+4. Criteria met betrekking tot eenvoud
---+9. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder …
---+10. Het in artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 opgenomen criterium dient te …
---+11. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient …
---+12. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder …
---+13. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient “entiteit …
---+14. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt e), van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de …
---+15. De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie …
---+16. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt f), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt …
---+17. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder …
---+18. Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer …
---+19. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de criteria …
---+20. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient het voldoen …
---+21. De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig het voorgaande punt dienen te worden toegepast …
---+22. Artikel 26 ter, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 bevat een uitputtende …
---+23. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+24. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn …
---+25. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+26. Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer …
---+27. Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het …
---+28. Wat betreft de handelsvorderingen die niet zijn ontstaan in de vorm van een lening, dient de …
---+29. Overeenkomstig artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …
---+30. Deze vereiste dient niet te worden geacht te gelden voor woonkredieten die zijn overgenomen …
---+31. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+32. Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire …
---+33. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+34. Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de …
---+35. Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te …
---+36. Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd …
---+37. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+38. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …
---+39. Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve …
---+40. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de …
---+41. Het verbod op het bevatten van onderliggende blootstellingen “met betrekking tot een debiteur …
---+42. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt geacht aan …
---+43. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt de …
---+44. De in artikel 26 ter, lid 11, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste dient …
---+45. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de …
---+46. Aan de in het vorige punt genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de …
---+47. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere …
---+48. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de …
---+49. De betaling waarvan sprake in de vereiste dat “ten minste één betaling” moet zijn gedaan op het …

4. Criteria met betrekking tot eenvoud

Op de balans aangehouden blootstellingen (artikel 26 ter, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402)

Balans

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
9. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder “balans” de boekhoudkundige balans verstaan van de initiator of van een entiteit van de groep waartoe de initiator behoort.

Geen dubbele afdekking (artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402)

Afdekking die verder gaat dan de protectie die via de kredietprotectieovereenkomst is verkregen

10. Het in artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 opgenomen criterium dient te …

Het in artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 opgenomen criterium dient te worden opgevat als een verbod op meervoudige kredietprotectie ten opzichte van het kredietrisico van de pool van onderliggende blootstellingen, ongeacht of die aanvullende kredietprotectie betrekking heeft op bescherming tegen het kredietrisico van een tranche, een deel van een tranche of een onderliggende blootstelling, om te waarborgen dat het kredietrisico van de pool van onderliggende blootstellingen niet meer dan één keer wordt afgedekt.

11. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient afzonderlijke kredietprotectie die in het kader van de kredietprotectieovereenkomst voor afzonderlijke tranches, afzonderlijke delen van tranches of afzonderlijke onderliggende blootstellingen wordt geboden, niet te worden beschouwd als een afdekking die verder gaat dan de protectie die via de kredietprotectieovereenkomst is verkregen.

Verklaringen en garanties (artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402)

Een entiteit van de groep waartoe de initiator behoort

12. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder “groep” de geconsolideerde groep te worden verstaan waartoe de entiteit voor boekhoudkundige of prudentiële doeleinden behoort.

Een entiteit die onder het toezicht op geconsolideerde basis valt

13. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient “entiteit …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2402 dient “entiteit die onder het toezicht op geconsolideerde basis valt” te worden uitgelegd in de zin van artikel 26 ter, lid 3, van die verordening.

Geen minder strenge afsluitstandaarden

14. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt e), van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt e), van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de afsluitstandaarden die gelden voor gesecuritiseerde blootstellingen te worden vergeleken met de afsluitstandaarden die op het ogenblik van de initiëring van de gesecuritiseerde blootstellingen gelden voor soortgelijke blootstellingen.

15. De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie …

De initiator noch de oorspronkelijke kredietverstrekker moet op het ogenblik van de selectie van de gesecuritiseerde blootstellingen of op het exacte tijdstip van de securitisatie soortgelijke blootstellingen op zijn balans hebben staan om te kunnen voldoen aan het voorgaande punt. Evenmin mag worden verlangd dat op het ogenblik van de initiëring van de gesecuritiseerde blootstellingen ook soortgelijke blootstellingen worden geïnitieerd.

