+2.1 Overzicht van het gemeenschappelijke SREP-kader
---+14. Bevoegde autoriteiten dienen te waarborgen dat het SREP van een beleggingsonderneming zich …
---+15. Bevoegde autoriteiten dienen elke beleggingsonderneming waarvoor de in artikel 36 van Richtlijn …
---+16. De indeling dient als uitgangspunt te worden gebruikt door bevoegde autoriteiten voor de …
---+17. Bevoegde autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen van de categorieën 1 tot en met 3 per …
---+18. Bevoegde autoriteiten dienen de indeling in categorieën te baseren op gegevens uit …
---+19. Bevoegde autoriteiten dienen de risico’s waaraan de beleggingsonderneming is of kan worden …
---+20. De beoordelingen dienen te worden verricht in overeenstemming met de evenredigheidscriteria die …
---+21. Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de hierboven …
---+22. Bevoegde autoriteiten dienen periodiek na te gaan of het eigen vermogen en de liquiditeit van …
---+23. Bevoegde autoriteiten dienen periodieke beoordelingen uit te voeren met inachtneming van de in …
---+24. Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de beoordelingen: a. …
---+25. Bevoegde autoriteiten dienen het risicoprofiel en de levensvatbaarheid van de …
---+26. De beoordeling wordt voortdurend getoetst in het licht van uitkomsten van de …
---+27. Bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de uitkomsten van de beoordeling: a. worden …
---+28. Bevoegde autoriteiten dienen volgens het model van minimale toezichtinspanning, zoals …
---+29. Bevoegde autoriteiten dienen op basis van de totale SREP-beoordeling en voortbouwend op …
---+30. Wanneer bevindingen bij het monitoren van sleutelindicatoren, de beoordeling van …
---+31. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 2.4 dienen bevoegde autoriteiten ook een dialoog aan te gaan op …

2.1 Overzicht van het gemeenschappelijke SREP-kader

2.1 Overzicht van het gemeenschappelijke SREP-kader

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
14. Bevoegde autoriteiten dienen te waarborgen dat het SREP van een beleggingsonderneming zich …

Bevoegde autoriteiten dienen te waarborgen dat het SREP van een beleggingsonderneming zich uitstrekt tot de volgende componenten:

  • a. indeling van de beleggingsonderneming in een categorie en periodieke toetsing van deze indeling;
  • b. monitoring van de sleutelindicatoren;
  • c. analyse van het bedrijfsmodel (BMA – business model analysis);
  • d. beoordeling van de interne governance en ondernemingsbrede risicobeheersing;
  • e. beoordeling van de risico’s voor het kapitaal;
  • f. beoordeling van de risico’s voor de liquiditeit;
  • g. beoordeling van de toereikendheid van het eigen vermogen van de beleggingsonderneming;
  • h. beoordeling van de toereikendheid van de liquiditeit van de beleggingsonderneming;
  • i. totale SREP-beoordeling; en
  • j. toezichtmaatregelen (en waar nodig vroegtijdige interventie).

2.1.1 Indeling van beleggingsondernemingen

15. Bevoegde autoriteiten dienen elke beleggingsonderneming waarvoor de in artikel 36 van Richtlijn …

Bevoegde autoriteiten dienen elke beleggingsonderneming waarvoor de in artikel 36 van Richtlijn (EU) 2019/2034 bedoelde toetsing en evaluatie door de toezichthouder moet worden verricht, in een van de volgende categorieën in te delen:

  • • Categorie 1 – beleggingsondernemingen die aan ten minste één van de volgende criteria voldoen:
  • i. hun waarde van de totale activa en riscoposities buiten de balans is gelijk aan of bedraagt meer dan 1 miljard euro;
  • ii. hun waarde van de totale activa en riscoposities buiten de balans bedraagt 250 miljoen euro of meer en zij verrichten activiteiten zoals vermeld in hoofdstuk A van bijlage I, punt 3 of 6, van Richtlijn 2014/65/EU8 ; of

