+5.1. Transmissiekanalen
---+22. Instellingen moeten door middel van observatie en beoordeling de meest relevante …
---+23. Instellingen moeten betrouwbare gegevensbronnen identificeren, transparante methodieken …
---+24. Om ecologische transmissiekanalen te identificeren, moeten instellingen relevante …
---+25. Instellingen moeten beoordelen in hoeverre hun tegenpartijen indirect kunnen worden …
---+26. Afhankelijk van de tijdshorizon van de analyse moeten instellingen rekening houden met …
---+27. Instellingen moeten beoordelen hoe transitie - en fysieke milieurisico’s zich via relevante …
|
5.1. Transmissiekanalen
5.1. Transmissiekanalen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
22. Instellingen moeten door middel van observatie en beoordeling de meest relevante …
|
Instellingen moeten door middel van observatie en beoordeling de meest relevante transmissiekanalen identificeren waarlangs milieurisico’s hun blootstelling kunnen beïnvloeden. Hiervoor moeten zij een gestructureerd, goed gedocumenteerd en regelmatig geëva lueerd proces hanteren.
|
|
23. Instellingen moeten betrouwbare gegevensbronnen identificeren, transparante methodieken …
|
Instellingen moeten betrouwbare gegevensbronnen identificeren, transparante methodieken toepassen en duidelijk geformuleerde aannames hanteren. Overeenkomstig afdeling 4.2 van de richtsnoeren voor het beheer van ESG-risico’s moeten instellingen de nodige gegevens verzamelen op basis van hun materialiteitsbeoordeling.
|
|
24. Om ecologische transmissiekanalen te identificeren, moeten instellingen relevante …
|
Om ecologische transmissiekanalen te identificeren, moeten instellingen relevante risicofactoren identificeren door rekening te houden met zowel transitierisico’s als fysieke risico’s. Een niet- uitputtende lijst van potentiële transmissiekanalen, zowel mic ro-economische als macro-economische, is opgenomen in de bijlage.
|
|
25. Instellingen moeten beoordelen in hoeverre hun tegenpartijen indirect kunnen worden …
|
Instellingen moeten beoordelen in hoeverre hun tegenpartijen indirect kunnen worden blootgesteld aan milieurisico’s via hun waardeketen of via mogelijke overloopeffecten op de lokale economie, te beginnen met hun grootste of meest geconcentreerde tegenparti jen. Wanneer dergelijke indirecte effecten als significant worden beoordeeld, moeten instellingen overwegen deze in de relevante transmissiekanalen weer te geven.
|
|
26. Afhankelijk van de tijdshorizon van de analyse moeten instellingen rekening houden met …
|
Afhankelijk van de tijdshorizon van de analyse moeten instellingen rekening houden met potentiële factoren die het risico kunnen verminderen of vergroten. Hierbij kan het gaan om: - a. particuliere en publieke verzekeringsdekking – rekening houdend met de bestaande en potentiële toekomstige lacunes in de verzekeringsbescherming;
- b. de voortdurende inspanningen en toekomstgerichte strategieën van tegenpartijen met betrekking tot de beperking van en/of aanpassing aan de klimaatverandering (bijv. transitieplannen, indien beschikbaar), met inbegrip van de risico’s die voortvloeien uit ee n potentieel falen of potentiële vertraging bij het daadwerkelijk uitvoeren van een dergelijke transitie/aanpassing; en
- c. relevante lokale of overheidsmaatregelen voor aanpassing, waarbij voorzichtigheid geboden is om niet te vertrouwen op te optimistische overheidsmaatregelen of door de staat geleide financiële steunregelingen.
|
|
27. Instellingen moeten beoordelen hoe transitie - en fysieke milieurisico’s zich via relevante …
|
Instellingen moeten beoordelen hoe transitie - en fysieke milieurisico’s zich via relevante transmissiekanalen verspreiden en zich concretiseren in vastgestelde risicocategorieën, waaronder: - a. bedrijfsmodel en strategisch risico (bijv. hogere risicokosten en lagere winstgevendheid);
- b. kredietrisico (bijv. wanbetaling door tegenpartijen of verhoogde kans op wanbetaling, invloed op de waarde van zekerheden);
- c. marktrisico (bijv. waardeverlies van financiële activa, toegenomen volatiliteit, vergroting van de kredietspreads op bepaalde activa);
- d. liquiditeitsrisico (bijv. moeilijkheden bij de toegang tot financiering of liquidatie van activa, toegenomen liquiditeitsbehoeften van cliënten); en
- e. operationeel risico (bijv. plotselinge of geleidelijke verstoringen van processen, waaronder de afwezigheid van personeel en IT -storingen).
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|