Voor zover de initiator bekend

16. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt f), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 6, punt f), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt geacht aan de norm “voor zover bekend” te zijn voldaan wanneer de initiator gebruikmaakt van informatie die is verkregen uit een van de volgende bronnen en omstandigheden, dan wel een combinatie daarvan:

  • a. bij de initiëring van de blootstellingen verkregen informatie over debiteuren;
  • b. informatie die in de loop van de servicing van de blootstellingen of in de loop van de risicobeheerprocedures van de initiator is verkregen;
  • c. kennisgevingen aan de initiator door een derde partij;
  • d. openbaar beschikbare informatie of informatie over inschrijvingen in één of meerdere kredietregisters van personen met een ongunstig kredietverleden op het moment van de initiëringvan een onderliggende blootstelling, maar alleen voor zover deze informatie reeds in aanmerking werd genomen in het kader van de informatie bedoeld in bovenstaande punten a), b) en c), en in overeenstemming met de toepasselijke regelgevings- en toezichtvereisten, waaronder met betrekking tot deugdelijke criteria voor kredietverstrekking als beschreven in artikel 9 van Verordening (EU) 2017/2402.

Toelaatbaarheidscriteria, actief portefeuillebeheer (artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402)

Actief portefeuillebeheer

17. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder “actief portefeuillebeheer” portefeuillebeheer verstaan waarbij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. het portefeuillebeheer stelt de prestaties van de securitisatie afhankelijk van zowel de prestaties van de onderliggende blootstellingen als de prestaties van het portefeuillebeheer van de securitisatie, waardoor de beleggers het kredietrisico van de onderliggende blootstellingen niet kunnen modelleren zonder rekening te houden met de portefeuillebeheerstrategie van de portefeuillebeheerder;
  • b. het portefeuillebeheer vindt plaats voor speculatieve doeleinden met het oog op betere prestaties, verhoogde opbrengsten, algemene financiële rendementen of andere louter financiële of economische voordelen.
18. Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer …

Onder meer de volgende portefeuillebeheertechnieken mogen niet als actief portefeuillebeheer worden beschouwd:

  • a. vervanging van de onderliggende blootstellingen die het voorwerp vormen van een regelgevingsgeschil of onderzoek, met als doel de oplossing van het geschil of de beëindiging van het onderzoek te vergemakkelijken;
  • b. verwerving van nieuwe onderliggende blootstellingen tijdens de “aanloopperiode” om de waarde van de onderliggende blootstellingen op te trekken tot de waarde van de securitisatieverplichtingen.

Duidelijke toelaatbaarheidscriteria

19. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de criteria …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de criteria te worden geacht “duidelijk” te zijn wanneer een rechterlijke instantie in juridisch of feitelijk opzicht of beide kan bepalen dat de criteria worden nageleefd.

Toelaatbaarheidscriteria waaraan moet worden voldaan voor blootstellingen die na de datum van afsluiting van de transactie worden toegevoegd

20. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient het voldoen …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dient het voldoen aan “toelaatbaarheidscriteria die niet minder streng zijn dan de criteria die worden toegepast in de initiële selectie van de onderliggende blootstellingen” te worden begrepen in die zin dat die toelaatbaarheidscriteria niet minder streng mogen zijn dan de toelaatbaarheidscriteria die bij de afsluiting van de transactie op de initiële onderliggende blootstellingen van toepassing zijn.

21. De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig het voorgaande punt dienen te worden toegepast …

De toelaatbaarheidscriteria die overeenkomstig het voorgaande punt dienen te worden toegepast op de onderliggende blootstellingen, moeten worden vastgesteld in de transactiedocumentatie en dienen te verwijzen naar de toelaatbaarheidscriteria die gelden op het blootstellingsniveau.

