+4.1 Criteria voor de beoordeling van de in artikel 396, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013bedoelde uitzonderlijke gevallen
---+14. Schendingen van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde …
---+15. Bij de beoordeling van situaties waarin een instelling de in artikel 395, lid 1, van …
---+16. De bevoegde autoriteit beoordeelt of de schending van de in artikel 395, lid 1, van Verordening …
---+17. Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden een eerdere schending heeft gerapporteerd …
---+18. Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden reeds twee schendingen van de limieten …
---+19. De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending te voorzien was geweest als de …
---+20. Bovendien dient de bevoegde autoriteit na te gaan of de instelling met behulp van de …
---+21. In geval van identieke of vergelijkbare schendingen door andere instellingen die aan dezelfde …
---+22. De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending is veroorzaakt door omstandigheden …
---+23. Schendingen die worden veroorzaakt door een onjuiste toepassing of verkeerde interpretatie van …
---+24. Indien de bevoegde autoriteit tot de conclusie komt dat de schending niet voldoet aan de …

4.1 Criteria voor de beoordeling van de in artikel 396, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013bedoelde uitzonderlijke gevallen

4.1 Criteria voor de beoordeling van de in artikel 396, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013bedoelde uitzonderlijke gevallen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
14. Schendingen van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde …

Schendingen van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten dienen altijd te worden beschouwd als uitzonderlijke gevallen.

15. Bij de beoordeling van situaties waarin een instelling de in artikel 395, lid 1, van …

Bij de beoordeling van situaties waarin een instelling de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten heeft overschreden, dienen bevoegde autoriteiten in elk geval de volgende aspecten in aanmerking te nemen:

  • a. het aantal schendingen en de frequentie ervan;
  • b. de voorspelbaarheid van de schending;
  • c. eventuele omstandigheden buiten de macht van de instelling die ertoe hebben geleid dat het niet mogelijk was de schending te voorkomen.

Aantal schendingen en frequentie ervan

16. De bevoegde autoriteit beoordeelt of de schending van de in artikel 395, lid 1, van Verordening …

De bevoegde autoriteit beoordeelt of de schending van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten door de instelling een zeldzame gebeurtenis is. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met eventuele eerdere schendingen door de instelling die dezelfde oorzaak hadden, teweeg werden gebracht door dezelfde gebeurtenis of betrekking hadden op dezelfde cliënt of groep van verbonden cliënten.

17. Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden een eerdere schending heeft gerapporteerd …

Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden een eerdere schending heeft gerapporteerd die betrekking had op dezelfde cliënt of groep van verbonden cliënten als de onderhavige schending, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat de gebeurtenis niet als zeldzaam kan worden gekwalificeerd. Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden een eerdere schending heeft gerapporteerd die dezelfde oorsprong had als de onderhavige schending, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat de gebeurtenis niet als zeldzaam kan worden gekwalificeerd.

18. Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden reeds twee schendingen van de limieten …

Indien een instelling in de voorgaande twaalf maanden reeds twee schendingen van de limieten voor grote blootstellingen heeft gerapporteerd die betrekking hadden op een andere cliënt of groep van verbonden cliënten, verschillende oorzaken hadden of teweeg werden gebracht door verschillende gebeurtenissen, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat een daarmee niet verband houdende een latere schending (of schendingen) niet als zeldzaam kan (kunnen) worden gekwalificeerd.

Voorspelbaarheid van de schending

19. De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending te voorzien was geweest als de …

De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending te voorzien was geweest als de instelling gedegen en doeltreffend risicobeheer had toegepast in overeenstemming met haar verplichtingen op grond van artikel 393 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en de EBA-richtsnoeren inzake interne governance.2


2 Richtsnoeren inzake interne governance (EBA/GL/2021/05).

20. Bovendien dient de bevoegde autoriteit na te gaan of de instelling met behulp van de …

Bovendien dient de bevoegde autoriteit na te gaan of de instelling met behulp van de beschikbare informatie had kunnen anticiperen op de schending.

21. In geval van identieke of vergelijkbare schendingen door andere instellingen die aan dezelfde …

In geval van identieke of vergelijkbare schendingen door andere instellingen die aan dezelfde oorzaak kunnen worden toegeschreven, kan de bevoegde autoriteit tot de conclusie komen dat de schending is veroorzaakt door een onvoorziene gebeurtenis.

Omstandigheden buiten de macht van de instelling waardoor het niet mogelijk was de schending te voorkomen

22. De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending is veroorzaakt door omstandigheden …

De bevoegde autoriteit dient te beoordelen of de schending is veroorzaakt door omstandigheden buiten de macht van de instelling. Hiervan kan ten minste in de volgende gevallen van worden uitgegaan:

  • a. een onverwachte en aanzienlijke afname van het eigen vermogen van de instelling, onder andere door de gevolgen van grote operationele risico’s, zoals externe fraude, natuurrampen of pandemieën, die geen verband houden met het falen van de interne-controlemechanismen van de instelling;
  • b. gevallen waarin een blootstelling waarvoor (geheel of gedeeltelijk) vrijstelling is verleend niet langer in aanmerking komt voor een dergelijke vrijstelling vanwege een door een derde genomen besluit dat door de instelling niet kon worden voorzien of voorkomen;
  • c. gevallen waarin een rechterlijke uitspraak of administratieve beslissing leidt tot een gewijzigde interpretatie van het geldende regelgevingskader voor grote blootstellingen en de instelling onvoldoende tijd heeft gehad om daaraan gevolg te geven teneinde een schending van de in artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vastgestelde limieten te voorkomen;
  • d. de fusie van tegenpartijen/cliënten of aankopen tussen tegenpartijen/cliënten, echter uitsluitend in gevallen waarin de instelling geen kennis kon hebben van deze fusie of aankoop of deze niet kon verwachten, zodat zij de schending niet kon voorkomen.
23. Schendingen die worden veroorzaakt door een onjuiste toepassing of verkeerde interpretatie van …

Schendingen die worden veroorzaakt door een onjuiste toepassing of verkeerde interpretatie van het regelgevingskader voor grote blootstellingen kunnen doorgaans niet worden gekwalificeerd als omstandigheden buiten de macht van de instelling.

24. Indien de bevoegde autoriteit tot de conclusie komt dat de schending niet voldoet aan de …

Indien de bevoegde autoriteit tot de conclusie komt dat de schending niet voldoet aan de hierboven vermelde criteria, dient zij voor het weer naleven van de limieten voor grote blootstellingen in beginsel hooguit een termijn van drie maanden toe te staan.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/