+Bijlage III – De gestandaardiseerde renteschokscenario's
---+1. Renteschokscenario's en de omvang van schokken
---+2. Kalibrering van andere valuta's
---+3. Parametrisering van de gestandaardiseerde renteschokscenario's

Bijlage III – De gestandaardiseerde renteschokscenario's

Bijlage III – De gestandaardiseerde renteschokscenario's

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
1. Renteschokscenario's en de omvang van schokken

De zes renteschokscenario's voor het meten van EEV onder de standaard EEV-uitbijtertest zijn:

  • (i) parallelle schok omhoog;
  • (ii) parallelle schok omlaag;
  • (iii) steiler makende schok (korte rentes omlaag en lange rentes omhoog);
  • (iv) vlakker makende schok (korte rentes omhoog en lange rentes omlaag);
  • (v) korte rentes met schok omhoog; en
  • (vi) korte rentes met schok omlaag.

Instellingen passen de zes hierboven genoemde renteschokscenario's toe om parallelle en niet-parallelle gaprisico's voor EEV vast te stellen. Deze scenario's worden afzonderlijk toegepast op IRRBB-blootstellingen in elke valuta waarin de instelling materiële posities heeft10 .

De grootte van de schok voor de zes renteschokscenario's wordt gebaseerd op historische rentes. Preciezer uitgedrukt, voor het vaststellen van het lokale renteklimaat en de lokale rentecyclus wordt een historische tijdreeks lopend van 2000 tot 201511 voor uiteenlopende looptijden gebruikt om de parallelle schokken, de schokken aan het korte eind (‘kort’) en de schokken aan het lange eind (‘lang’) voor een gegeven valuta te berekenen. Afwijkingen van de bovengenoemde periode van 16 jaar zijn echter toegestaan als ze een betere weerspiegeling zijn van de specifieke omstandigheden in een bepaald rechtsgebied.

Tabel 1 toont de waarden die zijn berekend voor de parallelle, korte en lange renteschokken voor geselecteerde valuta's. De schokken weerspiegelen de heterogene economische situaties in de verschillende rechtsgebieden. Deze worden vervolgens gebruikt om de schokken te berekenen voor verschillende looptijden van de rendementscurve om de renteschokscenario's te maken volgens de methode die hierna wordt uitgelegd.

Tabel 1. Gespecificeerde omvang van renteschokken

ARS AUD BRL CAD CHF R � CNY shocktype EUR , c GBP HKD IDR INR Parallel 400 300 400 200 100 250 200 250 200 400 400 Kort 500 450 500 300 150 300 250 300 250 500 500 Lang 300 200 300 150 100 150 100 150 100 350 300

JPY KRW MXN RUB SAR SEK SGD TRY USD ZAR Parallel 100 300 400 400 200 200 150 400 200 400 Kort 100 400 500 500 300 300 200 500 300 500 Lang 100 200 300 300 150 150 100 300 150 300


10 Materiële posities worden gedefinieerd in paragraaf 4.5, ‘Uitbijtertest van de toezichthouder’.

11 EBA kan in de toekomst een herkalibrering overwegen.

2. Kalibrering van andere valuta's

Om de omvangen van renteschokken te kalibreren voor andere valuta's wordt de volgende procedure gevolgd:

Stap 1: Berekening van de dagelijkse gemiddelde rente

Verzamel een tijdreeks van dagelijkse ‘risicovrije’ rentes over een periode van 16 jaar voor elke valuta voor de looptijden 3M, 6M, 1J, 2J, 5J, 7J, 10J, 15J en 20J. Bereken vervolgens de totale gemiddelde rente voor elke valuta over alle waargenomen waarden in de tijdserie en voor alle looptijden. 𝑐𝑐 Het resultaat is één enkele waarde per valuta.

𝑐𝑐

Stap 2: Toepassing van de algemene schokparameters

Pas de algemene schokparameters voor de gemiddelde rente, volgens tabel 2 hieronder, toe op elke valuta .

Tabel 2. Basisparameters 𝑐𝑐 algemene renteschok

Parallel 60%

Kort 𝛼𝛼� 𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 85%

Lang 𝛼𝛼� 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 40%

𝛼𝛼� 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 De toepassing van de algemene schokparameters uit tabel 2 op de gemiddelde rentes die in stap 1 zijn berekend, resulteert in herziene renteschokken per valuta voor de verschillende segmenten van de rendementscurve, d.w.z. voor de parallelle, korte en lange schokken.

