+3 Criteria voor de toereikendheid van de kennis en ervaring van individuele leden
---+24. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van het leidinggevende …
---+25. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen te beschikken over actuele kennis …
---+26. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen een goed inzicht te hebben in de …
---+27. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen in staat te zijn bij te dragen tot …
---+28. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring moet rekening worden …
---+29. Er dient rekening te worden gehouden met het niveau en het profiel van het onderwijs dat het …
---+30. De beoordeling dient niet te worden beperkt tot de opleidingsgraad van het lid of tot het …
---+31. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid moet rekening …
---+32. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid dient ook …
---+33. Bij het beoordelen van de praktische en beroepservaring die een lid heeft opgedaan in eerdere …
---+34. Indien van toepassing, dienen leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan in zijn …
|
3 Criteria voor de toereikendheid van de kennis en ervaring van individuele leden
3 Criteria voor de toereikendheid van de kennis en ervaring van individuele leden
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
24. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van het leidinggevende …
|
Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van het leidinggevende orgaan als collectief beoordeelt de kredietservicer alle individuele leden van het orgaan om vast te stellen dat zij samen over voldoende kennis en ervaring beschikken om de doeltreffende werking van het orgaan te waarborgen, en dat elk lid in staat is zijn standpunten naar voren te brengen en strategieën en bedrijfsdoelstellingen te bespreken, en dat de collectieve besluitvormingsprocessen gepaard gaan met een passende discussie, uitdaging en toezicht. Daartoe dienen er voldoende leden met kennis op elk gebied te zijn om te kunnen discussiëren over te nemen besluiten.
|
|
25. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen te beschikken over actuele kennis …
|
Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen te beschikken over actuele kennis van de bedrijfsactiviteiten die de kredietservicer ontplooit en van de risico’s daarvan, op een niveau dat evenredig is aan hun verantwoordelijkheden. Hieronder valt ook voldoende kennis van die gebieden waarvoor een individueel lid niet rechtstreeks verantwoordelijk is maar waarvoor hij collectief, samen met de andere leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan, verantwoordelijk is. Actuele kennis kan worden verkregen door middel van opleiding en beroepservaring.
|
|
26. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen een goed inzicht te hebben in de …
|
Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen een goed inzicht te hebben in de governanceregelingen van de kredietservicer, hun respectieve rollen en verantwoordelijkheden, en, waar toepasselijk, de structuur van de groep en mogelijke belangenconflicten die daaruit kunnen voortvloeien.
|
|
27. Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen in staat te zijn bij te dragen tot …
|
Leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan dienen in staat te zijn bij te dragen tot de invoering van een passende bedrijfs- en risicocultuur, passende bedrijfswaarden en passend gedrag binnen het leidinggevend of bestuurlijke orgaan om de bedrijfsactiviteiten op deskundige en verantwoorde wijze uit te voeren.
|
|
28. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring moet rekening worden …
|
Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring moet rekening worden gehouden met: - a. de rol en taken van de functie en de vereiste capaciteiten;
- b. de kennis die is verworven door onderwijs, opleiding en in de praktijk;
- c. de in voorgaande functies en in andere actuele bestuursfuncties opgedane praktische en beroepservaring, en
- d. de verworven kennis en ervaring zoals die worden aangetoond door het professionele gedrag van het lid.
|
|
29. Er dient rekening te worden gehouden met het niveau en het profiel van het onderwijs dat het …
|
Er dient rekening te worden gehouden met het niveau en het profiel van het onderwijs dat het lid heeft genoten en met de vraag of dit al dan niet verband houdt met het bankbedrijf en financiële dienstverlening of met andere relevante gebieden. Met name onderwijs op het gebied van het bankbedrijf en financiën, economie, recht, boekhouding, auditing, administratie, financiële regelgeving, informatietechnologie en kwantitatieve methoden kan over het algemeen worden beschouwd als relevant voor de sector financiële dienstverlening.
|
|
30. De beoordeling dient niet te worden beperkt tot de opleidingsgraad van het lid of tot het …
|
De beoordeling dient niet te worden beperkt tot de opleidingsgraad van het lid of tot het bewijs van een bepaalde diensttijd bij een kredietservicer of ondernemingen op andere gebieden die verantwoordelijk zijn voor het beheer van kredieten en niet-renderende leningen. Voor het beoordelen van de praktische ervaring van een lid met betrekking tot de activiteiten van de kredietservicer dient een grondigere analyse te worden uitgevoerd, omdat de kennis die in eerdere functies is opgedaan, afhankelijk is van de aard, omvang en complexiteit van de onderneming waarin een functie is uitgeoefend en van de functie die het lid in die onderneming heeft bekleed.
|
|
31. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid moet rekening …
|
Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid moet rekening worden gehouden met theoretische en praktische ervaring in verband met de kredietservicingactiviteit, waaronder met name: - a. relevante wet- en regelgeving, met inbegrip van nationale vereisten voor kredietservicing en schuldinvordering;
- b. beslaglegging, insolventie- en faillissementsprocedures;
- c. bescherming van consumenten en kredietnemers;
- d. gegevensbeschermingsvereisten, en
- e. verplichtingen ter bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, wanneer kredietservicers worden aangewezen als meldingsplichtige entiteiten voor het voorkomen en bestrijden van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme krachtens de nationale wettelijke bepalingen tot omzetting van Richtlijn (EU) 2015/849.
|
|
32. Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid dient ook …
|
Bij de beoordeling van de toereikendheid van de kennis en ervaring van een lid dient ook rekening te worden gehouden met kennisgebieden waarvoor algemeen inzicht nodig is ten behoeve van het dagelijkse bestuur van de kredietservicer, waaronder: - a. beoordeling van de doeltreffendheid van de governance, het toezicht en de interne controles van een kredietservicer;
- b. bancaire en financiële activiteiten;
- c. contractenrecht;
- d. boekhouding en auditing;
- e. interpretatie van financiële informatie, identificatie van belangrijke kwesties op basis van deze informatie, alsmede passende controles en maatregelen, en
- f. managementkennis.
|
|
33. Bij het beoordelen van de praktische en beroepservaring die een lid heeft opgedaan in eerdere …
|
Bij het beoordelen van de praktische en beroepservaring die een lid heeft opgedaan in eerdere functies, dient speciale aandacht te worden besteed aan: - a. de aard van de beklede functie en het niveau daarvan in de hiërarchie;
- b. de duur van de dienstbetrekking;
- c. de aard en complexiteit van de onderneming waarin de functie werd bekleed, inclusief de organisatiestructuur;
- d. de omvang van de competenties, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden van het lid;
- e. de technische kennis die via de functie is opgedaan;
- f. het aantal mensen aan wie het lid leiding heeft gegeven, en
- g. de aanvullende kennis opgedaan tijdens academische activiteiten.
|
|
34. Indien van toepassing, dienen leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan in zijn …
|
Indien van toepassing, dienen leden van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan in zijn toezichthoudende functie in staat te zijn besluiten van het leidinggevende of bestuurlijke orgaan in zijn leidinggevende functie doeltreffend ter discussie te stellen en te monitoren.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|