+5. Potentiële verliezen voor het depositogarantiestelsel
---+49. Voor elke waarde van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een afzonderlijke …
---+50. Depositogarantiestelsels dienen de drempels af te stemmen op het oordeel van deskundigen, maar …
---+51. Bij de “emmer”-methode definieert het depositogarantiestelsel voor een bepaalde …
---+52. Voor elke emmer van een risico-indicator “j” dient het depositogarantiestelsel een boven- en …
---+53. Het depositogarantiestelsel dient het aantal en de grenzen van de emmers vast te stellen om een …
---+54. Het depositogarantiestelsel mag geen bovengrens vaststellen voor de hoogste emmer en geen …
---+55. Voor elke emmer van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een overeenkomstige …
---+56. Bij deze methode dient het depositogarantiestelsel voor elke instelling “I” en voor elke …
---+57. Voor elke risico-indicator 𝐼𝐼𝐶𝐶𝐼𝐼 𝑖𝑖𝑗𝑗 = dient ⎩ ⎧ ⎪ ⎨ ⎪ het 100 𝑠𝑠 𝑠𝑠 0 𝑗𝑗 𝑗𝑗 −𝐴𝐴 …
|
5. Potentiële verliezen voor het depositogarantiestelsel
5.1. Gedekte (+) Een hogere deposito’s / niet- waarde geeft een bezwaarde activa Gedekte deposito’s hoger risico aan | Waarbij: “niet-bezwaarde Niet − bezwaarde activa” is gedefinieerd activa in artikel 411, lid 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
Aanvullende risico-indicatoren
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
49. Voor elke waarde van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een afzonderlijke …
|
Voor elke waarde van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een afzonderlijke risicoscore (IRS) toe te kennen van 0 tot 100, waarbij 0 het laagste risico aangeeft en 100 het hoogste risico. Voor de berekening van elk IRS kan het depositogarantiestelsel de “emmer”- of de “glijdendeschaal”-methode toepassen.
|
|
50. Depositogarantiestelsels dienen de drempels af te stemmen op het oordeel van deskundigen, maar …
|
Depositogarantiestelsels dienen de drempels af te stemmen op het oordeel van deskundigen, maar dienen in elk geval de volgende minimumdrempels in acht te nemen: - a. Voor de hefboomratio, tier 1-kernkapitaalratio, liquiditeitsdekkingsratio en netto stabiele financieringsratio geldt dat indien de waarde van de indicator van een aangesloten instelling lager is dan het toepasselijke wettelijke minimumvereiste overeenkomstig artikel 92, lid 1, en de artikelen 412 en 413 van Verordening (EU) nr. 575/2013, de overeenkomstige IRS 100 dient te zijn.
- b. Voor de kapitaaldekkingsratio geldt dat als de waarde van de indicator van een aangesloten instelling lager is dan 100%, de bijbehorende IRS 100 dient te zijn.
- c. Voor de totale risicoblootstelling / totale activa en gedekte deposito’s / niet-bezwaard activa geldt dat als de waarde van de indicator van een aangesloten instelling hoger is dan 100%, de bijbehorende IRS 100 dient te zijn.
De “emmer”-methode voor de IRS
|
|
51. Bij de “emmer”-methode definieert het depositogarantiestelsel voor een bepaalde …
|
Bij de “emmer”-methode definieert het depositogarantiestelsel voor een bepaalde risico-indicator een vast aantal risicoklassen (emmers), met een minimum van twee emmers. Het depositogarantiestelsel dient het aantal emmers vast te leggen om de verschillende risiconiveaus van de aangesloten instellingen weer te geven (bijvoorbeeld hoog, gemiddeld, laag risico), beoordeeld op basis van de respectieve risico-indicator.
|
|
52. Voor elke emmer van een risico-indicator “j” dient het depositogarantiestelsel een boven- en …
|
Voor elke emmer van een risico-indicator “j” dient het depositogarantiestelsel een boven- en ondergrens van de waarde “A” van de risico-indicator te bepalen, zodanig dat aangesloten instellingen met een vergelijkbaar risiconiveau in dezelfde emmer worden gegroepeerd. Het depositogarantiestelsel dient de grenzen van de emmers op relatieve of op absolute basis vast te stellen, waarbij: - a. Bij gebruik van de relatieve basis dient het depositogarantiestelsel de aangesloten instellingen gelijkmatig over de emmers te verdelen. Het depositogarantiestelsel bepaalt de grenzen van de emmers na vaststelling van de waarden “A” van de risico-indicator van de aangesloten instellingen in dezelfde emmer.
- b. Bij gebruik van de absolute basis dient het depositogarantiestelsel de grenzen van de emmers zo te bepalen dat alle waarden “A” van de risico-indicator binnen deze grenzen een vergelijkbaar risiconiveau vertegenwoordigen en dat alle aangesloten instellingen met een vergelijkbaar risiconiveau in dezelfde emmer terechtkomen.
|
|
53. Het depositogarantiestelsel dient het aantal en de grenzen van de emmers vast te stellen om een …
|
Het depositogarantiestelsel dient het aantal en de grenzen van de emmers vast te stellen om een voldoende en betekenisvolle differentiatie van de aangesloten instellingen te waarborgen. Het depositogarantiestelsel dient te vermijden dat het aantal en de grenzen zodanig worden ingesteld dat alle aangesloten instellingen, ondanks het feit zij op het door een specifieke risico-indicator gemeten risiconiveau aanzienlijk van elkaar verschillen, in dezelfde emmer worden ingedeeld.
|
|
54. Het depositogarantiestelsel mag geen bovengrens vaststellen voor de hoogste emmer en geen …
|
Het depositogarantiestelsel mag geen bovengrens vaststellen voor de hoogste emmer en geen ondergrens voor de laagste emmer.