Stap 3: Toepassing van de boven- en ondergrenzen

De voorgestelde kalibrering van de renteschokken kan leiden tot onrealistisch lage renteschokken voor sommige valuta's en tot onrealistisch hoge renteschokken voor andere valuta's. Om een minimumniveau van prudentie en een gelijk speelveld te waarborgen, worden een ondergrens van 100 bps, en variabele bovengrenzen (aangeduid als vastgesteld van respectievelijk langetermijnschok. 500 bps voor de kortetermijnschok, 400 bps voor de ∆𝑅𝑅 � parallelle 𝑗𝑗 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )) schok en 300 bps voor de

De verandering in de ‘risicovrije’ rente voor schokscenario j en valuta , op het middelpunt van de looptijd van de tijdsinterval kan worden gedefinieerd als:

𝑐𝑐

𝑡𝑡 𝑘𝑘 11F 12

waarbij �∆𝑅𝑅� , 𝑗𝑗 , voor 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) j � = = { parallel max � 100,min , kort en � | ∆𝑅𝑅 lang 𝑗𝑗 , 𝑐𝑐 }. ( 𝑡𝑡 De 𝑘𝑘 )|, toepassing ∆𝑅𝑅� 𝑗𝑗 �� , van de boven- en ondergrenzen 50 bps leiden ∆𝑅𝑅� 𝑗𝑗 = tot op {400,500,300} de de definitieve in stap 2 berekende reeks renteschokken schokken, per en valuta de afronding als genoemd naar de in tabel dichtstbij 1. gelegen

Stap 4: Aanpassingen voor valuta's die niet voorkomen in tabel 1

Aangezien bepaalde rechtsgebieden mogelijk in de periode van 2000 tot 2015 grote economische veranderingen hebben ondergaan, is de procedure in de stappen 1 tot 4 voor sommige rechtsgebieden mogelijk niet toereikend. Dit geldt met name als de rentes in de eerste jaren van de periode aanzienlijk verschillen van de rentes in recentere jaren. Voor valuta's die niet staan vermeld in tabel 1, wordt de tijdreeks die moet worden gebruikt om de gemiddelde rente uit stap 1 te berekenen, bepaald aan de hand van het volgende principe: als de gemiddelde rente als berekend volgens stap 1 voor de periode 2000 tot 2006 meer bedraagt dan 700 bps, worden gegevens van de meest recente 10 jaar (d.w.z. 2007 tot 2016) of tot het jaar waarover gegevens beschikbaar zijn, gebruikt; in andere gevallen wordt de volledige tijdreeks van gegevens van 2000 tot 2015 gebruikt.

Het gebruik van dit principe maakt het mogelijk omgevingen met hoge rentes en periodes met significante structurele veranderingen vóór de financiële crisis te identificeren. Voorts heeft dit principe als doel de valuta's te vinden die in de eerste jaren van de beschouwde periode de bovengrens overschrijden (700 bps 0,6 = 420 bps > 400 bps) en bevordert het dat meer rekening wordt gehouden met recenter waargenomen rentes.

⋅

Tabel 3 laat de resultaten zien van de toepassing van de stappen 1 tot 4 op EU-valuta's die niet worden behandeld in tabel 1. De omvangen van renteschokken voor andere valuta's kan op dezelfde wijze worden bepaald door de hier geschetste methode toe te passen.

Tabel 3. Gespecificeerde omvang van renteschokken voor aanvullende EU-valuta's R � shocktype , c

BGN CZK DKK HRK HUF PLN RON Parallel 250 200 200 250 300 250 350 Kort 350 250 250 400 450 350 500 Lang 150 100 150 200 200 150 250

3. Parametrisering van de gestandaardiseerde renteschokscenario's

Gegeven voor elke valuta c de gespecificeerde omvang van de parallelle, korte en lange onmiddellijke schokken voor de ‘risicovrije’ rente, worden de volgende parametriseringen voor de zes renteschokscenario's toegepast:

  • (i) Parallelle schok voor valuta c : een constante parallelle schok omhoog of omlaag in alle tijdsintervallen:
  • (ii) Korte-renteschok voor valuta ∆𝑅𝑅 𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 c : schok , 𝑐𝑐 ( omhoog 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= ± 𝑅𝑅� of 𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝 omlaag , 𝑐𝑐 die het grootst is op het middelpunt van de kortste looptijd. Die schok vermindert, via de vormende scalar

−𝑡𝑡 k , waarin , in de richting van nul bij de looptijd van het langste punt op de termijnstructuur 𝑥𝑥13 . Waar t k het middelpunt (in de tijd) is van de tijdsinterval k en t K 𝑆𝑆 het 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑜𝑜𝑡𝑡 middelpunt ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) = 𝑒𝑒 (in de tijd) 𝑥𝑥 is = van 4 de laatste tijdsinterval ):

