+7. Specifieke criteria voor on-balance-sheet - securitisatie
---+84. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+85. Indien het bedrag van de door de kredietprotectieovereenkomst gedekte onderliggende …
---+86. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) …
---+87. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …
---+88. Indien de kredietprotectieovereenkomst de renderende gesecuritiseerde blootstellingen slechts …
---+89. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …
---+90. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+91. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, eerste alinea, punt e), van Verordening (EU) …
---+92. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 5, eerste alinea, punt d), van Verordening (EU) …
---+93. Indien er sprake is van een aanvullingsperiode of doorroltermijn, dient de gewogen gemiddelde …
---+94. In het geval van door een SSPE uitgegeven credit linked notes dient, voor de toepassing van …
---+95. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de uit …
---+96. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt …
---+97. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 …
---+98. Artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te worden toegepast …
---+99. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 dient …
---+100. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU) …
---+101. Artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), i), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te …
---+102. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) …

7. Specifieke criteria voor on-balance-sheet - securitisatie

Onder de kredietprotectieovereenkomst vallende kredietgebeurtenissen (artikel 26 sexies, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2402)

Aanvullende kredietgebeurtenissen

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
84. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 mag de vereiste dat de kredietprotectieovereenkomst op zijn minst betrekking heeft op de in die alinea beschreven kredietgebeurtenissen, de partijen niet beletten overeenstemming te bereiken over aanvullende kredietgebeurtenissen of striktere definities van de gebeurtenissen als bedoeld in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Kredietprotectiebetalingen (artikel 26 sexies, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402)

In verhouding tot het aandeel van het uitstaande nominale bedrag van de overeenkomstige onderliggende blootstelling

85. Indien het bedrag van de door de kredietprotectieovereenkomst gedekte onderliggende …

Indien het bedrag van de door de kredietprotectieovereenkomst gedekte onderliggende blootstelling lager is dan het uitstaande nominale bedrag van de onderliggende blootstelling, dienen voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 de tussentijdse en definitieve kredietprotectiebetalingen te worden berekend in dezelfde verhouding (pro rata) tot het aandeel van het uitstaande nominale bedrag dat door de kredietprotectieovereenkomst wordt gedekt.

Bepaling van tussentijdse kredietprotectiebetalingen

86. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 dient “indien van toepassing” zo te worden opgevat dat deze bepaling alleen geldt indien de initiator van de bevoegde autoriteit toestemming heeft gekregen om de IRB-benadering te hanteren ter vaststelling van de verwachte verliespost voor de betreffende onderliggende blootstelling waarop het criterium van “het hoogste bedrag” wordt toegepast, en indien het voor de onderliggende blootstelling gebruikte ratingsysteem dienovereenkomstig door de bevoegde autoriteit is beoordeeld met het oog op gebruik in het kader van de IRB-benadering.

Verwachte verliespost

87. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de verwachte verliespost te worden berekend op het niveau van afzonderlijke onderliggende blootstellingen waarvoor een kredietgebeurtenis zich heeft voorgedaan. Bij wijze van uitzondering kan de verwachte verliespost voor blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen op subpoolniveau worden berekend overeenkomstig de ontwerpen van technische reguleringsnormen voor de berekening van K IRB volgens de benadering ten aanzien van gekochte kortlopende vorderingen die is ontwikkeld uit hoofde van artikel 255, lid 9, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Schuldherschikking en kredietprotectiepremies (artikel 26 sexies, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402)

Afhankelijk van het uitstaande nominale bedrag van de renderende gesecuritiseerde blootstellingen op het moment van de betaling

88. Indien de kredietprotectieovereenkomst de renderende gesecuritiseerde blootstellingen slechts …

Indien de kredietprotectieovereenkomst de renderende gesecuritiseerde blootstellingen slechts gedeeltelijk dekt, dienen voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 3, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 de uit hoofde van de kredietprotectieovereenkomst te betalen kredietprotectiepremies te worden gestructureerd als afhankelijk van het deel van het uitstaande nominale bedrag van de renderende gesecuritiseerde blootstellingen dat onder de kredietprotectieovereenkomst valt.

