+Titel III – Vereisten voor bevoegde autoriteiten in geval van toepassing van artikel 243, lid 4, of artikel 244, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en in geval van toepassing van artikel 243, lid 2, of artikel 244, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 waarbij een van de omstandigheden van titel II van toepassing is
---+4. Beoordeling of er een aanzienlijke overdracht van kredietrisico heeft plaatsgevonden
---+1. Bevoegde autoriteiten moeten de door de initiërende instelling met betrekking tot de …
---+2. Bevoegde autoriteiten moeten bepalen of de initiërende instelling voldoende kennis van de …
---+3. Wanneer de initiërende instelling vertrouwt op de toezichthoudersformule om haar …
---+5. Beoordeling van structurele kenmerken
---+1. Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een transactie structurele kenmerken heeft die de …
---+2. Voor traditionele securitisaties geldt dat alleen de volgende aan initiërende instellingen …
---+3. Voorts, en om elke onzekerheid te vermijden, geldt voor traditionele securitisaties dat aan …
---+4. Voor synthetische securitisaties geldt dat elke aan beleggers in securitisaties of verschaffers …
---+5. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling in het verleden transacties …
---+6. Wanneer transacties aanvullingsperioden omvatten, moeten bevoegde autoriteiten de criteria voor …
---+7. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of transacties bij de initiëring geen ingebedde mechanismen …
---+1. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er looptijd- of valutamismatches tussen de …
---+2. Bevoegde autoriteiten moeten de looptijdmismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van …
---+3. Bevoegde autoriteiten moeten de valutamismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van …
---+1. Wanneer de securitisatie op synthetische wijze wordt verwezenlijkt met behulp van een …
---+2. Bevoegde autoriteiten moeten rekening houden met de kredietgebeurtenissen die door de verkregen …
---+3. Als de aan verschaffers van kredietbescherming betaalde premies niet worden opgenomen in de …
---+4. Wanneer premies vooraf worden betaald of niet zijn gekoppeld aan beschermde of anderszins …
---+1. Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een aanzienlijk deel van het kredietrisico wordt …
---+1. Wanneer een initiërende instelling de op ratings gebaseerde methode als beschreven in artikel …
---+1. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling over passende interne …

Titel III – Vereisten voor bevoegde autoriteiten in geval van toepassing van artikel 243, lid 4, of artikel 244, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en in geval van toepassing van artikel 243, lid 2, of artikel 244, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 waarbij een van de omstandigheden van titel II van toepassing is

Titel III – Vereisten voor bevoegde autoriteiten in geval van toepassing van artikel 243, lid 4, of artikel 244, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en in geval van toepassing van artikel 243, lid 2, of artikel 244, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 waarbij een van de omstandigheden van titel II van toepassing is

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
4. Beoordeling of er een aanzienlijke overdracht van kredietrisico heeft plaatsgevonden

Beoordeling of er een aanzienlijke overdracht van kredietrisico heeft plaatsgevonden

1. Bevoegde autoriteiten moeten de door de initiërende instelling met betrekking tot de …

Bevoegde autoriteiten moeten de door de initiërende instelling met betrekking tot de securitisatie verstrekte documentatie en bewijsstukken beoordelen om te bepalen of een overeenkomstig kredietrisico is overgedragen aan derden en moeten om aanvullende informatie vragen indien dat nodig is om de beoordeling te kunnen uitvoeren. Daarbij moeten bevoegde autoriteiten bijzondere aandacht schenken aan, onder meer, de volgende factoren, voor zover van toepassing:

  • a. de risicogewogen posten en, voor zover relevant, de verwachte verliesposten voor de gesecuritiseerde blootstellingen als berekend vóór de securitisatie en de overeenkomstige posten voor de door de initiërende instelling overgedragen en behouden tranches na de securitisatie;
  • b. met betrekking tot initiërende instellingen die SRT in overeenstemming met artikel 243, lid 4, of artikel 244, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 aantonen, de methoden die zijn gebruikt om aan te tonen dat het overgedragen kredietrisico in verhouding staat tot de mogelijke verlaging van de eigenvermogensvereisten;
  • c. wanneer de initiërende instelling interne modellen heeft gebruikt om aan te tonen dat een aanzienlijk deel van het kredietrisico is overgedragen, de vraag of deze modellen voldoende robuust zijn, en wanneer externe modellen zijn gebruikt, of deze modellen zijn geïntegreerd in de reguliere processen van de initiërende instelling en of de initiërende instelling de onderliggende aannames en de werking van het model naar behoren begrijpt;
  • d. wanneer de initiërende instelling specifieke stressaannames voor de onderliggende pool van activa heeft gebruikt, de geschiktheid van deze aannames en de wijze waarop deze aannames en de resulterende geraamde verliezen vergelijkbaar zijn met die welke worden gebruikt voor stresstests van de toezichthouder of met die van andere empirische bronnen van deze gegevens, zoals de ratingbureaus.
2. Bevoegde autoriteiten moeten bepalen of de initiërende instelling voldoende kennis van de …

Bevoegde autoriteiten moeten bepalen of de initiërende instelling voldoende kennis van de onderliggende activa heeft om een passende analyse van de overdracht van kredietrisico te kunnen maken, en moeten ook nagaan of er een idiosyncratisch risico in de portefeuille gelegen is dat niet is meegenomen in de kredietrisicobeoordeling of de kapitaalberekeningen van de initiërende instelling. Een idiosyncratisch risico moet tot uiting komen in meer conservatieve aannames dan die van een standaard-‘basisscenario’. In deze conservatieve aannames moet rekening worden gehouden met een mogelijk idiosyncratisch risico van een ‘stressscenario’, indien van toepassing.

3. Wanneer de initiërende instelling vertrouwt op de toezichthoudersformule om haar …

Wanneer de initiërende instelling vertrouwt op de toezichthoudersformule om haar eigenvermogensvereisten na de securitisatie te bepalen, moeten bevoegde autoriteiten nagaan hoe gevoelig de eigenvermogensvereisten voor de door de initiërende instelling behouden securitisatieposities zijn voor veranderingen in de onderliggende parameters van de interneratingbenadering. Indien de kapitaalvereisten voor de behouden securitisatieposities zeer gevoelig zijn voor kleine veranderingen in deze parameters, is het minder waarschijnlijk dat een overeenkomstig kredietrisico is overgedragen.

5. Beoordeling van structurele kenmerken

Beoordeling van structurele kenmerken

1. Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een transactie structurele kenmerken heeft die de …

Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een transactie structurele kenmerken heeft die de geclaimde overdracht van kredietrisico aan derden zouden kunnen ondermijnen, zoals callopties of andere contractuele regelingen die in geval van traditionele securitisaties de kans verhogen dat activa terug op de balans van de initiërende instelling worden geplaatst of, in geval van synthetische securitisaties, de kans verhogen dat de kredietprotectie vóór het einde van de looptijd van de transactie wordt beëindigd .

2. Voor traditionele securitisaties geldt dat alleen de volgende aan initiërende instellingen …

Voor traditionele securitisaties geldt dat alleen de volgende aan initiërende instellingen verleende callopties door bevoegde autoriteiten mogen worden geacht niet schadelijk te zijn voor het verwezenlijken van een effectieve overdracht van kredietrisico, mits deze callopties een initiërende instelling niet het recht verlenen om de eerder overgedragen blootstelling van de ontvangende entiteit terug te kopen om de daaraan verbonden baten te realiseren, of de initiërende instelling niet verplichten het overgedragen risico opnieuw over te nemen:

  • a. regelgevingscallopties of belastingcallopties die alleen uitoefenbaar zijn in geval van veranderingen in het wettelijk of regelgevingskader en die van invloed zijn op de inhoud van de contractuele relatie van de respectieve securitisatietransactie of op de verdeling van de door een van de partijen bij de transactie aan de respectieve securitisatietransactie ontleende economische baten;
  • b. opschooncallopties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 243, lid 5, onder f), van de CRR-verordening. Voor synthetische transacties geldt dat callopties die aan de in de punten 5.2.a of 5.2.b beschreven criteria voldoen, door bevoegde autoriteiten niet in aanmerking hoeven te worden genomen.
3. Voorts, en om elke onzekerheid te vermijden, geldt voor traditionele securitisaties dat aan …

Voorts, en om elke onzekerheid te vermijden, geldt voor traditionele securitisaties dat aan beleggers in securitisaties verleende opties, met uitzondering van opties die alleen uitoefenbaar zijn in geval van contractbreuk door de initiërende instelling, door de bevoegde autoriteiten moeten worden geacht een initiërende instelling te verhinderen een effectieve overdracht van kredietrisico te verwezenlijken.

