+6.3.2.3 Treatment of incomplete recovery processes
---+153. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen …
---+154. Instellingen dienen het gemiddelde LGD over een lange periode te berekenen voor elke …
---+155. Instellingen zouden het moment van afsluiting van invorderingsprocessen duidelijk moeten …
---+156. Instellingen dienen de maximumperiode voor het invorderingsproces voor een gegeven soort …
---+157. Voor de berekening van het waargenomen gemiddelde LGD dienen instellingen alle blootstellingen …
---+158. Instellingen dienen het waargenomen gemiddelde LGD verkrijgen door rekening te houden met de …
---+159. De in paragraaf 158(b) bedoelde raming dient te voldoen aan de volgende beginselen: (a) voor …
|
6.3.2.3 Treatment of incomplete recovery processes
6.3.2.3 Treatment of incomplete recovery processes
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
153. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen …
|
Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 dienen instellingen, in verband met het gebruik van alle tijdens de historische waarnemingsperiode waargenomen gevallen van wanbetaling in de gegevensverzamelingen die worden gebruikt voor LGD-raming, ervoor te zorgen dat op een conservatieve manier rekening wordt gehouden met relevante informatie inzake onvoltooide invorderingsprocessen. De LGD-raming dient te zijn gebaseerd op het gemiddelde LGD over een lange periode.
|
|
154. Instellingen dienen het gemiddelde LGD over een lange periode te berekenen voor elke …
|
Instellingen dienen het gemiddelde LGD over een lange periode te berekenen voor elke faciliteitsklasse of -groep en op het niveau van de portefeuille die door het LGD-model wordt bestreken, rekening houdend met gerealiseerde LGD's voor alle in de historische waarnemingsperiode waargenomen gevallen van wanbetaling die verband houden met afgesloten invorderingsprocessen overeenkomstig de paragrafen 155 tot en met 157, zonder verwachte toekomstige invorderingen op te nemen. Het waargenomen gemiddelde LGD dient te worden gewogen naar het aantal gevallen van wanbetaling die zijn opgenomen in de berekening.
|
|
155. Instellingen zouden het moment van afsluiting van invorderingsprocessen duidelijk moeten …
|
Instellingen zouden het moment van afsluiting van invorderingsprocessen duidelijk moeten specificeren in hun interne beleidsdocumenten. Alle invorderingsprocessen die zijn afgesloten dienen als zodanig te worden behandeld voor de berekening van het waargenomen gemiddelde LGD.
|
|
156. Instellingen dienen de maximumperiode voor het invorderingsproces voor een gegeven soort …
|
Instellingen dienen de maximumperiode voor het invorderingsproces voor een gegeven soort blootstellingen vanaf het moment van de wanbetaling vast te stellen, welke periode een weerspiegeling moet vormen van de verwachte tijdsperiode die is waargenomen voor de afgesloten invorderingsprocessen waarbinnen de instelling de overgrote meerderheid van de invorderingen realiseert, zonder rekening te houden met uitschieters met significant langere invorderingsprocessen. De maximumperiode voor de invorderingsprocessen dient op een zodanige wijze te worden gespecificeerd dat er voldoende gegevens beschikbaar zijn voor de raming van de invorderingen binnen deze periode voor de onvoltooide invorderingsprocessen. De lengte van de maximumperiode voor de invorderingsprocessen kan verschillend zijn voor verschillende soorten blootstellingen. De specificering van de maximumperiode voor het invorderingsproces dient duidelijk te worden gedocumenteerd en gestaafd door bewijs van de waargenomen invorderingsprocessen, en dient samen te hangen met de aard van de transacties en het soort blootstellingen. De specificering van de maximumperiode voor het invorderingsproces voor de berekening van het gemiddelde LGD over een lange periode mag instellingen er niet van weerhouden om indien nodig invorderingsacties te ondernemen, ook ten aanzien van blootstellingen waarbij sprake blijft van wanbetaling gedurende een periode die langer is dan de maximumperiode voor het voor dit soort blootstellingen gespecificeerde invorderingsproces.
