+4.4 Treatment of deficiencies and margin of conservatism
---+36. Instellingen dienen alle tekortkomingen in de raming van risicoparameters die leiden tot een …
---+37. Om de in paragraaf 36 bedoelde tekortkomingen te identificeren en in te delen, zouden …
---+38. Om vertekeningen in ramingen van risicoparameters die voortvloeien uit de geïdentificeerde …
---+39. Instellingen dienen de methoden die worden gebruikt voor het toepassen van adequate …
---+40. Instellingen dienen de toereikendheid van adequate aanpassingen regelmatig te monitoren. De …
---+41. In verband met de vereiste dat instellingen een voorzichtigheidsmarge moeten bijtellen die in …
---+42. De definitieve voorzichtigheidsmarge die wordt geteld bij de raming van een risicoparameter …
---+43. Om de voorzichtigheidsmarge te kwantificeren, zouden instellingen al het volgende moeten doen …
---+44. Voor de toepassing van paragraaf 43(a) en voor elk van de categorieën A en B, kunnen …
---+45. Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge te kwantificeren als de som van: (a) …
---+46. Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge op te tellen bij de beste raming van …
---+47. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de impact van de definitieve voorzichtigheidsmarge …
---+48. Instellingen dienen de totale impact van de vastgestelde tekortkomingen en de daaruit …
---+49. Voor elk ratingsysteem dient de toegepaste voorzichtigheidsmarge te worden gedocumenteerd in de …
---+50. Instellingen dienen de omvang van de voorzichtigheidsmarge regelmatig te monitoren. De …
---+51. Bij het evalueren van de hoogte van voorzichtigheidsmarges dienen instellingen te zorgen voor …
---+52. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat benodigde wijzigingen in de voorzichtigheidsmarge …

4.4 Treatment of deficiencies and margin of conservatism

4.4.1 Identification of deficiencies

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
36. Instellingen dienen alle tekortkomingen in de raming van risicoparameters die leiden tot een …

Instellingen dienen alle tekortkomingen in de raming van risicoparameters die leiden tot een vertekening van de kwantificering van die parameters of tot een verhoogde onzekerheid die niet volledig tot uiting komt in de algemene ramingsfout, te identificeren en in te delen in een van de volgende categorieën:

  • (a) Categorie A: Geïdentificeerde tekortkomingen in gegevens en methoden;
  • (b) Categorie B: Relevante veranderingen in overnemingsnormen, risicobereidheid, incasso- en invorderingsbeleid en elke andere bron van additionele onzekerheid.
37. Om de in paragraaf 36 bedoelde tekortkomingen te identificeren en in te delen, zouden …

Om de in paragraaf 36 bedoelde tekortkomingen te identificeren en in te delen, zouden instellingen alle relevante door de eenheid kredietrisicobeheersing, de validatiefunctie of de internecontrolefunctie of in enige andere externe evaluatie vastgestelde tekortkomingen in methoden, processen, controles, gegevens of IT-systemen in aanmerking moeten nemen en ten minste de volgende potentiële bronnen van additionele onzekerheid binnen de risicokwantificering moeten analyseren:

  • (a) binnen categorie A:
  • (i) ontbrekende of wezenlijk veranderde triggers voor wanbetaling in historische waarnemingen, waaronder gewijzigde criteria voor de inaanmerkingneming van materiële achterstallige kredietverplichtingen;
  • (ii) ontbrekende of onjuiste datums van wanbetalingen;
  • (iii) ontbrekende, onjuiste of verouderde ratings voor het beoordelen van historische klassen of groepen ten behoeve van de berekening van wanbetalingsgraden of gemiddelde gerealiseerde LGD's per klasse of groep;
  • (iv) ontbrekende of onjuiste informatie over de bron van kasstromen;
  • (v) ontbrekende, onjuiste of verouderde gegevens met betrekking tot risicodeterminanten en ratingcriteria;
  • (vi) ontbrekende of onjuiste informatie die wordt gebruikt voor de raming van toekomstige invorderingen als bedoeld in paragraaf 159;
  • (vii) ontbrekende of onjuiste gegevens voor de berekening van economisch verlies;
  • (viii) beperkte representativiteit van de historische waarnemingen als gevolg van het gebruik van externe gegevens;
  • (ix) potentiële vertekeningen die voortvloeien uit de keuze voor de benadering van de berekening van het gemiddelde van de over één jaar waargenomen wanbetalingsgraden overeenkomstig paragraaf 80;
  • (x) de noodzaak om het gemiddelde van de over één jaar waargenomen wanbetalingsgraden aan te passen overeenkomstig paragraaf 86;
  • (xi) ontbrekende informatie die wordt gebruikt voor het ramen van verliespercentages of voor het weerspiegelen van een economische neergang in LGD-ramingen;
  • (b) binnen categorie B:
  • (i) veranderingen in overnemingsnormen, incasso- of invorderingsbeleid, risicobereidheid of andere relevante interne processen;
  • (ii) ongerechtvaardigde afwijkingen in de bandbreedten van de waarden van de belangrijkste risicokenmerken van de toepassingsportefeuille vergeleken met die van de gegevensverzameling die wordt gebruikt voor risicokwantificering;
  • (iii) veranderingen in de wettelijke of marktomgeving;
  • (iv) toekomstgerichte verwachtingen betreffende potentiële veranderingen in de structuur van de portefeuille of de omvang van het risico, met name gebaseerd op reeds ondernomen acties of reeds genomen besluiten, die nog niet tot uiting komen in de waargenomen gegevens.

4.4.2 Adequate aanpassing

38. Om vertekeningen in ramingen van risicoparameters die voortvloeien uit de geïdentificeerde …

Om vertekeningen in ramingen van risicoparameters die voortvloeien uit de geïdentificeerde tekortkomingen als bedoeld in de paragrafen 36 en 37 tegen te gaan, dienen instellingen adequate methoden toe te passen om de geïdentificeerde tekortkomingen voor zover mogelijk te corrigeren. De impact van deze methoden op de risicoparameter (“adequate aanpassing”), die zou moeten resulteren in een nauwkeuriger raming van de risicoparameter (“beste raming”), vertegenwoordigt ofwel een stijging, ofwel een daling van de waarde van de risicoparameter. Instellingen dienen ervoor te zorgen en aan te tonen dat de toepassing van een adequate aanpassing resulteert in een beste raming.

39. Instellingen dienen de methoden die worden gebruikt voor het toepassen van adequate …

Instellingen dienen de methoden die worden gebruikt voor het toepassen van adequate aanpassingen om de geïdentificeerde tekortkomingen te corrigeren, indien relevant, en de rechtvaardiging daarvan, te documenteren.

40. Instellingen dienen de toereikendheid van adequate aanpassingen regelmatig te monitoren. De …

Instellingen dienen de toereikendheid van adequate aanpassingen regelmatig te monitoren. De vaststelling van een adequate aanpassing door instellingen mag geen vervanging vormen voor het aanpakken van geïdentificeerde tekortkomingen.

4.4.3 Voorzichtigheidsmarge

41. In verband met de vereiste dat instellingen een voorzichtigheidsmarge moeten bijtellen die in …

In verband met de vereiste dat instellingen een voorzichtigheidsmarge moeten bijtellen die in verhouding staat tot de verwachte foutmarge, zoals vereist door artikel 179, lid 1, onder f), en artikel 180, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. 575/2013, zouden instellingen een raamwerk voor de kwantificering, documentatie en monitoring van ramingsfouten moeten implementeren.

