+Kapitaalindicatoren
---+40. Indicatoren voor kapitaal dienen geschikt te zijn om actuele en mogelijke toekomstige …
---+41. Bij de selectie van indicatoren voor kapitaal dienen instellingen naar manieren te zoeken om …
---+42. De kapitaalindicatoren dienen ook te worden geïntegreerd in de interne beoordelingsprocedure …
---+43. De drempelwaarden van op toetsingsvermogensvereisten gebaseerde indicatoren dienen door de …
---+44. In overeenstemming met de doelstelling van het herstelproces en de flexibiliteit die de …
---+45. Over het algemeen dienen kapitaalindicatoren te worden gekalibreerd boven het gecombineerde …
---+46. De drempelwaarden voor indicatoren in verband met de vereisten van de artikelen 45 quater en 45 …
---+47. Bij de indicatordrempel dient rekening te worden gehouden met het looptijdprofiel van in …
---+48. De drempelkalibratie voor het MREL dient door de bevoegde autoriteit in overleg met de …
|
Kapitaalindicatoren
Kapitaalindicatoren
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
40. Indicatoren voor kapitaal dienen geschikt te zijn om actuele en mogelijke toekomstige …
|
Indicatoren voor kapitaal dienen geschikt te zijn om actuele en mogelijke toekomstige aanmerkelijke verslechteringen van de kwantiteit en kwaliteit van kapitaal onder normale bedrijfsomstandigheden, waaronder een toenemende mate van hefboomfinanciering, vast te stellen.
|
|
41. Bij de selectie van indicatoren voor kapitaal dienen instellingen naar manieren te zoeken om …
|
Bij de selectie van indicatoren voor kapitaal dienen instellingen naar manieren te zoeken om problemen aan te pakken die voortvloeien uit het feit dat zulke indicatoren een minder tijdige reactie mogelijk maken dan andere typen indicatoren. Tevens vragen sommige maatregelen tot herstel van de kapitaalpositie van een instelling een langere uitvoeringstijd, of zijn die maatregelen gevoeliger voor markt- en andere omstandigheden. Dergelijke problemen kunnen in het bijzonder worden aangepakt door prognoses te stellen, waarbij gekeken wordt naar belangrijke looptijden van overeenkomsten in verband met kapitaalinstrumenten.
|
|
42. De kapitaalindicatoren dienen ook te worden geïntegreerd in de interne beoordelingsprocedure …
|
De kapitaalindicatoren dienen ook te worden geïntegreerd in de interne beoordelingsprocedure inzake de kapitaaltoereikendheid (ICAAP) van de instelling overeenkomstig artikel 73 van Richtlijn 2013/36/EU.
|
|
43. De drempelwaarden van op toetsingsvermogensvereisten gebaseerde indicatoren dienen door de …
|
De drempelwaarden van op toetsingsvermogensvereisten gebaseerde indicatoren dienen door de instelling zodanig te worden gekalibreerd dat voorzien is in voldoende afstand ten opzichte van overschrijding van de voor de instelling geldende kapitaalvereisten (inclusief minimumeigenvermogensvereisten als vermeld in artikel 92 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en aanvullende eigenvermogensvereisten krachtens artikel 104, lid 1, onder a), van Richtlijn 2013/36/EU.
|
|
44. In overeenstemming met de doelstelling van het herstelproces en de flexibiliteit die de …
|
In overeenstemming met de doelstelling van het herstelproces en de flexibiliteit die de instelling wordt geboden om onafhankelijk op te treden bij overschrijding van indicatoren, dienen de indicatoren voor het toetsingsvermogen te worden vastgesteld op een niveau dat hoger is dan het niveau dat ingrijpen door de toezichthouder mogelijk maakt.
|
|
45. Over het algemeen dienen kapitaalindicatoren te worden gekalibreerd boven het gecombineerde …
|
Over het algemeen dienen kapitaalindicatoren te worden gekalibreerd boven het gecombineerde kapitaalbuffervereiste. Wanneer een instelling haar kapitaalindicatoren binnen de buffers kalibreert, dient zij in haar herstelplan duidelijk aan te tonen dat haar herstelmogelijkheden kunnen worden toegepast in een situatie waarin de buffers geheel of gedeeltelijk zijn gebruikt.
|
|
46. De drempelwaarden voor indicatoren in verband met de vereisten van de artikelen 45 quater en 45 …
|
De drempelwaarden voor indicatoren in verband met de vereisten van de artikelen 45 quater en 45 quinquies van Richtlijn 2014/59/EU (minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva — MREL) en artikel 92 bis of 92 ter van Verordening (EU) nr. 575/2013 (TLAC), uitgedrukt als percentages van de totale risicoblootstelling (TREA) en de totale blootstellingsmaatstaf (TEM), dienen te worden afgestemd op de kalibratie van de indicatoren voor het wettelijke kapitaalherstelplan en te worden vastgesteld op een niveau boven het niveau waarboven de afwikkelingsautoriteiten bevoegd zijn in te grijpen overeenkomstig artikel 16 bis van Richtlijn 2014/59/EU [zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/879] en artikel 128 van Richtlijn 2013/36/EU [zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/878]. In het algemeen dienen de drempelwaarden door de instelling te worden gekalibreerd boven het gecombineerde buffervereiste wanneer dit in aanmerking wordt genomen naast i) het minimale TLAC-vereiste en ii) het definitieve MREL of de bindende tussentijdse streefniveaus van het MREL (indien verschillend), uitgedrukt als percentages van TREA. De instelling dient ook rekening te houden met alle aanvullende elementen die relevant worden geacht bij het bepalen van die vereisten, met inbegrip van een achterstellingsvereiste, naargelang het geval. Indien een instelling besluit indicatoren met betrekking tot het MREL en het TLAC binnen de buffers te kalibreren, dient zij in haar herstelplan duidelijk aan te tonen dat haar herstelmogelijkheden kunnen worden toegepast in een situatie waarin de buffers geheel of gedeeltelijk zijn gebruikt.
|
|
47. Bij de indicatordrempel dient rekening te worden gehouden met het looptijdprofiel van in …
|
Bij de indicatordrempel dient rekening te worden gehouden met het looptijdprofiel van in aanmerking komende passiva en met het vermogen van de instelling om deze te verlengen. Voor groepen met een MPE-afwikkelingsstrategie, waarbij de prudentiële en afwikkelingstoepassingsgebieden kunnen verschillen, dient de instelling de MREL-/TLAC-indicatoren op geconsolideerd niveau te kalibreren voor elk van de af te wikkelen entiteiten/groepen.
|
|
48. De drempelkalibratie voor het MREL dient door de bevoegde autoriteit in overleg met de …
|
De drempelkalibratie voor het MREL dient door de bevoegde autoriteit in overleg met de afwikkelingsautoriteit te worden goedgekeurd bij de beoordeling van het herstelplan. Zodra de instelling in kennis wordt gesteld van een overschrijding van de MREL-indicator, dient de bevoegde autoriteit de afwikkelingsautoriteit hiervan op de hoogte te stellen en met haar samen te werken gezien het belang van het MREL voor de in artikel 31 van Richtlijn 2014/59/EU bepaalde afwikkelingsdoelstellingen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|