8 Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349). 8

  • iii. ze worden op basis van het oordeelsvermogen van de toezichthouder van de bevoegde autoriteit als significant beschouwd.
  • • Categorie 2 – beleggingsondernemingen waarvan de waarde van de totale activa en riscoposities buiten de balans minder dan 1 miljard euro bedraagt of hoger is dan 250 miljoen euro, en die geen van de activiteiten verrichten zoals vermeld in hoofdstuk A van bijlage I, punt 3 of 6, van Richtlijn 2014/65/EU.
  • • Categorie 3 – beleggingsondernemingen de waarde van de totale activa en risicoposities buiten de balans minder dan 250 miljoen euro bedragen en die niet voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gestelde voorwaarden om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming te worden aangemerkt.
  • • Kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen zoals bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.
16. De indeling dient als uitgangspunt te worden gebruikt door bevoegde autoriteiten voor de …

De indeling dient als uitgangspunt te worden gebruikt door bevoegde autoriteiten voor de toepassing van het evenredigheidsbeginsel dat wordt uiteengezet in hoofdstuk 2.4, en niet als indicatie van de kwaliteit van een beleggingsonderneming.

17. Bevoegde autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen van de categorieën 1 tot en met 3 per …

Bevoegde autoriteiten kunnen beleggingsondernemingen van de categorieën 1 tot en met 3 per geval één categorie hoger of lager indelen dan de categorie waarin zij volgens de criteria van paragraaf 15 vallen. Hiervoor dienen bevoegde autoriteiten rekening te houden met aspecten zoals de schaal en de complexiteit van de activiteiten, de omvang van de handelsactiviteiten, de bedragen van cliënten die worden aangehouden, het risicoprofiel van de beleggingsonderneming en alle andere relevante aspecten. Wanneer een dergelijke herindeling plaatsvindt, dienen bevoegde autoriteiten ernaar te streven voldoende homogeniteit en vergelijkbaarheid tussen beleggingsondernemingen van dezelfde categorie te waarborgen.

18. Bevoegde autoriteiten dienen de indeling in categorieën te baseren op gegevens uit …

Bevoegde autoriteiten dienen de indeling in categorieën te baseren op gegevens uit toezichtrapportages en op informatie die is verkregen uit de voorlopige analyse van het bedrijfsmodel (zie hoofdstuk 4.2). De indeling in categorieën dient jaarlijks of bij een belangrijke wijziging van de activiteiten opnieuw te worden bekeken. In geval van een verandering van categorie voor een beleggingsonderneming dient het laatste jaar van een volledige SREP-cyclus in aanmerking te worden genomen bij het bepalen van het tijdschema voor de volgende beoordeling van de SREP-onderdelen.

2.1.2 Voortdurende beoordeling van risico’s

19. Bevoegde autoriteiten dienen de risico’s waaraan de beleggingsonderneming is of kan worden …

Bevoegde autoriteiten dienen de risico’s waaraan de beleggingsonderneming is of kan worden blootgesteld, voortdurend te beoordelen door de hieronder genoemde activiteiten uit te voeren:

  • a. het monitoren van sleutelindicatoren zoals uiteengezet in titel 3;
  • b. de analyse van het bedrijfsmodel zoals uiteengezet in titel 4;

9

  • c. de beoordeling van de interne governance en ondernemingsbrede risicobeheersing zoals uiteengezet in titel 5;
  • d. de beoordeling van risico’s voor het kapitaal zoals uiteengezet in titel 6; en
  • e. de beoordeling van risico’s voor de liquiditeit zoals uiteengezet in titel 8.
20. De beoordelingen dienen te worden verricht in overeenstemming met de evenredigheidscriteria die …

De beoordelingen dienen te worden verricht in overeenstemming met de evenredigheidscriteria die worden uiteengezet in hoofdstuk 2.4. De beoordelingen dienen opnieuw te worden getoetst in het licht van nieuwe informatie.

21. Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de hierboven …

Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de hierboven geschetste beoordelingen:

  • a. duidelijk worden gedocumenteerd in een samenvatting van bevindingen;
  • b. worden uitgedrukt in een score die wordt toegekend overeenkomstig de specifieke richtsnoeren die zijn vervat in de titel van dit richtsnoerdocument die specifiek betrekking heeft op het betrokken onderdeel;
  • c. de beoordelingen van andere onderdelen bekrachtigen of leiden tot een diepgaand onderzoek naar inconsistenties tussen de beoordelingen van deze onderdelen;
  • d. bijdragen aan de totale SREP-beoordeling en -score; en
  • e. waar passend tot toezichtmaatregelen leiden en als input dienen voor de besluiten met betrekking tot deze maatregelen.

2.1.3 Periodieke beoordeling van de toereikendheid van kapitaal en liquiditeit

22. Bevoegde autoriteiten dienen periodiek na te gaan of het eigen vermogen en de liquiditeit van …

Bevoegde autoriteiten dienen periodiek na te gaan of het eigen vermogen en de liquiditeit van de beleggingsonderneming toereikend zijn voor een goede dekking van de risico’s waaraan de beleggingsonderneming is of kan worden blootgesteld. Hiertoe dienen zij de volgende beoordelingen te verrichten:

  • a. een SREP-kapitaalbeoordeling zoals uiteengezet in titel 7; en
  • b. een SREP-liquiditeitsbeoordeling zoals uiteengezet in titel 9.
23. Bevoegde autoriteiten dienen periodieke beoordelingen uit te voeren met inachtneming van de in …

Bevoegde autoriteiten dienen periodieke beoordelingen uit te voeren met inachtneming van de in hoofdstuk 2.4 genoemde minimale toezichtsinspannings-en evenredigheidscriteria. Bevoegde autoriteiten kunnen beoordelingen frequenter uitvoeren. Zij dienen de beoordeling opnieuw te toetsen ingeval de risicobeoordeling significante nieuwe uitkomsten oplevert en zij vaststellen dat die uitkomsten wezenlijke gevolgen kunnen hebben voor het eigen vermogen en/of de liquide activa van de beleggingsonderneming.

24. Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de beoordelingen: a. …

Bevoegde autoriteiten dienen er zorg voor te dragen dat de uitkomsten van de beoordelingen:

  • a. duidelijk worden gedocumenteerd in een samenvatting;
  • b. worden uitgedrukt in de scores voor de kapitaaltoereikendheid en de liquiditeitstoereikendheid van de beleggingsonderneming, zoals bepaald

10 overeenkomstig de richtsnoeren die zijn vervat in desbetreffende specifieke titels van dit richtsnoerdocument;

  • c. bijdragen aan de totale SREP-beoordeling en -score; en
  • d. rekening houden met en informatie geven voor het eventueel door de toezichthouder op te leggen vereiste dat de beleggingsonderneming eigen vermogen en/of liquide activa aanhoudt boven de in Verordening (EU) 2019/2033 gespecificeerde minimumvereisten, waar passend.

2.1.4 Totale SREP-beoordeling

25. Bevoegde autoriteiten dienen het risicoprofiel en de levensvatbaarheid van de …

Bevoegde autoriteiten dienen het risicoprofiel en de levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming voortdurend te beoordelen middels de totale SREP-beoordeling, zoals nader omschreven in titel 10. Bij de totale SREP-beoordeling dienen bevoegde autoriteiten de mogelijkheid dat risico’s tot het falen van de beleggingsonderneming leiden, te bepalen op basis van de mate van toereikendheid van haar eigen vermogen en liquide activa, interne governance, risicobeheersing en/of bedrijfsmodel of -strategie. Op basis hiervan dienen bevoegde autoriteiten te bepalen of vroegtijdige-interventiemaatregelen moeten worden genomen en/of te bepalen of de beleggingsonderneming dient te worden aangemerkt als een beleggingsonderneming die faalt of waarschijnlijk zal falen.