4. Voor synthetische securitisaties geldt dat elke aan beleggers in securitisaties of verschaffers …

Voor synthetische securitisaties geldt dat elke aan beleggers in securitisaties of verschaffers van kredietprotectie verleende optie die alleen uitoefenbaar is in geval van contractbreuk door andere bij de transactie betrokken partijen, door de bevoegde autoriteiten moet worden geacht een initiërende instelling te verhinderen een effectieve overdracht van kredietrisico te verwezenlijken, mits de vereisten van artikel 244, lid 5, onder c), van de CRR-verordening zijn vervuld. Alle andere aan beleggers in securitisaties of verschaffers van kredietprotectie verleende opties moeten door bevoegde autoriteiten worden beoordeeld, aangezien deze kunnen resulteren in aanvullende eigenvermogensvereisten als gevolg van looptijdmismatches.

5. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling in het verleden transacties …

Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling in het verleden transacties heeft teruggekocht om beleggers te beschermen en of de regels inzake impliciete steun als gespecificeerd in artikel 248 van Verordening (EU) nr. 575/2013 door de initiërende instelling zijn gevolgd om ervoor te zorgen dat risico effectief is overgedragen.

6. Wanneer transacties aanvullingsperioden omvatten, moeten bevoegde autoriteiten de criteria voor …

Wanneer transacties aanvullingsperioden omvatten, moeten bevoegde autoriteiten de criteria voor het in aanmerking komen van de activa voor de onderliggende pool beoordelen en rekening houden met de minimale en maximale kredietkwaliteit van de in aanmerking komende activa, en nagaan of in de structuur activa kunnen worden vervangen met het oog op de bescherming van beleggers tegen verliezen en het tegelijkertijd verhogen van het kredietrisico voor de initiërende instelling om ervoor te zorgen dat risico effectief is overgedragen.

7. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of transacties bij de initiëring geen ingebedde mechanismen …

Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of transacties bij de initiëring geen ingebedde mechanismen omvatten die in de loop der tijd de omvang van het door de initiërende instelling aan derden overgedragen kredietrisico onevenredig verminderen.

6. Mismatches tussen kredietprotectie en onderliggende activa voor synthetische securitisaties

1. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er looptijd- of valutamismatches tussen de …

Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of er looptijd- of valutamismatches tussen de kredietprotectie en de onderliggende activa zijn. Bij het in aanmerking nemen van de looptijd van de protectie moeten bevoegde autoriteiten nagaan of callopties of andere kenmerken de looptijd van de protectie in de praktijk zouden kunnen verminderen en hoe dit verband houdt met de verwachte tijdstippen van wanbetaling in de pool van activa.

2. Bevoegde autoriteiten moeten de looptijdmismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van …

Bevoegde autoriteiten moeten de looptijdmismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van activa over de mogelijkheid van aanvulling beschikken omdat initiërende instellingen tegen het eind van de protectieperiode activa kunnen vervangen door langerlopende activa, waardoor de looptijdmismatch toeneemt.

3. Bevoegde autoriteiten moeten de valutamismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van …

Bevoegde autoriteiten moeten de valutamismatches beoordelen voor transacties waarbij pools van activa een ander valutaprofiel hebben dan de verplichtingen. Wanneer dergelijke mismatches zich voordoen, moeten prudente reductiefactoren worden toegepast op de nagestreefde vermindering van het toetsingsvermogen in overeenstemming met de zienswijze van de bevoegde autoriteiten. Mitigatie-instrumenten zoals valutaswaps moeten worden beoordeeld op hun passendheid wat betreft het geruilde saldo, de looptijd van de swap zelf en eventuele triggergebeurtenissen.

