+7.2 Vaststelling van aanvullende eigenvermogensvereisten
---+273. Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen voor …
---+274. Het totale bedrag van het aanvullend eigen vermogen dient de som te zijn van alle door …
---+275. Bevoegde autoriteiten dienen het niveau vast te stellen van het …
---+276. Voor de identificatie, beoordeling en kwantificering van dergelijke risico’s of aspecten van …
---+277. Zoals vermeld in paragraaf 276, punt a), dienen het ICAAP en de uitkomsten van de beoordeling …
---+278. Zoals bedoeld in paragraaf 276, punt b), dienen het herstelplan en de beoordeling ervan in …
---+279. Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of het ICAAP beide bestrijkt: a. de risico’s of …
---+280. Bevoegde autoriteiten dienen de betrouwbaarheid van de ICAAP-berekeningen in verband met …
---+281. Bevoegde autoriteiten dienen verder de betrouwbaarheid te beoordelen van de ICAAP-berekeningen …
---+282. Een ICAAP-berekening wordt als deels betrouwbaar beschouwd wanneer de berekening niet voldoet …
---+283. Bevoegde autoriteiten dienen risicospecifieke benchmarks van de toezichthouder te ontwikkelen …
---+284. De toezichtbenchmarks dienen, rekening houdend met de uitvoeringslast voor bevoegde …
---+285. Gezien de verscheidenheid aan bedrijfsmodellen die beleggingsondernemingen gebruiken, de …
---+286. Wanneer bevoegde autoriteiten gebruik maken van benchmarks van de toezichthouder voor de …
---+287. Bevoegde autoriteiten dienen andere relevante informatie te gebruiken ter ondersteuning van de …
---+288. Andere relevante input dient bevoegde autoriteiten ertoe aan te zetten de …
---+289. Om te waarborgen dat de eigenvermogensvereisten per risicocategorie of per afzonderlijke …
---+290. Wanneer bevoegde autoriteiten gebruikmaken van andere relevante informatie voor de bepaling …
---+291. Indien bevoegde autoriteiten tijdens de lopende toetsing van de interne benaderingen …
---+292. Indien bevoegde autoriteiten tijdens hun toetsingen uit hoofde van artikel 36 van Richtlijn …
---+293. Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen ter dekking …
---+294. Wanneer een beleggingsonderneming die niet voldoet aan de in artikel 12, lid 1, van …
|
7.2 Vaststelling van aanvullende eigenvermogensvereisten
7.2 Vaststelling van aanvullende eigenvermogensvereisten
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
273. Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen voor …
|
Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen voor wezenlijke risico’s en aspecten van risico’s die voortvloeien uit de activiteiten van de beleggingsonderneming, rekening houdend met alle in artikel 40, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/2034 genoemde situaties, waaronder: - a. risico’s of aspecten van risico’s waaraan de beleggingsonderneming is blootgesteld of die zij voor anderen vormt, zijn niet of onvoldoende gedekt door adequate bedragen, soorten en verdeling van kapitaal overeenkomstig deel drie of vier van Verordening (EU) 2019/2033;
- b. tekortkomingen in de regelingen, procedures, mechanismen en strategieën van de beleggingsondernemingen, indien deze tekortkomingen niet binnen een passende termijn kunnen worden verholpen;
- c. tekortkomingen in de aanpassingen van de beleggingsonderneming met betrekking tot de voorzichtige waardering van de handelsportefeuille, waardoor zij haar posities binnen een korte periode kan verkopen of afdekken zonder wezenlijke verliezen te lijden onder normale marktomstandigheden;
89 - d. de niet-naleving door de beleggingsonderneming van het vereiste om de toegestane interne modellen toe te passen, wat leidt tot ontoereikende kapitaalniveaus; en
- e. het herhaaldelijk nalaten door een beleggingsonderneming om een toereikend niveau van aanvullend eigen vermogen tot stand te brengen of te handhaven, zoals bepaald in artikel 41 van Richtlijn (EU) 2019/2034.
