+10.2 Totale SREP-beoordeling
---+371. Om tot een totale SREP-beoordeling te komen, dienen bevoegde autoriteiten de bevindingen van …
---+372. Op grond van deze overwegingen dienen bevoegde autoriteiten de levensvatbaarheid van de …
---+373. Op grond van deze bepaling handelen bevoegde autoriteiten als volgt: 119 a. zij treffende de …
---+374. De totale SREP-beoordeling dient tot uitdrukking te komen in een levensvatbaarheidsscore op …
---+375. Wanneer is vastgesteld dat een beleggingsonderneming “faalt of waarschijnlijk zal falen” …

10.2 Totale SREP-beoordeling

10.2 Totale SREP-beoordeling

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
371. Om tot een totale SREP-beoordeling te komen, dienen bevoegde autoriteiten de bevindingen van …

Om tot een totale SREP-beoordeling te komen, dienen bevoegde autoriteiten de bevindingen van de beoordelingen van de SREP-onderdelen onder de loep te nemen, met name:

  • a. de risico’s waaraan de beleggingsonderneming is of kan worden blootgesteld;
  • b. de kans dat de governance, tekortkomingen in de risicobeheersing en/of het bedrijfsmodel of de strategie van de beleggingsonderneming deze risico’s kunnen versterken of verminderen of de beleggingsonderneming aan nieuwe oorzaken van risico’s kunnen blootstellen;
  • c. of het eigen vermogen en de liquide activa van de beleggingsonderneming deze risico’s goed dekken; en
  • d. de mogelijkheid van positieve en negatieve interactie tussen de onderdelen (zo kunnen bevoegde autoriteiten een sterke kapitaalpositie als een potentiële verzachtende factor beschouwen voor bepaalde punten van zorg op het gebied van liquiditeit of financiering, of juist menen dat een zwakke kapitaalpositie de zorgen op dat gebied kan vergroten).
372. Op grond van deze overwegingen dienen bevoegde autoriteiten de levensvatbaarheid van de …

Op grond van deze overwegingen dienen bevoegde autoriteiten de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming te bepalen, die wordt gedefinieerd als de nabijheid ten opzichte van een punt van niet-levensvatbaarheid op basis van de vraag of haar eigen vermogen en liquide activa, governance, risicobeheersing en/of bedrijfsmodel of strategie toereikend zijn om de risico’s te dekken waaraan zij is of kan worden blootgesteld.

373. Op grond van deze bepaling handelen bevoegde autoriteiten als volgt: 119 a. zij treffende de …

Op grond van deze bepaling handelen bevoegde autoriteiten als volgt:

119

  • a. zij treffende de toezichtmaatregelen die nodig zijn om punten van zorg aan te pakken;
  • b. zij bepalen de toekomstige personele inzet en planning van de toezichthouder voor de beleggingsonderneming, waaronder of er specifieke toezichtactiviteiten dienen te worden gepland voor de beleggingsonderneming;
  • c. indien van toepassing, bepalen zij of het nodig is de in artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde vroegtijdige-interventiemaatregelen te treffen.
  • d. zij bepalen of de beleggingsonderneming als “faalt of waarschijnlijk zal falen” kan worden beschouwd.
374. De totale SREP-beoordeling dient tot uitdrukking te komen in een levensvatbaarheidsscore op …
De totale SREP-beoordeling dienttot uitdrukking te komen ineen

levensvatbaarheidsscore op basis van de in tabel 12 genoemde overwegingen en duidelijk worden gedocumenteerd in een samenvatting van de totale SREP-beoordeling. Deze jaarlijkse samenvatting dient tevens de totale SREP-score en de score voor onderdelen van het SREP te bevatten, en eventuele bevindingen van de toezichthouder in de loop van de voorgaande 12 maanden.

Tabel 12. Overwegingen van de toezichthouder voor het toekennen van de totale SREP-score