|
|
55. Voor elke emmer van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een overeenkomstige …
|
Voor elke emmer van een risico-indicator dient het depositogarantiestelsel een overeenkomstige IRS toe te kennen. Het depositogarantiestelsel dient een IRS van 100 toe te kennen aan de meest risicovolle emmer en een IRS van 0 aan de minst risicovolle emmer. Het depositogarantiestelsel kan van deze regel afwijken voor risico-indicatoren die slechts twee mogelijke waarden kunnen hebben en waarvan er één een gemiddeld risiconiveau vertegenwoordigt. Als het depositogarantiestelsel besluit van deze mogelijkheid gebruik te maken, dient het een IRS van 50 toe te wijzen aan de emmer die het gemiddelde risiconiveau vertegenwoordigt, terwijl de IRS die aan de andere emmer wordt toegewezen 100 of 0 moet zijn. De “glijdendeschaal”-methode voor de IRS
|
|
56. Bij deze methode dient het depositogarantiestelsel voor elke instelling “I” en voor elke …
|
Bij deze methode dient het depositogarantiestelsel voor elke instelling “I” en voor elke risico-indicator “j” een IRS te berekenen op basis van de waarde “A” van de risico-indicator. Het depositogarantiestelsel dient voor elke indicator een bovengrens “ ” en een ondergrens “ ” vast te stellen. Als de waarde van de indicator tussen de vastgestelde 𝑠𝑠 𝑗𝑗 grenzen ligt, dient het 𝑠𝑠 𝑗𝑗 depositogarantiestelsel de waarde van het IRS tussen 0 en 100 toe te kennen volgens de volgende twee formules: - a. Wanneer een hogere indicatorwaarde wijst op een hoger risico en de indicator boven de bovengrens “ ” ligt, dient het depositogarantiestelsel de waarde van de IRS op 100 vast te stellen. Evenzo 𝑠𝑠 𝑗𝑗 dient het depositogarantiestelsel, wanneer de waarde van de indicator onder de ondergrens “ ” ligt, de waarde van de IRS op 0 vast te stellen. De bijbehorende formule is: 𝑠𝑠 𝑗𝑗 waarbij j = indicator 𝐼𝐼𝐶𝐶𝐼𝐼 𝑖𝑖𝑗𝑗 = “j”, ⎩ ⎧ ⎪ ⎨ ⎪ variërend 100 𝐴𝐴 𝑠𝑠 0 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑗𝑗 −𝑠𝑠 −𝑠𝑠 van 𝑗𝑗 𝑗𝑗 ∗ 1 100, tot “m”. 𝑖𝑖𝑚𝑚𝑝𝑝𝑖𝑖𝑝𝑝𝑚𝑚𝑠𝑠 𝑠𝑠𝑚𝑚𝑠𝑠 𝑠𝑠𝑚𝑚𝑠𝑠 𝐴𝐴 𝐴𝐴 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑗𝑗 𝑖𝑖𝑗𝑗 ≤ < > 𝐴𝐴 𝑠𝑠 𝑗𝑗 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑠𝑠 𝑗𝑗 ≤ 𝑠𝑠 𝑗𝑗
- b. Evenzo, als een lagere indicator wijst op een hoger risico en de indicator lager is dan de ondergrens “ ”, dient het depositogarantiestelsel de waarde van de IRS op 100 vast te stellen. Dienovereenkomstig 𝑠𝑠 𝑗𝑗 behoort het depositogarantiestelsel, wanneer de waarde van de indicator boven de bovengrens “ ” ligt, de waarde van de IRS op 0 vast te stellen. De bijbehorende formule is: 𝑠𝑠 𝑗𝑗
|
|
57. Voor elke risico-indicator 𝐼𝐼𝐶𝐶𝐼𝐼 𝑖𝑖𝑗𝑗 = dient ⎩ ⎧ ⎪ ⎨ ⎪ het 100 𝑠𝑠 𝑠𝑠 0 𝑗𝑗 𝑗𝑗 −𝐴𝐴 …
|
Voor elke risico-indicator 𝐼𝐼𝐶𝐶𝐼𝐼 𝑖𝑖𝑗𝑗 = dient ⎩ ⎧ ⎪ ⎨ ⎪ het 100 𝑠𝑠 𝑠𝑠 0 𝑗𝑗 𝑗𝑗 −𝐴𝐴 depositogarantiestelsel −𝑠𝑠 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑗𝑗 ∗ 100, 𝑠𝑠𝑚𝑚𝑠𝑠 𝑠𝑠𝑚𝑚𝑠𝑠𝑠𝑠 𝑠𝑠𝑚𝑚𝑠𝑠 𝐴𝐴 𝐴𝐴 𝑗𝑗 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑖𝑖𝑗𝑗 ≤ > < de 𝐴𝐴 𝑠𝑠 𝑖𝑖𝑗𝑗 𝑗𝑗 𝑠𝑠 𝑗𝑗 bovengrens ≤ 𝑠𝑠 𝑗𝑗 “ ” en de ondergrens “ ” te kalibreren om een voldoende en betekenisvolle differentiatie 𝑠𝑠 𝑗𝑗 van de aangesloten instellingen 𝑠𝑠 𝑗𝑗 ′ te waarborgen. Het depositogarantiestelsel dient te voorkomen dat de boven- en ondergrenzen zodanig worden vastgesteld dat wordt voorkomen dat alle aangesloten instellingen, ondanks significante verschillen op het door een specifieke risico-indicator gemeten gebied, consequent onder de ondergrens of boven de bovengrens uitkomen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|