|
|
274. Het totale bedrag van het aanvullend eigen vermogen dient de som te zijn van alle door …
|
Het totale bedrag van het aanvullend eigen vermogen dient de som te zijn van alle door bevoegde autoriteiten vastgestelde aanvullend-eigenvermogensvereisten voor alle in de vorige paragraaf genoemde situaties. 7.2.1 Bepaling van aanvullend eigen vermogen ter dekking van risico’s of aspecten van risico’s die niet of niet voldoende door de vereisten van deel drie of vier van Verordening (EU) 2019/2033 worden gedekt
|
|
275. Bevoegde autoriteiten dienen het niveau vast te stellen van het …
|
Bevoegde autoriteiten dienen het niveau vast te stellen van het aanvullend-eigenvermogenvereiste ter dekking van risico’s of aspecten van risico’s die niet of niet voldoende door de vereisten van de delen drie en vier van Verordening (EU) 2019/2033 worden gedekt, nader gespecificeerd in de gedelegeerde verordening die is vastgesteld overeenkomstig artikel 40, lid 6, van Richtlijn (EU) 2019/2034 en na de risicobeoordeling die in het kader van titel 6 is uitgevoerd.
|
|
276. Voor de identificatie, beoordeling en kwantificering van dergelijke risico’s of aspecten van …
|
Voor de identificatie, beoordeling en kwantificering van dergelijke risico’s of aspecten van risico’s dienen bevoegde autoriteiten zich te baseren op de volgende informatiebronnen: - a. voor beleggingsondernemingen die niet voldoen aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 genoemde criteria om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming te worden aangemerkt, groepen beleggingsondernemingen, en voor beleggingsondernemingen die aan deze criteria voldoen wanneer de bevoegde autoriteit dit passend acht, het ICARAP of het geconsolideerde ICARAP in het geval van een groep beleggingsondernemingen, en meer in het bijzonder de ICAAP-component daarvan, en de uitkomsten van de beoordeling daarvan door de bevoegde autoriteit, met inbegrip van de ICAAP-berekeningen, wanneer deze overeenkomstig paragrafen 279 tot en met 282 betrouwbaar of gedeeltelijk betrouwbaar worden geacht;
- b. voor beleggingsondernemingen die onder Richtlijn 2014/59/EU vallen, het herstelplan en de uitkomsten van de beoordeling ervan door de bevoegde autoriteit, rekening houdend met de vereisten voor de herstelplannen die van toepassing zijn op de getoetste beleggingsonderneming;
- c. toezicht-rapportage;
- d. de uitkomsten van de beoordeling door de toezichthouder en eventuele benchmarkberekeningen;
90 - e. de uitkomst van eventuele eerdere relevante activiteiten van de toezichthouder; en
- f. alle andere relevante input, waaronder diegene die voortkomt uit interacties en dialogen met de beleggingsonderneming, openbare marktstudies of sectorale en portefeuilleoverzichten.
|
|
277. Zoals vermeld in paragraaf 276, punt a), dienen het ICAAP en de uitkomsten van de beoordeling …
|
Zoals vermeld in paragraaf 276, punt a), dienen het ICAAP en de uitkomsten van de beoordeling ervan door bevoegde autoriteiten in aanmerking te worden genomen als één van de belangrijkste gegevens voor de identificatie en beoordeling van de risico’s en aspecten van risico’s die voortvloeien uit zowel niet-gereglementeerde als gereglementeerde activiteiten en waaraan de beleggingsonderneming blootstaat of die zij vormt voor cliënten en markten. Bij de kwantificering van het bedrag van het toereikend geachte kapitaal en het eventuele aanvullend-eigenvermogenvereiste dient onder meer rekening te worden gehouden met de ICAAP-berekeningen, indien deze betrouwbaar of gedeeltelijk betrouwbaar worden geacht.