Score Standpunt van de toezichthouder Overwegingen

De vastgestelde risico’s vormen een laag risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming.• • •Het bedrijfsmodel en de strategie van beleggingsonderneming geven aanleiding tot bezorgdheid. De regelingen voor interne governance ondernemingsbrede risicobeheersing geven geen aanleiding tot bezorgdheid. De kapitaal- en liquiditeitsrisico’s van beleggingsonderneming brengen een wezenlijk/uiterst laag risico op significante prudentiële impact metde geen en de niet-een zich
1• • •mee. De samenstelling en kwantiteit van aangehouden eigen vermogen geven aanleiding tot bezorgdheid. De liquiditeitspositie en financieringsprofiel van beleggingsonderneming geven aanleiding tot bezorgdheid. Indien relevant, is er geen aanleiding wezenlijke bezorgdheid over geloofwaardigheid en haalbaarheid vanhet geen het de geen tot de het 120
Score Standpunt van de toezichthouderOverwegingen herstelplan van de beleggingsonderneming, waaronder haar algehele herstelvermogen.
De vastgestelde risico’s vormen een gemiddeld tot laag risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming.• • •Het bedrijfsmodel en de strategie van beleggingsonderneming geven een lage gemiddelde aanleiding tot bezorgdheid. De regelingen van beleggingsonderneming voor governance ondernemingsbrede risicobeheersing geven een lage tot gemiddelde aanleiding bezorgdheid. De kapitaal- en liquiditeitsrisico’s brengen een laag tot gemiddeld risico op significante prudentiële impact met mee.de tot de of tot een zich
2• • •De samenstelling en kwantiteit van het de beleggingsonderneming aangehouden eigen vermogen geven een lage gemiddelde aanleiding tot bezorgdheid. De liquiditeitspositie en/of financieringsprofiel van beleggingsonderneming geven een lage gemiddelde aanleiding tot bezorgdheid. Indien relevant, is er een lage gemiddelde aanleiding tot bezorgdheid over de geloofwaardigheid en haalbaarheid van het herstelplan van beleggingsonderneming, waaronder algehele herstelvermogen.door tot het de tot tot de haar
De vastgestelde risico’s vormen een gemiddeld tot hoog risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming.• •Het bedrijfsmodel en de strategie van beleggingsonderneming geven gemiddelde tot hoge aanleiding bezorgdheid. De regelingen van beleggingsonderneming voor governancede een tot de of
3• •ondernemingsbrede risicobeheersing geven een gemiddelde tot hoge aanleiding bezorgdheid. De kapitaal- en liquiditeitsrisico’s brengen een gemiddeld tot hoog risico op significante prudentiële impact met mee. De samenstelling en kwantiteit van het de beleggingsonderneming aangehoudentot een zich door 121
Score Standpunt van de toezichthouder• •Overwegingen eigen vermogen geven een gemiddelde hoge aanleiding tot bezorgdheid. De liquiditeitspositie en/of financieringsprofiel van beleggingsonderneming geven gemiddelde tot hoge aanleiding bezorgdheid. Er is een gemiddelde tot hoge aanleiding bezorgdheid over de geloofwaardigheid haalbaarheid van het herstelplan van beleggingsonderneming, waaronder algehele herstelvermogen.tot het de een tot tot en de haar
De vastgestelde risico’s vormen een hoog risico voor de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming.• • •Het bedrijfsmodel en de strategie van beleggingsonderneming geven aanleiding tot bezorgdheid. De regelingen van beleggingsonderneming voor governance ondernemingsbrede risicobeheersing geven grote aanleiding tot bezorgdheid. Er is een hoog risico van een significante prudentiële impact van risico’s voor kapitaal en de liquiditeit.de grote de of het
4• • •De samenstelling en kwantiteit van het de beleggingsonderneming aangehouden eigen vermogen geven grote aanleiding bezorgdheid. De liquiditeitspositie en/of financieringsprofiel van beleggingsonderneming geven aanleiding tot bezorgdheid. Er is grote aanleiding tot bezorgdheid de geloofwaardigheid en haalbaarheid het herstel van de beleggingsonderneming, waaronder haar algehele herstelvermogen.door tot het de grote over van
F De beleggingsonderneming wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen.• •Er bestaat een onmiddellijk risico voor levensvatbaarheid van beleggingsonderneming. De beleggingsonderneming voldoet aan voorwaarden om te worden geacht te of waarschijnlijk te zullen falen,de de de falen zoals 122
Score Standpunt van de toezichthouderOverwegingen vermeld in artikel 32, lid 4, Richtlijn 2014/59/EU22 :van
375. Wanneer is vastgesteld dat een beleggingsonderneming “faalt of waarschijnlijk zal falen” …

Wanneer is vastgesteld dat een beleggingsonderneming “faalt of waarschijnlijk zal falen”, hetgeen tot uitdrukking komt in een totale SREP-score van “F”, overleggen bevoegde autoriteiten indien relevant met de afwikkelingsautoriteiten over de bevindingen volgens de in artikel 32 van Richtlijn 2014/59/EU beschreven procedure. In het geval van beleggingsondernemingen die niet onder Richtlijn 2014/59/EU vallen, maar die worden aangemerkt als “falende of waarschijnlijk falende” ondernemingen, dienen bevoegde autoriteiten de betrokkenheid bij de beleggingsonderneming te vergroten om een ordelijke afwikkeling ervan te waarborgen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/