42. De definitieve voorzichtigheidsmarge die wordt geteld bij de raming van een risicoparameter …

De definitieve voorzichtigheidsmarge die wordt geteld bij de raming van een risicoparameter dient de onzekerheid van de raming weer te geven in alle volgende categorieën:

Categorie A: de voorzichtigheidsmarge voor vastgestelde tekortkomingen in gegevens en methoden binnen categorie A als bedoeld in paragraaf 36(a);

Categorie B: de voorzichtigheidsmarge voor relevante veranderingen in overnemingsnormen, risicobereidheid, incasso- of invorderingsbeleid en elke andere bron van additionele onzekerheid binnen categorie B als bedoeld in paragraaf 36(b);

Categorie C: de algemene ramingsfout.

43. Om de voorzichtigheidsmarge te kwantificeren, zouden instellingen al het volgende moeten doen …

Om de voorzichtigheidsmarge te kwantificeren, zouden instellingen al het volgende moeten doen:

  • (a) De voorzichtigheidsmarge voor de vastgestelde tekortkomingen als bedoeld in de paragrafen 36 en 37 kwantificeren, voor zover deze niet door de algemene ramingsfout worden bestreken, ten minste voor elk van de categorieën A en B op het niveau van het kalibratiesegment, zodat:
  • (i) wanneer adequate aanpassingen in de zin van paragraaf 38 worden gebruikt, de voorzichtigheidsmarge elke toename van de onzekerheid of additionele ramingsfout in verband met deze aanpassingen weergeeft;
  • (ii) de voorzichtigheidsmarge op categorieniveau in verband met de adequate aanpassingen evenredig is aan de onzekerheid rond deze aanpassingen;
  • (iii) de voorzichtigheidsmarge wordt toegepast ter beperking van de onzekerheid van de raming van de risicoparameter die voortvloeit uit tekortkomingen als bedoeld in de paragrafen 36 en 37 die niet zijn gecorrigeerd door middel van adequate aanpassingen als bedoeld in punt (i);
  • (b) de algemene ramingsfout van categorie C als bedoeld in paragraaf 42 die verband houdt met de onderliggende ramingsmethode kwantificeren, ten minste voor elk kalibratiesegment; de voorzichtigheidsmarge voor de algemene ramingsfout zou de spreiding van de verdeling van de statistische ramer moeten weerspiegelen.
44. Voor de toepassing van paragraaf 43(a) en voor elk van de categorieën A en B, kunnen …

Voor de toepassing van paragraaf 43(a) en voor elk van de categorieën A en B, kunnen instellingen, indien gerechtvaardigd, alle of geselecteerde tekortkomingen groeperen ten behoeve van de kwantificering van de voorzichtigheidsmarge.

45. Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge te kwantificeren als de som van: (a) …

Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge te kwantificeren als de som van:

  • (a) de voorzichtigheidsmarge binnen categorie A als bedoeld in paragraaf 43(a);
  • (b) de voorzichtigheidsmarge binnen categorie B als bedoeld in paragraaf 43(a);
  • (c) de voorzichtigheidsmarge voor de algemene ramingsfout (categorie C) als bedoeld in paragraaf 43(b).
46. Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge op te tellen bij de beste raming van …

Instellingen dienen de definitieve voorzichtigheidsmarge op te tellen bij de beste raming van de risicoparameter.

47. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de impact van de definitieve voorzichtigheidsmarge …

Instellingen dienen ervoor te zorgen dat de impact van de definitieve voorzichtigheidsmarge niet resulteert in lagere ramingen van risicoparameters, en in het bijzonder dat:

  • (a) de voorzichtigheidsmarge die voortvloeit uit de algemene ramingsfout hoger is dan nul;
  • (b) de voorzichtigheidsmarge die voortvloeit uit elk van de categorieën A en B evenredig is aan de hogere onzekerheid in de beste raming van risicoparameters als gevolg van de binnen elke categorie vastgestelde tekortkomingen. In elk geval zou de voorzichtigheidsmarge voor de categorieën A en B hoger moeten zijn dan of gelijk moeten zijn aan nul.
48. Instellingen dienen de totale impact van de vastgestelde tekortkomingen en de daaruit …

Instellingen dienen de totale impact van de vastgestelde tekortkomingen en de daaruit resulterende definitieve voorzichtigheidsmarge op de robuustheid van het model te beoordelen en ervoor te zorgen dat de ramingen van de risicoparameters en de daaruit resulterende eigenvermogensvereisten niet worden verstoord door de noodzaak van buitensporige aanpassingen.