|
|
278. Zoals bedoeld in paragraaf 276, punt b), dienen het herstelplan en de beoordeling ervan in …
|
Zoals bedoeld in paragraaf 276, punt b), dienen het herstelplan en de beoordeling ervan in voorkomend geval door bevoegde autoriteiten in aanmerking te worden genomen ter ondersteuning van de vaststelling van het kapitaal dat toereikend wordt geacht voor een ordelijke afbouw, zoals nader gespecificeerd door middel van de gedelegeerde verordening die is vastgesteld overeenkomstig artikel 40, lid 6, van Richtlijn (EU) 2019/2034. Meer bepaald dient de bevoegde autoriteit de input van het herstelplan te gebruiken om de belangrijkste bedrijfsonderdelen en kritieke functies, herstelmaatregelen, governanceregelingen, operationele stappen en scenario’s vast te stellen. Deze kunnen gebruikmaken van de in het herstelplan gebruikte scenario’s door het niveau van de ernst ervan te verhogen om tot een afbouwscenario te komen. ICAAP-berekeningen
|
|
279. Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of het ICAAP beide bestrijkt: a. de risico’s of …
|
Bevoegde autoriteiten dienen te beoordelen of het ICAAP beide bestrijkt: - a. de risico’s of aspecten van risico’s waaraan de beleggingsonderneming of de groep beleggingsondernemingen blootstaat of die zij voor anderen vormt als gevolg van haar al dan niet gereglementeerde bedrijfsactiviteiten; en
- b. de noodzakelijke stappen en middelen, maar ook de risico’s of aspecten van risico’s die uit een ordelijk afbouwproces kunnen voortvloeien.
|
|
280. Bevoegde autoriteiten dienen de betrouwbaarheid van de ICAAP-berekeningen in verband met …
|
Bevoegde autoriteiten dienen de betrouwbaarheid van de ICAAP-berekeningen in verband met paragraaf 279, punten a) en b), te beoordelen door na te gaan of deze voldoende zijn: - a. consistent: de gekwantificeerde risico’s dienen in verhouding te staan tot het bedrijfsmodel, de samenstelling van de portefeuille en de handelsstrategie van de beleggingsonderneming;
91 - b. gedetailleerd zijn: de ICAAP-berekeningen/methoden dienen ten minste de mogelijkheid tot opsplitsing naar risicocategorie te bieden,21 indien mogelijk uitgesplitst per risico, en niet één enkele berekening (economisch kapitaal) te geven die alle risico’s omvat;
- c. geloofwaardig: de gebruikte berekeningen/methoden dienen aantoonbaar de risico’s te dekken die zij beogen aan te pakken en dienen gebaseerd te zijn op de kennis en ervaring van de beleggingsonderneming of, indien van toepassing, op passende modellen en voorzichtige aannames;
- d. begrijpelijk: de uitgangspunten van de berekeningen/methoden dienen duidelijk te zijn aangegeven. Een “black box”-berekening is niet acceptabel; en
- e. vergelijkbaar: bevoegde autoriteiten dienen te overwegen de risicometingsmethoden van het ICAAP aan te passen of van de beleggingsonderneming te verlangen dat zij deze aanpassen om de vergelijkbaarheid met gelijken en benchmarkramingen van toezichthouders te vergemakkelijken.
|
|
281. Bevoegde autoriteiten dienen verder de betrouwbaarheid te beoordelen van de ICAAP-berekeningen …
|
Bevoegde autoriteiten dienen verder de betrouwbaarheid te beoordelen van de ICAAP-berekeningen door deze te vergelijken met de uitkomsten van de benchmarks van de toezichthouder voor dezelfde risico’s, of indien voldoende vergelijkbaar, dezelfde risicocategorieën; en andere relevante informatie.
|
|
282. Een ICAAP-berekening wordt als deels betrouwbaar beschouwd wanneer de berekening niet voldoet …
|
Een ICAAP-berekening wordt als deels betrouwbaar beschouwd wanneer de berekening niet voldoet aan alle bovenstaande criteria, maar desondanks zeer geloofwaardig lijkt. Dit dient echter slechts in uitzonderingsgevallen te gebeuren en vergezeld te gaan van stappen ter verbetering van de gebreken die zijn geconstateerd in de ICAAP-berekening. Benchmarks van de toezichthouder
|
|
283. Bevoegde autoriteiten dienen risicospecifieke benchmarks van de toezichthouder te ontwikkelen …
|
Bevoegde autoriteiten dienen risicospecifieke benchmarks van de toezichthouder te ontwikkelen en toe te passen als middel om ICAAP-berekeningen te toetsen op wezenlijke risico’s of op aspecten daarvan die niet of niet voldoende door de vereisten van de delen drie en vier van Verordening (EU) nr. 2019/2033 zijn gedekt, of ter verdere onderbouwing van de bepaling van de risicocategorie per risicocategorie en bij voorkeur van aanvullend-eigenvermogensvereisten per risico, met name wanneer ICAAP-berekeningen van die wezenlijke risico’s of aspecten daarvan onbetrouwbaar worden geacht of niet beschikbaar zijn.