𝐾𝐾 k

−𝑜𝑜
  • (iii) Lange-renteschok ∆𝑅𝑅 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 , 𝑐𝑐 voor ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= valuta ± 𝑅𝑅� c 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 : deze , 𝑐𝑐 ∙ schok 𝑆𝑆 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 wordt ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= alleen ± 𝑅𝑅� 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 toegepast , 𝑐𝑐 ∙𝑒𝑒 𝑥𝑥 op rotatieschokken. De schok is het grootst op het middelpunt van de langste looptijd en is gerelateerd aan de korte schaalfactor als :

𝑆𝑆 𝑙𝑙𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) = 1 − 𝑆𝑆 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑜𝑜𝑡𝑡 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) k

−𝑜𝑜

∆𝑅𝑅 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) = ± 𝑅𝑅 � 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 , 𝑐𝑐 ∙ 𝑆𝑆 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) = ± 𝑅𝑅 � 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 , 𝑐𝑐 ∙� 1 −𝑒𝑒 𝑥𝑥 �

  • (iv) Rotatieschokken voor valuta c : hier worden rotaties van de termijnstructuur (voor steiler makende schokken en vlakker makende schokken ) van de rentes toegepast, waarbij zowel de lange als de korte rentes schokken ondergaan en de verschuiving in de rentes op elk middelpunt van een looptijd wordt verkregen door de volgende formules op die schokken toe te passen:
;

∆𝑅𝑅 𝑠𝑠𝑜𝑜𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑝𝑙𝑙𝑝𝑝𝑝𝑝 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= − 0,65 ∙ ∣ ∆𝑅𝑅 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) ∣ +0,9 ∙ ∣ ∆𝑅𝑅 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) ∣

Voorbeelden: ∆𝑅𝑅 𝑓𝑓𝑝𝑝𝑝𝑝𝑜𝑜𝑜𝑜𝑝𝑝𝑙𝑙𝑝𝑝𝑝𝑝 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= +0,8 ∙ ∣ ∆𝑅𝑅 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) ∣ − 0,6 ∙ ∣ ∆𝑅𝑅 𝑝𝑝𝑜𝑜𝑙𝑙𝑙𝑙 , 𝑐𝑐 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 ) ∣ .

Korte-renteschok: Stel dat de bank tijdsbanden gebruikt en t K = 25 jaar (het middelpunt (in de tijd) van de langste looptijd-tijdsinterval ), waarbij het middelpunt (in de tijd) is voor tijdsinterval k. Voor met t k 𝐾𝐾 = 3,5 = 19 jaar zou de scalaire aanpassing voor de korte schok zijn: 𝐾𝐾 𝑡𝑡 𝑘𝑘 −3 .5 = 𝑘𝑘 0,417. = 10 Banken zouden dit vermenigvuldigen met de waarde van de korte-renteschok om4 het getal te verkrijgen dat moet worden opgeteld bij of afgetrokken van de 𝑆𝑆 rendementscurve 𝑠𝑠ℎ𝑜𝑜𝑝𝑝𝑜𝑜 ( 𝑡𝑡 𝑘𝑘 )= 𝑒𝑒 op dat looptijdpunt. Als de korte-renteschok +250 bps was, zou de toename in

de rendementscurve bij t k = 3,5 jaar 104,2 bps bedragen.

Steiler makende schok: Neem hetzelfde punt op de rendementscurve als hierboven, t k = 3,5 jaar. Als de absolute waarde van de korte-renteschok 250 bps was en de absolute waarde van de lange-renteschok 100 bps (zoals voor de euro), zou de verandering in de rendementscurve bij t k = 3,5 jaar gelijk zijn aan de som van het effect van de korte-renteschok en het effect van de lange-renteschok in basispunten: .

− 0,65 ∙ 250 bps ∙ 0,417+0,9 ∙ 100 bps ∙ (1 − 0,417)= − 15,3 bps Vlakker makende schok: De overeenkomstige verandering in de rendementscurve voor de schokken in het bovenstaande voorbeeld bij t k = 3,5 jaar zou zijn: . + 0,8 ∙ 250 bps ∙ 0,417 − 0,6 ∙ 100 bps ∙ (1 − 0,417)= 48,4 bps


13 De waarde van in de noemer van de functie −𝑡𝑡 k controleert de snelheid waarmee de schok vermindert. 𝑥𝑥 𝑥𝑥 𝑒𝑒 46

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/