevante informatie over de uitkomsten van inspecties ter plaatse en onderzoeken op afstand en relevante documentatie die tijdens het toezicht is verzameld;
- b. relevante delen van verslagen die zijn ontvangen van de instellingen of van derde partijen, waaronder consultants en externe auditors;
- c. relevante informatie die is gedeeld binnen het AML/CFT-college of het prudentiële college, wanneer relevant;
- d. relevante delen van notulen van vergaderingen met de instellingen en van vergaderingen van colleges, indien beschikbaar.
Prudentiële toezichthouders
|
|
77. Prudentiële toezichthouders dienen bij AML/CFT-toezichthouders informatie op te vragen die …
|
Prudentiële toezichthouders dienen bij AML/CFT-toezichthouders informatie op te vragen die relevant is voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP), zoals uiteengezet in de EBA-richtsnoeren inzake gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder13 , waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt: - a. relevante uitkomsten van ML/TF-risicobeoordelingen, waaronder sector- en individuele risicobeoordelingen en risicoratings, met name in gevallen van verhoogde blootstelling aan significante ML/TF-risico’s;
- b. informatie over opkomende ML/TF-risico waaraan de instelling kan worden blootgesteld;
- c. informatie over wezenlijke zwakke punten14 in het kader van de AML/CFT-governance, -systemen en -controles van de onder toezicht staande instelling;
- d. informatie in verband met potentiële of feitelijke inbreuken, met name ernstige inbreuken op de toepasselijke AML/CFT-wetgeving door de onder toezicht staande instelling;
- e. informatie in verband met de maatregelen die door de instelling zijn getroffen om inbreuken en wezenlijke zwakke punten te beperken;
- f. informatie in verband met toezichtmaatregelen of sancties die in behandeling zijn of zijn opgelegd aan de instelling als uiteengezet in hoofdstuk 8.
13 EBA-richtsnoeren inzake de herziene gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (supervisory review and evaluation process – SREP) en stresstests voor toezichtdoeleinden (EBA/GL/2014/13); 14 Wezenlijke zwakke punten als gedefinieerd in de technische reguleringsnormen uit hoofde van artikel 9 bis van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
|
|
78. Prudentiële toezichthouders dienen informatie te verstrekken die relevant is voor de …
|
Prudentiële toezichthouders dienen informatie te verstrekken die relevant is voor de ML/TF-risicobeoordeling, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt, de in punt 81 vermelde informatie.
|
|
79. Prudentiële toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de …
|
Prudentiële toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de taken van de financiële-inlichtingeneenheid, met de financiële-inlichtingeneenheid te delen, waaronder relevante uitkomsten van beoordelingen van toezichthouders met potentiële implicaties voor het kader voor de melding van verdachte transacties.
|
|
80. Bovendien dienen prudentiële toezichthouders, in situaties waarin de instelling wordt …
|
Bovendien dienen prudentiële toezichthouders, in situaties waarin de instelling wordt blootgesteld aan toegenomen ML/TF-risico’s, waar passend, informatie op te vragen bij de financiële-inlichtingeneenheid, die relevant is voor hun proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP), waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt, informatie uit typologieën en risicoanalyses met betrekking tot transacties en zakelijke betrekkingen die relevant zouden kunnen zijn voor de analyse van het bedrijfsmodel. AML/CFT-toezichthouders
|
|
81. AML/CFT-toezichthouders dienen bij prudentiële toezichthouders relevante informatie op te …
|
AML/CFT-toezichthouders dienen bij prudentiële toezichthouders relevante informatie op te vragen wanneer zij de ML/TF-risicobeoordeling van de onder toezicht staande instellingen uitvoeren, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt: - a. informatie die relevant is voor het beoordelen van het inherente ML/TF-risico van instellingen, met name informatie over de producten en diensten, het cliëntenbestand, de geografische aanwezigheid of de distributiekanalen van de instelling;15
- b. relevante uitkomsten van het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (SREP)16 , indien beschikbaar, met name ten aanzien van bedrijfsmodel, de beoordeling van interne governance en instellingsbrede controles, risico’s voor kapitaal en risico’s voor liquiditeit en financiering;
- c. relevante inbreuken of wezenlijke zwakke punten die zijn vastgesteld bij de onder toezicht staande instelling en die gevolgen kunnen hebben voor het AML/CFT-kader van de instelling;
- d. informatie in verband met toezichtmaatregelen of sancties die in behandeling zijn of zijn opgelegd aan de instelling als uiteengezet in hoofdstuk 8;
- e. informatie over bijkantoren en dochterondernemingen die nodig zijn voor de inventarisatie van ondernemingen overeenkomstig de Gemeenschappelijke richtsnoeren inzake samenwerking en informatie-uitwisseling voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/84917 .
15 In overeenstemming met de herziene Gemeenschappelijke richtsnoeren inzake risicogebaseerd toezicht (EBA/GL/2021/16). 16 Overeenkomstig de EBA-richtsnoeren inzake de herziene gemeenschappelijke procedures en methoden voor het proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder (supervisory review and evaluation process – SREP) en stresstests voor toezichtdoeleinden (EBA/GL/2014/13). 17 Gemeenschappelijke richtsnoeren inzake samenwerking en informatie-uitwisseling voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2015/849 tussen de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en financiële instellingen (JC 2019 81).
|
|
82. AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die relevant is voor de prudentiële risicobeoordeling …
|
AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die relevant is voor de prudentiële risicobeoordeling te verstrekken, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt, de in punt 77 vermelde informatie.