|
|
284. De toezichtbenchmarks dienen, rekening houdend met de uitvoeringslast voor bevoegde …
|
De toezichtbenchmarks dienen, rekening houdend met de uitvoeringslast voor bevoegde autoriteiten, zodanig te worden ontwikkeld dat voorzichtige, consistente, transparante en vergelijkbare metingen kunnen worden verstrekt om voor alle 21 De risicocategorieën omvatten de risico’s in verband met een ordelijke afbouw, risico’s voor de cliënten, risico’s voor de markten, risico’s voor de ondernemingen en andere risico’s die nader worden gespecificeerd door middel van de gedelegeerde verordening die is vastgesteld overeenkomstig artikel 40, lid 6, van Richtlijn (EU) 2019/2034. 92 beleggingsondernemingen het kapitaal te vergelijken dat voor een bepaalde risicocategorie of een bepaald aspect van een risico toereikend wordt geacht.
|
|
285. Gezien de verscheidenheid aan bedrijfsmodellen die beleggingsondernemingen gebruiken, de …
|
Gezien de verscheidenheid aan bedrijfsmodellen die beleggingsondernemingen gebruiken, de grootte en de complexiteit, is de uitkomst van de benchmarks van de toezichthouder mogelijk niet altijd en voor elke beleggingsonderneming passend. Wanneer er alternatieven beschikbaar zijn dienen bevoegde autoriteiten daarom de meest passende benchmark te kiezen en rekening te houden met specifieke kenmerken van het bedrijfsmodel en van de beleggingsonderneming door naast de uitkomst van de benchmark ook hun eigen oordeel mee te laten wegen.
|
|
286. Wanneer bevoegde autoriteiten gebruik maken van benchmarks van de toezichthouder voor de …
|
Wanneer bevoegde autoriteiten gebruik maken van benchmarks van de toezichthouder voor de bepaling van aanvullend-eigenvermogensvereisten leggen zij, in het kader van de dialoog, aan de beleggingsonderneming uit wat de redenering en de algemene onderliggende beginselen van de benchmarks zijn. Andere relevante informatie
|
|
287. Bevoegde autoriteiten dienen andere relevante informatie te gebruiken ter ondersteuning van de …
|
Bevoegde autoriteiten dienen andere relevante informatie te gebruiken ter ondersteuning van de bepaling van de aanvullend-eigenvermogensvereisten per risicocategorie of per afzonderlijk risico. Andere relevante input kan bestaan uit vergelijkingen met andere groepen of andere relevante rapporten en studies.
|
|
288. Andere relevante input dient bevoegde autoriteiten ertoe aan te zetten de …
|
Andere relevante input dient bevoegde autoriteiten ertoe aan te zetten de geschiktheid/betrouwbaarheid van een ICAAP/benchmark-berekening voor een specifiek risico of een specifieke risicocategorie opnieuw te beoordelen, en/of de uitkomst aan te passen indien deze aanleiding geeft tot twijfel aan de nauwkeurigheid ervan.
|
|
289. Om te waarborgen dat de eigenvermogensvereisten per risicocategorie of per afzonderlijke …
|
Om te waarborgen dat de eigenvermogensvereisten per risicocategorie of per afzonderlijke risico consequent worden bepaald, dienen bevoegde autoriteiten gebruik te maken van dezelfde vergelijkbare groepen als degene die in titel 6 zijn vastgesteld voor de analyse van de risico’s voor het kapitaal.