49. Voor elk ratingsysteem dient de toegepaste voorzichtigheidsmarge te worden gedocumenteerd in de …

Voor elk ratingsysteem dient de toegepaste voorzichtigheidsmarge te worden gedocumenteerd in de desbetreffende modeldocumentatie en methodehandleidingen. De documentatie dient ten minste de volgende informatie te bevatten:

  • (a) een complete lijst van alle vastgestelde tekortkomingen, inclusief fouten en onzekerheden, en de modelcomponenten of risicoparameters waarop die tekortkomingen potentieel van invloed zijn;
  • (b) de categorie waarin deze tekortkomingen worden ingedeeld, als bedoeld in paragraaf 42;
  • (c) een beschrijving van de methoden die worden gebruikt voor de kwantificering van de voorzichtigheidsmarge als bedoeld in paragraaf 43(a), en in het bijzonder de methoden die worden gebruikt voor het kwantificeren van de voorzichtigheidsmarge per categorie.
50. Instellingen dienen de omvang van de voorzichtigheidsmarge regelmatig te monitoren. De …

Instellingen dienen de omvang van de voorzichtigheidsmarge regelmatig te monitoren. De vaststelling van een voorzichtigheidsmarge door instellingen mag geen vervanging vormen voor het aanpakken van de oorzaken van fouten of onzekerheden, of voor het corrigeren van modellen om de volledige overeenstemming daarvan met de vereisten van Verordening (EU) nr. 575/2013 te waarborgen. Na een beoordeling van de tekortkomingen of bronnen van onzekerheid dienen instellingen een plan te ontwikkelen om binnen een redelijke termijn de tekortkomingen in gegevens en methoden en andere potentiële bronnen van additionele onzekerheid te corrigeren en de ramingsfouten te verminderen, rekening houdend met de materialiteit van de ramingsfout en de materialiteit van het ratingsysteem.

51. Bij het evalueren van de hoogte van voorzichtigheidsmarges dienen instellingen te zorgen voor …

Bij het evalueren van de hoogte van voorzichtigheidsmarges dienen instellingen te zorgen voor al het volgende:

  • (a) de voorzichtigheidsmarge die voortvloeit uit de categorieën A en B als bedoeld in de paragrafen 36 en 37 wordt afzonderlijk voor elke categorie opgenomen in de interne verslaggeving en kan gaandeweg worden verlaagd en uiteindelijk worden afgeschaft wanneer de tekortkomingen in alle onderdelen van het ratingsysteem waarop die tekortkomingen van invloed waren, zijn gecorrigeerd;
  • (b) de voorzichtigheidsmarge die voortvloeit uit de algemene ramingsfout als bedoeld in paragraaf 43(b) wordt in een afzonderlijke categorie (“C") opgenomen in de interne verslaggeving;
  • (c) de hoogte van de voorzichtigheidsmarge wordt beoordeeld als onderdeel van de regelmatige evaluaties als bedoeld in hoofdstuk 9, en in het bijzonder blijft de hoogte van de voorzichtigheidsmarge in verband met de algemene ramingsfout toereikend na de opneming van de meest recente gegevens die relevant zijn voor de raming van risicoparameters.
52. Instellingen dienen ervoor te zorgen dat benodigde wijzigingen in de voorzichtigheidsmarge …

Instellingen dienen ervoor te zorgen dat benodigde wijzigingen in de voorzichtigheidsmarge tijdig worden doorgevoerd.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/