|
|
157. Voor de berekening van het waargenomen gemiddelde LGD dienen instellingen alle blootstellingen …
|
Voor de berekening van het waargenomen gemiddelde LGD dienen instellingen alle blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan die in ten minste een van de volgende categorieën vallen, onverwijld in aanmerking te nemen als afgesloten invorderingsprocessen: - (a) blootstellingen waarvoor de instelling niet verwacht nog verdere invorderingsacties te ondernemen;
- (b) blootstellingen die gedurende langere tijd dan de maximumperiode voor het voor dit soort blootstellingen gespecificeerde invorderingsproces de status van blootstelling die nog in wanbetaling is houden;
- (c) blootstellingen die volledig zijn terugbetaald of afgeschreven;
- (d) blootstellingen die zijn heringedeeld als blootstelling die niet langer in wanbetaling is. Met betrekking tot de blootstellingen ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan die vallen in de categorieën in de punten (a) en (b), dienen alle vóór het moment van de raming gerealiseerde invorderingen en kosten in aanmerking worden genomen voor de berekening van het waargenomen gemiddelde LGD, met inbegrip van na de maximumperiode voor de invorderingsprocessen gerealiseerde invorderingen.
|
|
158. Instellingen dienen het waargenomen gemiddelde LGD verkrijgen door rekening te houden met de …
|
Instellingen dienen het waargenomen gemiddelde LGD verkrijgen door rekening te houden met de informatie die verband houdt met niet-afgesloten processen (“onvoltooide invorderingsprocessen”) waarvoor geldt dat de tijd vanaf het moment van de wanbetaling tot het moment van de raming korter is dan de maximumperiode voor de invorderingsprocessen voor dit soort blootstellingen. Voor deze processen zouden instellingen moeten voldoen aan het volgende: - (a) ze dienen rekening te houden met alle waargenomen kosten en invorderingen;
- (b) ze kunnen ramingen maken van toekomstige kosten en invorderingen, zowel die welke voortvloeien uit de uitwinning van de bestaande zekerheden als die welke binnen de maximumperiode voor de invorderingsprocessen worden uitgewonnen zonder het gebruik van zekerheden.
|
|
159. De in paragraaf 158(b) bedoelde raming dient te voldoen aan de volgende beginselen: (a) voor …
|
De in paragraaf 158(b) bedoelde raming dient te voldoen aan de volgende beginselen: - (a) voor de raming van de toekomstige kosten en invorderingen dienen instellingen de op deze blootstellingen tot het moment van een raming gerealiseerde invorderingen en kosten te analyseren en te vergelijken met de tijdens een vergelijkbare periode op vergelijkbare blootstellingen gerealiseerde gemiddelde kosten en invorderingen; daartoe dienen instellingen de voor zowel afgesloten als onvoltooide invorderingsprocessen waargenomen invorderingspatronen te analyseren, rekening houdend met alleen de tot het moment van de raming gerealiseerde kosten en invorderingen;
- (b) de aannamen die ten grondslag liggen aan de verwachte toekomstige kosten en invorderingen en de aanpassingen aan het waargenomen gemiddelde LGD dienen:
- i. op basis van backtesting aantoonbaar nauwkeurig te zijn;
- ii. te zijn gebaseerd op een redelijke economische overwegingen;
- iii. evenredig te zijn, rekening houdend met het feit dat LGD-ramingen gebaseerd zouden moeten zijn op het gemiddelde LGD over een lange periode die een weerspiegeling vormt van de gemiddelde, naar het aantal gevallen van wanbetaling gewogen LGD's, gebruikmakend van alle tijdens een historische waarnemingsperiode waargenomen gevallen van wanbetaling.
- (c) bij het ramen van de toekomstige invorderingen dienen instellingen rekening te houden met de potentiële vertekening die voortvloeit uit onvoltooide invorderingsprocessen die worden gekenmerkt door langere gemiddelde invorderingsprocessen of lagere gemiddelde invorderingen dan die van afgesloten invorderingsprocessen;
- (d) bij het ramen van de toekomstige invorderingen die voortvloeien uit de uitwinning van bestaande zekerheden dienen instellingen rekening te houden met de rechtszekerheid van vorderingen op de zekerheid, en dienen ze realistische aannamen betreffende de mogelijkheid van de uitwinning ervan te hanteren;
- (e) de aanpassing van het waargenomen gemiddelde LGD kan worden geraamd op het niveau van individuele blootstellingen, op het niveau van een klasse of groep of op het niveau van de portefeuille die door het LGD-model wordt bestreken;
- (f) onzekerheid die samenhangt met de raming van de toekomstige invorderingen voor onvoltooide invorderingsprocessen zou tot uiting moeten komen in een toereikende voorzichtigheidsmarge, die dient te worden toegepast overeenkomstig deel 4.4.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|