Toegestane verwijdering

22. Artikel 26 ter, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 bevat een uitputtende …

Artikel 26 ter, lid 7, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 bevat een uitputtende lijst van omstandigheden waarin een onderliggende blootstelling uit de transactie kan worden verwijderd. Homogeniteit, verplichtingen van de onderliggende blootstellingen, periodieke betalingsstromen, geen overdraagbare effecten (artikel 26 ter, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402)

Contractueel bindende en afdwingbare verplichtingen

23. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen onder “verplichtingen die contractueel bindend en afdwingbaar zijn, met volledig verhaalsrecht op debiteuren en, in voorkomend geval, garantiegevers” alle verplichtingen te worden verstaan die zijn opgenomen in de contractuele specificatie van de onderliggende blootstellingen die relevant zijn voor beleggers, omdat zij een invloed hebben op enige verplichtingen van de debiteur en, in voorkomend geval, de garantiegever om betalingen te verrichten of zekerheid te stellen.

Blootstellingen met periodieke betalingsstromen

24. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 8, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 zijn blootstellingen met vastgelegde periodieke betalingsstromen onder meer:

  • a. blootstellingen die in één termijn te betalen zijn in het geval van revolverende securitisaties als bedoeld in artikel 26 ter, lid 12, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402;
  • b. blootstellingen in verband met kredietkaartfaciliteiten;
  • c. blootstellingen met aflossingen bestaande uit rentebetalingen en waarbij de hoofdsom op de vervaldag wordt terugbetaald, met inbegrip van aflossingsvrije hypotheken;
  • d. blootstellingen met aflossingen bestaande uit rentebetalingen en terugbetaling van een deel van de hoofdsom, waarbij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
(i) de resterende hoofdsom wordt terugbetaald op de vervaldag, (ii) de terugbetaling van de hoofdsom is afhankelijk van de verkoop van activa die de blootstellingen dekken;
  • e. blootstellingen met tijdelijke aflossingsvrije perioden zoals contractueel is overeengekomen tussen de debiteur en de kredietverstrekker.

Afsluitstandaarden, expertise van de initiator (artikel 26 ter, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402)

Bekendmaking van materiële wijzigingen van eerdere afsluitstandaarden

25. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen materiële wijzigingen van de afsluitstandaarden waarover alle informatie dient te worden verschaft, te worden begrepen als materiële wijzigingen van de afsluitstandaarden die gelden voor blootstellingen die na afsluiting van de securitisatie aan de pool van onderliggende blootstellingen worden toegevoegd in het kader van aanvulling of portefeuillebeheer als bedoeld in de punten 20 en 21.

26. Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer …

Wijzigingen van dergelijke afsluitstandaarden dienen als materieel te worden beschouwd wanneer het gaat om een van de volgende soorten wijzigingen van de afsluitstandaarden:

  • a. wijzigingen die gevolgen hebben voor de vereiste van soortgelijke afsluitstandaarden, zoals nader gespecificeerd in artikel 1, eerste alinea, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1851;
  • b. wijzigingen die materiële gevolgen hebben voor het algemene kredietrisico of de gemiddelde verwachte prestaties van de pool van onderliggende blootstellingen, zonder dat dit leidt tot wezenlijk verschillende benaderingen voor de beoordeling van het kredietrisico dat verbonden is aan de onderliggende blootstellingen.
27. Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het …

Wanneer informatie wordt verstrekt over de wijzigingen van de afsluitstandaarden, moet ook het doel van dergelijke wijzigingen worden toegelicht.

28. Wat betreft de handelsvorderingen die niet zijn ontstaan in de vorm van een lening, dient de …

Wat betreft de handelsvorderingen die niet zijn ontstaan in de vorm van een lening, dient de verwijzing naar de afsluitstandaarden in artikel 26 ter, lid 10, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 te worden opgevat als een verwijzing naar kredietstandaarden die door de verkoper worden gehanteerd voor kortlopende krediet van hetzelfde type dat aanleiding geeft tot de gesecuritiseerde blootstellingen in het kader van met de klanten overeengekomen betalingsdoelen met betrekking tot de verkoop van zijn producten en diensten.