|
|
83. AML/CFT-toezichthouders dienen, waar passend, bij de financiële-inlichtingeneenheid informatie …
|
AML/CFT-toezichthouders dienen, waar passend, bij de financiële-inlichtingeneenheid informatie op te vragen die relevant is voor de uitvoering van de ML/TF-risicobeoordeling en het ML/TF-toezicht, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt: - a. typologieën betreffende ML/TF-risico’s, met inbegrip van geografische risico’s en grensoverschrijdende risico’s;
- b. relevante uitkomsten van de ML/TF-risicobeoordeling die is uitgevoerd door de financiële-inlichtingeneenheid;
- c. informatie over opkomende risico’s die door de financiële-inlichtingeneenheid zijn vastgesteld;
- d. informatie over de hoeveelheid en de kwaliteit van meldingen van verdachte transacties die van instellingen zijn ontvangen, zowel in geaggregeerde vorm, bijvoorbeeld per sector, als met betrekking tot individuele instellingen;
- e. informatie over eventuele zwakke punten in de AML/CFT-systemen en controles die de financiële-inlichtingeneenheid mogelijk heeft vastgesteld of vermoedt, en in het bijzonder informatie over de tijdigheid waarmee is gereageerd op informatieverzoeken van de financiële-inlichtingeneenheid en de kwaliteit van de informatie, gegevens en documentatie die zijn verstrekt in antwoord op dergelijke verzoeken;
- f. bevestiging of de instelling onderwerp is geweest van een melding van een verdachte transactie die is ingediend door een andere instelling, dan wel of regelmatig financiële middelen die onderwerp zijn van meldingen van verdachte transacties, afkomstig zijn van die instelling, evenals alle informatie met betrekking tot de zaak die de financiële-inlichtingeneenheid mogelijk kan delen overeenkomstig de nationale wetgeving.
|
|
84. AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de taken …
|
AML/CFT-toezichthouders dienen informatie die overeenkomstig punt 20 relevant is voor de taken van de financiële-inlichtingeneenheid, met de financiële-inlichtingeneenheid te delen, waaronder, zonder daartoe te zijn beperkt: - a. informatie over relevante tekortkomingen en zwakke punten die zijn vastgesteld bij de onder toezicht staande instelling, waaronder die welke gevolgen kunnen hebben voor het kader voor de melding van verdachte transacties;
- b. informatie over vermeende of vastgestelde inbreuken, met name ernstige inbreuken op de toepasselijke AML/CFT-wetgeving door de onder toezicht staande instelling, in het bijzonder wanneer deze inbreuken gevolgen hebben voor de mate waarin de instelling in staat is verdachte transacties te melden, alsmede relevante uitkomsten van de ML/TF-risicobeoordeling van sectoren of, waar passend, van individuele instellingen;
- c. informatie over de opkomende ML/TF-risico’s in de sector;
- d. relevante informatie die is verzameld uit meldingen die uit hoofde van artikel 61, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/849 zijn ontvangen over mogelijke of werkelijke inbreuken op de nationale bepalingen ter omzetting van Richtlijn (EU) 2015/849. Gemeenschappelijke beoordeling door AML/CFT- en prudentiële toezichthouders uit hoofde van artikel 97, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU
|
|
85. Wanneer de prudentiële toezichthouder goede redenen heeft om te vermoeden dat er in verband met …
|
Wanneer de prudentiële toezichthouder goede redenen heeft om te vermoeden dat er in verband met een instelling sprake is of is geweest van witwassen van geld of terrorismefinanciering of van een poging daartoe, of dat een instelling is blootgesteld aan een verhoogd ML/TF-risico, dient hij de AML/CFT-toezichthouder van die instelling en EBA daarvan onmiddellijk in kennis te stellen overeenkomstig artikel 97, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU.
|
|
86. Wanneer de AML/CFT-toezichthouder na de kennisgeving van de prudentiële toezichthouder als …
|
Wanneer de AML/CFT-toezichthouder na de kennisgeving van de prudentiële toezichthouder als hierboven uiteengezet, oordeelt dat een instelling mogelijk is blootgesteld aan een verhoogd ML/TF-risico, dient de AML/CFT-toezichthouder contact op te nemen met de prudentiële toezichthouder om te komen tot een gemeenschappelijke beoordeling, die overeenkomstig artikel 97, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU onmiddellijk aan EBA wordt gemeld via één enkele melding van de prudentiële toezichthouder.
|
|
87. Voor de uitvoering van de gemeenschappelijke beoordeling als vereist overeenkomstig artikel 97 …
|
Voor de uitvoering van de gemeenschappelijke beoordeling als vereist overeenkomstig artikel 97, lid 6, van Richtlijn 2013/36/EU, dienen de prudentiële toezichthouder en de AML/CFT-toezichthouder nauw samen te werken en alle feiten en redenen vast te stellen die kunnen leiden tot het mogelijk verhoogde ML/TF-risico. Beide toezichthouders dienen alle informatie die relevant is voor de uitvoering van de gemeenschappelijke beoordeling uit te wisselen.
|
|
88. De gemeenschappelijke beoordeling dient schriftelijk te worden vastgelegd en de vastgestelde …
|
De gemeenschappelijke beoordeling dient schriftelijk te worden vastgelegd en de vastgestelde feiten en redenen te bevatten. Het document dient ten minste de beoordeling door de AML/CFT-toezichthouder van het mogelijk verhoogde ML/TF-risico te bevatten, met inbegrip van eventuele maatregelen ter beperking van het risico vanuit een AML/CFT-invalshoek, en de analyse van de mogelijke prudentiële implicaties van die beoordeling en mogelijke prudentiële maatregelen om het risico te beperken.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|