Externe verificatieagent (artikel 26 sexies, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402)

Partij die de verificatie uitvoert

89. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 dient de externe verificatieagent aan beide volgende voorwaarden te voldoen:

  • a. zij heeft de nodige ervaring en bekwaamheid om de verificatie uit te voeren;
  • b. zij is geen:
  • i. ratingbureau,
  • ii. derde partij die nagaat of de STS-criteria worden nageleefd overeenkomstig artikel 28 van Verordening (EU) 2017/2402,
  • iii. met de initiator, sponsor, belegger of SSPE gelieerde entiteit.

Steekproefsgewijze verificatie in het geval van securitisaties met mezzanineposities

90. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 kunnen de partijen bij de securitisatie – onverminderd het recht van beleggers om te verzoeken om de verificatie van de toelaatbaarheid van een bepaalde onderliggende blootstelling – voor securitisaties met mezzanineposities overeenkomen dat de steekproefverificatie van start gaat nadat het detachment point van de eersteverliestranche tot onder een bepaald percentage van dat detachment point daalt, zoals bepaald op de datum van afsluiting van de transactie. Definitief bedrag van het verlies

91. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, eerste alinea, punt e), van Verordening (EU) …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 4, eerste alinea, punt e), van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder “het definitieve bedrag van het verlies” de in artikel 26 sexies, lid 3, eerste alinea, van die verordening bedoelde “definitieve raming van het verlies van de initiator” te worden verstaan wanneer aan het einde van de in de kredietprotectieovereenkomst gespecificeerde verlengingsperiode geen definitieve kredietprotectiebetaling is gedaan voor een onderliggende blootstelling die een kredietgebeurtenis ondergaat.

Gebeurtenissen die vroegtijdige beëindiging door de initiator mogelijk maken (artikel 26 sexies, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402)

Berekening van de gewogen gemiddelde levensduur van de initiële referentieportefeuille

92. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 5, eerste alinea, punt d), van Verordening (EU) …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 5, eerste alinea, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 dient de gewogen gemiddelde levensduur van de initiële referentieportefeuille met onderliggende blootstellingen te worden berekend door alleen de aflossingen op hoofdsommen op tijdbasis te wegen, en daarbij geen rekening te houden met vooruitbetalingsaannamen of betalingen met betrekking tot vergoedingen of rentebedragen die verschuldigd zijn door de debiteuren van de onderliggende blootstellingen.

Aanvullingsperiode of doorroltermijn

93. Indien er sprake is van een aanvullingsperiode of doorroltermijn, dient de gewogen gemiddelde …

Indien er sprake is van een aanvullingsperiode of doorroltermijn, dient de gewogen gemiddelde levensduur, voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 5, eerste alinea, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402, de som te zijn van de aanvullingsperiode of doorroltermijn en de geraamde gewogen gemiddelde levensduur die aan het einde van de aanvullingsperiode of doorroltermijn is berekend. Voor elke gesecuritiseerde blootstelling die vóór het einde van de aanvullingsperiode of doorroltermijn vervalt, dient de initiator met het oog op deze raming de geplande looptijd aan te passen om de som van de huidige looptijd en de maximaal toelaatbare looptijd van een blootstelling die tijdens de aanvullingsperiode of doorroltermijn aan de gesecuritiseerde portefeuille kan worden toegevoegd gelijk te stellen. De aanpassingen moeten zo vaak worden aangebracht als nodig is om dit doel te bereiken, wanneer de aangepaste (resterende) looptijd korter is dan de aanvullingsperiode of doorroltermijn.

Belegger

94. In het geval van door een SSPE uitgegeven credit linked notes dient, voor de toepassing van …

In het geval van door een SSPE uitgegeven credit linked notes dient, voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 5, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 dient, de verwijzing naar de belegger te worden opgevat als een verwijzing naar de SSPE of een protectiegever die de kredietprotectieovereenkomst met de initiator heeft afgesloten.