|
|
290. Wanneer bevoegde autoriteiten gebruikmaken van andere relevante informatie voor de bepaling …
|
Wanneer bevoegde autoriteiten gebruikmaken van andere relevante informatie voor de bepaling van aanvullend-eigenvermogensvereisten, dienen zij, in het kader van de toezichthoudende dialoog, aan de beleggingsonderneming uit te leggen wat de redenering en de algemene onderliggende beginselen van de gebruikte informatie zijn. 7.2.2 Bepaling van eigen vermogen of andere maatregelen ter dekking van tekortkomingen in modellen die voor regelgevingsdoeleinden worden gebruikt
|
|
291. Indien bevoegde autoriteiten tijdens de lopende toetsing van de interne benaderingen …
|
Indien bevoegde autoriteiten tijdens de lopende toetsing van de interne benaderingen overeenkomstig de vereisten van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2019/2034 tekortkomingen in het model vaststellen die kunnen leiden tot een te lage raming van de minimumeigenvermogensvereisten als bedoeld in Verordening (EU) 2019/2033, dienen zij voor dergelijke tekortkomingen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen, wanneer dit passender wordt geacht dan andere toezichtmaatregelen, zoals eisen dat beleggingsondernemingen hun modellen aanpassen. Dergelijke aanvullend-93 eigenvermogensvereisten dienen alleen te worden vastgesteld als overgangsmaatregel, terwijl wordt gewerkt aan het verhelpen van de tekortkomingen. 7.2.3 Bepaling van eigen vermogen of andere maatregelen ter dekking van tekortkomingen bij de aanpassing van de voorzichtige waardering van de handelsportefeuille
|
|
292. Indien bevoegde autoriteiten tijdens hun toetsingen uit hoofde van artikel 36 van Richtlijn …
|
Indien bevoegde autoriteiten tijdens hun toetsingen uit hoofde van artikel 36 van Richtlijn (EU) 2019/2034 en na de risicobeoordeling uit hoofde van titel 6 tekortkomingen vaststellen in de voorzichtige waardering van de posities in de handelsportefeuille van de beleggingsonderneming die kunnen leiden tot een onderschatting van het K-NPR-vereiste van artikel 22 van Verordening (EU) 2019/2033, dienen zij aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen om dergelijke tekortkomingen te dekken. Een dergelijk aanvullend eigen vermogen dient alleen te worden vastgesteld indien dit geschikter is dan andere toezichtmaatregelen en dient alleen als tijdelijke maatregel te worden gehandhaafd totdat de tekortkomingen zijn verholpen. 7.2.4 Vaststelling van eigen vermogen of andere maatregelen ter dekking van andere tekortkomingen
|
|
293. Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen ter dekking …
|
Bevoegde autoriteiten dienen aanvullend-eigenvermogensvereisten vast te stellen ter dekking van tekortkomingen in governanceregelingen, processen, mechanismen en strategieën of andere tekortkomingen – zoals geïdentificeerd na de in de titels 4 tot en met 6 beschreven risicobeoordeling – waar andere toezichtmaatregelen onvoldoende of niet passend worden geacht om te kunnen voldoen aan de vereisten. Bevoegde autoriteiten dienen dergelijke aanvullend-eigenvermogensvereisten alleen vast te stellen als overgangsmaatregel, terwijl wordt gewerkt aan het verhelpen van de tekortkomingen.
|
|
294. Wanneer een beleggingsonderneming die niet voldoet aan de in artikel 12, lid 1, van …
|
Wanneer een beleggingsonderneming die niet voldoet aan de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033 gestelde voorwaarden om als klein en niet-verweven te worden aangemerkt, er herhaaldelijk niet in slaagt een adequaat niveau van eigen vermogen vast te stellen of aan te houden ter dekking van de overeenkomstig artikel 41, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/2034 meegedeelde richtsnoeren inzake aanvullend eigen vermogen, dienen bevoegde autoriteiten uiterlijk twee jaar na de inbreuk op de richtsnoeren een aanvullend-eigenvermogensvereiste vast te stellen ter dekking van dat extra risico. Bevoegde autoriteiten kunnen dat besluit uitstellen wanneer zij toestaan dat de beleggingsonderneming wegens conjuncturele economische schommelingen of andere ondernemingsspecifieke omstandigheden onder het als richtsnoer gegeven niveau werkt.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|