Woonkredieten

29. Overeenkomstig artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …

Overeenkomstig artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de pool van onderliggende blootstellingen geen woonkredieten te bevatten die op de markt zijn gebracht en overgenomen op basis van de veronderstelling dat de kredietaanvrager of intermediairs ervan in kennis zijn gesteld dat de verstrekte informatie door de kredietverlener misschien niet zou worden gecontroleerd.

30. Deze vereiste dient niet te worden geacht te gelden voor woonkredieten die zijn overgenomen …

Deze vereiste dient niet te worden geacht te gelden voor woonkredieten die zijn overgenomen maar niet op de markt zijn gebracht op basis van de veronderstelling dat de kredietaanvrager of intermediairs ervan in kennis zijn gesteld dat de verstrekte informatie door de kredietverlener misschien niet zou worden gecontroleerd of dat de kredietaanvrager of intermediairs zich daarvan bewust worden nadat het krediet is overgenomen.

31. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de verstrekte “informatie” worden beschouwd als uitsluitend relevante informatie. De relevantie van de informatie berust op de vraag of de informatie al dan niet relevant is voor de overneming, zoals informatie die relevant wordt geacht voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van een kredietnemer, voor de beoordeling van de toegang tot onderpand en voor het beperken van het risico op fraude.

32. Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire …

Inkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor algemene hypothecaire leningen die geen inkomsten genereren, en huurinkomsten worden doorgaans beschouwd als relevante informatie voor hypothecaire leningen die wel inkomsten genereren. Informatie die geen nut heeft voor de overneming, zoals mobielnummers, mag niet worden beschouwd als relevante informatie.

Gelijkwaardige vereisten in derde landen

33. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de beoordeling van de kredietwaardigheid van kredietnemers in derde landen, in voorkomend geval, te worden uitgevoerd op basis van de volgende beginselen, als omschreven in de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EG:

  • a. vóór het sluiten van een kredietovereenkomst op basis van toereikende informatie beoordeelt de kredietverstrekker de kredietwaardigheid van de kredietnemer op basis van toereikende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen van de kredietnemer en, waar nodig, op basis van een raadpleging van het desbetreffende gegevensbestand;
  • b. indien de partijen overeenkomen het totale kredietbedrag na het sluiten van de kredietovereenkomst te wijzigen, dient de kredietverstrekker, alvorens tot een belangrijke verhoging van het totale kredietbedrag over te gaan, de te zijner beschikking staande financiële informatie betreffende de kredietnemer te actualiseren en diens kredietwaardigheid te beoordelen;
  • c. alvorens een kredietovereenkomst te sluiten, dient de kredietverstrekker een grondige beoordeling van de kredietwaardigheid van de kredietnemer uit te voeren, rekening houdend met de factoren die relevant zijn om na te gaan of de kredietnemer de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen kan nakomen;
  • d. de procedures en de informatie waarop de beoordeling is gebaseerd, moeten worden gedocumenteerd en bijgehouden;
  • e. de kredietwaardigheidsbeoordeling mag niet hoofdzakelijk gebaseerd zijn op het feit dat de waarde van het voor bewoning bestemde onroerende goed hoger is dan het kredietbedrag, of op de veronderstelling dat het voor bewoning bestemde onroerende goed in waarde zal stijgen, tenzij de kredietovereenkomst tot oogmerk heeft het voor bewoning bestemde onroerende goed te bouwen of te renoveren;
  • f. zodra de kredietovereenkomst is gesloten, mag de kredietverstrekker de kredietovereenkomst niet kunnen opzeggen of wijzigen in het nadeel van de kredietnemer op grond van een onjuist uitgevoerde beoordeling van de kredietwaardigheid;
  • g. de kredietverstrekker stelt het krediet uitsluitend aan de kredietnemer beschikbaar indien het resultaat van de kredietwaardigheidsbeoordeling uitwijst dat de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende verplichtingen waarschijnlijk op de krachtens die overeenkomst vereiste wijze zullen worden nagekomen;
  • h. de kredietwaardigheid van de kredietnemer moet opnieuw worden beoordeeld op basis van geactualiseerde informatie voordat een significante verhoging van het totale kredietbedrag wordt verleend na het sluiten van de kredietovereenkomst, tenzij een dergelijk bijkomend krediet in de oorspronkelijke kredietwaardigheidsbeoordeling was voorzien en opgenomen.