26. De beoordeling wordt voortdurend getoetst in het licht van uitkomsten van de …

De beoordeling wordt voortdurend getoetst in het licht van uitkomsten van de risicobeoordelingen of de uitkomst van de SREP-kapitaal- en -liquiditeitsbeoordelingen.

27. Bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de uitkomsten van de beoordeling: a. worden …

Bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de uitkomsten van de beoordeling:

  • a. worden uitgedrukt in een score voor de totale levensvatbaarheid van de beleggingsonderneming, overeenkomstig de leidraad in titel 10;
  • b. duidelijk worden gedocumenteerd in een samenvatting van de totale SREP-beoordeling, waarin de toegekende SREP-scores (totaal en voor afzonderlijke onderdelen) en eventuele bevindingen van de toezichthouder sinds de laatste beoordeling; en
  • c. de basis vormen voor de vaststelling door de toezichthouder of de beleggingsonderneming als “faalt of waarschijnlijk zal falen” kan worden beschouwd; voor beleggingsondernemingen die onder Richtlijn 2014/59/EU vallen, dient deze vaststelling plaats te vinden overeenkomstig artikel 32 van die richtlijn, mede gelet op de EBA-richtsnoeren inzake “faalt of waarschijnlijk zal falen”9 .

2.1.5 Dialoog met beleggingsondernemingen, uitvoering van toezichtmaatregelen en mededeling van bevindingen

28. Bevoegde autoriteiten dienen volgens het model van minimale toezichtinspanning, zoals …

Bevoegde autoriteiten dienen volgens het model van minimale toezichtinspanning, zoals uiteengezet in hoofdstuk 2.4, een dialoog aan te gaan met beleggingsondernemingen teneinde

9 EBA-richtsnoeren inzake de uitlegging van de verschillende omstandigheden waaronder een instelling beschouwd wordt als een instelling die faalt of waarschijnlijk gaat falen volgens artikel 32, lid 6, van Richtlijn 2014/59/EU (EBA/GL/2015/07). 11 afzonderlijke SREP-onderdelen te beoordelen, zoals bepaald in de titels van dit richtsnoerdocument die specifiek betrekking hebben op de betrokken onderdelen.

29. Bevoegde autoriteiten dienen op basis van de totale SREP-beoordeling en voortbouwend op …

Bevoegde autoriteiten dienen op basis van de totale SREP-beoordeling en voortbouwend op beoordelingen van de afzonderlijke SREP-onderdelen toezichtmaatregelen te nemen als vermeld in titel 10.

30. Wanneer bevindingen bij het monitoren van sleutelindicatoren, de beoordeling van …

Wanneer bevindingen bij het monitoren van sleutelindicatoren, de beoordeling van SREP-onderdelen of andere toezichtactiviteiten het noodzakelijk maken toezichtmaatregelen te treffen om onmiddellijke punten van zorg aan te pakken, dienen bevoegde autoriteiten niet te wachten totdat alle SREP-onderdelen zijn beoordeeld en de totale SREP-beoordeling is bijgewerkt, maar dienen ze een besluit te nemen over de maatregelen die nodig zijn om de beoordeelde situatie te corrigeren en gaan ze vervolgens verder met het bijwerken van de totale SREP-beoordeling.

31. Zoals uiteengezet in hoofdstuk 2.4 dienen bevoegde autoriteiten ook een dialoog aan te gaan op …

Zoals uiteengezet in hoofdstuk 2.4 dienen bevoegde autoriteiten ook een dialoog aan te gaan op basis van de uitkomsten van de algemene SREP-beoordeling, naast de bijbehorende toezichtmaatregelen, en de beleggingsonderneming aan het einde van het proces informeren over de kapitaal- en liquiditeitsvereisten en de toezichtmaatregelen waaraan zij moet voldoen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/