Synthetische overgebleven rentemarge (artikel 26 sexies, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402) Berekening van de verwachte verliesposten op één jaar

95. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de uit …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 dienen de uit hoofde van de regelgeving verwachte verliesposten op één jaar op alle onderliggende blootstellingen voor dat jaar te worden berekend door, rekening houdend met een aantal betalingstermijnen dat overeenkomt met één jaar, het percentage dat de verwachte verliespost uitmaakte van de gesecuritiseerde blootstellingen op de datum van afsluiting van de transactie te vermenigvuldigen met het totale uitstaande saldo van de portefeuille van de renderende gesecuritiseerde blootstellingen aan het begin van die periode van één jaar.

96. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 wordt onder de uitdrukking “vaste synthetische overgebleven rentemarge” het bedrag van de synthetische overgebleven rentemarge verstaan dat de initiator toezegt te zullen gebruiken als kredietverbetering bij elke periode. Dit bedrag wordt uitgedrukt als een vast percentage van de totale uitstaande portefeuillebalans aan het begin van de desbetreffende periode.

97. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 dienen, voor initiators die geen gebruik maken van de IRB-benadering bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU) nr. 575/2013, “de verwachte verliesposten op één jaar” te worden berekend in overeenstemming met de risicovoorzieningen in het toepasselijke boekhoudkundige kader. Indien die methode evenwel een verliesdekking oplevert die niet voldoende representatief is voor de verwachte toekomstige verliezen op de gesecuritiseerde blootstellingen, dient de initiator de verwachte verliesbedragen te baseren op andere interne risicoparameters, zoals de risico’s die in aanmerking worden genomen in de interne beoordelingsprocedure inzake de kapitaaltoereikendheid van de instelling. Deze parameters dienen duidelijk in de transactiedocumentatie te worden uiteengezet.

Gebruik van de IRB-benadering voor de toepassing van punt c)

98. Artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te worden toegepast …

Artikel 26 sexies, lid 7, punt d), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te worden toegepast wanneer de initiator de eigenvermogensvereisten vaststelt met gebruikmaking van de IRB-benadering bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU) nr. 575/2013 voor de gehele pool van onderliggende blootstellingen.

Betalingsperiode

99. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 dient …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 7, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 dient onder de term “betalingsperiode” de periode te worden verstaan waarin de synthetische overgebleven rentemarge wordt aangewezen overeenkomstig de transactiedocumentatie.

Vereisten voor beroep op zekerheden van hoge kwaliteit (artikel 26 sexies, lid 10, van Verordening (EU) 2017/2402)

Aanvaardbare zekerheden

100. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU) …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU) 2017/2402 dient de uitdrukking “zekerheid in de vorm van 0 % risicogewogen schuldtitels” te worden opgevat als een zekerheid in de vorm van schuldtitels uitgegeven door entiteiten waaraan overeenkomstig deel drie, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 een risicogewicht van 0 % is toegekend.

Looptijdvereisten met betrekking tot aanvaardbare zekerheden van hoge kwaliteit

101. Artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), i), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te …

Artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt a), i), van Verordening (EU) 2017/2402 dient te worden geacht betrekking te hebben op schuldtitels die, ongeacht hun oorspronkelijke looptijd, een resterende maximale looptijd van drie maanden hebben. Wanneer de periode tot de volgende betalingsdatum in het kader van de kredietprotectieovereenkomst korter is dan drie maanden, mag de resterende looptijd van de schuldtitels niet langer zijn dan dat, om een looptijdverschil tussen de datum waarop de schuldtitels worden afgelost en de volgende betalingsdatum in het kader van de kredietprotectieovereenkomst te vermijden.

Beleggingen in credit linked notes

102. Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) …

Voor de toepassing van artikel 26 sexies, lid 10, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 dient de vereiste met betrekking tot zekerheden in de vorm van contanten vervuld te worden geacht in het geval van beleggingen in door de initiator uitgegeven credit linked notes overeenkomstig artikel 218 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/