7. Kredietprotectievraagstukken bij synthetische securitisaties

1. Wanneer de securitisatie op synthetische wijze wordt verwezenlijkt met behulp van een …

Wanneer de securitisatie op synthetische wijze wordt verwezenlijkt met behulp van een kredietderivaat of een garantie, moeten bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat de kredietprotectie voldoet aan alle vereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 en voldoende betalingszekerheid biedt om de overdracht van kredietrisico niet te ondermijnen. Als de kredietprotectie is volgestort, moeten de regelingen voor het stellen van zekerheid tegen het licht worden gehouden, waaronder de vraag of ze voldoen aan alle vereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 voor volgestorte kredietprotectie. Indien de kredietprotectie niet is volgestort, moeten bevoegde autoriteiten nagaan of er geschikte regelingen bestaan om tijdige betaling te waarborgen.

2. Bevoegde autoriteiten moeten rekening houden met de kredietgebeurtenissen die door de verkregen …

Bevoegde autoriteiten moeten rekening houden met de kredietgebeurtenissen die door de verkregen kredietbescherming worden gedekt (bv. of deze standaardkredietgebeurtenissen als faillissement, wanbetaling of herstructurering van leningen omvatten).

3. Als de aan verschaffers van kredietbescherming betaalde premies niet worden opgenomen in de …

Als de aan verschaffers van kredietbescherming betaalde premies niet worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening van de initiërende instelling, moeten bevoegde autoriteiten nagaan of de aan de verschaffers van kredietprotectie betaalde premies buitensporig hoog zijn in de zin dat de overdracht van kredietrisico zal worden ondermijnd. Dit kan op verschillende manieren worden beoordeeld, bijvoorbeeld door de betaalde premies te vergelijken met i) het rendement van de pool van activa, of ii) de verliezen die door de protectie worden gedekt, of iii) redelijke markttarieven, of iv) een combinatie van deze verschillende factoren. Ook moeten bevoegde autoriteiten nagaan of de transactie, afgezien van de premie, andere kenmerken heeft, zoals vergoedingen, die de kosten van de verschafte protectie effectief zodanig verhogen dat de overdracht van kredietrisico zal worden ondermijnd.

4. Wanneer premies vooraf worden betaald of niet zijn gekoppeld aan beschermde of anderszins …

Wanneer premies vooraf worden betaald of niet zijn gekoppeld aan beschermde of anderszins gegarandeerde verliezen in de pool van activa, moeten bevoegde autoriteiten nagaan of dit de mate van overdracht van kredietrisico beperkt.

8. Overdracht van een aanzienlijk deel van het risico aan derden

1. Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een aanzienlijk deel van het kredietrisico wordt …

Bevoegde autoriteiten moeten beoordelen of een aanzienlijk deel van het kredietrisico wordt overgedragen aan niet met de initiërende instelling verbonden derden op een wijze die de overdacht van het kredietrisico zou kunnen ondermijnen. Bij het beoordelen of er een overdracht van een aanzienlijk deel van het kredietrisico plaatsvindt, moeten bevoegde autoriteiten nagaan of er relevante verbanden bestaan tussen de beleggers of verschaffers van kredietprotectie en de initiërende instelling, en of de initiërende instelling de derden aanzienlijke financiering verstrekt.

9. Kredietratings

1. Wanneer een initiërende instelling de op ratings gebaseerde methode als beschreven in artikel …

Wanneer een initiërende instelling de op ratings gebaseerde methode als beschreven in artikel 261 van Verordening (EU) nr. 575/2013 gebruikt om de eigenvermogensvereisten voor haar blootstellingen aan een securitisatie te berekenen, moeten bevoegde autoriteiten nagaan of het gekozen ratingbureau over passende ervaring en deskundigheid in de activaklasse beschikt voor zover dit de bevoegde autoriteiten bekend is.

10. Interne beleidslijnen voor beoordeling van een overdracht van kredietrisico en SRT

1. Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling over passende interne …

Bevoegde autoriteiten moeten nagaan of de initiërende instelling over passende interne beleidslijnen beschikt om een eigen beoordeling van de overdracht van kredietrisico en SRT te kunnen maken. Dit dient niet alleen een initiële beoordeling van de transactie te omvatten wanneer de initiërende instelling voor het eerst de uitsluiting van gesecuritiseerde blootstellingen van de berekening van de gewogen risicoposten en, indien relevant, de verwachte verliesposten nastreeft, maar ook een doorlopende beoordeling van SRT gedurende de hele looptijd van de transactie.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/