Criteria voor het bepalen van de expertise van de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker

34. Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de …

Om te kunnen bepalen of een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker beschikt over de expertise in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd overeenkomstig artikel 26 ter, lid 10, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402, moet aan beide volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • a. de leden van het leidinggevende orgaan van de initiator of de oorspronkelijke kredietverstrekker en de andere hogere personeelsleden dan de leden van het leidinggevende orgaan, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met de blootstellingen die worden gesecuritiseerd, moeten over voldoende kennis en vaardigheden beschikken in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
  • b. er moet rekening worden gehouden met de volgende beginselen over de kwaliteit van de expertise:
i.de rol en taken van de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden en de vereiste capaciteiten moeten toereikend zijn,
ii.de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden moeten voldoende ervaring hebben opgedaan in eerdere functies, tijdens bijscholingen en opleidingen,
iii.de leden van het leidinggevende orgaan en de hogere personeelsleden moeten naar behoren betrokken worden binnen de governancestructuur van de functie voor het initiëren van de blootstellingen,
iv.in het geval van een prudentieel gereguleerde entiteit moeten de wettelijke vergunningen of toelatingen die de entiteit bezit, worden geacht relevant te zijn voor de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd.
35. Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te …

Een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker wordt geacht over de nodige expertise te beschikken wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. de activiteiten van de entiteit of van de geconsolideerde groep waartoe de entiteit voor boekhoudkundige of prudentiële doeleinden behoort, omvatten gedurende ten minste vijf jaar de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
  • b. als niet aan de in punt a) bedoelde eis wordt voldaan, zijn beide onderstaande voorwaarden vervuld:
i.ten minste twee leden van het leidinggevende orgaan beschikken persoonlijk over ten minste vijf jaar relevante beroepservaring in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd;
ii.andere hogere personeelsleden dan de leden van het leidinggevende orgaan, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de initiëring van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd, beschikken persoonlijk over ten minste vijf jaar relevante beroepservaring in het initiëren van blootstellingen die vergelijkbaar zijn met die welke worden gesecuritiseerd.
36. Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd …

Om te kunnen aantonen hoeveel jaren beroepservaring is opgedaan, moet voldoende gedetailleerd en in overeenstemming met de toepasselijke vertrouwelijkheidsvereisten informatie worden verstrekt over de relevante expertise, zodat beleggers hun verplichtingen uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EU) 2017/2402 kunnen nakomen.

Vergelijkbare blootstellingen

37. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 10, vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen blootstellingen als vergelijkbaar te worden beschouwd wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. de blootstellingen behoren tot een van de activacategorieën die worden genoemd in artikel 1, eerste alinea, punt a), i) t/m iii) of v) t/m vii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1851;
  • b. de blootstellingen behoren tot de activacategorie die wordt genoemd in artikel 1, eerste alinea, punt a), iv), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1851, en tot hetzelfde type debiteur als bedoeld in artikel 2, lid 3, punt a), van die verordening;
  • c. de blootstellingen behoren tot de activacategorie die wordt genoemd in artikel 1, eerste alinea, punt a), viii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1851, en soortgelijke kenmerken vertonen met betrekking tot om het even welke homogeniteitsfactor als bedoeld in artikel 2, lid 6, van die verordening.

Geen blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling en aan debiteurs/garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid (artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402)

Blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling

38. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen blootstellingen waarbij sprake is van wanbetaling te worden opgevat in de zin van artikel 178, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, zoals nader omschreven in de Gedelegeerde Verordening over de materialiteitsdrempel voor achterstallige kredietverplichtingen die is uitgewerkt overeenkomstig artikel 178, lid 6, van die verordening en in de EBA-richtsnoeren betreffende de toepassing van de definitie van wanbetaling die zijn ontwikkeld overeenkomstig artikel 178, lid 7, van die verordening.

39. Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve …

Indien een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker geen instelling is en derhalve Verordening (EU) nr. 575/2013 niet op hem van toepassing is, dient de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker de in de vorige alinea genoemde richtsnoeren na te leven voor zover dergelijke toepassing niet te belastend wordt geacht. In dat geval dient de initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker de vastgelegde processen toe te passen alsmede gebruik te maken van de informatie die van de debiteuren is verkregen over de initiëring van de blootstellingen, informatie die van de initiator is verkregen in de loop van de servicing van de blootstellingen of in de loop van de risicobeheerprocedure, of informatie die door een derde partij ter kennis van de initiator is gebracht.

Blootstelling met betrekking tot een debiteur of garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid

40. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de in de punten a) tot en met c) van dat lid genoemde situaties te worden beschouwd als definities van aangetaste kredietwaardigheid. Andere mogelijke situaties van aangetaste kredietwaardigheid die niet in de punten a) tot en met c) zijn vervat, dienen te worden geacht niet onder deze vereiste te vallen.

41. Het verbod op het bevatten van onderliggende blootstellingen “met betrekking tot een debiteur …

Het verbod op het bevatten van onderliggende blootstellingen “met betrekking tot een debiteur of garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid” als bedoeld in artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 moet worden gezien als de vereiste dat er op het ogenblik van de selectie een verhaalsrecht moet bestaan voor het volledige bedrag van de gesecuritiseerde blootstelling voor ten minste één partij zonder aangetaste kredietwaardigheid, ongeacht of die partij een debiteur of garantiegever is. Derhalve mogen de onderliggende blootstellingen niet bestaan uit:

  • a. blootstellingen aan een debiteur met aangetaste kredietwaardigheid, wanneer er geen garantiegever is voor de volledige gesecuritiseerde blootstelling;
  • b. blootstellingen aan een debiteur met aangetaste kredietwaardigheid die een garantiegever met aangetaste kredietwaardigheid heeft.

Voor zover de initiator of de oorspronkelijke kredietverstrekker bekend

42. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt geacht aan …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, van Verordening (EU) 2017/2402 wordt geacht aan de norm “voor zover bekend” te zijn voldaan op basis van de informatie die uitsluitend is verkregen van een van de volgende combinaties van bronnen en situaties:

  • a. informatie van debiteuren over de initiëring van de blootstellingen;
  • b. informatie van de initiator in de loop van de servicing van de blootstellingen of in de loop van de risicobeheerprocedures;
  • c. kennisgevingen aan de initiator door een derde partij;
  • d. openbaar beschikbare informatie of informatie over inschrijvingen in één of meerdere kredietregisters van personen met een ongunstig kredietverleden op het moment van de initiëringvan een onderliggende blootstelling, maar alleen voor zover deze informatie reeds in aanmerking werd genomen in het kader van de informatie bedoeld in de punten a), b) en c), en in overeenstemming met de toepasselijke regelgevings- en toezichtvereisten, waaronder met betrekking tot deugdelijke criteria voor kredietverstrekking als beschreven in artikel 9 van Verordening (EU) 2017/2402. Handelsvorderingen die niet worden geïnitieerd in de vorm van een lening, hoeven daarentegen niet te voldoen aan de criteria voor kredietverstrekking.

Blootstellingen met betrekking tot debiteuren of garantiegevers met een aangetaste kredietwaardigheid die een schuldherstructureringsproces hebben ondergaan

43. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt de …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt de vereiste van het uitsluiten van blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid die een schuldherstructureringsproces hebben ondergaan ten aanzien van hun niet-renderende blootstellingen, opgevat als een verwijzing naar zowel de geherstructureerde blootstellingen van de desbetreffende debiteur of garantiegever als zijn blootstellingen die zelf niet moesten worden geherstructureerd. Voor de toepassing van dit punt mogen geherstructureerde blootstellingen die voldoen aan de voorwaarden van de artikel 26 ter, lid 11, punt a), i) en ii), van Verordening (EU) 2017/2402 er niet toe leiden dat een debiteur of garantiegever wordt aangemerkt als een partij met aangetaste kredietwaardigheid.

