+8.2 Human judgement in the application of risk parameters
---+201. Instellingen kunnen in de volgende gevallen gebruik maken van subjectieve inschatting bij de …
---+202. Instellingen dienen duidelijke criteria vast te stellen voor het gebruik van kwalitatieve …
---+203. Voor de toepassing van artikel 172, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen …
---+204. Instellingen dienen het niveau en de reden van elke bijsturing te documenteren. Indien …
---+205. Instellingen dienen het niveau en de rechtvaardigingen van bijsturingen van de inputs en …
---+206. Instellingen dienen de ontwikkeling van blootstellingen ten aanzien waarvan een input of een …
---+207. Instellingen dienen de werking van het model vóór en na de bijsturingen van outputs van het …

8.2 Human judgement in the application of risk parameters

8.2 Human judgement in the application of risk parameters

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
201. Instellingen kunnen in de volgende gevallen gebruik maken van subjectieve inschatting bij de …

Instellingen kunnen in de volgende gevallen gebruik maken van subjectieve inschatting bij de toepassing van het model:

  • (a) bij de toepassing van de in het model gebruikte kwalitatieve variabelen;
  • (b) via bijsturingen van de inputs van het proces van het onderbrengen in ratingklassen;
  • (c) via bijsturingen van de outputs van het proces van het onderbrengen in ratingklassen.
202. Instellingen dienen duidelijke criteria vast te stellen voor het gebruik van kwalitatieve …

Instellingen dienen duidelijke criteria vast te stellen voor het gebruik van kwalitatieve modelinputs en te zorgen voor een consistente toepassing van die inputs door al het relevante personeel, alsmede voor een consistente onderbrenging van debiteuren of faciliteiten waaraan vergelijkbare risico's zijn verbonden in dezelfde klassen of groepen, zoals vereist door artikel 171, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013.

203. Voor de toepassing van artikel 172, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen …

Voor de toepassing van artikel 172, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen instellingen de beleidslijnen en criteria voor het gebruik van bijsturingen in het proces van het onderbrengen in ratingklassen te specificeren. Deze beleidslijnen dienen betrekking te hebben op mogelijke bijsturingen van zowel de inputs als de outputs van dit proces en op een zodanig conservatieve manier te worden gespecificeerd dat het niveau van de conservatieve bijsturingen niet wordt beperkt. Het niveau van potentiële dalingen van de ramingen die uit het model resulteren, door bijsturing van ofwel de inputs, ofwel de outputs van het proces van het toekennen van ratings, dient daarentegen beperkt te zijn. Bij het toepassen van de bijsturingen dienen instellingen rekening te houden met alle relevante en actuele informatie.

204. Instellingen dienen het niveau en de reden van elke bijsturing te documenteren. Indien …

Instellingen dienen het niveau en de reden van elke bijsturing te documenteren. Indien mogelijk dienen instellingen reeds van tevoren een lijst van rechtvaardigingen van mogelijke bijsturingen op te stellen. Ook dienen instellingen informatie over de datum van een bijsturing en de perso(o)n(en) die deze bijsturing heeft/hebben uitgevoerd en goedgekeurd, op te slaan.

205. Instellingen dienen het niveau en de rechtvaardigingen van bijsturingen van de inputs en …

Instellingen dienen het niveau en de rechtvaardigingen van bijsturingen van de inputs en outputs van het proces van het onderbrengen in ratingklassen regelmatig te monitoren. Instellingen dienen in hun beleidslijnen het maximaal aanvaardbare percentage bijsturingen voor elk model te specificeren. Wanneer deze maximale niveaus worden overschreden, zou de instelling toereikende maatregelen moeten nemen. Het percentage bijsturingen dient te worden gespecificeerd en gemonitord op het niveau van het kalibratiesegment. Wanneer er sprake is van een groot aantal bijsturingen, dienen instellingen toereikende maatregelen te nemen om het model te verbeteren.

206. Instellingen dienen de ontwikkeling van blootstellingen ten aanzien waarvan een input of een …

Instellingen dienen de ontwikkeling van blootstellingen ten aanzien waarvan een input of een output van het proces van het onderbrengen in ratingklassen is bijgestuurd overeenkomstig artikel172, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 regelmatig te analyseren.

207. Instellingen dienen de werking van het model vóór en na de bijsturingen van outputs van het …

Instellingen dienen de werking van het model vóór en na de bijsturingen van outputs van het proces van het onderbrengen in ratingklassen regelmatig te beoordelen. Wanneer in de beoordeling wordt geconcludeerd dat het gebruik van bijsturingen het vermogen van het model om risicoparameters nauwkeurig te kwantificeren (“voorspellende kracht van het model”) significant heeft verminderd, dienen instellingen toereikende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de toepassing van bijsturingen wordt gecorrigeerd.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/