Kredietregister

44. De in artikel 26 ter, lid 11, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste dient …

De in artikel 26 ter, lid 11, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 genoemde vereiste dient te worden beperkt tot blootstellingen aan debiteuren of garantiegevers waarop de twee volgende voorwaarden van toepassing zijn op het moment van de initiëring van de onderliggende blootstelling:

  • a. de debiteur of garantiegever staat in een kredietregister uitdrukkelijk vermeld als een entiteit met een ongunstig kredietverleden als gevolg van een negatieve status of negatieve informatie die is opgeslagen in het kredietregister;
  • b. de debiteur of garantiegever staat in het kredietregister om redenen die van belang zijn voor de beoordeling van het kredietrisico.

Significant hoger risico dat contractueel overeengekomen betalingen niet worden gedaan dan voor vergelijkbare blootstellingen

45. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 11, punt c), van Verordening (EU) 2017/2402 mogen de debiteurs of garantiegevers van blootstellingen met aangetaste kredietwaardigheid niet worden geacht “een kredietbeoordeling of een kredietscore [te hebben] waaruit blijkt dat het risico dat contractueel overeengekomen betalingen niet worden gedaan significant hoger is dan voor vergelijkbare, niet-gesecuritiseerde blootstellingen [van andere debiteurs of garantiegevers met aangetaste kredietwaardigheid] in het bezit van de initiator”, wanneer beide volgende voorwaarden van toepassing zijn:

  • a. de meest relevante factoren die de verwachte prestaties van de onderliggende blootstellingen en de vergelijkbare blootstellingen bepalen, zijn van soortgelijke aard;
  • b. als gevolg van de in punt a) bedoelde soortgelijkheid kon redelijkerwijs worden verwacht, op grond van aanwijzingen als vroegere prestaties of toepasselijke modellen, dat de onderliggende blootstellingen gedurende de looptijd van de transactie – of over maximaal vier jaar indien de looptijd van de transactie meer dan vier jaar bedraagt – niet significant slechter zouden presteren dan de vergelijkbare blootstellingen.
46. Aan de in het vorige punt genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de …

Aan de in het vorige punt genoemde voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer een van de volgende situaties van toepassing is:

  • a. de onderliggende blootstellingen omvatten geen blootstellingen die volgens de relevante boekhoudbeginselen worden ingedeeld als dubieus, aangetast of niet-renderend of een soortgelijke categorie;
  • b. de onderliggende blootstellingen omvatten geen blootstellingen aan debiteurs of garantiegevers waarvan de kredietkwaliteit op basis van kredietratings of andere kredietkwaliteitsdrempels significant slechter is dan de kredietkwaliteit van debiteurs of garantiegevers van vergelijkbare blootstellingen die de initiator initieert in het kader van zijn reguliere kredietverstrekking en kredietrisicostrategie.

Ten minste één betaling gedaan (artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402)

Toepassingsgebied van het criterium

47. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 mogen verdere voorschotten en opnemingen in het kader van één blootstelling, dan wel de herstructurering van dezelfde blootstelling aan een bepaalde kredietnemer, niet worden geacht aanleiding te geven tot een nieuwe “ten minste één betaling”-vereiste met betrekking tot een dergelijke blootstelling.

48. Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de …

Voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 moet de voorgenomen selectie van een andere, afzonderlijke blootstelling aan dezelfde kredietnemer aanleiding geven tot een nieuwe “ten minste één betaling”-vereiste met betrekking tot een dergelijke blootstelling.

Ten minste één betaling

49. De betaling waarvan sprake in de vereiste dat “ten minste één betaling” moet zijn gedaan op het …

De betaling waarvan sprake in de vereiste dat “ten minste één betaling” moet zijn gedaan op het moment van de opneming van de onderliggende blootstellingen, moet voor de toepassing van artikel 26 ter, lid 12, van Verordening (EU) 2017/2402 een huur, hoofdsom of rentebetaling zijn of enige andere normale vorm van betaling waarin is voorzien in de contractuele overeenkomst inzake de blootstelling.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/